Tactische analyse: Oranje niet altijd goed, wel groots

Waarschijnlijk zijn er een hele hoop huismoeders in Nederland die de uitslag van Spanje – Nederland goed hebben voorspeld. Niet omdat zij nou zoveel verstand hebben van voetbal, maar vooral omdat uitslag zó idioot, maar tegelijkertijd fantastisch is, dat alleen onwetenden het hadden kunnen voorspellen. De wedstrijd is het bewijs dat balbezit, of “De Hollandsche School”, geen vereiste is om spectaculaire overwinningen te boeken. Nederland had immers aan 36% balbezit voldoende om vijf keer te scoren, dankzij fantastische counters en omdat de Spanjaarden de kluts kwijtraakten. De Spanjaarden wisten op hun beurt niet te profiteren van het naïeve verdedigen van Oranje in de eerste helft, waardoor de problemen in de defensieve organisatie verbloemd werden.

casillas

Om niet langer op balbezit te spelen, is een bewuste keuze van Van Gaal nadat hij zijn meest capabele middenvelder, Kevin Strootman, kwijtraakte. De 5-3-2 opstelling staat voor het nieuwe realisme: voldoende mensen achter de bal, gericht inzetten op de snelle omschakeling. Het is de best denkbare tactiek om met een middelmatige selectie het WK te beginnen. In de laatste drie oefenwedstrijden kreeg Nederland telkens slechts één schot op doel tegen – dat is, ongeacht de oppositie, zeer solide.

Toch volharden sommige analisten in hun obsessie met balbezit. Youri Mulder vond in de rust dat er ‘meer rondgetikt’ moest worden op het middenveld. Hij ging daarmee echter voorbij aan het feit dat rondtikken helemaal niet de doelstelling is van dit Oranje – de realist Van Gaal wil de bal zo snel mogelijk bij Robben en Van Persie hebben, zodat die kunnen profiteren van de ruimte in de omschakeling. Rondtikken blijkt bovendien niet zo van belang: in de eerste helft werden er op het middenveld bijna evenveel passes ontvangen als in de tweede helft, toch scoorde Oranje drie doelpunten meer. Bovendien ging het tikken achterin steeds fout. De Guzman kon lastig omgaan met de druk van de Spaanse middenvelders, wat regelmatig tot gevaarlijk balverlies leidde. Toen hij in de tweede helft terecht gewisseld werd, had niemand zoveel balverlies geleden na een slechte controle of in een duel als hij.

De eerste helft

Het werkelijke probleem, dat veel meer aandacht verdient dan rondtikken, was de schrijnende defensieve organisatie bij balbezit tegenstander. Van Gaal had zijn laatste linie ver naar voren geschoven, zodat er druk gezet kon worden op het middenveld van Spanje. Hij koos er dus bewust voor om niet compact te verdedigen.

final third

Spanje wist haar aanvallers in de eerste helft veel vaker (47x) te bereiken dan Nederland (22x)

Een hoge laatste linie is belangrijk om goed druk te kunnen zetten, maar dat is alleen een goed idee als je het druk zetten goed uitvoert – zeker tegen Spanje, dat bij uitstek de spelers heeft om onder de druk uit te voetballen. Het is dus ook een risico, want als de tegenstander onder druk uit voetbalt, ligt er elders op het veld ruimte. Daardoor konden Xavi, Alonso en Busquets de bal voortdurend met gemak bij de aanvallers kwijt  (zie afbeelding boven) en ontstonden keer op keer penibele situaties in de as voor het Nederlandse doel. Spanje is dan ook de ploeg die het vaakst een steekpass voltooide (10x) op het WK tot nu toe (na 8 wedstrijden). De veelgeprezen Ron Vlaar bracht vaak redding  met risicovolle maar indrukwekkende ingrepen Wat minder opviel was dat Vlaar veel van die penibele situaties zelf had veroorzaakt: hij was zo gefocust op de mandekking van Diego Costa, dat er elders in de verdediging gaten vielen.

 

ruimte achter defensie

Xavi, Busquets en Alonso strooiden met passjes die achter en tussen verdedigers van Oranje vielen

Hoewel Spanje relatief weinig tot schieten kwam uit het gevaar dat ze stichtten, was de betwiste penalty het gevolg van zo’n situatie. Het was het zoveelste geval van een aanvaller die vogeltje vrij de bal mocht aannemen in de buurt van de Nederlandse goal. Het probleem was dat de uitvoering van het drukzetten vlees noch vis was, waardoor Oranje wel de nadelen ondervond van de ruimtes die zij liet, maar niet de voordelen van de hoge linie.

Dat Nederland in de eerste helft nog tot scoren kwam, was eigenlijk een wonder. Afgezien van de kans van Sneijder in de openingsfase, werd er niets gecreëerd. Robben en Van Persie waren nog nauwelijks voorgekomen in het spel – en voor zover ze aan de bal kwamen was dat ver van het doel van de tegenstander.

En toen toonde Robin van Persie zijn uitzonderlijke klasse met een groots doelpunt. De pass van Blind was subliem, maar zeker niet gemakkelijk om te zetten in de een doelpunt – het was zo onwaarschijnlijk dat iemand de bal, in éen keer, zó achter de keeper koplobt, dat het doelpunt het best vergeleken kan worden met een geschenk uit de hemel. Het doelpunt volgde precies het scenario dat Nikos Overheul en Pieter Zwart in hun voorbeschouwing beschreven:

Vooral achter de meest offensieve back Jordi Alba liggen bij balverlies zeeën van ruimtes. Om daarvan te profiteren is het cruciaal om zo snel mogelijk de oversteek te maken, waardoor Arjen Robben in een direct duel kan komen met Gerard Piqué of Sergio Ramos. Als Nederland eerst traditioneel achterin rond gaat tikken voordat de oversteek gemaakt wordt, dan wordt het nagenoeg onmogelijk gaten te vinden in de Spaanse defensie.

Blind zou uiteindelijk maarliefst vier kansen voor zijn ploeggenoten creëren – iets wat bijvoorbeeld Andrés Iniesta maar één keer lukte.

De 1-1 veranderde de hele wedstrijd, want omdat Oranje niet meer achterstond, zou het afwachtender kunnen gaan spelen. Nu moest Van Gaal een oplossing vinden voor het vlees noch vis-drukzetten: optie 1: beter druk gaan zetten, optie 2: inzakken.

De tweede helft

Louis van Gaal bleef in de tweede helft drukzetten, een gewaagde keuze gezien de eerste helft. Dit werd wel beter uitgevoerd: de organisatie stond beter en de centrale verdedigers durfden vaker uit te stappen – zelfs Vlaar, die in de eerste helft alleen achter Costa aanliep. In de eerste helft werd de bal nog vaak blind weggetrapt, terwijl nu op het middenveld veel beter werd aangeboden. In het begin van de tweede helft genoot Nederland van een korte periode met veel balbezit waarin Spanje in de ongemakkelijke positie kwam dat ze niet de controle hadden. En juist in die vijf minuten profiteerde Nederland: weer een sublieme crosspass van Blind, Robben die twee van ’s werelds beste verdedigers het bos instuurt, en prompt staat het 1-2.

Het was tegen de verhoudingen in. Sander Ijtsma bracht dat mooi in beeld met zijn ExpG-model, een methode om op basis van de kwaliteit van een kans te bepalen hoe waarschijnlijk het is dat deze verzilverd wordt. Dat Nederland 1-2 voor stond, was op basis van de kansen die ze gehad hadden tot dan toe een zeer onwaarschijnlijk scenario.

 

De goal van Robben zorgde ervoor dat Spanje niet haar eigen variant op catenaccio kon uitvoeren: als Spanje voorstaat, spelen ze niet op balbezit om aan te vallen, maar omdat dat de beste tactiek is controle te behouden en tegendoelpunten te voorkomen. Het was dus niet zozeer de speelwijze van Oranje, maar de omstandigheden die het omslagpunt vormden in de tweede helft. Spanje moest bovendien meer risico nemen: Xabi Alonso ging er uit voor aanvaller Pedro, de backs gingen nog meer naar voren spelen. Het centrale middenveld bestond nu uit het fragiele duo Busquets en Xavi: beiden hebben de hele wedstrijd geen interceptie gemaakt, en Xavi had niet eens één succesvolle tackle. Het waren dus omzettingen die Oranje alleen maar in de kaart speelden, omdat het Spaanse centrale duo nu nog meer blootgesteld werd aan de counters met Robben en Van Persie.

Dat neemt niet weg dat Nederland de nieuwe omstandigheden op onnavolgbare wijze uitbuitte. De counters werden tot in perfectie uitgevoerd en waren een genot voor het oog. De Oranjespelers liepen Spanjaarden voorbij alsof ze er niet stonden: 9 keer dribbelden ze succesvol, uit 16 pogingen, terwijl de Spanjaarden slechts 2 succesvolle dribbels hadden (uit 10 pogingen) in de tweede helft. Met name Iniesta had zijn dag niet: van zijn vijf dribbels lukte er maar één. Waar hij bij Barcelona gemiddeld slechts 0,6 keer per wedstrijd van de bal gezet wordt, overkwam hem dat tegen Oranje zes keer.

Tekenend voor de nieuwe verhoudingen was dat Oranje in de eerste helft niet éen bal uit de as wegwerkte, terwijl dat in de tweede helft zeven keer lukte. Ook had Nederland slechts zes succesvolle tackles in de eerste helft, vooral op de rechterflank, in de tweede helft werden 21 ballen op deze wijze veroverd. Dat gebeurde veel vaker in de as van het veld. Nederland ontregelde Spanje zo, dat ze de controle en uiteindelijk ook de kluts kwijtraakten. Spanje kwam nooit meer in haar ritme.

tackles

In de tweede helft veroverde veel meer ballen dan in de eerste helft, waaronder hoog op het veld en in de as

De waanzinnige tweede helft werd uitmuntend uitgespeeld, met een legendarische uitslag als gevolg. De euforie verbloemt wel dat Nederland niet goed verdedigde in de eerste helft, al is dat geen schande tegen Spanje. De harde cijfers – slechts 4 schoten op doel tegen – blijven iets om trots op te zijn. De grootste winst is dat is afgerekend met het geromantiseerde en gedateerde ideaal van de Hollandse school, een speelwijze die zeker in mineur zou hebben ondergedompeld. Nederland heeft laten zien dat een systeem met vijf verdedigers spectaculair kan uitpakken en bovendien zeer geschikt is om vlijmscherp te counteren. Viva Catenaccio!

Catenaccio op Blendle! 

Catenaccio brengt tijdens het WK een speciaal magazine uit dat binnenkort exclusief te lezen is op Blendle. We bieden onze artikelen daar los te koop aan voor een bescheiden bedrag (0,10 – 0,25 cent, afhangende van de lengte). Door je te registreren op Blendle.nl krijg je gratis een tegoed van 2,50, wat straks voldoende is om ons hele magazine te kopen. Praktisch gezien kan je Catenaccio dus gewoon gratis blijven lezen tijdens het WK, maar steun je wel ons werk! 

Volg ons op Blendle om op de hoogte te blijven!

 

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas