Retro: Ajax ’95, Van Gaals meesterwerk

Vandaag is het exact twintig jaar geleden dat een Nederlands clubteam het belangrijkste Europese bekertoernooi won. In Wenen rekende Ajax af met AC Milan. Een puntertje van Patrick Kluivert maakte het verschil. Voldoende aanleiding om terug in de tijd te gaan en met een retro-analyse te verklaren wat er in 1995 gebeurde in het Ernst Happel Stadion. De finale was een schaakspel waarin de eerste slag voor Milan was, maar de oorlog werd mede dankzij een gedurfde tactische zet van trainer Louis van Gaal gewonnen door Ajax.

 

De basiself van Ajax in de Champions League-finale '95.

De basiself van Ajax in de Champions League-finale ’95.

Zonedekking

Het succesverhaal van Ajax 1995 begint op een regenachtige avond in september 1994. Het beste elftal van Europa komt op bezoek in het Olympisch Stadion: AC Milan. Enkele maanden eerder heeft de Italiaanse topclub Barcelona weggevaagd in de Champions League-finale. Het dreamteam van trainer Johan Cruijff werd op alle fronten afgetroefd en met 4-0 in de pan gehakt. Milan heeft in de laatste zes seizoenen drie keer de Cup met de grote oren gepakt en is op het toppunt van haar roem.

Behalve de kapitaalinjecties van eigenaar Silvio Berlusconi is er nog een reden voor het succes: een tactische revolutie. De in 1987 aangestelde coach Arrigo Sacchi heeft zonedekking en pressing geïntroduceerd in San Siro. Tot die tijd spelen de meeste Italiaanse teams volgens de wetten van het aloude catenaccio. In de verdediging staan bikkelharde slagers en een libero is het extra slot op de deur. Sacchi is echter een outsider. Hij heeft nooit in de top gevoetbald en heeft lak aan de geldende conventies. Het Milan van Sacchi speelt in een vlakke 4-4-2 en verdedigt niet langer de tegenstander maar de ruimte. Dat traint hij met schaduwspelen, waarbij zijn elftal mee moet bewegen met de bal en constant de onderlinge ruimtes zo minimaal mogelijk gehouden worden. Door de talloze oefeningen leert Milan om gegroepeerd druk te zetten, met name de tegenstanders in de Europa Cup I weten zich daar geen raad mee.

Zijn opvolger Fabio Capello bouwt in de jaren negentig voort op dat fundament. De huidige bondscoach van Rusland is minder idealistisch dan Sacchi en is bereid om concessies te doen aan zijn speelwijze als de situatie daarom vraagt. Dat maakt Milan tot een ploeg die bijzonder lastig te bespelen is. In deze eerste wedstrijd van het nieuwe Europese seizoen gaat Capello uit van eigen kracht. Milan speelt dus in zijn vertrouwde 4-4-2-formatie en zet vanuit deze stevige organisatie Ajax onder druk.

De jeugdige Amsterdamse tegenstander slaagt er echter in de pijnpunten van Milan genadeloos bloot te leggen. Trainer Louis van Gaal schuift tegen twee spitsen standaard één van zijn verdedigers – in dit geval Frank Rijkaard – door naar het middenveld. De backs knijpen en staan in de mandekking op de aanvallers, waardoor libero Danny Blind kan zorgen voor rugdekking. Op die manier domineert Ajax in de as van het veld, waar het een overtalsituatie heeft. Dat is een kolfje naar de hand van Jari Litmanen, de koning van het tussen de linies spelen. De 23-jarige Fin weet continu de ruimtes tussen de verdediging en middenveld van AC Milan te vinden. Litmanen is de grote uitblinker en onderstreept dat door in de 67ste minuut de 2-0 te maken, tevens de eindstand van het groepsduel.

Aangezien Ajax het centrum domineerde lag er logischerwijs ruimte voor Milan op de flanken. Als de thuisploeg de bal had dan lagen er zeeën van ruimtes aan de zijkanten voor de Italianen. Maar Van Gaal had daar wat op bedacht. Waar de oefenmeester in balbezit namelijk altijd uitging van eigen kracht was hij verstandig genoeg om aanpassingen te doen bij balverlies. In dit duel werden centrale middenvelders Ronald de Boer en Edgar Davids vleugelbacks als Milan balbezit had. Litmanen ving samen met Rijkaard de centrale middenvelders op, waardoor de aanvallende kracht van de bezoekers geneutraliseerd werd.

Het tweede onderlinge duel in Triëst was in feite een herhaling van zetten. Opnieuw domineerde Ajax het centrum en speelde het uit balbezit met vijf verdedigers. Een voorbode van het 5-2-3-systeem dat Van Gaal op het WK 2014 zou gebruiken tegen Costa Rica. Net als in Amsterdam waren Rijkaard en Litmanen de beste spelers aan Amsterdamse zijde. Niet toevallig de voetballers die een linie vormden die bij Milan – waar de aanvallers, middenvelders en verdedigers op één lijn stonden – niet bestond. Opnieuw drukte Ajax het veldoverwicht ook uit in de score: 0-2.

Niemandsland

Met deze voorgeschiedenis in het achterhoofd staan beide teams op 24 mei 1995 aan de aftrap in Wenen. Capello is duidelijk niet van plan om zich voor de derde keer aan dezelfde steen te stoten. Hij heeft Ajax uitvoerig geanalyseerd en besluit zich aan te passen aan de tegenstander die hem reeds twee keer aftroefde. Wanneer Milan opnieuw aantreedt met de vertrouwde vlakke 4-4-2 kan het eigenlijk net zo goed meteen de Champions League aan Ajax cadeau doen.

Het onschadelijk maken van Jari Litmanen is het grootste probleem waar Capello voor staat. Hij is immers de topscorer van Ajax in deze Europese campagne en in de voorgaande onderlinge duels heeft hij zich ontpopt tot Milan-beul. In de finale zet Capello met Marcel Desailly zijn beste speler in de mandekking op Litmanen. Dit betekent dat centrale verdedigers Alessandro Costacurta en Franco Baresi hun aandacht kunnen concentreren op spits Ronald de Boer.

Door een mandekker op Litmanen kan de Finse aanvallende middenvelder niet langer vrij bewegen in het niemandsland voor de Milan-defensie. De ruimtes tussen de linies van Milan zijn weliswaar niet bijzonder groot, maar Ajax heeft zich onder Van Gaal bedreven in het positiespel. Wie is de vrije man? En hoe vinden we die? Een wedstrijd is voor de Amsterdammers in die periode niets anders dan een antwoord formuleren op die twee vragen. Daar is Ajax in de loop der jaren bijzonder goed in geworden.

Door te opteren voor mandekking in plaats van zonedekking heeft ook Capello een vraag die hij moet beantwoorden. Wie wil ik dat de vrije man bij Ajax is? De Italiaanse oefenmeester is immers geen kamikazepiloot. Hij gaat niet één-op-één spelen achterin in een Champions League-finale. De keuze van Milan valt uiteindelijk op rechtsback Michael Reiziger, die opbouwend minder sterk is dan Blind, Rijkaard en Frank de Boer.

Rechtsback Michael Reiziger werd helemaal vrijgelaten in de opbouw.

Rechtsback Michael Reiziger werd helemaal vrijgelaten in de opbouw.

 

Linkerspits Marco Simone houdt derhalve centrale verdediger Blind in de gaten, kompaan Daniele Massaro ontfermt zich over de jongste De Boer. Zoals gezegd schaduwt Desailly Litmanen. De andere drie Milanese middenvelders dekken door vanuit hun zone. Rechtsmid Roberto Donadoni komt vooral Edgar Davids tegen. Zvonimir Boban staat vaak in de buurt van Clarence Seedorf en beweegt dan in de richting van Rijkaard. Linkermiddenvelder Demetrio Albertini neemt Seedorf dan over en zet vanuit hem druk op de vrije Reiziger. Albertini schermt daarbij de passinglijn naar Seedorf af, waardoor Reiziger eigenlijk geen afspeelmogelijkheden heeft.

Zelfcorrigerend

Voor Van Gaal is er weinig reden om aanpassingen te doen. Hij heeft zijn spelers bovendien zoals altijd tot in de puntjes voorbereid op de komende tegenstander. Milan kent voor Ajax geen geheimen meer. Van Gaal geeft in interview voor de aftrap zelfs aan dat hij verwacht dat Reiziger in de opbouw de vrije man gaat worden.

Toch komen de plannen van Ajax bepaald niet uit de verf in de eerste helft. Illustratief is dat de geheel vrijstaande Reiziger al in de tweede minuut kiest voor een blinde lange bal naar voren. De Amsterdammers hebben geen antwoord op de strategie van Milan. Het op balbezit gerichte Ajax heeft weinig controle en krijgt voor rust eigenlijk geen fatsoenlijke mogelijkheid. Litmanen, die vanwege zijn hooikorts tot overmaat van ramp niet helemaal fit is, wordt volledig onschadelijk gemaakt door Desailly. Rechtsbuiten Finidi George heeft met zijn individuele acties nog de meeste dreiging, maar aangezien Ajax niet in de wedstrijd zit, staan de buitenspelers verder van het doel van Milan af. Als zij hun man passeren dan levert dat dus niet direct een doelkans op.

Het knappe aan het Ajax van 1995 is dat het een ploeg is met zelfcorrigerend vermogen. Louis van Gaal vindt dat het grootste deel van zijn werk erop zit als het eerste fluitsignaal klinkt. Voetbal is geen coachsport. Hij leeft niet in de illusie dat hij vanaf de zijlijn het hele elftal kan aansturen. De spelers moeten zelf met oplossingen komen op basis van de dingen die Van Gaal aanreikt op de trainingen. Dus zijn de voetballers van Ajax voortdurend aan het coachen. Opvallend is dat libero Blind steeds vaker voor in plaats van achter zijn defensie gaat spelen om een afspeelmogelijkheid te creëren op het middenveld. Dat levert de Amsterdammers wat meer balbezit op, maar daar win je geen wedstrijden mee.

Van Gaal kijkt toe vanuit de dugout.

Van Gaal kijkt toe vanuit de dugout.

 

Seedorf

Dus neemt in de rust volgens de overlevering routinier Frank Rijkaard het woord. Hij stelt de invulling van de positie van rechtermiddenvelder ter discussie. Volgens hem speelt Clarence Seedorf te dicht in de buurt van zijn defensie. Daarmee brengt de jongste Ajacied zijn ploeggenoten in de probleem stelt Rijkaard.

Voor het argument van Rijkaard valt wat te zeggen, aangezien Milan begint vanuit een stevige organisatie en vervolgens spelers doorschuift. Als Seedorf verder naar voren speelt, dan worden de ruimtes die Boban en Albertini moeten bestrijken groter. Vanuit Seedorf druk zetten op Reiziger en tegelijkertijd de passinglijn eruit halen, wordt dan aanzienlijk lastiger. Bovendien kan Ajax op die manier wat meer variatie toevoegen aan het offensieve spel.

Toch vallen de keuzes van Seedorf ook prima te verdedigen. Wanneer hij over zijn man heengaat in de opbouw dan wordt Ajax aanzienlijk kwetsbaarder in de omschakeling. Dat blijkt als de dan negentienjarige middenvelder vlak voor rust besluit ten aanval te trekken. De bal wordt vervolgens verspeeld en Blind maakt een inschattingsfout door druk op de bal te geven. Het leidt de grootste mogelijkheid van Milan in. Simone kan vrij uithalen in het strafschopgebied, maar stuit op Edwin van der Sar.

Seedorf trekt aan het kortste eind en wordt in de 53ste minuut naar de kant gehaald. Zijn plaats op het middenveld wordt ingenomen door de meer aanvallend ingestelde Ronald de Boer, die als spits onzichtbaar is geweest. Ronald de Boer kan als centrale aanvaller uitstekend combineren in de kleine ruimte, maar in dit duel staat hij op een eiland. Hij heeft niet de kracht om de bal met twee Milanese verdedigers in zijn nek vast te houden en ook niet de snelheid om toe te slaan op de counter. Invaller Nwankwo Kanu heeft die kwaliteiten wel. Hij moet het aanspeelpunt worden dat Ajax beter laat voetballen.

Kluivert

De wissel heeft het door Ajax gewenste effect. De ploeg van coach Louis van Gaal komt meer aan voetballen toe in het tweede bedrijf. De Amsterdammers komen makkelijker onder de druk van Milan uit en spelen steeds meer op de helft van de tegenstander. Serieuze kansen levert dit optische veldoverwicht echter niet op. Sterker nog: Milan wordt steeds dreigender op de counter. Het ontbreekt de Italianen vaak aan de juiste eindpass en dus blijft Ajax overeind.

De verhoudingen zijn dus wat gewijzigd, maar Capello is nog steeds de trainer die zijn zaakjes het beste voor elkaar heeft. De Italiaan heeft er ongetwijfeld geen problemen mee om wat balbezit in te ruilen voor kansen op de counter.

In de zeventigste minuut besluit Van Gaal zijn laatste troef uit te spelen. Opnieuw kiest hij voor de aanval. Schaduwspits Patrick Kluivert vervangt Jari Litmanen, die meer als vierde middenvelder functioneert. Ajax maakt daarmee een sprong terug in de tijd. Tot 1993 speelde met Dennis Bergkamp namelijk eenzelfde type als Kluivert als nummer tien. Van Gaal legt sinds het vertrek van Bergkamp te pas en te onpas uit dat hij met Litmanen als aanvallende middenvelder meer defensieve stabiliteit is. Dat is een van de redenen van het huidige succes volgens de coach, maar in de finale is iets anders gevraagd.

Frank Rijkaard staat op het punt de assist op Patrick Kluivert af te leveren.

Frank Rijkaard staat op het punt de assist op Patrick Kluivert af te leveren.

 

Zes minuten voor tijd krijgt Van Gaal gelijk en pakken al zijn keuzes ineens goed uit. Kluivert maakt zichzelf aanspeelbaar tussen de linies en speelt Finidi aan, wiens voorzet Overmars bereikt aan de andere kant. Wat aan de bal verder gebeurt kan iedereen nog steeds dromen, maar cruciaal is juist wat er plaatsvindt aan de andere zijde. Daar is Ronald de Boer namelijk in het strafschopgebied opgedoken en hij trekt een mandekker met zich mee, die uiteindelijk buitenspel opheft als de gehele defensie van Milan stapt. Een direct gevolg van de tactische omzetting om de rechtermiddenvelder verder naar voren te laten spelen. Uiteindelijk komt schaduwspits Kluivert vrij en hij puntert binnen.

Een wanhoopsoffensief van Milan in de slotfase haalt niets uit en dus staat Ajax met de Champions League-beker in de handen. Capello heeft met zijn omzettingen voor rust de eerste slag gewonnen, maar de oorlog is voor Van Gaal. Hij heeft gegokt en gewonnen.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter