Tactische analyse: A1 de hoop van Ajax?

De onvrede over het spel van Ajax neemt met de week toe. De Amsterdammers voetballen volgens veel fans saai en plichtmatig. Nu er dit seizoen in de hoofdstad ook geen huldiging komt, wordt de roep om attractief voetbal alsmaar sterker. Het is misschien wel mede daarom dat de A1 zo hoog wordt aangeslagen.

Wie dit seizoen attractief voetbal wilde zien bij Ajax, moest zich wenden tot de onder-19. Waar bij het eerste elftal spektakel uitbleef, ontpopte het hoogste jeugdelftal zich tot troetelkind van de club. Clubicoon Johan Cruijff gebruikte de A1 zelfs als ijkpunt voor waar de club naartoe moet. In de Amsterdam Arena moet meer gevoetbald worden als op De Toekomst.

Controle

De grootste verschillen in speelwijze tussen het eerste elftal en de jeugdopleiding zijn terug te zien in de opbouw. Frank de Boer gruwelt van balverlies in de as en heeft zijn speelwijze hierop aangepast. De Ajax-trainer laat de bal van links naar rechts rondgaan in zijn defensie, totdat ruimte ontstaat om risicoloos het middenveld in te spelen. Pas als Ajax rond het strafschopgebied van de tegenstander belandt, doet De Boer een beroep op de creativiteit van zijn elftal. Hij heeft dan namelijk voldoende spelers achter de bal om bij balverlies direct weer druk te kunnen zetten en het balbezit terug te winnen.

Eerste_tactiek

Met die speelwijze zijn de mannen van De Boer in staat om veel controle over wedstrijden te hebben. Het is in feite defensief balbezit: de bal laten circuleren met als primaire doel het voorkomen van tegendoelpunten. Dat heeft Ajax in de afgelopen vijf jaar geen windeieren gelegd. Sinds De Boer in december 2010 werd aangesteld hebben de Amsterdammers met afstand het minste aantal tegendoelpunten in de Eredivisie gekregen. Zelfs dit seizoen heeft Ajax – ondanks alle kritiek – opnieuw de beste defensie van Nederland. Het tastbare resultaat van het controlerende positiespel.

Tabel

De sterke verdediging was de solide basis waarop Ajax vier keer op rij landskampioen kon worden. Dit accent op de verdediging heeft inmiddels negatieve gevolgen voor de aanvallende kracht van de Amsterdammers.  Waar De Boer zijn elftal in het eerste volledige seizoen onder zijn leiding nog 93 doelpunten zag maken in de Eredivisie lijkt Ajax nu op weg naar het tweede seizoen op rij waarin nog geen zeventig keer (vorige jaargang 69, nu 68) gescoord wordt. Sinds de winterstop creëerden bovendien slechts vier teams minder kansen dan Ajax.

Het eerste elftal heeft dus duidelijk gekozen voor defensieve stabiliteit ten koste van creativiteit en aanvalskracht. Het is in principe de Ajax-filosofie geïnterpreteerd als resultaatvoetbal. Deze visie is uiteraard volkomen legitiem, maar wordt steeds minder geaccepteerd, zeker nu Ajax dit seizoen zonder prijzen blijft. Zelfs Frank de Boer erkende afgelopen weekend dat zijn team de supporters dit jaar niet had verwend.

De accenten liggen op De Toekomst volledig anders. Ook omdat het doel vooral is spelers op te leiden, krijgen de jeugdelftallen veel meer vrijheid. En dit is aan de speelwijze af te zien.

U-vorm

Op het eerste oog lijkt de A1 hetzelfde te spelen als het eerste elftal (4-3-3 met de punt naar achteren), maar wie verder kijkt ziet grote verschillen. Dat kan misschien wel het beste geïllustreerd worden met de casus Jairo Riedewald. De achttienjarige linkspoot speelde in het begin van het seizoen namelijk nog mee als centrumverdediger in de A1 en is nu op diezelfde positie in het eerste elftal beland.

Jairo Riedewald zoekt in de uitwedstrijd van het eerste elftal tegen PEC Zwolle (1-1) vooral de veilige passes naar linksback Nick Viergever, centrumverdediger Joël Veltman en de ingezakte linksbuitens Lasse Schöne en Lucas Andersen. Bij de A1 verdedigde hij tegen Paris Saint-Germain juist uit door de as van het veld. Bij de junioren speelde hij negentien keer de linksmid aan in negentig minuten tijd, in het eerste elftal deed hij dat slechts vier maal. Een treffende illustratie van de verschillen in speelwijze.

Jairo Riedewald zoekt in de uitwedstrijd van het eerste elftal tegen PEC Zwolle (links) vooral de veilige passes naar linksback Nick Viergever, centrumverdediger Joël Veltman en de ingezakte linksbuitens Lasse Schöne en Lucas Andersen. Bij de A1 verdedigde hij tegen Paris Saint-Germain (rechts) juist uit door de as van het veld. Bij de junioren speelde hij negentien keer de linksmid aan in negentig minuten tijd, in het eerste elftal deed hij dat slechts vier maal. Een treffende illustratie van de verschillen in speelwijze.

Bij wedstrijden van het eerste elftal komt het patroon dat de backs de opbouw moeten verzorgen steevast terug. Zelden wordt van achteruit met een splijtende pass een linie van de tegenstander doorbroken. De bal gaat van links naar rechts en weer terug zonder progressie te maken. Dat is wat Bayern München-trainer Pep Guardiola de grote U-vorm noemt. ‘Ik haat al dat passen om het passen, dat tiki-taka. […] Je moet de bal passen met een bedoeling, namelijk het bereiken van de goal van de tegenstander.’

Die speelwijze brengt daarnaast nog een ander belangrijk nadeel met zich mee. Wanneer de backs zich bemoeien met de opbouw wordt het voor tegenstanders namelijk makkelijker om met pressing de bal te veroveren. Een vleugelverdediger is namelijk in zijn bewegingsvrijheid beperkt door de zijlijn en de achterlijn. Bovendien kan hij slechts een beperkt deel van het speelveld bereiken met een pass, waardoor het relatief eenvoudig is om alle afspeelmogelijkheden af te schermen. Een back wordt daardoor vaak gedwongen tot een pass terug (zie Van Rhijn, Ricardo) of een kansloze dribbel (zie Boilesen, Nicolai). Wordt de bal wél vooruit gespeeld, dan heeft de ontvangende speler vaak een tegenstander in zijn nek.

De positionering van Ajax 1 in de opbouw.

De positionering van Ajax 1 in de opbouw.

Diepte voor breedte

Hoewel de formatie weliswaar dezelfde is als bij het eerste (4-3-3 met de punt naar achteren), is de invulling die de A1 hieraan geeft radicaal anders.

De risicomijdende opbouw van het eerste elftal is nergens te bekennen bij de junioren. De opbouw via de flanken wordt waar mogelijk vermeden en  de focus ligt dus overduidelijk op het centrum. Van de centrale verdedigers wordt verwacht dat ze met een verticale pass de middenvelders of zelfs direct de spits aanspelen. Wanneer de tegenstander compact staat en de ruimtes op het middenveld klein maakt, behoort ook een crossbal op een buitenspeler tot de mogelijkheden.

Ajax A1 in de eerste fase van de opbouw.

Ajax A1 in de eerste fase van de opbouw.

De middenvelders – waarvan de meest noemenswaardige Abdelhak Nouri en Donny van de Beek zijn – zijn vervolgens in staat om met één beweging hun directe tegenstander uit te spelen. Vooral Nouri probeert daarna vaak meteen de diepte te zoeken met een steekbal richting de buitenspelers of de spits. Cruciaal aspect hierbij is dat de aanvallende middenvelders zich vaak positioneren in de ruimte achter hun tegenstander, waardoor ze als ze bereikt worden direct de optie naar voren kunnen zoeken.

In een ideale situatie doorbreekt Ajax A1 in vier stappen alle linies van de tegenstanders, iets dat bij het eerste elftal pas na een eindeloze herhaling van zetten gebeurt. Zoals Johan Cruijff het zei nadat Ajax van Red Bull Salzburg verloor: ‘Als je wilt domineren gaat diep altijd voor breed en dan bedoel ik niet meteen de lange bal. Met diep spelen bedoel ik het inspelen van de eerste of tweede linie voor je.’

De opbouw van Ajax A1 in de thuiswedstrijd tegen Barcelona. De centrale verdedigers slagen er uiteindelijk in om via een pass op de spits het vijfmansmiddenveld van Barcelona te doorbreken.

De opbouw van Ajax A1 in de thuiswedstrijd tegen Barcelona. De centrale verdedigers slagen er uiteindelijk in om via een pass op de spits het vijfmansmiddenveld van Barcelona te doorbreken.

Dat diepte voor breedte gaat in de jeugdopleiding blijkt bijvoorbeeld als de verdedigers van de A1 worden vastgezet in de opbouw. Met Indy Groothuizen en Stan van Bladeren heeft het elftal dan twee keepers die niet schromen om een middenvelder of buitenspeler aan te spelen die door de pressing van de tegenstander bereikbaar wordt. De zorgvuldige opbouw van achteruit is een middel om het middenveld te bereiken en geen doel op zich.

Positiespel

Het positiespel van de A1 is waarschijnlijk het best ontwikkelde aspect van dit elftal. Ajax probeert continu overtalsituaties rond de bal te creëren om hiermee de verdedigende organisatie van de tegenstander te ontregelen. Om dit te bewerkstelligen staan de spelers ook balbezit relatief dicht op elkaar. Dit vereist logischerwijs een mate van bekwaamheid in de kleine ruimte, maar stimuleert dit aspect ook.

Als de verdediging van de opponent hierdoor uit elkaar wordt gespeeld, dan kan vaak binnen twee stappen de bal naar de buitenspeler aan de andere flank worden gebracht. De buitenspeler zijn gespecialiseerd in één-tegen-éénsituaties en dit soort scenario’s zie je bij de A1 de hele tijd. Het positiespel maakt het mogelijk voor de vleugelspelers om te excelleren.

Om overtalsituaties te creëren wordt ook de defensie optimaal benut. Als de A1 balbezit heeft in de as van het veld, schromen de centrale verdedigers niet om in te schuiven naar het middenveld en zo een extra afspeelmogelijkheid te creëren. De vleugelverdedigers knijpen dan om bij balverlies het centrum af te dekken.

A1_tactiek

Op allerlei mogelijke manieren wordt dus geprobeerd de verdediging te ontregelen, zij het door numerieke superioriteit of door individuele kwaliteit. Het is dan een feest om bij de A1 in de spits te staan. De centrale aanvaller krijgt in veel gevallen de opdracht om weg te bewegen van de bal, omdat een inzakkende spits vaak een verdediger met zich meetrekt en het zo zijn medespelers moeilijker maakt in plaats van makkelijker.

Dat bood tegelijkertijd Adham El Idrissi en Zakaria El Azzouzi de mogelijkheid om veel de diepte te zoeken. Zo konden ze optimaal te profiteren van de steekpasses uit het middenveld en de voorzetten van de vleugel. Samen tekende het duo dit seizoen voor 36 treffers. Ook Van de Beek komt bij ballen van de flanken vaak voor het doel, terwijl Nouri en de verdedigende middenvelder zich ontfermen over de afvallende bal.

Kamikaze

Ook uit balbezit is de A1 niet bang om risico’s te nemen. Het juniorenteam verdedigt bij voorkeur niet het eigen doel, maar de middellijn. Bij voorkeur wordt de tegenstander vastgezet in de hoek van het veld, waar de A1 ook zonder bal regelmatig een overtalsituatie creëert. Ook de centrale verdedigers doen mee aan de massale pressing door middenvelders van de tegenstander te dekken.

De rol van de nummer zes is bij het druk zetten cruciaal. In balbezit is hij namelijk vaak te vrije man, waardoor de verdedigende middenvelder bij uitstek geschikt is om de balans te bewaken en aan te geven wanneer het elftal pressing moet geven. Deze rol bleek op het lijf geschreven van de tweedejaars B-junior Carel Eiting. Hij blijkt als geen ander in staat om na een collectieve actie de bal te veroveren.

Toch heeft de pressing van Ajax A1 soms wat weg van een kamikazetactiek. Als een paar details niet kloppen, dan kan de tegenstander namelijk aan de druk ontsnappen en ligt opeens het hele veld open. Het laatste wapen waar de junioren dan naar grijpen is de buitenspelval, maar als ook die niet op het juiste moment dichtklapt dan kan een tegentreffer bijna niet uitblijven. Het is dan ook geen wonder dat de A1 dit seizoen in 36 officiële duels maar liefst 46 doelpunten incasseerde.

Als er bovendien niet direct pressing kan worden uitgevoerd bij balverlies, dan wordt het jeugdige elftal geslacht op de counter. Dat bleek bijvoorbeeld eerder deze maand tegen de A1 van PSV, dat genadeloos toesloeg op de tegenaanval.

Copa Amsterdam

Zaterdag kreeg Ajax A1 een beloning voor het attractieve spel door als eerste te eindigen in de kampioenspoule en daarmee voor het tweede jaar op rij de landstitel te grijpen. Toch wacht het succeselftal nog een mooi toetje van het seizoen. Tussen 23 en 25 mei staat met de Aegon Copa Amsterdam namelijk een internationaal jeugdtoernooi op het programma met een mooie bezetting. Onder meer Anderlecht, Arsenal en Lazio behoren tot de tegenstanders.

Dat is de ideale gelegenheid om wraak te nemen voor de uitschakeling in de Youth League. Na knappe overwinningen op Paris Saint-Germain (6-1 en 3-6) en Barcelona (1-0) werd openlijk de ambitie uitgesproken om dat jeugdtoernooi te winnen, maar de Amsterdamse talenten strandden al in de achtste finale tegen AS Roma dat de strafschoppen beter nam. Het winnen van de Copa Amsterdam kan een pleister worden op deze wond.

Dit artikel is geschreven door Pieter Zwart en Nikos Overheul.

Cijfers via Opta Sports

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter