Topamateurs vervreemden zich van achterban

De KNVB heeft het dit jaar eindelijk voor elkaar gekregen de zogenoemde Topklasse tot stand te brengen. Deze competitie moet de brug gaan slaan tussen het profvoetbal in Nederland en de daaronder liggende amateurtak. De competitie is weliswaar een flink spektakel, maar er kleven ook zeker nadelen aan. Dat bewees Dijkse Boys dit seizoen al. De club hing volledig op één investeerder, net als bijvoorbeeld FC Lienden en toen de investeerder wegviel, stapten ze uit de competitie.

Om mee te kunnen met deze clubs, die niet meer zijn dan luchtkastelen van investeerders, en het gat naar het profvoetbal te dichten, trekken alle topamateurs massaal ex-profs aan. Deze kunnen op deze manier hun baan als voetballer combineren met een maatschappelijke carrière. Het deed zelfs de meer getalenteerde voetballers uit de Jupiler League overhalen de overstap naar de Topklasse te maken.

Of dit voor de clubs zelf wel zo’n positieve ontwikkeling is, valt nog te bezien. Goed voorbeeld in deze is hoofdklasser WHC uit Wezep. Op het moment dat bekend werd dat de Topklasse opgericht zou worden, toonde WHC direct al de ambitie hier deel vanuit te gaan maken. Op de ledenvergadering werd vervolgens besloten af te stappen van het buitenlander beleid. Dit hield in dat maximaal zes spelers van buiten de gemeente Oldebroek in de eerste selectie mochten zitten. Binnen een jaar stonden nog maar twee Oldebroekers in de basis. Of zij daar volgend jaar, bij een eventuele promotie naar de Topklasse, nog staan, is nog maar de vraag.

“Laten we vooropstellen dat we het liefst zoveel mogelijk Wezepers in ons elftal hebben”, stelt de voorzitter Henri van Beek. “Het bestuur loopt daarbij voorop, maar we willen ook zo hoog mogelijk spelen. Dat komt soms met elkaar in het gedrang. Daarom hebben we in de vereniging een tweesporenbeleid; topklasse halen en tegelijkertijd de jeugdopleiding verbeteren.” Dat de trainer van de Wezepers me niet te woord wilde staan, na ruggespraak met zijn voorzitter, zegt veel over de grote van het probleem.

Het verhaal van de voorzitter van WHC hebben we ook in de Eredivisie veelvuldig gehoord. Onlangs kwam hetzelfde verhaal nog boven bij Vitesse. De opleiding was van essentieel belang voor de nieuwe voorzitter, waarna binnen de kortste keren een vreemdelingenlegioen op de mat stond. Een ontwikkeling die sinds het Bosman-arrest het hele betaalde voetbal in Nederland heeft doordrongen.

Bij SC Heerenveen moet je de Friezen met een vergrootglas zoeken, VVV Venlo speelt liever met Japanners, dan met Limburgers, terwijl bij Telstar ondertussen ook de meest exotische namen op de mat verschijnen. Als het maar niet uit eigen jeugd komt, lijkt het motto te zijn bij vele clubs. Mede ingegeven door trainers, die bij hun komst vaak direct een blik nieuwe spelers opentrekken.
Met de komst van de Topklasse gaat nu het amateurvoetbal eraan. Eerst zijn het de teams uit de Topklasse, die vele oud-profs binnenhalen voor goede salarissen. Vervolgens komen de Hoofdklassers, die maar wat graag naar de Topklasse willen promoveren. Het risico is dat het tenslotte door het hele Nederlandse voetbal verspreid wordt.

Voor opleidingsland Nederland is dat een dramatische ontwikkeling. Supporters zullen zich gaan vervreemden van hun clubs. Binnen de kringen van WHC is het inmiddels als erg onrustig en zo zou het ongetwijfeld ook bij andere verenigingen eraan toe gaan. Talentvolle jeugdspelers zullen ontmoedigd worden, als ze in de A1 doorkrijgen dat een doorbraak in het eerste er niet in zit. Zelf spelers opleiden wordt uit den boze. Om nog maar te zwijgen over de verdwenen nostalgie van elf jongens uit het dorp, die op zaterdagmiddag voor elkaar door het vuur gaan.

De komst van de Topklasse heeft ertoe geleid dat ook amateurclubs geld en succes op de korte termijn, belangrijker zijn gaan vinden dan het ontwikkelen van een gedegen toekomstvisie, met aandacht voor jeugd en verenigingsleven. Dat effect wordt nog eens versterkt door geldschieters, die met hun eigen zakcentjes een club uit de grond schopppen. Het wordt dan ook tijd dat de KNVB maatregelen gaat nemen om de positie van Nederland als opleidingsland te bewaken, anders zakt ons clubvoetbal weg in het moeras der vreemdelingen.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter