Van Marwijk heeft vast een excuus

Het was de zomer van 2008. Bij rust stond Oranje op een 1-0 voorsprong tegen vicewereldkampioen Frankrijk, maar de gelijkmaker hing in de lucht. Veel coaches zouden extra defensieve zekerheid inbouwen, maar de onnavolgbare bondscoach Marco van Basten deed het volstrekt tegenovergestelde. Vleugelaanvaller Arjen Robben verving controleur Orlando Engelaar en niet veel later kwam stilist Robin van Persie in het veld voor werkpaard Dirk Kuyt. Na deze meesterzetten kwam Nederland weer aan voetballen toe en tikte de Fransen met 4-1 van de mat.

Bert van Marwijk: Conservatief tot op het bot

Onze huidige bondscoach zou er niet aan moeten denken. Een extra aanvaller inbrengen, terwijl je met 1-0 voorstaat, is in zijn filosofie van de zotten. Als je op voorsprong staat, dan verdedig je die voorsprong. Het gaat erom dat ‘het goed staat’ en ‘de balans bewaakt wordt’, luidt het vaste adagium van de bondscoach.

Van dingen uitproberen houdt hij al helemaal niet. Van Marwijk wordt gillend gek als hij er alleen al aan denkt om te experimenteren. Zo sprak hij openlijk zijn twijfels uit of hij het wel aandurft om met Jetro Willems te beginnen tegen Denemarken. De jonge linksback manifesteert zich op een fantastische wijze, maar op het vertrouwen van de bondscoach hoeft hij niet te rekenen. Er kan namelijk van alles misgaan en dan gaan journalisten kritische vragen stellen. Daar heeft Van Marwijk een hekel aan.

Van Marwijk houdt liever alles bij het oude. Conservatiever dan hij vind je ze niet. Van Marwijk interpreteert de stelling ‘never change a winning team’ wel heel erg letterlijk. Het zou me niets verbazen als de bondscoach meerdere malen bij Giovanni van Bronckhorst heeft gesmeekt deze zomer zijn carrière te hervatten, zodat hij met exact hetzelfde elftal als in 2010 had kunnen spelen.

Het gevolg van het conservatisme van Bert van Marwijk is dat de prestatiecultuur bij het Nederlands elftal helemaal aan het wegvallen is. Als een speler die een seizoen lang uit alle hoeken en standen het net wist te vinden, geen eerlijke kans krijgt om een basisplaats te veroveren, dan is het einde zoek. Voor bankzitters is deze uitzichtloosheid desastreus.

De grootste problemen zitten echter bij de basisploeg. Daar krijgen spelers die het hele jaar zwaar onder de maat gespeeld hebben het onvoorwaardelijke vertrouwen van de bondscoach. Er is geen concurrentie en geen strijd. In feite zitten spelers als Sneijder bij Oranje in een monopoliepositie en iedere econoom kan uitleggen wat daar de gevolgen van zijn: de kwaliteit gaat omlaag, maar de prijs wordt hoger. In het voetbal: Een hele grote bek en te beroerd zijn om te werken, maar voetballend vrijwel niets bijdragen.

In topsport maken details het verschil en daarin faalt Nederland hopeloos. Om te kunnen winnen, moet je het uiterste van jezelf en je team eisen. Goed is niet goed genoeg. Zelfgenoegzaamheid is daarom een doodzonde. Dit Oranje is een broeinest van zelfgenoegzaamheid. Dat blijkt alleen al uit de arrogantie waarmee ze vragen vanuit de media beantwoorden. Doorsnee antwoorden: “Het is toch nooit goed” en “ik heb geen zin die discussie nu te voeren.”

Nederland stikt van de individuele klasse, maar met een aartsconservatieve coach ga je nooit prijzen winnen. Om aan de wereldtop te blijven, moet je blijven vernieuwen. De concurrentie staat namelijk nooit stil. Winnaars onderscheiden zich van de middelmaat door te blijven zoeken naar verbetering. Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus. Van Marwijk heeft deze zomer vast een goed excuus.

 

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter