Theo Janssen: Jordania’s nieuwe Beckham

Mogelijk is de vergelijking al eens gemaakt, dat komt omdat ik nou eenmaal geen fan ben. Niet van Beckham en niet van Theo Janssen of van zijn club. Ik ben ook niet op zoek naar de originaliteitsprijs met de vergelijking, maar zo nu en dan springen sommige spelers er in bepaalde zin, positief, er ver bovenuit. De beurt viel ten deel aan Theo Janssen. Nadat hij wederom zijn opwachting had gemaakt voor het Nederlands Elftal (eerder deed hij dat al in 2 wedstrijden kort op elkaar, in augustus en september van het jaar 2006), bekroonde hij met FC Twente een mooie maand met twee juwelen van voorzetten, resulterend in doelpunten.

tj

Er zijn er maar een paar die met zoveel overtuiging en met evenveel finesse zo mooi de bal van de voet kunnen laten vertrekken, om precies daar met de gewenste snelheid te arriveren. Verouderde commentatoren zouden zeggen ‘op de stropdas’, maar die opmerking heeft nooit kant noch wal geraakt. Laten we het er maar op houden dat de bal zo verschrikkelijk mooi aankwam dat Twente’s nieuwe spits, Janko, de ballen simpelweg niet kon missen. Twente’s nieuwe spits was nog aan het zoeken en grossierde nog in missers, maar met de perfecte passing van Janssen was het net tweemaal gevonden en in dat net vond Janko mogelijk ook zijn zelfvertrouwen weer terug, mocht dat al verdwenen zijn.

Voor Janko en Twente moet het een fijn gevoel zijn om te weten dat zij beschikken over die ene speler in Nederland die uitblinkt met de voorzet. Zo was dat een paar jaar geleden David Beckham die dit deed in Spanje. Voor Real Madrid werd menig kopdoelpunt zorgvuldig voorbereid door de voet van Beckham en zo deed Beckham ook meer dan honderd maal zijn plicht voor Engeland. En waarachtig, het lijkt erop dat Janssen ook een logische plek heeft in het Nederlands Elftal. In een redelijk matige wedstrijd tegen de Oekraïne mocht Janssen toch wel een positieve uitzondering genoemd worden. Misschien is het in de toekomst Janssen wel, die de spitsen van het Nederlands Elftal weer precies daar weet te raken, zodat missen echt onmogelijk is.

Als het gaat om lichaamsbeschildering is Janssen misschien al verder dan Beckham. Beide spelers, overwegend spelend op wit schoeisel, schuwen geen enkele opmerking over uiterlijk vertoon. Behalve dat ze beiden een excentrieke vertoning zijn en elkaars fluwelen voorzet hebben, verschijnen ze ook met enige regelmaat in het nieuws inzake onderwerpen die niets met voetbal te maken hebben. Misschien mogen we zeggen dat ze aan elkaar gewaagd zijn, voor de Nederlandse kijker dan wel te verstaan.

Mogelijk was ik daarom, alles bij elkaar genomen, extra verbaasd dat de naam Janssen nog niet één keer is genoemd in onze eigen Florentino Perez-gate, de zaak Merab Jordania. Zou Janssen niet gewoon deel uit moeten maken van het landskampioenschap 2013? Janssen komt nota bene oorspronkelijk bij Vitesse vandaan. Zou zijn gekleurde verschijning niet een enorme bron van extra inkomsten kunnen betekenen voor Vitesse, zoals Beckham zichzelf razendsnel terugverdiende door shirts (met of zonder voorbedrukte tattoes) te verkopen in Madrid? Vitesse zou garen kunnen spinnen bij de verkoop van Janssen-shirts.

Helaas, zo werkt het niet in Nederland. Een paar duizend shirts met Janssen zouden een schril contrast vormen met de miljoenen shirts, dekbedovertrekken, onderbroeken, mutsen, jassen en andere prularia die Real Madrid verkoopt per aankoop. Of Chelsea, of Manchester. Wij genieten op eigen wijze van onze Nederlandse clubs. Velen kiezen er voor de fun een buitenlandse club bij, om de romantiek van het onoverwinnelijke te completeren. Dat kan Chelsea zijn, Arsenal, FC Barcelona, of Bayern, ieder heeft zo zijn voorkeur en mogelijk wint zo aan het eind van het seizoen zo ‘zijn club’ wel de Champions League. Bij sommige van die clubs is er zelfs nog Nederlandse inbreng. Gemakkelijker kan het bijna niet voor de Nederlandse kijkbuissupporter.

Nederland zaait zijn eigen Huntelaars, oogst zijn eigen Affelays en kweekt door op zijn eigen Honda’s. En die verkopen we zelf wel door aan Abramovichen. En Nederland bereidt zelfs op eigen wijze zijn Beckhams. En zo speelt er één bij Twente. Laat hem lekker daar spelen, hij zit daar goed. Daar hebben we dus geen Jordania voor nodig. En wellicht is Jordania helemaal niet op zoek naar zijn eigen Beckham en ziet hij helemaal geen Messi in Suárez en vindt hij Toivonen ook niet de Zweedse Cristiano Ronaldo.

En zo kan ik ieder voorbeeld nemen en het aan ieders verbeelding over laten, ook daar hebben wij geen Jordania bij nodig. Zolang wij kunnen genieten van onze eigen Wijnaldums, zolang wij kunnen terugkijken op correcte levering van onze eigen Xavi-varianten zoals Sneijder en Van der Vaart en zolang wij zelf onze Messi’s scouten in Suárez-uitvoering en dan te bedenken dat wij zelfstandig onze Beckhams beschilderen, hebben wij geen Abramovich nodig. En al helemaal geen Abramovich-light

About Bjorn Heisterkamp

Björn Heisterkamp is auteur van De topmanager speelt 4-4-2 dat in april 2011 verscheen.