Spanje gaat weer voor de volle 67%

Hoewel Mario Balotelli alle vertrouwen heeft in morgen (“Ik zal Shakira uitnodigen voor de finale, zodat ze kan zien wat ik haar vriendje (Pique) ga aandoen”) en het sprankelende er wel een beetje af is bij Spanje, gaat Italië als vanouds zoek getikt worden in de finale. Tuurlijk, Italië is geweldig in het toernooi gegroeid en is in onze poll (rechts) zelfs favoriet (!), maar tegen Spanje kunnen ze niet hun eigen spelletje spelen. In dit artikel analyseren we wat we van beide teams kunnen verwachten in de finale.

De rollen van Spanje en Italië zijn gedurende EK2012 langzaam omgedraaid. Italië staat als vanouds bekend om haar catenaccio-voetbal, maar maakt dit toernooi juist indruk met verzorgd voetbal in een doordachte 4-1-2-1-2 formatie en met de interessante 3-5-2 die ze in de eerste speelronde tegen Spanje gebruikten. Spanje zet daar een nieuwe vorm van catenaccio-voetbal tegenover: het tiki-taka voetbal van Del Bosque is in de eerste plaats een slaapverwekkende verdedigingstactiek. Door de bal alsmaar in bezit te houden, leggen ze de aanvallende ambities van de tegenstanders grotendeels lam. En het werkt: sinds de 1-1 tegen Italië hebben ze geen doelpunt meer geïncasseerd.

Morgen zal het veldoverwicht weer als vanouds voor de Spanjaarden zijn (gemiddeld hadden ze 67% balbezit op EK2012). De grootste valkuil voor Spanje is echter dat dit veldoverwicht niet gelijk staat aan winnen, omdat hun vele schoten zelden uit echt grote kansen voortkomen. Neem als voorbeeld Andrés Iniesta: hij schoot al 15 keer op doel (alleen Cristiano Ronaldo en Mario Balotelli vaker), maar hij scoorde nog niet één keer. Nog zo’n voorbeeld: er was niemand die vaker een speler in staat stelde om te schieten dan Xavi, zonder dat er een doelpunt uit volgde (Xavi heeft dus nog niet één assist gegeven, ondanks dat er niemand meer passes verstuurde dan hij).

Tegen de meeste tegenstanders wist Italië redelijk controle te houden over het middenveld, met Andrea Pirlo als regisseur, die vlak vóór de verdediging speelt. Tegen Duitsland had Pirlo maarliefst 34% van al het balbezit van zijn ploeg. Tegen Spanje gaat Italië de kans niet krijgen om zo te spelen en Pirlo de rol als regisseur te geven, omdat ze voortdurend onder druk gezet worden en zelf weinig aan de bal zullen zijn. Dat hoeft echter geen probleem te zijn – voor Italië. Spanje gaat morgen hoe dan ook, met haar opkomende backs en balbezit, weer ruimtes weggeven. Spanje is al een aantal keer goed weggekomen omdat tegenstanders hun counters nét niet konden verzilveren. Italië zal echter niet te beroerd om van die zwakte van Spanje gebruik te maken.

Zoals in de eerste wedstrijd, toen Andrea Pirlo met een steekpass Antonio Di Natale bediende voor de 0-1, zal Italië ook morgen loeren op de counter. Daar zijn ze óók goed in. Italië moet het middenveld dus niet gebruiken om controle te krijgen over de wedstrijd, maar om zo snel mogelijk de tegenaanval in te zetten. Op EK2012 waren De Rossi (9 per wedstrijd) en Pirlo (10 per wedstrijd) de twee spelers die het vaakst een zuivere lange pass verstuurden. Zij dienen als schakels tussen de verdediging en de aanval. Daar zijn ze uitstekend geknipt voor – en het is dan ook niet voor niets dat Pirlo uitgerekend in de wedstrijd waarin hij het minste passes verstuurde van heel EK2012 (tegen Spanje dus) zijn enige assist van het toernooi gaf (op Di Natale, counterspits pur sang – niemand stond vaker dan hij buitenspel in de Serie A dit jaar, maar hij schoot er wel 23 in). De goal van Balotelli op aangeven van Montolivo tegen Duitsland volgde ongeveer hetzelfde concept.

Wat tot slot de moeite waard is om tijdens de finale in de gaten te houden is het spel van Andrés Iniesta. Hij  is misschien wel de sierlijkste speler van heel het toernooi. Hij draait, kapt, schiet en steekt balletjes tussen verdedigers door. Een genot voor het oog. Hij dribbelde dan ook vaker en succesvoller dan al zijn teamgenoten. Maar hoewel hij flair in het spel brengt, speelt hij ook gevaarlijk. Iniesta werd vaker dan iedere andere Spaanse speler van de bal gezet met een tackle en alleen Fernando Torres verloor de bal vaker door een slechte controle of aanname. Dat risico zit in z’n spel. Maar ondanks z’n dribbels en acties is het rendement nog ver te zoeken. Iniesta gaf per wedstrijd gemiddeld slechts één pass waar een schot uit volgde (Xavi 4, Busquets 2,2 en Silva 1,8) en scoorde nog niet ondanks verwoede pogingen (wel gaf hij 1 assist). De andere vleugelaanvaller van Spanje, Silva, heeft veel meer rendement met 3 assists en één doelpunt. Uiteraard zou het niet eerlijk zijn om Iniesta hier op af te rekenen – iedereen kan zijn dat hij veel dynamiek en creativiteit toevoegt aan het spel van Spanje en belangrijk is in het tiki-taka-voetbal, maar het is wel interessant om deze statistieken in het achterhoofd te houden tijdens de wedstrijd.

Spanje gaat ongetwijfeld weer voor de 67% balbezit – of meer – en zal het spel vroeg of laat domineren. Dit betekent echter niet dat Italië kansloos is, in tegendeel. Zeker als ze voor Di Natale zouden kiezen in de spits – wat ze niet gaan doen – kunnen ze optimaal profiteren van de ruimtes op de counter. Als Iniesta nog af en toe de bal verspeeld, moet Italië zich naar een EK-titel kunnen counteren.

De statistieken die in dit artikel genoemd worden zijn afkomstig van de geweldige website whoscored.com. Volg @whoscored ook op Twitter! 

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas