Voor Seedorf is er leven na de dood

In de zomer van 1997 gebeurde het. Freek de Jonge in de top 40. Hij zong over Engels rundvlees, vluchten uit Tirana en Seedorf. En ik zong mee. Zeker over Seedorf. De speler van Real Madrid was de schlemiel van voetballend Nederland. Een jaar eerder, tijdens het eerste EK dat ik bewust mee maakte, schoot hij de bal binnen het bereik van keeper Lama. En niet veel later tegen Turkije miste Seedorf opnieuw een penalty. Ik was tien en wist niet beter. Ik zong mee. Ik maakte onder leiding van Freek de Jonge Seedorf dood: “Wat kon Seedorf nou gebeuren…”

Wat ik niet wist, was dat Seedorf, 21 jaar jong, de beste clubvoetballer ooit zou worden. Die zomer van 1997 stond zijn prijzenkast al vol. Zes prijzen met Ajax en één met Real Madrid. Ook was hij op zijn zestiende al tot Nederlands talent van het jaar uitgeroepen en op zijn zeventiende weer. Ondertussen zong ik luidkeels mee: “…toen hij van elf meter schoot…”

Een grootse voetballer was opgestaan zo leek het, maar in Nederland maakte wij hem al dood. Door een hitje. Seedorf zelf ging onverstoord verder. Als speler van Real Madrid mocht hij in 1998 op zijn tweeëntwintigste voor de tweede keer de cup met de grote oren en de wereldbeker voor clubs boven zijn hoofd tillen. Daarna zijn Italiaanse jaren. Bij AC Milan ging de zegetocht verder. Nog twee keer kampioen, nog twee keer de Champions League, nog een keer de wereldbeker voor clubs. Maar ook nog een keer een gemiste penalty, in een finale, 2003. Ik zong het wijsje van Freek de Jonge ondertussen niet meer, maar dacht het voorzichtig.

Zoveel prijzen met drie verschillende clubs. Zoveel persoonlijke titels. Aanvoerder van het grote AC Milan. 125 wedstrijden Champions League. Geweldige goals. Geweldige assists. Nooit geblesseerd. Altijd fit. Een voorbeeld binnen de lijnen. Maar ook daarbuiten. Seedorf startte projecten in zijn geboorteland Suriname, liet een stadion bouwen en zette de Champions for Children Foundation op. Langzaam kwam het besef, ik schudde dat akelige liedje van Freek de Jonge van me af. Een wedstrijd van AC Milan op tv? Ik ging er voor zitten. Seedorf weer bij Oranje? Ik juichte het toe. Een interview of reportage van Seedorf? Ik stemde mijn tv op tijd af op de juiste zender. Ik werd verkondiger van het woord van Seedorf. Het versje was uit mijn hoofd.

Soms denk ik er nog wel eens aan, dat ooit zo jolige liedje, met die ene zin. Ik wist niet beter, ik zong ooit ook mee. Ik maakte ooit ook Seedorf dood. Met die ene zin. Met die elf woorden. Maar ons Nederlanders lukte het niet, wij maakten Seedorf gelukkig niet  voor altijd dood, ook niet in onze harten. Eindelijk krijgt Seedorf wel het respect dat hij verdient. Zelfs Johan Derksen stelde dat we Seedorf in Nederland moeten koesteren. Een ding had Freek de Jonge dus wél goed gezien.

Er is leven na de dood.

About Wouter Vlasveld