Zwart in Afrika: Afstandsschoten

Misschien is het de degelijke Nederlandse inslag, maar ik erger me al een week lang groen en geel aan de afstandsschoten op de Afrika Cup. Als een speler op dertig meter afstand wat ruimte krijgt, dan twijfelt hij geen seconde en schiet hij richting doel. De schoten zijn vaak kansloos en vliegen meters over of naast. Iedere gedachte achter een dergelijk schot lijkt te ontbreken. Wat volgt bij mij na weer een hopeloos afstandsschot is een diepe zucht vol ergernis: hoe kun je zo stom zijn van die afstand te schieten?

Afstandsschoten lijken in Afrika echter gecultiveerd te worden. Bij een schot van afstand raakt het publiek volledig in extase, ook als het er objectief gezien geen seconde naar uitziet dat het schot zal uitmonden in een treffer. Na een wedstrijd waarin er weinig van afstand geschoten werd, gingen de Jan van Halsten uit Afrika helemaal los: ze wilden meer schoten van afstand zien. Dat zou het elftal vooruit helpen.

Commentatoren bij wedstrijden zijn ook ontzettend blij met het buskruit van grote afstand. In Nederland is de uitdrukking ‘komt dat schot’ zeer bekend geworden en dat is in Afrika niet anders. Voordat een speler schiet, raken de commentatoren al in extase. Opmerkelijk is dat dit enthousiasme na een afzwaaier niet afzwakt. Ze spreken dan nog steeds vol lof over fantastische schoten. Zelfs als de bal meters naast of over het doel verdwijnt. Het afstandsschot behoort blijkbaar tot de Afrikaanse voetbalcultuur.

De Afrikaanse voetbalbond CAF is zo vriendelijk geweest gegevens beschikbaar te stellen over schoten buiten de zestien meter. Daaruit blijkt dat in acht wedstrijden maar liefst 95 keer van buiten het strafschopgebied is geschoten. Ivoorkust spant de kroon door dertien keer van grote afstand richting doel te schieten. Zambia (twaalf) en Mali (tien) volgen kort daar achter: ook zij zijn liefhebbers van afstandsschoten.

De efficiëntie laat echter te wensen over. Maar liefst 94 van de 95 afstandsschoten verdwenen niet in het doel. Schieten van afstand levert je misschien de gunst op van het publiek, commentatoren en analytici, maar is verre van een garantie voor doelpunten. Laat staan voor overwinningen.

Gisteravond in Rustenburg was daar echter opeens het wonder. Tunesiër Youssef Msakni haalt uit van twintig meter. Ik kijk vanaf de tribune gespannen toe. Toch niet weer een kansloos afstandsschot? De bal verlaat de schoen van Msakni en vliegt richting doel. De keeper van Algerije duikt richting de kruising, maar de bal draait precies om zijn handen heen en doet het net bollen. Het is een magisch moment waarop alles ineens precies lijkt te passen.

Plots begrijp je een beetje de voorliefde van Afrikanen voor het afstandsschot. De aanwezige Tunesiërs kunnen later tegen hun kinderen en kleinkinderen vertellen: “Weet je nog dat we in 2013 door dat fantastische afstandsschot in de blessuretijd van rivaal Algerije wonnen? Ik heb het gezien. Het was magisch.”

De liefde voor het afstandsschot is het diepe verlangen naar de betovering van het perfecte schot. Dat vergoedt al die gruwelijke afzwaaiers. En toch, als Nederlander kan ik er maar niet aan wennen.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter