Ricci, de beruchtste spelersmakelaar

De Italiaan Dominico Ricci is de bekendste spelersmakelaar die in Ghana actief is. Hij is volledig gespecialiseerd in Afrikaanse voetballers. Onomstreden is hij bepaald niet. De Italiaanse voetbalbond beschuldigde hem enkele jaren geleden van moderne slavernij. Ruim tien jaar geleden sprak Marc Broere met hem, bij deze nogmaals het verhaal.

sm

Aan een tafeltje naast het verlichte zwembad van het luxueuze Rexham-hotel in Accra zit Robert Ayensu, een van de spelers die bij Ricci onder contract staan. Ayensu speelt dat jaar, in 1996, voor TVS Hordel in de vierde Duitse Oberliga. De voetballer wil geen slecht woord over zijn manager horen. ‘Ricci is goed voor mij. Mijn contract is honderd keer beter dan dat van voetballers die hier in Ghana spelen.’

Toch moet Ayensu per maand twaalf procent van zijn salaris en premies aan zijn manager afstaan. Maar dat wuift hij weg met een vergelijking. ‘Ik zou in Ghana zestig mark per maand verdienen, terwijl ik nu in Duitsland 2500 mark krijg en daarvan twaalf procent aan meneer Ricci moet afstaan. Dan blijft er toch voldoende voor me over?’

Een pretje is Duitsland niet, vertelt Ayensu eerlijk. Soms worden er bananen op het veld gesmeten. Maar hij accepteert dat. ‘Het is een kwestie van geld of geen geld. Ik moet mijn familieleden onderhouden. Dat racisme moet ik er dan maar voor overhebben.’

Gedisciplineerd
Na ongeveer tien minuten rijdt een grote BMW de oprijlaan van het hotel op. ‘Daar komt meneer Ricci’, zegt Ayensu, die duidelijk ontzag voor zijn manager heeft. De spelersmakelaar is gekleed in een korte broek en een groen poloshirt. Met zijn blonde haren en baardje lijkt hij eerder op een Scandinaviër dan op een Italiaan. Hij wil per se dat Ayensu en enkele andere spelers bij het interview aanwezig zijn. ‘Ik heb voor niemand geheimen.’

Ricci begint onmiddellijk vol lof te praten over Ghana. ‘De spelers hier zijn prachtig. Ik heb nooit problemen met Ghanezen gehad: ze roken niet, drinken niet, zijn gedisciplineerd, accepteren het zonder morren als ze van hun club geen toestemming krijgen om naar hun nationale team te gaan. Het zijn winners. Nigerianen zijn ook winners, maar die zijn te trots. Ze denken dat ze de beste en intelligentste spelers van Afrika zijn, ze geloven te veel in zichzelf.’

sm2

Tijd en geld
De Italiaan was twee jaar clubtrainer in Kongo en bleef ook daarna bezig met het opzetten van sportactiviteiten in Afrika. Na het wereldkampioenschap van 1990 richtte hij zijn eigen organisatie op, African Football Management. Momenteel heeft Ricci zo’n dertig Afrikaanse spelers onder contract, waaronder Ossei Kuffour van FC Nurnberg en Yaw Preko van Anderlecht. Het is niet gemakkelijk om ze allemaal intensief te begeleiden, vertelt hij.

‘Ik zou de spelers wel meer willen bezoeken, maar dat kost geld en tijd. Normaal gesproken moet je op het vliegveld zijn als een speler aankomt en hem de eerste dagen begeleiden. Maar dat is onmogelijk. Zelf woon ik in Italië. Mijn spelers zitten in Portugal, Turkije, België en Duitsland.’

Het is niet moeilijk om aan spelers te komen, zegt Ricci. ‘Alle Afrikaanse talenten willen naar Europa. Ik heb ze dus voor het uitkiezen. Bovendien heb ik voor jonge spelers geen toestemming nodig van de autoriteiten. Kijk, als je de boel echt belazert, dan kunnen ze natuurlijk knap lastig doen. Daarom kun je nooit te ver gaan. Ik ben hier na vijf jaar geaccepteerd. Iedereen weet dat als ik bij een transfer betrokken ben, het een professionele transfer is. Ghanezen laten zich ook niet snel flessen. In Sierra Leone heeft men veel minder ervaring met buitenlandse transfers. Daar zou ik zo een speler voor tien jaar kunnen laten tekenen, blind, op wat voor contract dan ook.’

Niet veel eisen
Ricci haalt de spelers het liefst zo jong mogelijk naar Europa. Dan stellen ze nog niet zoveel eisen. Hij geeft toe dat dit voor de persoonlijke ontwikkeling van zo’n jongen niet al te best is, maar daar lijkt hij niet echt mee te zitten. ‘Als je een jongen op veertienjarige leeftijd naar Duitsland stuurt, dan is dat niet goed voor zijn leven, maar wel voor zijn carrière. Maar vijftien is de beste leeftijd. Dan kunnen ze eerst nog twee jaar rijpen in een juniorenteam.’

Ricci’s oudste speler is 23. ‘Nu zijn mijn spelers nog jong en verdienen ze niet erg veel. Het wordt voor mij pas interessant als ze doorgroeien tot fameuze spelers. Ik mag over de afgelopen vijf jaar niet klagen, maar ik verdien nog steeds niet veel in vergelijking met managers die de grote Europese spelers doen. Ik zou pas echt rijk worden als van mijn dertien spelers er zich tien zouden ontwikkelen tot een Tony Yeboah.’

Een van de jonge spelers van Ricci zou later uitgroeien tot een grote ster: Stephen Appiah, de huidige aanvoerder van de Black Stars. In het begin van de 21e eeuw wordt Ricci door Isa Hayatou, de president van de Afrikaanse voetbalbond, beschuldigd van moderne slavernij en neo-kolonialisme.

Het aantal makelaars dat zich op Afrika specialiseert, wordt steeds groter. Ricci heeft een handige constructie bedacht om zijn concurrenten voor te blijven. Sinds kort is hij mede-eigenaar van een tweede divisieclub. Hij wil de club op z’n Europees gaan runnen, inclusief een opleidingsinstituut voor jonge spelers. ‘We willen hier een klein Ajax gaan bouwen’, zegt hij. ‘Dit wordt de nieuwe weg. Ik heb mijn eigen scouts hier, negen scouts die overal heengaan. Ik wil de jonge talenten al hebben voordat de Ghanese clubs ze ontdekken. Dan doe ik ze twee jaar in mijn eigen jeugdteam en dan gaan ze als ze zestien zijn naar Europa.’

sm3

Leegloop van talent
Hoe verantwoord is het wat Ricci doet? De nestor van het Ghanese voetbal, C.K. Gyamfi, heeft er geen goed woord voor over. ‘Spelers van vijftien of zestien mee naar Europa nemen, dat zouden ze toch moeten verbieden! Zo’n man verdient geld over de ruggen van die jongens. Weet je hoeveel hij voor die jonge spelers betaalt? Helemaal niets! Als ze een paar jaar ervaring hebben opgedaan bij een kleine club in Europa, dan brengt hij ze bij een grotere club onder en strijkt vervolgens een forse winstpremie en een deel van hun salaris op. Ik heb te veel spelers gezien die niet gezond zijn teruggekomen naar Ghana. Als het even tegenzit, dan laten de managers hen gewoon barsten, omdat er toch weer tien andere jonge talenten klaarstaan.’

Maar Ghana kan de leegloop van jonge talenten dan niet stoppen, vooral ook omdat er geen wetgeving op dit gebied is. Alex Asiedu is hier behoorlijk gefrustreerd over. Hij is hoofd van de Nationale Jeugdraad in Ghana. Enkele jaren geleden had hij een onderwijssysteem voor jonge sporters ontwikkeld. De voetballers van het juniorenteam hadden een speciaal onderwijsprogramma in de periode dat ze in trainingskamp verbleven. Het eerste elftal dat met dit experiment te maken kreeg, was de klas van 1991, het team dat wereldkampioen in Italië zou worden. ‘Hoewel ze bijna met de school klaar waren, maakte niemand de opleiding af. Allemaal vertrokken ze vroegtijdig naar het buitenland.’, blikt Asiedu verbitterd terug. ‘Mensen als Dominico Ricci zeiden dat ze hun tijd niet moesten verknoeien op school, maar naar het buitenland moesten gaan om geld te verdienen. Wij konden ze met geen mogelijkheid stoppen.’

sm4

Onverantwoordelijke manier
Asiedu vindt dat de jonge talenten op een onverantwoordelijke manier geëxploiteerd worden. ‘Het is slecht als spelers naar Europa gaan zonder dat ze volwassen genoeg zijn om een afgewogen keuze te maken. Een jongen van vijftien is nog niet volwassen genoeg om zelf zo’n ingrijpende beslissing te nemen. Daarom vind ik het onethisch als zulke jongens gedwongen het land verlaten. Laat ze toch eerst volwassen worden. Kinderen kunnen traumatische ervaringen krijgen als hun Afrikaanse jeugd abrupt wordt onderbroken. Op menselijk vlak ontwikkelen ze zich op een onnatuurlijke manier. Als ik de president van Ghana was, dan zou ik die jongens niet voor hun negentiende of twintigste laten vertrekken.’

Ethiek
Dominico Ricci moet glimlachen als de ethiek van zijn werk ter sprake komt. Hij wil het nog een keer duidelijk uitleggen. ‘Ik dwing geen enkele speler om naar Europa te gaan. Er zijn momenteel twee Ghanese internationals die niet in het buitenland voetballen. Denk je dat zij gelukkig zijn? Nee, hun probleem is juist dat ze nog in Ghana voetballen. Ik heb een van hen vandaag een contract bezorgd bij een Europese ploeg. Je had de ogen moeten zien van de man die het contract uittikte toen hij het salaris zag. Laten mensen dus alsjeblieft niet aankomen met verhalen dat het onethisch is. de spelers willen gewoon graag naar Europa om zaken te doen.’

framework_logo-1

Dit artikel is oorspronkelijk geplaatst op roadto2010.nl

About Marc Broere