Voetbalhomo gezocht

Dat Italianen echte vrouwenversierders zijn, moge duidelijk zijn. Daarom hebben ze het op zijn zachtst gezegd niet zo op homo’s. Tijdens het EK liet Antonio Cassano zich al laatdunkend uit over mannen die op dezelfde sekse vallen. Hij noemde ze ‘froci’, flikkers. Maandag liet Francesco Totti ook merken dat hij niet gediend was van de herenliefde. In een tijd van verregaande emancipatie voor homoseksuelen, slaat de aartsconservatieve voetbalwereld wederom de plank volledig mis. Schrijnend.

Olivier Giroud poseerde laatst voor het Franse homomagazine Têtu. Bron: Têtu.

Tijdens het afgelopen EK waren er veel persconferenties, maar geen enkele sprong zo in het oog als die van Antonio Cassano. Toen gevraagd werd of er homoseksuele voetballers in het nationale team van Italië zaten, antwoordde de flamboyante levensgenieter veelzeggend. “Ik hoop het niet, en als ze er zijn, dan is dat hun probleem. Ze kunnen er beter niet voor uitkomen.”

Het was een slip of the tongue van Cassano, die met zijn uitspraken een klein relletje veroorzaakte. Maar daar blijft het niet bij. Nu is het de beurt aan Francesco Totti, een andere ster uit de laars. Hij heeft, volgens een interview dat maandag verscheen, “respect voor homofobie”.

Niet alleen in Italië is de negatieve houding ten opzichte van homo’s een probleem. Voetbal blijft één van de sporten die grote moeite heeft met het doorbreken van taboes.

Homoseksualiteit is in de wereld die overloopt van de Victoriaanse elementen – hoewel doordrenkt van de ironie, denk bijvoorbeeld aan de term mandekken – één van de meest hardnekkig genegeerde taboes.

Statistisch gezien moeten er heel veel homoseksuele voetballers rondlopen, maar er zijn er slechts enkelen, uitzonderingen, die daadwerkelijk ervoor uitkomen. Nobodies, meestal, omdat ze weten dat het hun carrière kan kosten.

Het is veelzeggend dat de eerste prof die uit de kast kwam, de Engelsman Justin Fashanu van West Ham United, na zijn bekentenis nergens meer aan de bak kwam en een aantal jaren later, na een valse beschuldiging, zelfmoord pleegde.

In Nederland kennen we alleen scheidsrechters die een voorkeur hadden voor hetzelfde geslacht. Ignace van Swieten en Frans Derks, twee markante leidsmannen uit de 20e eeuw. In het bijzonder is er het voorbeeld van scheidsrechter John Blankenstein. In 1992 kopte de Engelse Daily Mirror voor de wedstrijd Engeland – Denemarken: “Tonight’s Ref is Gay” (De scheids van vanavond is homo). Blankenstein lachte om de opmerking. Hij werd door de UEFA de Champions League-finale van 1994 ontnomen vanwege zijn geaardheid. Blankenstein gaf geen krimp. Hij zette zich vele jaren in voor homorechtenorganisaties en het bespreekbaar maken van homoseksualiteit in de sport. Totdat hij in 2004 overleed aan een zeldzame nierziekte. Op de publieke omroep was dit voorjaar een indrukwekkende documentaire over het leven en de familie van Blankenstein.

Toch, ondanks de inzet van de ex-scheidsrechters, blijft het taboe in Nederland ook bestaan.

Er zijn veel, heel veel meer voetballers, die zich openlijk uitlaten als tegenstander van homofilie. Onder die vele tegenstanders zitten juist ook sterren zoals Totti en Cassano, spelers waar de jeugd tegen opkijkt.

In een tijd van acceptatie en emancipatie is dat eigenlijk een schande. Homofilie zou, ook in het voetbal, bespreekbaar moeten zijn. In plaats daarvan geven Cassano en Totti een verkeerd signaal af, terwijl de rest van de voetbalwereld angstvallig stil blijft.

Gelukkig zijn de recente signalen uit supporterskringen bemoedigend. Uit onderzoek van de Staffordshire universiteit in Engeland blijkt dat 80 % van de Engelse voetbalsupporters homoseksualiteit zouden accepteren, zolang de speler maar presteert. Waarom zijn veel profs dan zo bang om hun ware geaardheid te benoemen?

Ook gouvernementele organisaties houden de handen af van het hete hangijzer. Dat terwijl de FIFA en UEFA bakken met geld uitgeven aan respect-campagnes en anti-racisme spotjes. Ze koketteren in Lausanne liever met een aanvoerder die plichtmatig in de middencirkel een handgeschreven broddelwerkje van een opgevouwen papiertje aflezen. Homofilie staat erg laag op de agenda van het mondiale voetbal.

Wat het voetbal nodig heeft, is een grote ster die uit de schaduw stapt. Iemand die de ballen heeft om alles op het spel te zetten, om zo een sneeuwbaleffect te veroorzaken, en de acceptatie van homofilie ook in het voetbal te bewerkstelligen. Een type Navratilova. Een Gareth Thomas.

Alleen dan komt er een eind aan de constante stigmatisatie in deze tak van sport. De grote vraag is, waar vinden we zo iemand? De enige spelers van ‘naam’ die tot nu toe echt uit de kast kwamen zijn de eerdergenoemde Fashanu en de Franse ex-international Olivier Rouyer. Zelfs zij zijn geen hoogvliegers.

In de tussentijd maken de mindere goden van de voetbalwereld voorzichtig stapjes om homoseksuelen te faciliteren. Zo poseerde Olivier Giroud, de kersverse spits van Arsenal, in een homoblad.

Het zijn babystapjes, onder meer van de bondscoach van Italië, Cesare Prandelli,  en Inter-spits Diego Milito, die teniet gedaan worden door statements van sterren. Een groter geluid is nodig.

De zoektocht naar een voetbalhomo van naam duurt voort. Wie staat er op?

About Gino van Montfort

Gino is hoofdredacteur en mede-oprichter van Catenaccio. Hij is al van kinds af aan voor Feyenoord, maar laat in zijn artikelen vooral een merkwaardige interesse zien in clubs, spelers en verhalen uit Zuid-Amerika. Oh, en nu Feyenoord het wat minder doet, hoor je hem vooral over zijn andere grote liefde: Real Madrid. Volg Gino op Twitter | Meer artikelen van Gino