Waarom voetbal nooit verloren gaat

Woensdag, vroeg in de avond. Wat omzwervingen op het internet. Wat sites afwerken voor het laatste nieuws rondom Liverpool en voetbal in het algemeen. Ineens zijn m’n gedachten bij Ajax. Zij zouden die avond ook Europees spelen, tegen het Franse Olympique Lyon en ik zocht gewoon wat nieuws rondom de club. Normaal moet je dan langs wat schermen met Ajax-meukreclame heen klikken voordat je bij het nieuws bent.

Nu ook. Echter was het een smeekbede. “Kom naar Ajax – Lyon!” Sterker nog, er was vrije verkoop, het risico was kennelijk toch niet zo groot als er inkomsten verloren dreigden te worden. Het bezoeken van een Champions League-wedstrijd stond al jaren op mijn grote Verlanglijst der Dingen en soms moet je gewoon denken van ‘fuck it’. Gewoon doen nu het kan. Voor je het weet heb je een vriendin, kinderen, papadagen en andere burgerlijke verschrikkingen.

Dus ik sprong gewoon de metro in om de proef op de som te nemen. Niet dat ik zo’n fan ben van Ajax, hoewel het moeilijk is om niet van het team van Frank de Boer te houden, maar het ging me er gewoon om de sfeer te proeven. Mensen beweren dat de gewone man door de prijzen uit het stadion gedrukt worden, maar dat was in de metro niet te merken. Overal Ajax-shirts met jonge mannen, kinderen en vaders.

Naarmate de bovengrondse ondergronder zich verder over zijn traject van lijn 50 door de hoofdstad voerde werden de mensen die je niet in een voetbalstadion verwacht eruit gezeefd en vervangen door mensen waarvan je niet zou vermoeden dat ze ooit een stap buiten een stadion zouden zetten. Het was één grote roodwitte metro waar de sfeer van afknalde.

Maar. Er was nog een probleempje: ik had vooralsnog geen kaartje en je kon mensen zonder kaartje herkennen aan een Amy Winehouse-achtige blik in de ogen, terwijl de personen met een entreebewijs met een relaxte Bob Marley-look nog maar eens een pilsje achterover sloegen. Overal mensen die mij kaartjes wilden verkopen, maar uiteindelijk kon ik er gewoon eentje kopen bij een ArenA-meisje.

Gelukzalig haastte ik me naar ingang Noord C met het entreebewijs in de zak. Wat ik in de ArenA, vak 421, aantrof was niet te beschrijven. Wat normaal de uitstraling van de bedrijfskantine van de IKEA heeft, was nu gelijkend op een echte Griekse ArenA die ondanks de moderne, dus veilig constructie door het continue gespring en gezang op en neer bewoog. De passie van vijftigduizend liefhebbers was voelbaar.

De wedstrijd zelf zal niet de boeken ingaan als een klassieker, maar ik heb wel een les geleerd op deze aangenaam frisse woensdagavond. Voetbal blijft van de gewone man en zal nooit verloren gaan. Als de kaartjes nog duurder worden, zal men nog twee keer zo hard werken om het te kunnen blijven betalen. Nooit zal ons spelletje een verkapt hockey, tennis of golf, dus het domein van passieloze kakkers worden. Voetbal zal altijd het toneel blijven van humoristen, van gewone mannen met hun zonen. En dat is een belangrijke les.

About Jan Willem Spaans

Jan Willem is woonachtig in Amsterdam, maar groot fan van Liverpool. Volg Jan Willem op Twitter