Tien jaar Premier League-transfers

De afgelopen tien jaar zijn er talloze spelers verhandeld door Engelse topclubs. Uit onze analyse blijkt dat ze allemaal veel meer uitgaven aan spelers dan ze ontvingen, met Chelsea en City bovenaan. Uitzondering op de regel is Wenger’s Arsenal, dat zo honderden miljoenen bespaarde.

We hebben alle transferbedragen verzameld die de zes grootste Engelse clubs de afgelopen tien jaar hebben ontvangen en uitgegeven. Van Arsenal, Chelsea, Liverpool, Manchester United, Manchester City en Tottenham weten we hoeveel geld ze in een seizoen spendeerden aan spelers, hoeveel ze ontvingen en wat het verschil (transfersaldo) tussen beide is.

Noodzakelijke injecties?
Voor veel kleine clubs zijn transfers een belangrijke inkomstenbron, maar om mee te kunnen draaien in de top lijkt het noodzakelijk om de selectie met flinke financiële injecties op peil te houden. Uit onze gegevens blijkt dan ook dat topclubs structureel verlies maken op transfers, tot ruim zestig miljoen per jaar. Grote clubs kunnen zich dit permitteren omdat ze de hoge uitgaven compenseren met de hogere inkomsten uit sponsoring, tv- en prijzengeld, enzovoorts.

Ondanks de noodzaak om af en toe flinke bedragen neer te tellen voor nieuwe spelers, zeggen de transferbedragen lang niet alles. Simon Kuper en Stefan Szymanski tonen in hun boek Dure Spitsen Scoren Niet aan dat salarissen veel belangrijker zijn dan transferbedragen. Wie bijvoorbeeld wil voorspellen wie er kampioen wordt, kan het beste de salarispost van het eerste elftal als uitgangspunt nemen. Dat zegt veel meer over de sterkte van een team dat de transferbedragen die zijn uitgegeven.

Het belang van de salarissen zien we duidelijk terug in de verzamelde data. Hoewel alle clubs verlies lijden aan transfers, zijn de onderlinge verschillen enorm. Arsenal heeft nauwelijks geld uitgegeven en daarom slechts een licht negatief transfersaldo. De club boekte een verlies van slechts 11 miljoen euro over de afgelopen tien jaar. Hoewel het dit jaar wat minder lijkt te gaan, draaide Arsenal de afgelopen tien jaar toch structureel mee in de top vier.

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Bovenstaande figuur toont het cumulatieve transfersaldo van de Engelse top. Dat is het totaalbedrag dat clubs ontvingen aan transfers minus het totaalbedrag dat de clubs uitgaven aan transfers sinds seizoen 2001-2002. Alle clubs maakten een structureel oplopend verlies. 

Arsenal bewijst dat het niet noodzakelijk is om veel geld aan transfers uit te geven. De club neemt de tijd om spelers nauwkeurig te scouten, voor weinig te kopen en op te leiden. Als ze uitgroeien tot topspelers bindt de clubs ze met stevige salarissen. Op salarissen bespaart Arsenal nauwelijks. De salarispost van de club doet niet onder voor de overige topclubs, wat er op wijst dat de club een kwalitatief sterke selectie heeft. Tottenham doet het tegenovergestelde: de club heeft een bescheiden salarispost, maar gaf vrij veel uit aan transfers. Het wijst op een matige selectie en dat zien we dan ook terug in de resultaten.

Niet iedere club heeft de spelers om hoge salarissen te rechtvaardigen en het geduld om deze op te leiden. Chelsea en Manchester City moesten miljoenen investeren om spelers aan te trekken die hoge salarissen waard zijn. De beide clubs boekten dan ook een verlies van respectievelijk 612 en 564 miljoen euro op de transfers van de afgelopen tien jaar. We zien in bovenstaande grafiek dat City eigenlijk pas sinds 2006/2007 bezig is met haar grote investeringen, maar toch al bijna evenveel verlies heeft gemaakt op spelers als Chelsea sinds 2002/2003.

Uitgaven bepalend voor het transfersaldo
Het zonet al even genoemde transfersaldo van de topclubs bestaat dus uit twee factoren: de inkomsten en de uitgaven aan transfers. Bij de inkomsten zijn de verschillen veel kleiner dan bij de uitgaven. De clubs hebben tussen de 180 (Manchester City) en 326 miljoen euro (Liverpool) verdiend aan de verkoop van spelers, een onderling verschil van maximaal 146 miljoen euro.

Bij de uitgaven zien we veel grotere verschillen. In de afgelopen twee jaar gaf Manchester City al net zoveel uit als Arsenal in het hele decennium. De club die het minst uitgaf (Arsenal) spendeerde slechts 260 miljoen aan nieuwe spelers. De club die de afgelopen tien jaar het meeste uitgaf was Chelsea. De club investeerde 840 miljoen. Dat is dus een verschil van 560 miljoen euro met Arsenal. Het mag duidelijk zijn dat de uitgaven aan transfers veel belangrijker zijn voor de verschillen dan de inkomsten.

Het beperken van de uitgaven is de belangrijkste reden van het bescheiden verlies van Arsenal. Dat de club de meeste winstgevende transfers uit de historie van de Premier League op zijn naam heeft staan, mag dan ook geen toeval heten. Arsenal heeft niet buitensporig veel geld ontvangen voor spelers (248 miljoen euro, een gemiddeld bedrag), maar heeft het vooral weinig betaald toen ze de spelers ooit aantrokken.

De totale uitgaven (rood), inkomsten (groen) en het saldo (blauw) van de clubs over de afgelopen tien jaar. De gekleurde lijnen geven het gemiddelde aan.

 

Hoe de uitgaven van de verschillende clubs zich tot de inkomsten verhouden is te zien in de bovenstaande grafiek. Mocht je nog specifieker in de data willen duiken, dan kan dat in de onderstaande interactieve visualisatie (klik eerst om te beginnen) die we hebben gemaakt. Je kunt per club (aan de linkerkant: CTRL+klikken om meerdere tegelijk te selecteren) kijken naar diens inkomsten, uitgaven en transfersaldo. Je kunt dit per gegeven en per club onderling vergelijken.

De brongegevens zijn verzameld met behulp van transfermarkt.de

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas