Sjaak Swart: ‘Voetbal International is van een bedenkelijk niveau’

Hij mag zichzelf Mister Ajax noemen. Zijn hele professionele carrière kwam hij uitsluitend uit voor de succesvolste club in de Nederlandse voetbalhistorie. De rechtsbuiten speelde 603 wedstrijden waarin hij tot 228 doelpunten kwam. Hij won de Europacup I driemaal op rij, met onder andere Johan Cruijff en Piet Keizer. Inmiddels bekleedt hij nog altijd diverse functies binnen Ajax en behartigt hij samen met Sören Lerby belangen van voetballers. In gesprek met liefhebber Sjaak Swart over de ontwikkelingen in het mooiste spelletje op aarde.

foto-sjaak-swart-tribune

door Jouko Peters en Hans Kruizinga

Op weg naar Ajax
“Vanaf mijn zesde bezocht ik als fervent Ajacied al alle wedstrijden in de Meer. Toen ik zeven jaar oud was speelde ik met mijn amateurclub OVVO tegen leeftijdsgenoten van Ajax. Wij wonnen met 7-0 en ik scoorde vijf doelpunten. Na de wedstrijd kwam die trainer van Ajax naar mij toe: hij wilde me hebben. Eenmaal bij Ajax waren er tweeëntachtig spelers gevraagd om te komen trainen. Uiteindelijk werden alleen Thijs Hazewindes en ik eruit gepikt. Wij bleven over. Van die twee is uiteindelijk maar een persoon bekend geworden en dat ben ik.”

Het beloofde voetballand
“Ik ben mijn hele carrière bij Ajax gebleven. Het buitenland speelde in mijn tijd eigenlijk niet. Alleen Abe Lenstra ging en Faas Wilkes kon, maar voor mij zat het er niet in. Toch ben ik er heilig van overtuigd dat in het huidige tijperk er allang een Europese topclub was die de voorhoede Keizer, Cruijff en Swart zou hebben gekocht. Tot aan 1973 ging er eigenlijk helemaal niemand naar het buitenland. Daarna pas gingen mannen als Cruijff en Neeskens elders voetballen. Mijn beloofde voetballand zou Engeland geweest zijn. Ik weet nog goed dat we in 1971 naar Liverpool moesten. De club met die beruchte tribune. The spionkop. Wij zaten in de kleedkamer en onze nekharen stonden allemaal recht overeind. Wat maakten die supporters een herrie. De Engelse passie voor voetbal heeft mij altijd enorm getrokken.“

De sfeer onderling
“Wij speelden vroeger echt in een vriendenelftal. Johan, Piet en ik woonden binnen tweehonderd meter van elkaar. Waar zie je dat nu nog? Nu wonen ze tweehonderd kilometer van elkaar. Bij de teams van nu zie je snel groepjesvorming. Wij hadden ook bijna alleen maar Nederlanders in het team, dan heb je dat denk ik veel minder snel. De sfeer onderling bij ons was fantastisch. Op vrijdagavond gingen we vaak lekker wat drinken en een potje biljarten. Tussen de training door gingen we altijd met Vasovic, Cruijff en Bennie Muller even naar Dobben om een broodje te halen. Vervolgens weer lekker terug om te trainen. Vroeger waren het meer vriendenploegen, hechte ploegen. Nu leeft iedereen verder van elkaar af. Wie heeft er nu niet zo’n modern mobieltje en een koptelefoon op?”

De toegenomen trainingsarbeid
“Kijkend naar trainingsarbeid zit er natuurlijk een heel groot verschil. Wij trainden als jongste jeugd twee keer per week bij Ajax. Nu staan die gasten al bijna elke dag op het veld. Wij hadden ook helemaal geen tactisch plan toen. Niks geen 4-3-3 nog. Wij speelden met vijf aanvallers. Nu krijgen jongens van amper dertien jaar al tactische instructies en regeltjes mee het veld op. Trainingskampen voor jeugdploegen was vroeger geen denken aan, totaal anders dan nu. In mijn ogen moet je jeugd helemaal niet volstoppen met allerlei regeltjes en opdrachten. Pas bij een jaar of zestien komt dat om de hoek kijken. Dan moet er aan tactische punten gewerkt worden.”

Nederlandse talenten moeten langer blijven
“Ik vind het een slechte ontwikkeling dat de jeugd op steeds jongere leeftijd vertrekt. Zorgwekkend zelfs. Ik weet hoe die dingen gaan. Wij behartigen hier bijvoorbeeld de belangen van Jordy Brouwer. Die werd op zestienjarige leeftijd uitgenodigd om een weekend bij Liverpool te komen kijken. Dan gaan die ouders mee en binnen twee dagen zijn ze al helemaal lekker gemaakt. Alles is dan tiptop geregeld door Liverpool om zo’n jongen binnen te halen. Wij zijn dan ook niet meer in staat om hem tegen te houden, maar goed voor zijn ontwikkeling is het achteraf niet geweest. Dat kunnen we concluderen. Hij belande in het tweede elftal, evenals veel andere Nederlandse talenten die gaan. Brouwer zou op dit moment in het eerste van Ajax hebben gespeeld als hij was gebleven.”

De subtop wordt beter
“In Nederland is duidelijk te zien dat de subtop beter en breder wordt. De top drie heeft ontzettend veel punten verspeeld afgelopen seizoen. Vroeger kon dat niet hoor. Ajax heeft dit seizoen zowel uit als thuis verloren van FC Utrecht en ADO den Haag. Dan wisten wij al wel, we worden geen kampioen. Verloor je vier wedstrijden wist je al bijna dat je kansloos was, nu kan je dertig punten laten liggen en dan wordt je nog kampioen.”

Supportersgeweld is toegenomen
“In de jaren ’60 was er nog helemaal geen supportersgeweld. Alles verliep gemoedelijk. Met Ajax zijn we onlangs kampioen geworden en dan breken de supporters het museumplein af. Dat gaat toch nergens over? Vroeger werd je rustig gedragen door de fans, van Amsterdam centraal naar de dam. Een behoorlijk stukje nog. Doe je dat nu dan pleuren ze je gelijk de gracht in. Ook scheidsrechters werden toen echt nog niet beledigd in stadions. Natuurlijk riepen de fans in het stadion wel eens wat naar me: ‘Hé Sjaak, ga eens wat doen joh!’ Dan zei ik altijd: ‘wacht nou maar gewoon af.’ Maar dat ging altijd vriendelijk en gemoedelijk. Totaal anders dan nu. Ik weet nog goed dat we in 1960 een beslissingswedstrijd tegen Feyenoord moesten spelen in het Olympisch stadion. Er zaten 60.000 man op de tribune, het was een gekkenhuis. Wij wonnen met 5-1 van Feyenoord en bij elke goal stormden onze fans het veld op. Die wilden dat feest met ons vieren, dichtbij ons komen. Maar blies de scheidsrechter ze terug dan gingen ze ook allemaal direct. Niemand die het in zijn hoofd haalde om de boel te verstieren. Er was geen geweld.“

De verschillen tussen clubs worden te groot
“Internationaal worden de verschillen tussen de grote ploegen en de kleine ploegen steeds groter. Een slechte ontwikkeling natuurlijk. Daarom is het goed dat de UEFA nu ingrijpt met dat Financial Fair Play systeem. Het is toch niet te geloven dat zo’n Real Madrid met een schuld van 800 miljoen nog steeds de spelersmarkt op kan. En zo’n City dan, laatst las je dat ze 180 miljoen euro over hebben voor Cristiano Ronaldo. Tja, daar kunnen wij in Nederland niet tegenop hè. Het is goed dat er nu sancties komen voor ploegen die financieel de boel bedonderen. Sluit ze maar uit van europees voetbal. Dat is de enige manier om dit uit te bannen. Daarbij ben ik een groot voorstander van de 6+5 regel. Dat moet zo snel mogelijk ingevoerd worden. De Nederlandse school is prima en die regel is dus voordelig voor onze competitie. Zeven Nederlandse jongens en vier buitenlands vind eigenlijk nog beter.”

Technische hulpmiddelen
“Ik ben geen voorstander van bijvoorbeeld camera’s op een doellijn en het terugkijken van beelden tijdens een wedstrijd. ‘Een soort hawk eye-systeem’. In mijn ogen doet dat af aan de schoonheid en charme van het spel. En ik ben en blijf bovenal liefhebber.”

Kunstgras is verschrikkelijk
“Ik heb ook helemaal niks met kunstgras. En steeds meer clubs gaan er op over. Moet je eens kijken bij hoeveel blessures dat de oorzaak is. Kunstgras is ellende. Neem nu Engeland. De Engelse velden zijn schitterend. Dat zijn biljartlakens.”

Ik had er gewoon een sigarenwinkel naast
“Er is een duidelijke trend waarneembaar in de hoogte van spelerssalarissen. Dat is niet alleen met voetbal, maar ook met bijvoorbeeld tennis en basketbal. Kijk zo’n Messi, daar ga je voor zitten. Voor dat soort spelers ga je naar het stadion toe. Dat is kunst. Die mag dus van mij ook best veel verdienen, geen enkel probleem. Maar er zijn zoveel beperkte voetballers, spelers die niet presteren, die ook veel verdienen. Dat is slecht. Voor het salaris waarvoor ik bij Ajax voetbalde nemen ze tegenwoordig niet eens meer een cornerbal. Ik had er gewoon een sigarenwinkel naast. Was gebruikelijk toen hoor. Je moest er wel wat bij doen, want het was semi-prof. Ik heb die winkel vijftien jaar gehad en elke maandagochtend stond dan die hele winkel vol met vol met Ajacieden. Schitterend. Eigenlijk ben ik een van de laatste van een generatie die aan zijn voetbalcarrière niets heeft verdiend. Toch heb ik zoals ik al eerder vertelde een fantastische carrière gehad.”

Steeds meer clubs worden overgenomen door investeerders
“In het buitenland worden er al langer clubs overgenomen door rijke zakenlui. Qatar en Rusland bijvoorbeeld en Merab Jordania bij Vitesse Arnhem. Ik vind het zonde, maar clubs kunnen er af en toe gewoon niet onder uit. Wel triest dat bij zo’n club als Vitesse de fans inmiddels al compleet de identificatie met de club zijn verloren. Bij Ajax zal zoiets nooit gebeuren. Daarvoor zijn er te veel mensen met een hart voor de club.”

Vroeger was er geen tv
“Tegenwoordig zijn er teveel voetbalprogramma’s op tv. Ik kijk er wel naar voor het nieuws, maar soms is het niveau bedenkelijk. Neem nu zo’n programma als Voetbal International. Daar kraken ze eigenlijk alleen maar spelers af. René van der Gijp pakt elke week die speler van PSV, Manolev. Nou, ik weet niet of je Van der Gijp wel eens hebt zien voetballen? Dat was de meest luie speler die heeft bestaan. Wat dan wel weer goed is, is dat ze nu op basis van videobeelden mensen achteraf kunnen schorsen. Wanneer een ernstige overtreding niet is waargenomen ben ik daar helemaal voor. Maar we moeten wel oppassen dat we daarin niet doorslaan. Elk tikje in het gezicht zien we tegenwoordig al bijna als een elleboog. Kom op hé jongens, niet zeuren. Deden we vroeger ook niet zo.

About Jouko