Xabi Alonso is een bijzondere tuinman

Als een voetballiefhebber aan de grootste schoffelaars allertijden denkt, dan vallen er een reeks beroemde en beruchte namen. ‘Gilette’ Gentile, Vinnie Jones, Roy Keane, en Marco Materazzi zijn enkele van die jongens. Xabi Alonso is er ook eentje. Een begenadigd bottenbreker. En bovendien een bijzondere tuinman.

Je ziet het niet aan hem. Alonso heeft het uiterlijk van de ideale schoonzoon. Ja, dat baardje maakt hem dertig jaar ouder, maar zou hij die afscheren, dan staat daar weer dat schoorvoetende mannetje met het billengezicht, dat vroeger amper durfde te laten zien dat hij slimmer was dan zijn klasgenoten. Vandaar ook dat jeugdvriend Arteta wel eens een wedstrijdje van hem won. Xabi is iemand die uren kan staren naar bloeiende orchideeën.

Opgroeiende in Barcelona en Baskenland, aan de hand van vader en profvoetballer Periko Alonso, was de jonge Xabi al vroeg op het veld te vinden. Hij stond aan de zijlijn met zijn voeten putjes te maken in de ondergrond. Het onkruid te plukken. Kunstmest te strooien. Hij had groene vingers.

Later, toen de kleine Alonso ook een aardige balcontrole bleek te hebben, mocht hij aan de andere kant van de zijlijn het gras inspecteren. Bij Real Sociedad groeide hij uit tot de ultieme greenkeeper. Ondertussen werkte hij onder de supervisie van coach John Toshack aan zijn voetbalkwaliteiten.

In zijn Liverpool-tijd was er niet veel heisa om Xabi. Hij maakte mooie Engelse tackles. Soms op de man, soms op de bal. Dat hoort erbij, vinden ze daar. Zijn ‘finest hour’ had niks te maken met tackles, maar meer met goals van eigen helft. Xabi accepteerde de lof met blosjes op zijn wangen en ietwat ongemakkelijk juichen. Hij oefende wel eens op lange ballen, zei hij. Maar hij schoffelt eigenlijk veel liever.

Bij Real Madrid valt het scheidsrechters wel op. Misschien vanwege het baardje. Het maakt hem een stukje onguurder. Hij begint op Juanfran te lijken. Je weet wel, die speler van Atlético die Sierd de Vos altijd dakloos noemt. Alonso fopt de arbitrage niet langer meer met zijn modelburgergedrag. Hij heeft een vreselijke zeis in zijn repertoire zitten, waar hij menig tegenstander mee tegen de grasmat werkt. Hij snijdt tot op het beenhaar. Dat hij gesponsord wordt door Braun, komt niet door zijn baard.  Voor elke water-in-de-mond-lopende crosspass die over 60 meter op de stropdas belandt, is er een doodschop die elke andere speler een rode kaart oplevert. Maar Xabi niet. Die krijgt hoogstens geel. Het leverde hem 38 prenten op in amper 90 wedstrijden in de Spaanse competitie. Geen rode. Ze zouden hem ‘el Jardinero’, de tuinman moeten noemen, want hij verheft akkers tot kunst.

Ook in Polen is de schoffel weer meegenomen. Xabi haalde op zondag vakkundig een aantal Italianen door de mangel, zonder ook maar geel te krijgen. De scheids dacht wellicht terug aan het schooljongetje, dat vroeger zo mooi de openbare moestuin bijharkte. Maar Alonso is nog lang niet klaar. Vandaag wachten er een aantal Ierse klavertjes. Die moeten opgepot worden. Laat dat maar aan hem over.

About Gino van Montfort

Gino is hoofdredacteur en mede-oprichter van Catenaccio. Hij is al van kinds af aan voor Feyenoord, maar laat in zijn artikelen vooral een merkwaardige interesse zien in clubs, spelers en verhalen uit Zuid-Amerika. Oh, en nu Feyenoord het wat minder doet, hoor je hem vooral over zijn andere grote liefde: Real Madrid. Volg Gino op Twitter | Meer artikelen van Gino