Traditionele topdrie kruipt uit financieel drijfzand

Het was een vertrouwd beeld om aan het eind van het afgelopen seizoen Ajax, Feyenoord en PSV weer aan de top van de ranglijst te zien. De traditionele topdrie was daarmee na acht jaar weer in ere hersteld. De jaren daarvoor hebben ze er in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven echter een behoorlijke puinhoop van gemaakt, vooral op financieel gebied. Terwijl de concurrentie uit de provincie zich in sneltreinvaart ontwikkelde, belandden de traditionele topclubs in financieel drijfzand.

Dit seizoen lijkt er echter wat verbetering zichtbaar. Feyenoord zit niet meer in de risicogroep van de KNVB, terwijl Ajax en PSV zelfs in de veilige categorie drie zitten. Zo klimmen de topclubs voorzichtig uit het drijfzand, maar dat betekent niet dat ze er al uit zijn.

Catenaccio vergelijkt in dit artikel de jaarcijfers van Ajax, Feyenoord en PSV van de afgelopen zes seizoenen. Daarbij dient overigens aangetekend te worden dat de cijfers van het afgelopen seizoen (2011-2012) nog niet meegenomen zijn, aangezien die cijfers meestal pas rond oktober bekend worden gemaakt.

Resultaat

Allereerst gaan we kijken naar het operationele resultaat, aangezien dat een goede graadmeter is voor de financiële stabiliteit van een club. Hierin worden namelijk geen incidentele transferinkomsten meegerekend. Dergelijke inkomsten kunnen het boekjaar van een club aanzienlijke vertekenen.

Als we focussen op het operationele resultaat, dan zien we dat PSV aanvankelijk een straatlengte voorsprong had op de concurrentie uit Amsterdam en Rotterdam. In Eindhoven had men namelijk in die tijd een abonnement op de titel en daarmee op het spelen van Champions League. De verdeelsleutel van de Market Pool, van diezelfde competitie, was destijds ook zeer gunstig, waardoor PSV alleen al aan televisiegelden twintig miljoen euro per seizoen ving uit de Champions League. In het beste boekjaar (2007-2008) kwam daar ook nog de verkoop van een parkeerterrein bovenop.

Toen PSV zijn abonnement op de titel had laten verlopen, stortte het dan ook in een diepe financiële afgrond. PSV heeft een structureel operationeel tekort van vijf miljoen euro. Algemeen directeur Tiny Sanders probeert dit te veranderen, maar zonder Champions League blijft dat een lastig verhaal.

Daar kan Feyenoord over meepraten. Ook zij hadden een structureel tekort van rond de vijf miljoen euro. De club uit Rotterdam probeerde dit tekort te verhelpen door flink te investeren in de spelersgroep, om zo de Champions League te bereiken en van alle problemen verlost te zijn. Het tegenovergestelde gebeurde echter. Feyenoord ging sportief steeds minder presteren en de tekorten werden steeds groter.

Onder leiding van algemeen directeur Eric Gudde werd de afgelopen jaren flink gesaneerd. Hoogstwaarschijnlijk heeft Feyenoord het afgelopen seizoen het magische nultekort weten te bereiken. Sterker nog; de Stadionclub lijkt zwarte cijfers te gaan schrijven.

Ajax mocht in de jaargang 2010-2011 voor het eerst in vijf jaar op operationeel gebied zwarte cijfers laten noteren. Dit was in grote mate te danken aan het bereiken van de groepsfase van de Champions League. Aangezien het afgelopen seizoen en het komende seizoen eveneens Champions League gespeeld wordt, gaat Ajax waarschijnlijk drie jaar op rij operationeel een winst draaien.

In de jaren dat Ajax Europa League speelde was echter een structureel operationeel tekort van meer dan tien miljoen euro opgebouwd. De Godenzonen hebben zichzelf een veel te grote broek aangemeten. Het bereiken van de groepsfase van de Champions League maskeert deze problemen. Wanneer Ajax daardoor vergeet te saneren, komen de problemen na een minder sportief seizoen vanzelf weer aan de oppervlakte. De zon die Champions League heet, blijft niet eeuwig schijnen. Daar kan PSV de Amsterdammers alles over vertellen.

Aangezien transfers bij een voetbalclub toch een wezenlijk deel van het financiële plaatje uitmaken, kunnen we om deze incidentele  inkomsten en uitgaven in deze beschouwing niet heen. Voor de transferpolitiek van een club is het saldo vergoedingssommen (transferinkomsten – afschrijvingen op spelers) de perfecte graadmeter.

Daarin zien we dat Ajax het meest instabiel is. Het ene jaar valt het saldo enorm de goede kant uit, terwijl ditzelfde saldo het jaar daarop enorm in de min kan uitkomen. Dergelijke schommelingen zijn vaak het gevolg van een transferpolitiek die erop gebaseerd is geïncasseerd geld op de transfermarkt direct weer uit te geven. Het jaar waarin de transfers plaatsvinden houd je met deze politiek meestal een ruime plus over. De afschrijvingen worden echter uitgesmeerd over de gehele contractperiode van nieuwe aankopen, waardoor ieder jaar een grote transfer nodig is om de afschrijvingen te dekken.

Dankzij de transfers van Dirk Kuyt, Salomon Kalou en Royston Drenthe kon de aartsrivaal uit Rotterdam ook tweemaal een plus noteren. Hun vervangers waren echter behoorlijk op leeftijd en vertegenwoordigden geen transferwaarde, waardoor grote uitgaande transfers uitbleven. Vervolgens was het geld op, waardoor Feyenoord zich moest behelpen met huurspelers en goedkope, transfervrije aankopen. Daarop valt echter ook geen cent te verdienen.

De jeugdopleiding bood gelukkig uitkomst. Een groep talentvolle spelers brak door en zij vertegenwoordigden wel een aanzienlijke transferwaarde. Bovendien staan jeugdspelers niet op de balans, waardoor iedere euro die je voor een jeugdspeler pakt direct winst is. Afgelopen seizoen wist Feyenoord daardoor op de transfermarkt weer geld te verdienen voor Leroy Fer, Georgino Wijnaldum en Luc Castaignos. Hierdoor heeft Feyenoord het saldo vergoedingssommen richting de plus weten te trekken.

Bij PSV is dat niet het geval. Het afgelopen boekjaar werd waarschijnlijk een voorzichtige plus geboekt dankzij de verkoop van Balàsz Dzudzsak. Dat geld werd echter direct weer in nieuwe spelers gestoken, waardoor PSV dit seizoen opnieuw een grote transfer nodig heeft om het saldo vergoedingssommen richting nul te brengen.

De jaarlijkse afschrijvingen waren al vijftien miljoen euro en met de nieuwe investeringen gaat dit bedrag richting de twintig miljoen. Dit moet PSV terugverdienen met de verkoop van spelers, maar het ziet er niet naar uit dat de club uit Eindhoven dit seizoen zoveel geld gaat vangen op de transfermarkt. Slechts Ola Toivonen staat namelijk nadrukkelijk op de nominatie om te vertrekken.

Als Marcel Brands er niet in slaagt om een grote uitgaande transfer te bewerkstelligen, moet PSV een operationele winst van minimaal tien miljoen euro halen, om het bedrijfsresultaat rond het nulpunt te laten uitkomen. Aangezien PSV zonder Champions League een operationeel tekort heeft van vijf miljoen, dreigt een tekort van minimaal vijftien miljoen in het komende boekjaar.

PSV is daarmee een koorddanser boven financiële afgrond. Met Dick Advocaat en Mark van Bommel heeft het gelukkig twee ervaren krachten in huis gehaald, die weten wat er nodig is om de broodnodige landstitel (en daarmee het spelen van Champions League) binnen te halen.

Over de gehele periode is Ajax de enige club die winst wist te maken op transfers. Per seizoen is deze plus echter ook zeer minimaal. De plus heeft Ajax in grote mate te danken aan de jeugdopleiding, die enkele pareltjes wist af te leveren, die veel geld opbrachten. Feyenoord heeft ook ontdekt dat de jeugdopleiding in financieel opzicht de kip met de gouden eieren is.

PSV is ondertussen overgestapt op een transferpolitiek die gericht is op het jong kopen van talenten, die zich vervolgens in Eindhoven kunnen ontwikkelen en met winst doorverkocht worden. De clubs die een dergelijke filosofie in Europa met succes tot uitvoering brengen, zijn op de vingers van één hand te tellen. Lukt het wel, dan gaat dit vaak ten koste van het resultaat. Vraag dat maar aan Arsène Wenger.

Het operationele resultaat en het resultaat op de vergoedingssommen leidt uiteindelijk (na de belasting) tot het bedrijfsresultaat na belasting. De nettowinst of het nettoverlies, dus.

Voor Ajax ziet dat er niet erg rooskleurig uit. Over vier van de zes seizoenen werd verlies gemaakt. De grootste klappen vielen in het seizoen 2009-2010 toen onder algemeen directeur Rik van den Boog een megaverlies van bijna 23 miljoen euro genoteerd moest worden. Een jaar later werd er alweer winst gemaakt, al was dat in grote mate te danken aan het spelen van Champions League.

PSV wist in de eerste vier seizoenen mooie winsten te boeken, maar de laatste twee seizoenen is het droefheid troef. Er worden enorme verliezen geleden, waardoor de club moest interen op het toch al beperkte eigen vermogen. Een hulpactie van gemeente, hoofdsponsor en achterland wist de club in de zomer van 2011 nieuw leven in te plaatsen, maar daarmee zijn de problemen natuurlijk nog niet opgelost.

Champions League kan in dat geval uitkomst bieden. Daar weet Ajax alles van, maar ook in de twee komende boekjaren (2011-2012 en 2012-2013) hoeft PSV niet op de inkomsten uit de Champions League te rekenen. Er zit dus niets anders op dan de begroting sluitend te maken voor de Europa League. Daar werkt Tiny Sanders hard aan, maar gezien het feit dat de bereidheid om flink te saneren in de selectie ontbreekt, zal dit waarschijnlijk niet lukken in de komende boekjaren.

Bij Feyenoord is het grootste onheil achter de rug. Twee jaar op rij moesten er vanwege een dure selectie en slechte prestaties enorme verliezen geboekt worden, maar de kentering is ingezet. In het laatste boekjaar was het verlies al aanzienlijk minder groot en het komende boekjaar worden waarschijnlijk voor het eerst sinds tijden zwarte cijfers geschreven in het jaarverslag.

Omzet

Ajax is momenteel de club met verreweg de hoogste omzet van Nederland. Het afgelopen seizoen tikten de Amsterdammers bijna de magische grens van honderd miljoen euro aan. Vooral op commercieel gebied heeft Ajax een enorme voorsprong op de concurrentie. Dit is in grote mate te danken aan de lucratieve sponsordeals met Aegon en Adidas, die vanaf het seizoen 2008-2009 in gingen.

Daar kwam het afgelopen seizoen nog eens het spelen van Champions League bovenop, wat de inkomsten uit zowel stadion als media behoorlijk deed toenemen. Bovendien ontving Ajax ook nog eens bonussen van de sponsoren, vanwege het behalen van de landstitel. Een enorme omzetstijging was het gevolg.

Dit maskeert echter een enorm gebrek aan commercieel initiatief bij Ajax. De reguliere inkomsten stijgen sinds de megadeals met Aegon en Adidas, nog afgesloten door Maarten Fontein, nauwelijks meer. De trouwe supporters worden als melkkoe gebruikt en moeten voor Europese wedstrijden een vermogen neerleggen, wat in het seizoen 2010-2011 resulteerde in een stijging van stadioninkomsten. Een passe-partout voor drie wedstrijden in de Champions League kostte in dit seizoen in de meeste gevallen ongeveer de helft van een seizoenskaart. Als een supporter 280 euro kwijt was voor zijn seizoenskaart, moest hij 137 euro neertellen voor drie potjes in Europa.

Als Ajax naar de Europese top wil, en dat willen ze, dan moet het de omzet minimaal opschroeven tot 150 miljoen euro. Waarschijnlijk is zelfs een verdubbeling van de omzet hiervoor nodig, aangezien de concurrentie in Europa niet stil zit en wel structureel weet te groeien. Dat gaat met het huidige directieteam echter zeker niet gebeuren.

De verdeling van de inkomsten over de verschillende posten geven een goed beeld van de ontwikkeling van de omzet bij Ajax. De hoge inkomsten uit media in 2005-2006 en 2010-2011 zijn te danken aan het bereiken van de Champions League. Verder zijn de inkomsten redelijk stabiel, op de stijging aan commerciële inkomsten na, die onder leiding van Fontein bewerkstelligd werd.

Wil Ajax verder groeien, dan moet het op zijn minst proberen in het buitenland zijn eigen mediarechten te verkopen en het zieltogende Ajax TV een flinke opknapbeurt geven. In de stadioninkomsten zitten geen rek zolang Ajax blijft spelen in de Amsterdam Arena, die niet van Ajax is.

De grootste slag moet gemaakt worden op commercieel gebied. Dat dit kan, wordt aangetoond door de megadeals met Aegon en Adidas, waarmee Ajax destijds tot de Europese kopgroep op het gebied van shirtsponsoring behoorde.

Feyenoord is weinig gulzig met het geven van informatie over de omzet. In de boekjaren 2005-2006 en 2006-2007 wordt er helemaal niets gemeld over de opbouw van omzet, terwijl je in de jaren daarop de omzet zelf bij elkaar mocht puzzelen.

Het is vervelend dat Feyenoord de business-seats onder het kopje commercieel plaatst, terwijl die normaliter onder stadioninkomsten ondergebracht worden. Dat verklaart direct de enorme inkomsten van Feyenoord uit commerciële activiteiten. Dankzij verbeterde sponsordeals wist Feyenoord in het seizoen 2008-2009 overigens wel een omzetstijging op commercieel gebied te bewerkstelligen. Deze stijging is, zeker in vergelijking tot de clubs in de provincie (en Ajax in dat seizoen), echter marginaal te noemen.

Vanwege de mindere sportieve prestaties is het lastig voor de Stadionclub om een omzetstijging te bewerkstelligen. Feyenoord zat in een negatieve vicieuze cirkel. Minder geld leidde tot mindere prestaties. Mindere prestaties leidde weer tot minder aandacht van supporters en sponsoren. Dat leidde weer tot mindere prestaties. Zo leek het oneindig door te kunnen gaan. De hondstrouwe fans werden in de afgelopen jaren flink op de proef gesteld door deze vicieuze cirkel.

Onder leiding van Ronald Koeman wist Feyenoord in het afgelopen seizoen deze cirkel op sportief gebied te doorbreken. Daardoor is er weer een stijging van de omzet mogelijk. Nu de Champions League lonkt en er een sfeer van euforie rondom De Kuip hangt, mag de Feyenoord-directie laten zien wat ze op commercieel gebied waard zijn.

Een marktonderzoekuit begin juni onder Nederlandse respondenten leidde al tot de conclusie dat Feyenoord binnen Nederland als merk geen enkele ander sportclub voor zich hoeft te dulden. Het imago van Ajax liep door de interne machtsstrijd een deukje op, terwijl rond Feyenoord juist een zeer optimistische stemming hangt.

Afgelopen week was er in elk geval een eerste succes te noteren. De Vrienden van Feyenoord hebben namelijk dertig miljoen bijeen weten te krijgen, waarmee Feyenoord weer wat broodnodig vlees om de botten kan krijgen.

Net als bij Ajax ligt er voor Feyenoord op het gebied van media een enorm groeigebied open. Het eerste stapje in de goede richting werd afgelopen week gezet, toen de website van de Stadionclub in het Engels werd vertaald. Om daadwerkelijk meer inkomsten uit media te halen, is er echter meer inzet nodig.

Op het gebied van stadioninkomsten valt er in de oude Kuip weinig progressie te boeken. Feyenoord kijkt dan ook nadrukkelijk na de optie om een nieuw stadion te bouwen, wat een aanzienlijke inkomstenstijging zou opleveren. Als Feyenoord de groepsfase van een Europees toernooi bereikt, levert dat ook direct enkele miljoenen aan kaartverkoop op. Wanneer de Champions League-groepsronde bereikt wordt, wat dit seizoen een utopie lijkt, liggen er ook nog lucratieve bonussen in het vooruitzicht.

Op commercieel gebied ligt er voor Feyenoord een interessante periode voor de boeg. Na dit seizoen loopt het contract met hoofdsponsor ASR namelijk af. ASR heeft reeds aangegeven een verlenging van het sponsorcontract niet te zien zitten, dus het is de taak aan Feyenoord om een sponsor te vinden, die aansluit bij het karakter van de club. ASR betaalt Feyenoord momenteel jaarlijks een bedrag tussen de vijf en zes miljoen euro.

Een mooie taak voor commercieel directeur Mark Koevermans, die tot nu toe geen grote sponsordeals wist af te sluiten. Als hij verstandig is, profiteert hij nu van de positieve sfeer rond Feyenoord om een topcontract af te sluiten. De garantie dat het komende seizoen opnieuw zo’n groot succes wordt, is moeilijk af te geven. Nu ligt er een grote kans en Feyenoord doet er goed aan die kans met beide handen aan te grijpen.

Proactief zijn is het devies. Een afwachtende houding kan funest zijn voor de sponsordeal. Hoe langer je wacht met het afsluiten van een contract, hoe lastiger het wordt een goede sponsor te vinden. Als Feyenoord niet oppast, speelt het volgend seizoen voor een habbekrats met Simpel.nl op het shirt. Dat zou doodzonde zijn.

Ten opzichte van Ajax en Feyenoord heeft PSV een heel groot voordeel: ze hebben het stadion in eigen beheer. Hierdoor halen ze ondanks een kleinere aanhang en een kleiner stadion ongeveer evenveel geld op als Ajax. Feyenoord laten ze zelfs ruim achter zich. Daarmee heeft PSV een stevig fundament onder de omzet.

De inkomsten uit media waren in de jaren dat PSV uitkwam in de Champions League enorm. Daar kwam ook nog eens de lucratieve deal met Talpa bij. Toen dit allebei wegviel, daalden de inkomsten uit deze bronnen in drie jaar tijd met meer dan dertig miljoen. Dat was voor de club uit de Lichtstad een hele forse klap.

In 2007-2008 wist PSV ook nog eens extra overige inkomsten binnen te harken met de verkoop van het parkeerterrein, wat een financiële meevaller van circa elf miljoen euro opleverde.

Toch is PSV er ten opzichte van vijf jaar geleden flink op achteruit gegaan. De omzet is bijna gehalveerd, vooral door de daling in media-inkomsten. Op commercieel gebied wist de Eindhovense voetbalvereniging ook geen vooruitgang te boeken. Er was zelfs een negatieve tendens zichtbaar. PSV zit muurvast aan hoofdsponsor Philips, die in vergelijking tot Aegon een schijntje betaalt voor de shirtsponsoring. Voor Nike geldt in feite hetzelfde, waardoor de Red White Army op commercieel gebied stil staat, terwijl het op alle andere terreinen razendsnel achteruit holt.

Uit de opbouw van de omzet blijkt nogmaals hoe afhankelijk PSV is geweest van het spelen van Champions League. In 2006-2007 bedroegen de inkomsten uit media nog 44% van de totale omzet. Vier jaar later was daar nog een schamele veertien procent van over.

Het Philips Stadion is voor PSV de ideale reddingsboei. Ze doen er goed  aan om die boei met beide handen vast te pakken. In Duitsland weten clubs op zeer effectieve wijze munt te slaan uit hun stadion en daar kan PSV een voorbeeld aan nemen. Met een paar gerichte investeringen in het stadion, kunnen de inkomsten daaruit enorm toenemen.

Wanneer PSV daar successen in Europees en bekervoetbal aan toevoegt, lijkt het reëel de inkomstenstroom uit het stadion tot ruim boven de dertig miljoen euro per jaar op te voeren. Dat vraagt echter wel om creatief, proactief handelen. Als je niet vernieuwt, dan moet je er niet vanuit gaan dat je inkomsten vanuit het niets de lucht in gaan schieten.

Op commercieel gebied heeft PSV een goede slag geslagen door het sponsorcontract met Philips op te hogen. Dat gebeurde rondom de reddingsactie die vorig jaar zomer werd opgezet om PSV financieel weer op de rails te zetten. Daar werd ook het achterland actief bij ingeschakeld, wat een goed teken is. Dat PSV zelfs overstag ging om shirtsponsoring op de rug te accepteren, toont de commerciële ambitie die leeft in Eindhoven.

Nu de andere clubs uit Brabant in een behoorlijke dip zitten, ligt er voor PSV een unieke mogelijkheid om het achterland optimaal te benutten. Voorheen moest de club uit Eindhoven in het achterland concurreren met een heel aantal andere Brabantse clubs. Dat is nu veel minder het geval. Hierdoor is het mogelijk om veel nieuwe sponsoren te strikken.

FC Twente wist veel geld uit het achterland te halen, met een businessmodel dat zich voornamelijk richtte op kleine sponsoren. Liever veel kleine sponsoren dan een paar grote sponsoren, redeneerden de Tukkers. Door deze filosofie wisten ze ook de kleinere ondernemers uit hun achterland te betrekken bij de club. Aangezien het achterland van PSV redelijk vergelijkbaar is met dat van FC Twente, zouden ze er goed aan doen het model van Twente zeer nauwkeurig te bestuderen.

Uitgaven

Voor een voetbalclub zijn de salarissen (van zowel personeel als de voetballers) de grootste kostenpost. Wil je als club niet structureel meer uitgeven dan er binnenkomt, dan is dit de post die je zeer nauwgezet in de gaten moet houden.

Dat is in Amsterdam niet of nauwelijks gebeurd. Men leefde blijkbaar in de veronderstelling dat de bomen tot in de hemel groeiden. Spelers, technische staf en directie steken absurde salarissen in hun zak. Uit angst om de boot te missen, telde Ajax keer op keer de hoofdprijs neer.

In het seizoen 2007-2008 namen de salarissen in Amsterdam een eerste vlucht, toen er in één jaar maar liefst twaalf spelers werden aangetrokken. Ondanks het Rapport Coronel dat in diezelfde periode uitkwam, deed Ajax er in de zomer van 2008 nog eens een schepje bovenop. Toen zelfs dat geen titel opleverde, leverde de directie zich uit aan Martin Jol en Mino Raiola, die hun hele persoonlijke stal in de Amsterdam Arena onderbrachten.

Zo bleven de salarissen onveranderd stijgen, terwijl de prestaties op het veld niet aantoonbaar verbeterden. De kentering lijkt echter ingezet. Deze zomer verdwenen enkele grootverdieners van de loonlijst, terwijl er geen dure vervangers werden ingekocht. Daarmee lijkt de salarispost eindelijk weer een beetje in normale proporties terug te keren.

Op het gebied van salarissen doen ze het bij PSV een stuk rustiger aan. Je kunt in Eindhoven goed verdienen, maar voor krankzinnige salarissen moet je als speler ergens anders aankloppen. Ook de huishouding rondom de ploeg verdient geen absurde salarissen, zoals in Amsterdam. De salarispost is in Eindhoven al jarenlang een bron van stabiliteit.

Bij Feyenoord ging de salarispost de lucht in toen een groep ervaren spelers de Kuip werd ingeloodst. De bedoeling was met hen het eeuwfeest extra gestalte te geven met sportieve prestaties, maar die bleven uit. De salarissen van de gearriveerde spelers moesten echter wel overgemaakt worden. Geld dat niet altijd aanwezig was overigens. Feyenoord trof met enkele spelers regelingen om het salaris pas later te betalen.

Het toont de ongezonde staat van het salarishuis van Feyenoord. De sanering die in het laatste boekjaar plaatsvond, was dan ook broodnodig. Sterker nog; om financieel echt stabiel te zijn, zullen de salarissen misschien nog wel wat verder naar beneden moeten.

Absolute salarissen zonder context zeggen echter weinig, dus is het beter om uit te gaan van het personeelskostenratio. Daarin wordt de totale salarispost als percentage van de omzet genomen. De KNVB hanteert hierbij de grens van zestig procent. Als je daarboven zit, wordt dat als ongezond beoordeeld.

Ajax zat daar, gezien de waanzinnige stijging van de salarissen, natuurlijk ruimschoots boven de afgelopen jaren. Het afgelopen jaar wist Ajax dankzij het bereiken van de Champions League en de daarmee gepaarde hogere omzet het personeelskostenratio terug te brengen tot een gezond percentage. Dat is voor de Amsterdammers nog geen reden om te juichen, aangezien de salarispost zelf nog steeds toeneemt.

PSV was op dit gebied jarenlang het braafste jongetje van de klas, maar de laatste jaren zijn ook zij door de barrière van de zestig procent gegaan. Niet, zoals bij Ajax, door een enorme toename van de salarispost, maar door een enorme daling van de omzet.

PSV betaalt aan deze groep spelers, die al een paar jaar falen in de Eredivisie, ongeveer evenveel geld als het elftal dat de halve finale van de Champions League bereikte. Die discrepantie is terug te zien in het personeelskostenratio. PSV geeft weliswaar niet meer uit dan voorheen, maar als je teveel betaalt voor middelmaat, dan loop je ook vroeg of laat tegen de lamp.

Bij Feyenoord was de salarispost structureel te hoog in de afgelopen jaren. In het seizoen 2010-2011 wisten ze echter wel de barrière van de zestig procent te doorbreken. In de goede richting, wel te verstaan. De sanering is dus ingezet en daarvoor verdient het bestuur een compliment. Feyenoord had zichzelf een veel te grote broek aangemeten. Dat kon iedereen zien, maar om daadwerkelijk het mes te zetten in de salarishuishouding is vaak een ander verhaal.

Feyenoord heeft dat wel gedaan en dat dit niet per definitie ten koste hoeft te gaan, toonde het afgelopen seizoen wel aan. Ze bereikten de voorronde van de Champions League. De club die meer dan het dubbele uitgeeft aan salarissen, Ajax, werd in eigen stadion verslagen. Feyenoord besteedt minder dan voorheen aan salarissen, maar heeft een beter elftal. Armoede bevordert creativiteit en daar heeft de Stadionclub optimaal gebruik van gemaakt.

Wanneer we ook de afschrijvingen op spelers meerekenen, krijgen we pas echt een goed beeld van de financiële situatie van de traditionele topdrie. Deze spelerskosten (totale salarispost+afschrijvingen op spelers) worden vervolgens gedeeld door de reguliere omzet (dus transferinkomsten niet meegerekend), om een goed beeld te krijgen van de huishouding van de verschillende clubs.

Kijkend naar de bizarre cijfers van Ajax valt er bijna niets anders te concluderen dan dat de club geleid is door een suïcidaal directieteam. De club werd in sneltreinvaart naar de financiële afgrond gebracht. Dat begon in feite met het Rapport Coronel, wat de gehele leiding van Ajax de kop kostte. Uri Coronel nam het roer over en liet zich daarbij ondersteunen door Henri van der Aat en Jeroen Slop in de directie.

Zij schreven over het succesvolle boekjaar 2007-2008 miljoenen extra af op spelers, in wie de nieuwe leiding het niet meer zag zitten. Meest waanzinnige voorbeeld is Kenneth Perez. Nadat hij een halfjaar eerder was teruggehaald, werd hij in de zomer van 2008 doodleuk afgedankt. Aangezien er geen interesse voor de speler was, besloot Ajax zijn doorlopende contract maar af te kopen.

Deze grote opruiming, in combinatie met de twaalf aankopen die in het seizoen daarvoor waren gedaan, leidde ertoe dat Ajax over het boekjaar 2007-2008 een waanzinnige 110% van de omzet uitgaf aan spelerskosten. Een kind kan begrijpen dat zoiets absoluut niet kan.

Zo niet de Ajax-directie, bestaande uit Rik van den Boog, Henri van der Aat en Jeroen Slop. Ze gebruikten Ajax als een casino. Eerst gaven ze Marco van Basten een vrijbrief om meer dan dertig miljoen over de balk te smijten, om vervolgens de sleutels van de club uit handen te geven aan Mino Raiola en Martin Jol. In 2009-2010 bereikte het wanbeleid een hoogtepunt. Een verlies van bijna 23 miljoen werd genoteerd. Maar liefst 99 procent van de omzet ging richting spelerskosten.

Zelfs met de enorme inkomsten van de Champions League, zitten de spelerskosten nog steeds niet op een gezond niveau van de omzet. Ajax kan er maar beter niet aan denken wat er met de club was gebeurd, als Johan Cruijff niet in Barcelona aan de noodrem had getrokken. Overigens zitten twee van de drie verantwoordelijken voor dit kamikazebeleid nog steeds veilig op hun pluche.

De broertjes Van der Kerkhof roepen ook wel eens wat over PSV, maar om het financiële wanbeleid te stoppen, kunnen de fans beter hun hoop vestigen op de directie. De laatste twee seizoenen werd er respectievelijk 93 en 86 procent van de reguliere omzet verspild aan spelerskosten. Resultaat? Een vierde en een derde plaats in de Eredivisie

Daarmee is eigenlijk alles gezegd. PSV is financieel totaal uit balans en de kosten aan de selectie lopen de spuigaten uit. Hard saneren op spelerskosten is noodzakelijk om het schip op financieel gebied vlot te trekken. Een nultekort gaat je niet lukken, als je bijna negentig procent van je omzet spendeert aan spelerskosten.

Dat een directie met deze cijfers in het achterhoofd bedenkt om in de zomerstop circa 27 miljoen te investeren, is hoogst opmerkelijk te noemen. Als je een seizoen later met Luciano Narsingh en Przemyslaw Tyton een dikke zes miljoen uitgeeft aan transfers en daarbij ook nog Dick Advocaat en Mark van Bommel binnenhaalt voor een aanzienlijk salaris, lijkt het een utopie om de spelerskosten terug te brengen.

Je legt je lot daarmee in de handen van buitenlandse clubs, die met waanzinnige transfersommen voor de PSV-spelers dit transfersysteem overeind kunnen houden. Nu Financial Fair Play steeds dichterbij komt, zal de transfermarkt echter niet meer opbrengen wat het voorheen deed. De spelersmarkt zal niet volledig instorten, maar je kunt wel rekenen op iets meer realiteitszin.

De andere optie is het halen van de Champions League. Met de huidige selectie moet het raar lopen als je jezelf niet minimaal plaatst voor de voorronde van het kampioenenbal, maar er zijn in het verleden veel gekkere dingen gebeurd in de voetbalwereld.

Als PSV-supporter wil je niet eens denken aan de derde optie. Dat gebeurt dan ook weinig. Er is veel vertrouwen in de directie, maar als je naar de cijfers kijkt, dan kun je jezelf afvragen waar dat vertrouwen op gebaseerd is.

Bij Feyenoord liep het al net zo uit de klauwen. Structureel gaf de Stadionclub rond de 85% van de reguliere omzet uit aan spelerskosten. De top lag in 2008-2009 bij de 92%. Hiervoor draagt Peter Bosz, die van 2006 tot 2009 technisch manager was, veel verantwoordelijkheid. Hij haalde de peperdure oudere garde binnen in de zomer van 2007.

De problemen waren er echter voor die tijd al. De droevige erfenis van Mark Wotte, die vele miljoenen door de Rotterdamse wc spoelde. Bovendien kwam er in zijn tijd ook nog geld binnen voor transfers. Helaas maakte ook Bosz de denkfout dat je dit geld dan ook wel weer kunt uitgeven. Er komt namelijk altijd een zomer waarin de miljoenen niet meer binnenstromen. Zeker als je gaat werken met een oudere selectie. Op dat moment zijn de afschrijvingen niet meer op te hoesten.

Na hem wist Leo Beenhakker samen met Mario Been het tij echter ook niet bepaald te keren. Het werd zelfs alleen maar erger. Ze wilden dolgraag de sanering combineren met sportieve prestaties, maar dat leidde ertoe dat ze slechts gingen investeren in middelmaat. De kosten namen toe, maar de kwaliteit niet. Pas toen de jeugd de kans kreeg, kwamen er voorzichtig zonnestralen door.

Het bleek dus erg lastig om dit percentage omlaag te brengen, maar in het seizoen 2010-2011 is dat eindelijk gelukt. Feyenoord geeft nu nog 68 procent uit aan spelerskosten. Dat is nog steeds wat aan de hoge kant, maar het is wel acceptabel. Inmiddels is Feyenoord op dat gebied zelfs de meest gezonde van de traditionele topclubs.  Daarmee gloort er ook eindelijk weer wat sportief succes aan de horizon. Als PSV en Ajax doorzetten met hun zeer expensieve transferpolitiek, dan komen er kansen voor Feyenoord om weer aan te haken.

Bij de overige kosten (samengevat onder de noemer exploitatiekosten) houden ze bij Ajax en PSV natuurlijk ook niet de hand op de knip. Ajax spant wat dat betreft opnieuw de kroon. Van 2005 tot 2008 bleven de exploitatiekosten stabiel, maar onder de suïcidale directie van Van den Boog gingen de kosten met meer dan veertig procent de lucht in. Bij PSV stegen diezelfde kosten met 33%.

Feyenoord is opnieuw het lichtend voorbeeld voor hoe het ook kan. In eerste instantie namen ook bij Feyenoord de exploitatiekosten toe, maar ze wisten deze kosten ook weer omlaag te brengen met bijna vijf miljoen. Hierdoor is de totale stijging beperkt gebleven tot acht procent.

Activa

Alweer die vermaledijde vergoedingssommen? Tja, we kunnen er in dit verband vrij lastig omheen. Uit deze post blijkt namelijk voor hoeveel de spelers van de verschillende clubs op de balans staan. Dit wordt heel simpel berekend. Je neemt het aankoopbedrag en smeert dat uit over het aantal contractjaren.

Neem bijvoorbeeld Jeremain Lens. PSV kocht hem in de zomer van 2010 voor een bedrag rond de zes miljoen. Hij tekende een contract voor vijf jaar, dus ieder jaar wordt er 1,2 miljoen euro op hem afgeschreven. Nu, twee seizoenen later, staat hij dus nog voor 3,6 miljoen op de balans van PSV.

Ajax staat opnieuw bovenaan, wat betekent dat ze het meeste geld neerleggen voor transfersommen. Jeugdspelers mogen immers niet op de balans staan. De post ging enorm de lucht in toen Ajax in de zomer van 2008 meer dan dertig miljoen euro op de transfermarkt uitgaf.

Bij Feyenoord nam de post een enorme vlucht in de dramatische zomer van 2007, waarin Kevin Hofland, Tim de Cler, Roy Makaay, Chun-Soo Lee en Giovani van Bronckhorst naar Rotterdam werden gehaald. Een halfjaar later volgde ook nog Danny Landzaat. In de zomer van 2008 werd er nog een aanzienlijke transfersom betaald voor Karim El Ahmadi. Een jaar later volgde Sekou Cissé. De laatste grote aankoop van Feyenoord, dat ook deze post omlaag wist te brengen.

Datzelfde gold voor PSV, maar door de aankopen in zomer van 2011 zal deze post toch weer de lucht in gaan vliegen. Dat gebeurde eerder al eens in de zomer van 2007. Destijds was er een hele leegloop bij het succesvolle PSV. De vervangers waren bijna even duur, maar kwalitatief een stuk minder. Vooral voor Danny Koevermans en Danko Lazovic legde de club uit Eindhoven veel te veel geld neer.

Een seizoen later betaalde PSV opnieuw veel geld voor middelmatige spelers, in de ijdele hoop om opnieuw de Champions League te bereiken. Daarna matigde PSV zijn uitgaven op de transfermarkt en werden er een aantal spelers van de hand gedaan, die voor veel geld op de balans stonden.

De absolute getallen zeggen echter opnieuw niet zoveel. Het is beter om de vergoedingssommen in een percentage van het balans totaal uit te drukken. De post vergoedingssommen is instabiel en wanneer deze post meer dan 35 procent van het balanstotaal uitmaakt, dan is je gehele balans tamelijk instabiel. Het gaat namelijk niet om de actuele waarde van je selectie (hoewel er soms vroegtijdig wordt afgeschreven), maar om de aankoopwaarde van je selectie minus de afschrijvingen die op het aankoopbedrag gedaan zijn.

PSV hoeft zich op dit punt geen zorgen te maken. Dat heeft het opnieuw te danken aan het stadion, dat voor vele miljoenen op de balans staat en waarop voorheen een langlopende hypotheek was afgesloten. Het stadion is in tegenstelling tot spelers waardevast en PSV heeft daarmee een stevig fundament om op te bouwen.

Dat geldt niet voor Ajax en Feyenoord. Bij Ajax zorgden de waanzinnige investeringen in 2008 en 2009 voor een onverantwoorde stijging van de balanspost. Bij Feyenoord ging het zelfs zo ver dat in 2008-2009 bijna de helft van de balans werd ingenomen door de selectie. Ondertussen werd dit ‘waardevolle’ elftal zesde in de Eredivisie. Ook op deze post is echter de kentering ingezet, doordat de hand in Rotterdam nu stevig op de knip wordt gehouden.

Voor een club zijn liquide middelen (geld in kas) van fundamenteel belang. Al heb je nog zo’n goede kredietpositie, als er geen liquide middelen aanwezig zijn, dan kun je geen rode cent uitgeven en heb je als club gewoon een probleem.

Bij Feyenoord is er al jarenlang geen geld in kas. Dankzij een aantal grote transfers ging het kassaldo enigszins de lucht in, maar inmiddels is het alweer wat naar beneden gegaan. Dankzij de verkoop van Karim El Ahmadi, Leroy Fer, Luc Castaignos, Ron Vlaar en Georgino Wijnaldum zal er bij Feyenoord eindelijk weer wat geld in kas zijn. Daarmee kan het zijn lopende kosten betalen en deze zomer werd er zelfs weer geld besteed op de transfermarkt.

Bij Ajax gaat de tendens de tegenovergestelde kant op. Ajax was lange tijd de ongekroonde koning van de liquide middelen, maar dat geld is zorgvuldig verdampt. Opnieuw zijn Rik van den Boog, Henri van der Aat en Jeroen Slop hiervoor verantwoordelijk. Het ging zelfs zover dat Ajax zijn trouwe sponsor ABN Amro moest smeken om hen krediet te verstrekken, omdat het anders niet aan zijn verplichtingen kon voldoen. Uiteindelijk bleek het krediet niet nodig, maar het tekent de situatie waarin Ajax beland was.

De supporters kunnen wel van Ajax verlangen dat ze deze zomer een grote transfer presenteren, maar de feitelijke situatie leert dat dit geld helemaal niet in kas is. De voorgaande zomer (2011-2012) werd namelijk opnieuw flink geïnvesteerd in transfers, wat de liquide middelen niet ten goede zal zijn gekomen.

Bij PSV is deze post ook alarmerend. In 2010-2011 wist het de post nog omhoog te krijgen, maar een pijnlijk boekjaar later, was er nog weinig van de liquide middelen over. Een stevige herstructurering in de zomer gaf PSV weer wat financiële armslag. Momenteel is PSV op het gebied van liquiditeit verreweg de sterkste club van Nederland. Het is dan ook niet verwonderlijk dat PSV op het gebied van transfersommen de concurrentie keer op keer kan aftroeven.

Ook hier moeten we niet de fout maken ons blind te staren op de absolute cijfers. Om de gezondheid van een club op het gebied van voldoen aan schuldeisers op de korte termijn te meten, is de Quick Ratio ((vlottende activa-voorraden)/(kort vreemd vermogen)) een makkelijke maatstaf. Wanneer dit kerncijfer boven de één zit, ben je veilig. Daaronder loop je het risico om op een bepaald moment niet aan je schulden te kunnen voldoen.

Feyenoord zit wat dat betreft in een kritische positie. Het is voor hen tamelijk lastig om het kort vreemd vermogen af te betalen met de vlottende activa. PSV was wat dat betreft een stuk gezonder, maar de Quick Ratio is daar enorm gekelderd. In 2007-2008 bedroeg die nog 0,8. Drie jaar later was daar niet eens meer de helft van over. Bij Ajax gebeurde hetzelfde. In 2007-2008 stond Ajax er heel erg goed op met een Quick Ratio van 1,49, maar drie jaar later was daar met 0,68 nog minder dan de helft van over. De stap naar ABN Amro toonde aan dat de problemen daadwerkelijk acuut waren in Amsterdam.

Passiva

Waar de liquiditeit een goede graadmeter is van de gezondheid van de onderneming op de korte termijn, is het eigen vermogen dat op de lange termijn. Hoe hoger het eigen vermogen, hoe meer bezittingen zijn gefinancierd met eigen middelen.

Op dit gebied heeft Ajax veel, zo niet alles, te danken aan de beursnotering, die bij de lancering een aanzienlijk eigen vermogen opleverde. Van den Boog, Van der Aat en Slop manifesteerden zich op dit gebied echter ook als een stel houtwormen. Ze tastten het houten fundament van de club van binnenuit aan en brachten het eigen vermogen terug tot onder de veertig miljoen euro.

PSV zat wat dit betreft juist in de lift. Onder Harry van Raaij groeiden de bomen bij PSV tot in de hemel, wat behalve goede prestaties op het veld ook een negatief eigen vermogen veroorzaakte. Jan Reker probeerde te saneren en door de verkoop van het parkeerterrein, wist PSV onder zijn leiding weer een positief eigen vermogen te krijgen. Doordat er twee boekjaren met een flink verlies werden afgesloten, was daar in de zomer van 2011 nog weinig van over. De fundamentele herstructurering die zomer kwam dan ook geen seconde te vroeg voor de club uit Eindhoven.

Bij Feyenoord is het eigen vermogen al jaren zeer negatief, maar daar probeert de club nu een einde aan te maken. De Vrienden van Feyenoord spelen daarin een grote rol. Zij hebben 49 procent van de aandelen van de club overgenomen, waardoor Feyenoord weer in staat werd gesteld om een eigen vermogen op te bouwen. Die kunstmatige ingreep alleen zou er echter niet voor zorgen dat Feyenoord zijn hoofd boven water kan houden.

Op het terrein van langlopende schulden had PSV lange tijd een grote voorsprong op Ajax en Feyenoord. Dit is in grote mate te wijten aan de hypotheek, die bij PSV op het stadion rustte. Dankzij de herstructurering in de zomer van 2011 is dit echter niet langer het geval, wat PSV in slechte tijden een flinke appel voor de dorst geeft.

Wanneer PSV financieel in de problemen komt, hoeft het namelijk niet eens direct het stadion te verkopen om extra vlees om de botten te krijgen. Ze kunnen namelijk in eerste instantie gewoon opnieuw een hypotheek afsluiten op het stadion, dat een stevig onderpand is. Mocht dat niet voldoende helpen, dan kan het stadion altijd nog van de hand gedaan worden. Aangezien de intrinsieke waarde van het stadion hoger is dan de boekwaarde, zal dit opnieuw een flinke financiële meevaller zijn.

Ajax heeft nauwelijks langlopende schulden. Dat is een groot voordeel, aangezien je dan niet zoveel hoeft af te lossen op jaarbasis. Geld dat je betaalt aan de rente en aflossing van langlopende schulden, belandt namelijk in een bodemloze put. Je bent het geld kwijt, maar je krijgt er niets voor terug waar je als club wijzer van wordt.

Bij Feyenoord namen de schulden aanvankelijk flink toe, maar het afgelopen boekjaar lukte het de Stadionclub om een aanzienlijk deel van de langlopende schuld af te lossen, waarmee Feyenoord de jaarlijkse vaste lasten omlaag brengt. Dit verschaft de Rotterdammers weer wat ademruimte.

Kortlopende schulden zijn een ander verhaal. Iedere club doet wel eens dingen op afbetaling (bijvoorbeeld transfers) en dat valt vervolgens onder de kortlopende schulden. Het is niet verwonderlijk dat deze post bij Ajax sinds het boekjaar 2007-2008 een enorme vlucht heeft genomen.

PSV wist aanvankelijk de kortlopende schulden omlaag te brengen, maar de stijging van de kortlopende schulden in het afgelopen jaar was zeer fors. Dit had in grote mate te maken met het omzetten van de langlopende leningen en de herstructurering van het gehele financiële plaatje. Dit neemt echter niet weg dat deze kleine 92 miljoen in het boekjaar 2011-2012 wel afgetikt moest worden. Voor een club met een reguliere omzet rond de zestig miljoen is dat een hele forse kostenpost.

Opnieuw dient de vraag gesteld worden of het met een kortlopende schuld van meer dan negentig miljoen (op een omzet van zestig miljoen) verstandig is om bijna dertig miljoen euro te spenderen aan transfers. De herstructurering bracht weliswaar weer wat geld in het laatje, maar of het verstandig is dit geld meteen te spenderen, dat is zeer de vraag.

Ook schulden zeggen als absoluut cijfer vrij weinig. Daarom is het verstandig de schulden af te zetten als een percentage van het balanstotaal.

Daarin valt direct de zeer penibele situatie van Feyenoord op. Normaal gesproken neem je het kerncijfer solvabiliteit om de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen te meten, maar Feyenoord heeft, hoe opmerkelijk ook, een negatieve solvabiliteit. Een kind kan begrijpen dat wanneer de opgetelde schulden 249 procent van je balanstotaal uitmaken, er een aanzienlijk probleem is. Het afgelopen boekjaar daalde dit cijfer tot onder de tweehonderd procent, maar daarmee ben je nog lang niet gezond.

Bij een normaal bedrijf gaat men ervan uit dat de schulden maximaal circa vijftig procent van het balanstotaal mogen uitmaken. Om het even in perspectief te zetten. Bij Ajax ging dit lange tijd goed, maar door het verdampen van het eigen vermogen, komt Ajax inmiddels ook in de kritieke zone.

Bij PSV ging dit percentage aanvankelijk de goede kant op, maar het afgelopen boekjaar lijkt er een kentering zichtbaar te zijn. De schulden maken namelijk een kleine negentig procent uit van het balanstotaal. Dat is geen aanbeveling, maar om daadwerkelijk een oordeel hierover te kunnen vormen, moeten we wachten op de jaarcijfers van 2011-2012, waaruit zal blijken hoe de herstructurering van de financiën op dit gebied heeft uitgepakt.

Conclusie

Als je kijkt naar deze cijfers, dan begrijp je pas echt hoe penibel de traditionele topdrie er op financieel gebied voor stond. Het boekjaar 2009-2010 vormde daarbij een absoluut dieptepunt. Ajax, Feyenoord en PSV moesten daarin allemaal flinke verliezen lijden en zagen overal de alarmlichten afgaan.

Bij Feyenoord werd er door de KNVB aan de noodrem getrokken, waardoor de club verplicht werd om een sanering door te voeren. Dit kostte echter flink wat tijd en het geduld van de hondstrouwe fans werd daarbij op de proef gesteld, doordat de sportieve prestaties ook achteruit holden.

De grootste ellende lijkt echter achter de rug. De lijn omhoog is omgezet en het lijkt erop dat Feyenoord eindelijk weer eens zwarte cijfers kan gaan schrijven. De Vrienden van Feyenoord zorgen er ook nog eens voor, dat het eigen vermogen weer hersteld kan worden. Dat de sportieve prestaties daarbij ook nog eens verbeteren, is een geschenk uit de hemel. Daardoor is het namelijk mogelijk de omzet aanzienlijk te gaan verhogen.

Feyenoord moet zich echter niet laten verleiden om, nu ze niet meer onder strikt toezicht van de KNVB staan, onverantwoorde uitgaven te gaan doen. De weg omhoog is ingezet, maar de top van de berg is nog lang niet bereikt. Als Feyenoord overmoedig wordt, kan het alsnog de diepe afgrond in storten.

Ajax werd van een financiële catastrofe gered door Cruijff, die vanuit Barcelona het structurele wanbeleid een halt toeriep. Hij zag op tijd dat zijn club richting de financiële afgrond gleed. Hij voerde een felle oppositie tegen het gevoerde beleid. Destijds waren er nog mensen die beweerden dat het allemaal best goed ging allemaal, maar dat valt met de kennis van nu lastig vol te houden. Mensen recht in hun gezicht vertellen dat ze er een klerezooi van maken, is misschien niet sympathiek, maar het was wel de keiharde waarheid.

Van de zijkant roepen hoe het beter kan, is één ding, maar de zaken ook daadwerkelijk verbeteren, is een tweede. Cruijff vindt dat zijn tijd geweest is en vindt het tijd voor een nieuwe generatie, die nu dankzij hem bij Ajax de touwtjes in handen heeft. De eerste transferperiode onder leiding van de nieuwe beleidsbepalers oogt tot nu toe bemoedigend. Ajax moet echter wel oppassen dat het niet doorslaat in extremisme. Met ieder seizoen één of twee gerichte diepte-investeringen in de selectie doen, is helemaal niets mis, namelijk. Zolang de transfersommen en salarissen maar verantwoord zijn.

Ajax wil namelijk naar de Europese top en dat gaat met zelf opgeleide spelers niet lukken. Je zult ook altijd wat spelers van buitenaf moeten halen, die de posities invullen, die niet vanuit de eigen jeugd worden opgepakt. Daarbij is het overigens essentieel dat juist de succesvolle jeugdspelers wat langer in Amsterdam blijven hangen. Als een speler niet tot zijn 21e, maar tot zijn 24e bij Ajax blijft, maakt dat al een aanzienlijk verschil.

Daartoe dient de club een tweesporenbeleid te volgen. Enerzijds moet de post afschrijvingen omlaag gebracht worden tot een peil waarop de club niet meer genoodzaakt is ieder jaar een grote uitgaande transfer te hebben. Tien miljoen lijkt hiervoor een reëel bedrag, maar daarvoor moet wel de post gehalveerd worden. Anderzijds moet de omzet opgekrikt worden, om meer financiële armslag te krijgen. Dat dit met de huidige directie gaat gebeuren, lijkt echter een utopie.

Bij Ajax en Feyenoord werd aan de noodrem getrokken, maar bij PSV maakte niemand zich druk tot de zomer van 2011. Toen bleken plots de problemen groter dan gedacht, maar Sanders wist een lucratieve deal te sluiten met de gemeente, sponsoren en achterland, waardoor problemen op de korte termijn afgewend werden.

Het grootste voordeel van de deal was dat PSV niet genoodzaakt werd te beknibbelen op sportieve ambities op de korte termijn. Toch zou je verwachten dat na dit huzarenstukje op de rand van de financiële afgrond, lessen geleerd zouden worden uit het recente verleden. Dat gebeurde echter slechts voor een deel. Op kantoor werd er flink bezuinigd en in het salarishuis werd een salarisplafond ingesteld.

Dat is echter niet voldoende om de uit de klauwen gelopen spelerskosten (86 procent van de omzet!) weer binnen de perken te krijgen. Zeker niet als je ook nog eens aanzienlijke investeringen in de spelersgroep doet. Die uitgaven werden voor een deel gedekt door transferinkomsten, maar dat dit niet alles zegt, weten ze bij Feyenoord als geen ander. Je afschrijvingen lopen namelijk nog een paar jaar door en de zekerheid dat in die jaren eveneens goed verdiend wordt op transfers, heb je nooit.

PSV probeert die problemen te tackelen door jonge spelers langlopende contracten aan te bieden. Daar valt veel voor te zeggen. Je kunt dan namelijk de afschrijvingen over een lange periode uitsmeren en wanneer de spelers goed presteren, kun je gezien het lange contract een aanzienlijke transfersom vangen. Blijven die prestaties achter, dan zit je echter met een probleem, waarvan de omvang momenteel nauwelijks te overzien valt.

Om zichzelf wat ademruimte te verschaffen om de begroting in orde te krijgen, zal het spelen van Champions League een geschenk uit de hemel zijn. Als PSV dit seizoen kampioen wordt en het jaar daarop Champions League speelt, dan kan de financiële malaise als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Lukt dit niet, dan zal er alsnog flink in het eigen vlees gesneden moeten worden. De pijnlijke beslissingen die in 2011 nog afgewend konden worden, moeten dan alsnog genomen worden. PSV is momenteel een gezonde club, maar ook een club met ernstige gezondheidsrisico’s. Het hartinfarct van 2011 is overleefd, maar als een nieuwe aanval volgt, voordat de defibrillator definitief is geïnstalleerd, is PSV alsnog ver van huis.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter