Waarom Ajax geen vuist kan maken in Europa

Ajax is dit seizoen een ploeg met twee gezichten. In de Eredivisie zijn de Amsterdammers oppermachtig. Weliswaar werd er thuis verloren van PSV (1-2) en uit gelijkgespeeld tegen FC Twente (2-2), maar met 28 punten uit elf wedstrijden en een doelsaldo van 30-5 staat de ploeg er uitstekend voor in de titelrace. Hoe anders is dat in Europa. In de voorronde van de Champions League bleek Rapid Wien over twee wedstrijden te sterk, Ajax overleefde vervolgens met meer geluk dan wijsheid de play-offs met Jablonec en van de eerste vier duels in de groepsfase van de Europa League werd er geen enkele gewonnen. De speelwijze biedt een mogelijke verklaring voor deze matige resultaten in Europa.

Defensie

De eerste conclusie die getrokken kan worden, is dat de problemen van Ajax niet liggen in het verdedigen. In de zes duels die de Amsterdammers speelden in de Europa League incasseerden ze slechts vier treffers. Twee daarvan kwamen voort uit een corner, de andere twee kwamen voort uit slordig balverlies in de opbouw. Dat betekent logischerwijs dat Ajax geen enkele tegengoal heeft gekregen vanuit een zorgvuldige aanvalsopbouw van de tegenstander.

De verklaring voor deze knappe prestatie ligt in de stabiele pressing van de ploeg van trainer Frank de Boer. Zowel met de punt naar voren als met de punt naar achteren is Ajax in staat de opbouw van de tegenstander te ontregelen. Dat gebeurt door middel van een strategie die De Boer ‘het treintje’ noemt. Als de tegenstander begint met opbouwen, heeft Ajax achterin een spare man. (Dit verklaart waarom tegen De Graafschap en Roda JC Kerkrade 3-4-3 gespeeld werd.) Op dat moment heeft de opponent achterin dus ook een vrije man, meestal een centrale verdediger. Als het niet lukt om die alleen met de spits op te jagen, dan schuift een van de middenvelders door. Zo kan voor de tegenstander een vrije man ontstaan in het midden, maar De Boer voorkomt dat door mensen door te schuiven. Dit is ‘het treintje’.  Ajax verdedigt in deze situatie dus in principe man tegen man. Dankzij de snelheid van vleugelverdediger Kenny Tete en Mitchell Dijks levert deze strategie nauwelijks tegendoelpunten op.

Wanneer het niet lukt om met de beschreven pressing de bal te veroveren, zakt Ajax wat verder in en worden de onderlinge ruimtes klein gehouden. Opvallend is dat in deze situaties die buitenspelers bijzonder ver terug moeten verdedigen. Zo stond Ajax in de thuiswedstrijd tegen Celtic (2-2) uit balbezit meerdere keren gepositioneerd in een 6-3-1-formatie. Dit maakt het voor tegenstanders uiteraard lastig om kansen te creëren, maar tegelijkertijd nemen de Amsterdammers op die manier de mogelijkheid op een snelle tegenaanval weg. Bij balwinst is immers alleen de spits in staat om direct diepte te maken, maar deze is bij Ajax niet bijzonder snel en moet bovendien opboksen tegen een overtal.

Ajaxorganisatie Ajaxorganisatie2

Eigenlijk had Ajax alleen in de twee duels met Rapid Wien serieuze problemen in defensief opzicht. Heel vreemd is dat niet, want deze dubbele confrontatie kwam op een moment dat De Boer nog bezig was met het finetunen van de speelwijze met de punt naar voren. De afstanden tussen de linies waren op dat moment vaak nog te groot in de omschakeling, waar Rapid handig van profiteerde. Een andere moeilijkheid was dat Rapid net als Ajax met twee controleurs en een aanvallende middenvelder speelde. De laatste keren (Feyenoord en Fenerbahçe) dat de Amsterdammers een dergelijke tegenstander troffen, greep De Boer weer terug op de formatie met de punt naar achteren.

Opbouw

Het probleem van Ajax is dus niet dat de defensie kwetsbaar is, maar dat er offensief bitter weinig gecreëerd wordt. De Amsterdammers schieten wel redelijk veel in de groepsfase van de Europa League, maar doen dit vooral vanuit hopeloze posities. Slechts 42 procent van de inzetten zijn van binnen het strafschopgebied, alleen Qarabag FK, Dinamo Minsk en Skenderbeu doen het relatief gezien nog slechter. Heel verwonderlijk is het dus niet dat van de 13.8 schoten per duel er slechts 3.8 op doel gingen en dat er in totaal slechts drie keer gescoord werd. Dit aantal correspondeert ook met de Expected Goals-modellen van Sander IJtsma en Michael Caley, die op basis van hun wedstrijdplots in totaal zo’n 2,89 doelpunten zouden verwachten voor Ajax. Dat er weinig te juichen valt voor Ajax komt dus niet door een falende afwerking, maar doordat de Amsterdammers simpelweg zelden gevaarlijk worden.

De problemen die Ajax heeft in offensief opzicht zijn terug te voeren op de opbouw. De koploper van de Eredivisie toont zich daar in eigen land bedreven in. Sinds De Boer met de punt naar voren speelt, zijn de accenten iets anders gelegd dan voorheen. Nu schuift vaak een van de backs (meestal Dijks) door en trekt hij zo een buitenspeler van de tegenstander mee. Dan blijft Ajax over met drie verdedigers tegen twee aanvallers van de tegenstander. Door het veld in die fase breed te maken, worden de ruimtes groot en speelt de defensie zich onder de druk uit. Dan wordt het middenveld ingespeeld en kan de aanval gezocht worden.

Ajaxopbouw3

Ajax in de opbouw in de Eredivisie. De opgekomen Mitchell Dijks heeft een buitenspeler meegetrokken en de drie tegen twee is vervolgens zo uitgespeeld dat Jairo Riedewald volledig vrij is. De centrumverdediger kan nu vooruit naar een oplossing zoeken.

 

Dit is een prima strategie, maar slechts op voorwaarde dat de opponent doet aan mandekking. In de Eredivisie geldt dat voor bijna alle ploegen, waardoor het logisch is dat Ajax daar in de opbouw nauwelijks problemen ondervindt en voldoende scoort. Op internationaal niveau is mandekking echter bijna volledig uit de gratie geraakt. Tegenstanders verdedigen de ruimte in plaats van de man en dwingen Ajax zo om op ongevaarlijke plaatsen balbezit te hebben. ‘We hebben Ajax achterin de bal laten rondtikken. Ze kwamen niet in hun spel’, stelde Fenerbahçe-trainer Vitor Pereira na de 0-0 in Amsterdam tevreden vast.

Tegen opponenten die zonedekking hanteren, werken de trucs die in de Eredivisie zo goed werken ineens niet meer. Als Dijks tegen Fenerbahçe in de opbouw doorschuift, dan loopt er niemand met hem mee. De Turken sluiten slechts de passinglijnen af en domineren zo zonder de bal in bezit te hebben. Zij bepalen immers waar het spel zich afspeelt. Ook Davy Klaassen en Riechedly Bazoer ondervonden dat hun gebruikelijke tactiek in Europa niet meer werkt. Zij maken een loopactie in de diepte en hopen zo een man met zich mee te trekken, waardoor de ruimtes rondom de bal groter worden en Ajax een overtalsituatie kan uitspelen. Ook dit werkt niet tegen teams die zonedekking hanteren. Bazoer en Klaassen mogen rustig diep gaan, want zolang de tegenstander compact speelt zijn ze lastig aanspeelbaar en hebben toch ze weinig tijd als ze aangespeeld worden tussen de linies. Of neem het inzakken van de spits. In Nederland wil het nog wel eens werken dat de centrale aanvaller naar het middenveld trekt, daarmee een man meetrekt en ruimte creëert voor buitenspelers Viktor Fischer en Anwar El Ghazi om naar binnen te komen. In Europa loopt er echter niemand mee en aangezien Arek Milik en Lasse Schöne niet over een individuele actie beschikken, levert dat de opponent geen centje pijn op.

Ajaxopbouw4

Ajax in dezelfde veldbezetting tegen een opponent die gekanteld druk zet vanuit de zone. Het opkomen van Mitchell Dijks leidt niet meer tot extra ruimte voor Jairo Riedewald, die eigenlijk alleen de bal in de breedte kan verplaatsen.

 

Uit deze voorbeelden kan geconcludeerd worden dat het positiespel van Ajax erop gericht is om door middel van loopacties de tegenstander uit positie te trekken. Gevolg is dat er in de opbouw rond de bal overtalsituaties ontstaan in de grote ruimte en Ajax zo langzaam naar voren kan spelen. Om tegenstanders die zonedekking hanteren te desorganiseren, is alleen een andere manier van positiespel nodig. Dan draait het erom de bal dusdanig rond te spelen dat linies van de opponent doorbroken kunnen worden en zo uiteindelijk zones bereikt worden waarin gevaar gesticht kan worden.

Na afloop van Europese wedstrijden wordt bij Ajax vaak gesproken van slordig spel, het niet kunnen vinden van de vrije man en het maken van verkeerde keuzes. Dit zijn echter de symptomen en niet de oorzaken van het zwakke voetbal dat op de mat gelegd wordt. Ajax beheerst simpelweg het spelletje niet dat nodig is om resultaten te boeken in Europa. Er wordt internationaal niet alleen tactisch iets anders gevraagd, maar ook individueel worden andere eisen gesteld. Wie van de huidige Ajax-selectie is in staat om in de kleine ruimte een steekpass te geven of een tegenstander uit te spelen? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Tweesprong

Uiteraard is het spel in balbezit niet de enige reden dat Ajax in Europa minder presteert dan in de competitie. De tegenstanders zijn bijvoorbeeld gewoon van een wat hoger niveau. Wanneer je zoals Ajax van een wedstrijd een man tegen man gevecht maakt, dan is het logisch dat dit beter gaat tegen een inferieure opponent. Ongetwijfeld heeft nog een veelvoud aan andere factoren een rol gespeeld; van blessures tot simpelweg botte pech.

Toch is het een utopie om te denken dat Ajax met de huidige speelwijze ook maar een schijn van kans maakt om de halve finale van de Europa League te bereiken, zoals de uitgesproken ambitie luidt. Wanneer je geen antwoord hebt op teams die zonedekking hanteren, dan heb je in het internationale voetbal niet zoveel te zoeken.

Dat maakt dat de Amsterdammers op een lastige tweesprong staan. Om alsnog kans te maken op Europese overwintering, zal gewerkt moeten worden aan een ander soort positiespel. Dit zal echter aanvankelijk ten koste gaan van de prestaties in de Eredivisie, aangezien de huidige manier van spelen daar volledig op geënt is. Het is aan Frank de Boer om deze knoop door te hakken.

Data via Opta Sports

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter