Revolutie Heerenveen kan eindelijk beginnen

De directie was waardeloos, de Raad van Commissarissen (RvC) kon er al niet veel meer van en het stichtingsbestuur faalde waar mogelijk op nog meer fronten. De conclusie van het onderzoeksrapport van Lense Koopmans en Jos Vaessen over de tweespalt binnen SC Heerenveen kent geen genade. Met de presentatie van het rapport op vrijdag 26 juli start voor alle betrokkenen binnen de club de zo gehoopte Feanrevolutie.

Sinds het vertrek van Riemer van der Velde is het met SC Heerenveen bergafwaarts gegaan

Vertrek Van der Velde

Het is een zonnige dag in september 2006. Op de middenstip van het Abe Lenstra stadion in Heerenveen heeft Riemer van der Velde zojuist de voorzittershamer aan zijn opvolger Koos Formsma gegeven. Er zijn twijfels bij de oud-voorzitter over de bestuurlijke kwaliteiten van zijn niet zelfgekozen (!) plaatsvervanger, maar hij geeft hem een kans en overhandigt vrolijk lachend de hamer.

Waarom zou Van der Velde zich ook zorgen maken? De club staat er fantastisch voor. Meer dan duizend sponsoren, elke veertien dagen circa 25.000 enthousiaste fans op de tribunes en er is een eigen vermogen van ruim achttien miljoen euro zonder een bankschuld van betekenis.

Negen maanden later bericht de club plotseling dat Formsma het bijltje er bij neergooit. Het voorzitterschap kost hem teveel tijd en daardoor ziet hij zijn gezin te weinig, is de uitleg. Nu, acht jaar later, blijkt echter dat de RvC hem wegens zijn incapabele beleid ontsloeg.

Structuurwijziging

Na dit fiasco stapte SC Heerenveen af van een structuur waarin de voorzitter de lijnen uitzet. Iemand zoals Van der Velde vind je toch niet weer, was de redenatie. De RvC ging voor drie mannen die het directeurschap gezamenlijk mochten invullen. Henk Hoekstra, Yme Kuiper en Jan van Erve kregen een salarisverhoging en wat andere enveloppen met inhoud voor hun werkzaamheden.

SC Heerenveen eindigde al een aantal jaar rond vierde en vijfde plaats en wilde nu wel eens meedoen om het kampioenschap. Gezien het geld op de bankrekening was dit geen onrealistische gedachte. Het aantal selectiespelers ging van 22 naar 32 en er werd meer uitgegeven aan salarissen. De totale uitgaven aan contractspelers steeg met maar liefst liefst tachtig procent.

Een paar transferperiodes met miskopen later was de top drie nog allerminst genaderd. Financieel zijn er opeens problemen, want spelers leveren veel minder op dan was berekend. Het seizoen 2009/2010 wordt afgesloten met een nettoverlies van maar liefst vijftien miljoen miljoen euro. Het betekent het einde van Hoekstra en Kuiper. Met een flinke som zwijggeld verdwijnen zij voorgoed van het podium.

Sterke man

De directiestructuur wordt weer gewijzigd door de RvC. In de persoon van Robert Veenstra, voorheen directeur van een scholengemeenschap, komt er toch weer een voorzitter aan het roer van SC Heerenveen. De clubleiding dacht behoefte te hebben aan een sterke man om schoon schip te maken. Veenstra vertelt meteen dat er in het boekjaar 2010/2011 opnieuw verlies zal worden geleden. Van Erve is van het vorige directieteam de enige die ‘blijft zitten’. Hij verlaat echter, gedwongen door Veenstra, het strijdtoneel in 2012. Ook aan Van Erve wordt een ‘oprotpremie’ (lees: zwijggeld) uitgedeeld. De vertrekregelingen van de directieleden kosten de club bijna een miljoen euro.

Door de wankele financiële positie die Veenstra aantreft, moet hij saneren. Dit maakt hem logischerwijs niet populair, maar de nieuwbakken voorzitter doet hier niets aan. Hij faalt op meerdere gebieden, zoals communicatie en verliest al snel het vertrouwen van alles en iedereen binnen verschillende geledingen van de club.

Veenstra begint te zweten als hij de oppositie jegens zijn persoon merkt. Al snel druppelt bij de medewerkers door dat hij ‘vrienden’ binnenloodst op belangrijke posities binnen de club. Zo worden er bijvoorbeeld mensen aangesteld terwijl de sollicitatieprocedure voor een vacature nog bezig is. De medewerkers beginnen zich tot woede van Veenstra te roeren. Ze keren zich tegen hem.

Veenstra schakelt Hoffman B.V. in. Marktleider op het gebied van bedrijfsrecherche, zo valt te lezen op hun website. Hij geeft hen de opdracht om het gedrag van de medewerkers te volgen en bij hem rapport uit te brengen. Het is veelzeggend over de relatie die Veenstra inmiddels heeft ‘opgebouwd’ met het personeel. Er heerst een sfeer van angst en intimidatie. Mensen zitten ziek thuis en durven niet meer het Abe Lenstra stadion binnen te stappen. Ze denken dat op elke deurknop een microfoontje zit.

Een column in clubblad The Corner van Albert van Keimpema zorgt voor nog meer kwaad bloed bij de fans. In dit verhaal wordt erevoorzitter Riemer van der Velde met de grond gelijkgemaakt. Tot groot genoegen van Robert Veenstra, Johan Hansma en RvC-voorzitter Wino de Jong. Het bleek een doelbewuste gezamenlijke actie. Het bloed van Van der Velde kookte, maar hij hield zich wijselijk stil.

Toen Hansma ook de jaarlijkse scoutingsreis van Van der Velde zonder uitleg verbood, waren de rapen gaar. De supportersclubs zegden hun vertrouwen op en kwade sponsoren verzamelden zich. De dagen van Robert Veenstra waren geteld. Hij stapte op om Heerenveen de ruimte te geven, berichtte de clubwebsite destijds. Uit het rapport blijkt echter dat Veenstra circa 375.000 euro mee heeft gekregen plus een riante bonus.

De drie directieleden Robert Veenstra, Johan Hansma en Joost Steppé, opvolger van Jan van Erve, verdienden samen bruto zeshonderdduizend euro per jaar, exclusief pensioenpremie, sociale lasten en een bonus van maar liefst vijfentwintig procent.

Op alle fronten gefaald

Op alle fronten is er gefaald, concluderen Vaessen en Koopmans. Op directieniveau is er geen samenhang. Hansma en Steppé werken niet samen, er is geen onderling vertrouwen en ze verstoppen zich in de werkzaamheden van hun eigen portefeuille. Bovendien vierden beide heren vakantie toen de club in brand stond door het opstappen van Veenstra.

Kort na het gestarte onderzoek van Vaessen en Koopmans verschijnt op de clubwebsite het bericht dat ook de Raad van Commissarissen er de brui aan geeft. De onderzoekscommissie veegt in het rapport de vloer aan met dit besluit. “Deze wijze van handelen is buitengewoon onelegant en grenst aan onbehoorlijk bestuur”, zo valt er te lezen. Ook voor hen is het draagvlak verdwenen.

Blijft over het stichtingsbestuur, het hoogste en belangrijkste orgaan binnen SC Heerenveen. Waarom grepen Bauke Koopmans, Mark Noordhoff en Anton Postma niet in? Pas toen het water de club aan de lippen stond, wilden ze een onderzoek instellen. Te laat. Veel te laat. Ook voor hen verdween hiermee het draagvlak.

Financiën

Daarna wordt er in het rapport gekeken naar de toekomst van de club. De financiën van Heerenveen staan er redelijk voor. Het eigen vermogen bedraagt negentien miljoen euro. Echter, het aantal weglopende sponsoren is in vergelijking met andere eredivisieclubs extreem hoog. De commerciële afdeling heeft een reorganisatie nodig. Ook de verstrengelde belangen en financiële overeenkomsten van Sportstad en Sportclub moeten beter worden onderzocht.

One-tier board

Op het einde brengt de commissie ook nog een advies uit over de structuur van SC Heerenveen. De commissie adviseert de structuur met een NV los te laten en om te zetten in een BV. Deze zal bestuurd moeten gaan worden door een zogeheten one-tier board, waarop toezicht wordt gehouden door een stichtingsbestuur. Dat laatste is een breed samengesteld bestuur van circa tien personen met daarin afgevaardigden van alle geledingen, zoals supporters en sponsors, binnen de club. Deze personen moeten op democratische wijze gekozen worden en hebben hiermee automatisch draagvlak. Daarnaast worden personen met specifieke kennis van bijvoorbeeld de financiële- of de voetbalwereld toegevoegd aan het stichtingsbestuur. Natuurlijk is er daarin ook plaats voor erevoorzitter Riemer van der Velde en Foppe de Haan, mensen die zich in het verleden verdienstelijk hebben gemaakt voor de sportclub. Minstens vier keer per jaar komt de groep bijeen om te praten over de werkzaamheden van het dagelijks bestuur.

Het bestuur zal als het aan de commissie ligt voortaan bestaan uit maar liefst zeven mensen. De Raad van Commissarissen wordt vervangen door vier non-executives. Niet uitvoerende directeuren in normaal Nederlands. De dagelijkse leiding zal gevormd worden door drie executives. Oftewel de uitvoerende directie. De voorzitter van het bestuur is in dit model niet uitvoerend. Voor zowel de drie overgebleven uitvoerende directieleden als de drie niet-uitvoerende directieleden geldt dat zij hun eigen portefeuille hebben. Dit zal gaan om de volgende drie onderwerpen: ‘algemene zaken/financiën’ of ‘organisatie/financiën’, ‘technische-/voetbalzaken’ en ‘commerciële zaken.’

Zeventienkoppig monster

 

De oude organisatie van SC Heerenveen

De oude organisatie van SC Heerenveen

In de oude structuur (zie organogram boven) kende SC Heerenveen negen bestuursleden. De BV werd beheerd door een stichting. Het stichtingsbestuur, waarvan de benoeming niet transparant en ondemocratisch geschiedde, controleerde de Raad van Commissarissen van de NV, die op haar beurt de directie controleerde. Binnen de directie was voorzitter Robert Veenstra als algemeen directeur de eindverantwoordelijke.

De beoogde organisatie van SC Heerenveen

De beoogde organisatie van SC Heerenveen

In de nieuwe organisatie is er een slag geslagen op het gebied van het stichtingsbestuur. Deze wordt nu democratisch gekozen, zoals dat ook bij goed beheerde clubs als Borussia Dortmund en Bayern München gebeurt. Hiermee heeft de eindconsument, de supporters, inspraak in het beleid van de club. Dit zorgt voor belangrijk draagvlak. Bovendien is er in de nieuwe structuur eveneens ruimte voor andere stakeholders en wordt via de erevoorzitter ook de clubcultuur bewaakt.

Het grootste voordeel van een one-tier board, zoals SC Heerenveen dat nu wil instellen, is dat de lijnen tussen RvC en directie korter worden. Informatie-uitwisseling komt hiermee sneller tot stand en de niet uitvoerenden controleren niet alleen het beleid, maar helpen ook mee het beleid te bepalen. Bovendien kan het schrappen van een bestuurslagen zorgen voor minder bestuurders.

Dat is bij SC Heerenveen echter niet het geval. De oorspronkelijke negen bestuurders zijn er nu zeventien geworden in de nieuwe structuur. Voor de mensen op de werkvloer kan dit bestuur uitgroeien tot een zeventienkoppig monster. Zo heeft Marco van Basten straks twee directieleden die over zijn schouder meekijken, terwijl ook vanuit het stichtingsbestuur mensen zich met zijn elftal zullen gaan bemoeien.

Het grootste nadeel van zoveel bestuurders is echter dat deze structuur bijzonder log is. In een voetbalorganisatie is het van fundamenteel belang je zo snel mogelijk aan te passen aan een voortdurend veranderende omgeving. Daarvoor is het belangrijk dat de verantwoordelijkheden lager in de organisatie liggen, omdat zich daar de problemen voordoen. De geschiedenis met Veenstra leert eens te meer dat het in de huidige tijd voor een algemeen directeur onmogelijk is alle beslissingen te nemen. Niemand heeft alle wijsheid in pacht en zeker Veenstra niet.

Ook zeven man kunnen echter nooit over de kennis beschikken, waarover alle mensen in de organisatie tezamen bezitten. Het is de zaak naar die mensen in de organisatie te luisteren, maar de ruimte daarvoor neemt af, naarmate het aantal bestuursleden toeneemt. Immers: bestuurders bakenen binnen een angstcultuur, zoals die bij SC Heerenveen momenteel heerst, ter verdediging van nature hun eigen terrein af, zoals de commissie overigens ook in haar eigen rapport concludeert.

Lerende organisatie

 De nieuwe structuur van de directie is des te opmerkelijker gezien de werkwijze ten tijde van het regime van Riemer van der Velde. Hij snapte als geen ander de principes van de lerende organisatie. Beslissingen werden nooit door één persoon genomen, maar door een veelvoud aan mensen met verschillende achtergronden. Als directievoorzitter nam Van der Velde echter wel altijd de eindverantwoordelijk voor de genomen beslissing.

In zijn tijd beslisten behalve hij de trainer, het scoutingsapparaat, technisch adviseurs, financieel directeur en juridisch adviseur mee over transfers. Op de golfbaan vroeg Van der Velde bovendien advies aan iconen als Guus Hiddink en Johan Cruijff. Zo kon het gebeuren dat Daniël Pranjic in 2005 op proef kwam, terwijl trainer Gertjan Verbeek aangaf hem niet nodig te hebben. Bij SC Heerenveen was het echter niet ik, maar wij die beslisten, dus werd Pranjic gewoon aangetrokken. Het vervolg moge bekend zijn.

Als Heerenveen vooruit wil, zal het terugmoeten naar dat model. Een kleine directie, die anderen in de organisatie de ruimte durft te geven om mee te beslissen op bepalende momenten. In combinatie met de goede nieuwe opzet van het stichtingbestuur garandeert dat model de democratie en voorkomt een herhaling van voorbije gebeurtenissen. Het is voor SC Heerenveen uithuilen en opnieuw beginnen. Dan kan de club eindelijk weer bouwen aan het imago en voor iedereen buiten Friesland de op een na leukste profvereniging van Nederland worden.

 Dit artikel is een co-productie van Wout de Jong en Pieter Zwart

About Wout