Tegengas: Nederlanders zoeken alvast een excuus

Langzaam kruipen we richting de vooravond van de eerste wedstrijd van het Nederlands Elftal. Al wekenlang zijn er twee discussies die de boventoon voeren: wie moet er linksback komen te staan en, misschien wel de belangrijkste discussie, moeten Huntelaar en Van Persie samen in een elftal? Voor de rest maken wij Nederlanders ons niet zo druk over de opstelling; we zijn eerder bezig met ons alvast in te dekken voor een roemloze aftocht.

Degene die het vooral moet ontgelden, is Bert van Marwijk. Oerconservatief is hij, een coach die te bang is om ook maar de kleinste wijziging door te voeren. Het zal vooral door hem komen als we snel uitgeschakeld zijn. En terecht, want wie is Van Marwijk nou, wat heeft hij voor het Nederland betekend? Ongeslagen kwalificeren voor het WK en op datzelfde toernooi de finale halen, daar blijft het ook wel bij. Dat ook het huidige EK moeiteloos werd bereikt, is slechts een bijzaak.

Succes en respect
Wij Nederlanders zouden eens trots moeten zijn op onze bondscoach. Voor een hele generatie – iedereen die vanaf pak ‘m beet 1984 is geboren – is hij de man die Oranje weer succes heeft gebracht, want laten we eerlijk zijn: een WK-finale halen is geen kinderachtige prestatie. Deze generatie kent de finales van ’74 en ’78 en het gewonnen EK van ’88 alleen van televisiebeelden en van horen zeggen. Het WK van 2010, dat heeft deze generatie echt meegemaakt. Al deze jongens en meisjes hebben met de spelers meegeleefd. Sommigen hebben moeten huilen toen Webb het laatste fluitsignaal liet horen, sommigen zullen zich altijd blijven afvragen wat er zou zijn gebeurd als de teen van Casillas niet in de weg had gezeten.

Ook na het afgelopen WK was het al heel makkelijk: het afkraken van het spel en onze bondscoach. Het spel was niet om aan te zien, we zouden ons moeten schamen voor sommige wedstrijden, noem zo maar op. Feit blijft echter dat Nederland ‘gewoon’ in de finale stond – een prestatie waar landen als Engeland, Frankrijk, Italië, Argentinië en Brazilië jaloers op waren. Een aantal van deze landen zou maar wat graag Bert van Marwijk als ’s lands keuzeheer hebben gehad.

Cruijff, een schim uit het verleden
Het grootste manco van het huidige elftal zou zijn, dat het niet avontuurlijk genoeg is, dat er een bondscoach is die geen risico’s durft te nemen. Dat Van Marwijk geen Cruijff-adept is, moge duidelijk zijn, maar is dat wel nodig? Natuurlijk, Cruijff is en blijft van grote waarde voor het vaderlandse voetbal, daar kun je niet om heen. Wanneer echter elke coach met Cruijff of één van zijn adepten (lees: Van Basten) wordt vergeleken, dan kan hij beter direct vertrekken; nooit zal hij het dan goed doen. Elke trainer heeft een eigen manier van handelen, waarbij de ene succesvoller is dan de andere. Overigens is Oranje met Cruijff ook nooit verder gekomen dan een verloren WK-finale, maar dat terzijde.

Er zijn te veel Nederlanders die blijven hangen in het verleden. Het spel van Nederland moet nodig worden vergeleken met het spel uit 1974, 1988 en zelfs met het spel uit 2008 (kwartfinale EK, topprestatie!). Ik vraag me af of deze mensen nog wel kunnen genieten van de wedstrijden die we de komende weken te zien krijgen en met welke gedachten deze mensen voor de tv zitten. Zullen ze hopen dat Nederland met dit spel uitgeschakeld wordt, of zullen ze vrolijk feesten met de rest van Nederland als het toernooi een succes wordt? Ik denk en hoop het laatste.

Ondertussen bestaat de kans dat Nederland de loodzware poule B niet gaat overleven. In dat geval hebben veel Nederlanders deze zomer vast een goed excuus.

Dit is een tegencolumn op een eerder artikel dat op Catenaccio verscheen. Lees hier de originele column.

About Marcel