Zo kan het ook, Bert. Tijd voor catenaccio.

Het Nederlands elftal wordt al weken kapot-geanalyseerd. Of we met Huntelaar of Van Persie moeten spelen, of twee controleurs niet wat overdreven is, enzovoorts. Maar dat zijn slechts details. De echt belangrijke vraag is nog niet gesteld: kúnnen we wel spelen zoals we willen?

Van Marwijk kon het even niet meer aanzien.

 

Zowel bij supporters als de technische staf heerst een utopisch beeld van ons Nederlands elftal, een soort droombeeld: we willen aanvallend, verzorgd en dominant voetbal spelen. Samengevat is dat een soort totaalvoetbal op basis van balbezit, waarbij we de passing op orde hebben, op de helft van de tegenstander spelen en met z’n allen druk zetten. Dit droombeeld is stevig ingeprent in onze hoofden door de media, de Johan Cruijff’s van deze wereld, enzovoorts. Nederland moet altijd aaanvallluhhh.

Het gaat dan ook al weken over de vraag hoe we dat droombeeld het best kunnen verwezenlijken: met welke spelers, hoe het middenveld georganiseerd moet worden, dat soort vragen. Al die vragen zijn echter gebaseerd op een foute veronderstelling. De veronderstelling dat Oranje, als het maar de juiste tactiek kiest en de juiste poppetjes op de juiste plaats zet, kan spelen zoals, pak’m beet, Barcelona dat doet. Maar dat kan Nederland helemaal niet. Zelfs toen we de WK-finale bereikten, speelden we slechts degelijk, en zelden echt goed of mooi. Desondanks blijven we ons – zelfs na twee verloren wedstrijden in de EK-poule – vastklampen aan dat eeuwige ideaal: totaalvoetbal, aanvallend en verzorgd.

Om ons ideaal te verwezenlijken, hebben we heel andere spelers nodig dan voorhanden zijn bij Oranje. Bijvoorbeeld een verdediging die het vertrouwen, vermogen en de rust heeft om balbezit te houden, ook als ze onder druk staat, en durft door te dekken bij balbezit tegenstander. Of een dynamisch middenveld dat de tegenstander gek kan maken met haar slimme positiespel, positiewisselingen en hoge baltempo. En een aanval die constant van positie wisselt – maar daarbij wel de posities bezet houdt.

Om zo te kunnen spelen als het Nederlands elftal voor ogen heeft, is weken van specifieke tactische training nodig. Wanneer zet je druk, wanneer niet? Hoe verzorg je je positiespel? Er zijn patronen nodig, maar er is helemaal geen tijd om die patronen er in te slepen. Bij Spanje kan dat misschien – veel van die jongens spelen al jaren samen bij hun clubs. Maar bij Nederland wordt iedereen last-minute ingevlogen. Het resultaat: een ongeorganiseerd zooitje.

En zelfs als het lukt om aanvallend en verzorgd te spelen, blijft het de vraag wat het oplevert. Nederland is na twee speelronden de ploeg met de beste passzuiverheid (91%) van alle deelnemende landen. Het is Oranje tot nu toe gelukt om beide EK-wedstrijden meer balbezit te hebben dan de tegenstander. En we schoten vaker, tegen de Denen zelfs 32 keer, een record. Maar om echt te profiteren van deze dominantie is het een vereiste dat je écht een klasse beter bent dan de tegenstander. Balbezit is geen doel op zich. Balbezit is een middel om tot winst te komen, maar bij het Nederlands elftal heeft balbezit echter slechts één doelpunt opgeleverd. Ondanks onze dominantie op het veld heeft cijfermatig gezien alleen Ierland slechter gepresteerd dan wij. Qua doelsaldo. Qua punten waren we even slecht. Wij zijn simpelweg niet een klasse beter dan onze tegenstanders op dit EK, en dat gaan we ook niet worden. Dus moeten we ook niet een speelwijze hanteren alsof we een klasse beter zijn.

Het is niet eens zo vreemd dat het balbezit van Nederland en de 32 schoten tegen de Denen geen doelpunt opleverden. Zo gaat dat namelijk wel meestal bij wedstrijden waarbij de ene ploeg het balbezit heeft, maar de andere de grotere kansen. Wie veel balbezit heeft, en zoals het ideaal voorschrijft op de helft van de tegenstander speelt, heeft weinig ruimte. Er is weinig ruimte voor loopacties, dribbels, en steekpasses. Kijk naar Robben. Als erkend dribbelkoning ronde hij dit toernooi pas twee dribbles succesvol af (van de tien pogingen). Dat is heel erg weinig voor iemand met zijn kwaliteiten en heeft grotendeels te maken met de tactiek en zijn rol daarin. Er is ook weinig ruimte voor het schot tegen ingezakte ploegen. Altijd zit er een been tussen of is de afstand groot. En doordat er weinig ruimte is voor al die zaken, wordt er veel meer gevraagd van een speler. Meer tactisch vermogen, meer creativiteit, flair. In feite maak je het jezelf dus vooral erg moeilijk door zo dominant te willen spelen. Dat is ook waarom het zo vaak gebeurt dat de ploeg met het best ogende voetbal, toch verliest.

Catenaccio als alternatief voor het Nederlandse ideaal

We moeten nu eindelijk eens af van het droombeeld. Het moet nu echt radicaal anders. Met beide benen op de grond. Om te beginnen met de Portugezen. Portugal hanteert al het hele toernooi een realistische speelwijze. Dat wil zeggen: 4 verdedigers, 3 controlerende middenvelders en gokken dat de drie aanvallers op de tegenaanval iets kunnen uitrichten. Het resultaat is dat ze nipt verloren van de Duitsers met 43,5% balbezit en wonnen van de Denen met minder dan 40% balbezit.

Simpel gezegd, die Portugezen verheugen zich al op Oranje. Als wij namelijk de hele tijd aan het pielen zijn voor hun goal, staan Nani en Cristiano Ronaldo al te bedenken hoe ze de gigantische ruimtes die zij straks krijgen op de counter gaan benutten om langs Willems (“haha”, denkt Nani) en Mathijsen te lopen. Want op de counter heb je ruimte – en ruimte is iets dat je dergelijke spelers niet wilt geven.

Ook tegen de Portugezen zal het ons niet lukken om dominant voetbal te combineren met resultaat – ongeacht de poppetjes, ongeacht of we met de punt naar voren of achteren spelen. Daarom zou het veel beter zijn als we de Portugezen vanaf minuut één al het balbezit van de wereld gunnen. Gewoon inleveren en laten komen. Ze zullen niet weten wat hen overkomt. Plots moeten de zeven verdedigers die ze hebben opgesteld gaan nadenken over hoe ze in hemelsnaam door onze handbalverdediging heenkomen. En daar zullen ze niet creatief genoeg voor zijn.

In plaats van vroeg druk zetten op de verdediging van de tegenstander, wat dus hopeloos mislukte tegen zowel de Duitsers als de Denen, gaan we het veld kleiner maken. We spreken af dat we alleen op onze verdedigende 1/3e drukzetten. Dat doen we alleen wanneer er net een moeilijke/lange bal is gegeven. Druk zetten op gecoördineerde momenten. Met z’n allen. Dat is niet moeilijk, de tegenstander komt vanzelf en gaat fouten maken. Dat hoeft ook niet overdreven negatief of verdedigend te zijn: het is eerder een kunst. Goed verdedigen en mooi counteren kan fantastisch zijn om naar te kijken.

Dankzij onze positionering zullen we veel intercepties kunnen plegen. Het eerste dat we dan doen is de bal inleveren bij Wesley Sneijder. Hij is de meester van het snelle omschakelen. Toen Sneijder nog onder Mourinho speelde bij Inter, speelde hij precies zo. Met zeven balveroveraars achter zich ontving hij steeds de bal om vervolgens open te draaien en Eto’o en Milito diep te sturen. Het leverde Inter de Champions League op. Bij Oranje hebben we twee fantastische spitsen lopen voor dit spelletje: Robben en Van Persie. Arsenal scoorde dit jaar vaker uit een snelle uitbraak dan ieder ander team in de Premier League. En Robben is levensgevaarlijk met zijn snelheid op de counter. Hij wordt tegen Portugal dan ook de man van de wedstrijd. Eindelijk ruimte. Eindelijk de echte Robben in actie.

De opstelling moet er ongeveer als volgt uit zien. Ja, uiteraard is het radicaal anders dan anders. Een beetje gek misschien zelf. Lach mij maar uit dat ik met dit plaatje van een 5-3-2 aan kom zetten. Maar we willen winnen dit keer. En dan moet het:

Zo kan het ook, Bert.

 

Let vooral niet teveel op de invulling van de poppetjes. Die doen er uiteindelijk niet eens zoveel toe. Als de zeven achterin maar ballen kunnen veroveren en inleveren. Het enige waar het om gaat is verdedigende discipline. Kuijt op rechtsback lijkt misschien een beetje raar. Maar dat is het niet. Hij zorgt voor flexibiliteit in het systeem. Als het nodig is kan hij namelijk overal spelen. Bovendien moet hij de hele rechterflank bestrijken. Dat is belangrijk omdat er op de counter ruimtes aan de zijkanten liggen. Als de backs helemaal “op” zijn na 45 minuten, geen probleem. Dan wisselen ze maar.

Als Van Marwijk écht durft radicaal in te grijpen, dan grijpt hij terug naar een moderne vorm van catenaccio. Dan durft hij te kiezen voor een systeem waar niemand aan gedacht heeft – ook de tegenstander niet. Huntelaar én Van Persie samen opstellen is geen oplossing. Dat vinden die Portugezen alleen maar grappig. Kom op, Bert. Laat de leeuw niet nog eens in z’n hempie staan!

Hoe moet Nederland aantreden tegen Portugal?

View Results

Laden ... Laden ...

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas