Tien jaar Italiaanse transfers

In het afgelopen decennium hebben Juventus, Napoli en Fiorentina in Italië het meeste geld uitgegeven aan transfers. Inter en AC Milan investeerden ook fors, maar kregen eveneens veel binnen. Udinese gaf het minst uit aan spelers, maar staat toch knap tweede in de competitie.

Zal Cavani al uitkijken naar een transfer?

Dat blijkt uit de statistieken die Kelvin van de Vegte voor deze site heeft verzameld. We hebben de transfers van clubs uit de Serie A van de afgelopen tien jaar op een rij gezet en vergeleken hoeveel elke club aan transferbedragen voor spelers uitgaf, ontving en per saldo overhield, net zoals we eerder deden bij de Engelse topclubs.

Net zoals in de Engelse competitie lijden ambitieuze clubs doorgaans verlies op transfers, terwijl kleinere clubs soms bescheiden winsten boeken. Voor ambitieuze clubs zijn transfers belangrijk om hoger op te komen. Ze gebruiken inkomsten uit prijzengeld, kaartverkoop, merchandise en uitzendrechten om de selectie te versterken. Voor kleine clubs is de cyclus van scouten, opleiding en doorverkopen van groot belang om te overleven. Uit een overzicht van de transfers van deze zomer bleek dat verschil ook te bestaan tussen opleidingscompetities en topcompetities.

In onderstaande grafiek wordt het transfersaldo van de belangrijkste Italiaans clubs over de afgelopen tien jaar getoond. Het transfersaldo (cumulatief) bestaat uit de totale uitgaven minus de totale inkomsten uit transfers. De grafiek laat zien dat Udinese en Parma uitzonderlijk veel geld verdienen aan transfers, terwijl de meeste clubs verlies boeken. Toch vallen de verliezen in Italië nog mee: bij elkaar opgeteld hebben de clubs 466 miljoen euro verlies gemaakt in de afgelopen tien jaar. Dat is minder dan Chelsea (612 miljoen) of Manchester City (564) in hun eentje voor elkaar hebben gekregen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Wil je dieper in deze data duiken? We hebben eveneens een grafiek gemaakt waarin je gegevens van alle Serie-A clubs kunt bekijken en vergelijken. Die kan je hiervinden.

De handelsgeest van Udinese Calcio

Wat vooral opvalt is de uitzonderlijke handelsgeest van Udinese. De club van topschutter Antonio Di Natale boekt al het hele decennium winst op transfers. Met name de afgelopen jaren was het raak. Deze zomer werden er bijvoorbeeld miljoenen verdiend aan Alexis Sanchéz (€ 26 miljoen > Barcelona), Gökhan Inler (17,5 > Napoli), Simone Pepe (7,5 > Juventus) en Cristian Zapata (9 > Villareal). Deze spelers brachten samen 60 miljoen euro op, terwijl ze voor slechts zeven miljoen waren gekocht.

Udinese boekt vooral grote winsten omdat ze geen grote bedragen uitgeven aan nieuwe spelers (het minste van alle grote clubs). Ondanks dat de club deze zomer voor bijna 70 miljoen euro aan spelers zag vertrekken, hield ze vast aan haar zuinige beleid. Er werd voor slechts twintig miljoen euro geïnvesteerd en de duurste speler kostte slechts vijf miljoen euro (Gabriël Torje van Dinamo Bukarest). Ondanks dat staat het team op een hele knappe (gedeelde) tweede plaats.

Ook Parma verdiende een hoop geld, maar dat was vooral in het begin van dit decennium toen spelers als Marco di Vaio, Fabio Cannavaro, Matías Almeyda, Adriano en Adrian Mutu voor miljoenen vertrokken.

Omzet draaien: de clubs uit Milaan

De grootste clubs uit Italië, AC Milan en Internazionale, zijn eveneens de clubs die het meeste miljoenen in omloop hebben. Ze zijn simpelweg bereid om veel neer te tellen voor spelers, maar ook om hun waardevolle spelers te verkopen. Per saldo verloren ze slechts 53 (AC) en 63 (Inter) miljoen euro verspreid over tien jaar, wat véél minder is dan bijvoorbeeld de Engelse topclubs die tussen de 200 en 600 miljoen euro verlies boekten (Arsenal uitgezonderd).

De Dure Dame

Juventus is een geval apart. De Oude Dame had net zo goed De Dure Dame kunnen heten: Juve is altijd een kopende club geweest. Bijna elk jaar gaf de club grof geld uit, tot daar in 2006 abrupt een einde aan kwam. In dat jaar was de club teruggezet naar de Serie B naar aanleiding van een groot omkoopschandaal. De club moest enkele titels die gewonnen waren inleveren. De selectie, die stuk voor stuk uit sterren bestond, liep leeg. Voor miljoenen vertrokken spelers naar topclubs uit de Serie A en Primera Division, wat in de grafiek terug te zien is als het enige jaar waarin winst werd gemaakt op transfers.

Naam Club Bedrag
Zlatan Ibrahimovic Inter Milan 24.800.000 €
Gianluca Zambrotta FC Barcelona 14.000.000 €
Fabio Cannavaro Real Madrid 11.500.000 €
Émerson Real Madrid 11.500.000 €
Patrick Vieira Inter Milan 9.500.000 €
Adrian Mutu Fiorentina 8.000.000 €
Lilian Thuram FC Barcelona 5.000.000 €

De leegloop na degradatie 

Een seizoen later, nadat toen Juventus ondanks 9 strafpunten met gemak kampioen was geworden, was de club weer terug in de Serie A. Trouwe vedetten, zoals Nedved, Camoranesi, Buffon, Trezeguet en natuurlijk Del Piero hadden de club meteen weer teruggebracht op het hoogste niveau. Dit was het teken voor de club om als vanouds de portemonnee te trekken. De club gaf dat jaar ruim 35 miljoen euro meer uit dan er binnenkwam aan spelers. Al met al heeft Juventus van alle Serie A clubs het meeste geld uitgegeven aan transfers. Het lijkt ze nu opnieuw te belonen: de club uit Turijn staat vooralsnog eerste in de serie A.

De ambitie van Napoli

Als we de zomer van 2006 als startpunt nemen, zien we dat Napoli eenzelfde soort ontwikkeling doormaakte. Zij heeft in de afgelopen vijf jaar ongeveer net zoveel geld uitgegeven aan nieuwe spelers als Juventus. De resultaten worden ook steeds beter: elk jaar stegen ze een aantal plaatsen op de ranglijst, met als voorlopig hoogtepunt de derde plaats en kwalificatie voor de Champions League van afgelopen seizoen.

Hieronder staat nog een grafiek met de totale uitgaven (rood), inkomsten (groen) en het saldo (blauw) per club. De horizontale lijnen in die kleuren geven het competitiegemiddelde weer.

Brongegevens voor de grafieken zijn afkomstig van transfermarkt.de

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas