Redt Ribéry rommelend Frankrijk?

Het rommelt bij Frankrijk. Net als twee jaar geleden. Verwijten worden gemaakt, ruzies worden gestart. Net nu de ploeg op weg leek naar eerherstel, valt Frankrijk weer als los zand uit elkaar. Een bindmiddel is gewenst. Insert Franck Ribéry. Hij werpt zich op als leider, en als redder. Maar is het niet te laat?

Na de nederlaag tegen Zweden zijn er harde woorden gevallen in de kleedkamer. Alou Diarra beschuldigde Nasri ervan dat hij te weinig meeverdedigde, een discussie die schijnbaar uitmondde in het naar elkaar schreeuwen van krachttermen. Hatem Ben Arfa had het op zijn beurt aan de stok met bondscoach Laurent Blanc, en beet hem toe dat hij hem maar naar huis moest sturen. Chaos dus. Althans, volgens de media.

Het doet denken aan de rel van twee jaar eerder, in Zuid-Afrika. Daar implodeerde het Franse elftal, en staakten de spelers, onder leiding van Nicolas Anelka en Patrice Evra. De bondscoach moest een vreselijk kolderiek notitiebriefje voorlezen voor de toegestroomde pers. Frankrijk werd in hun hemd gezet.

Deze fragmenten tonen aan dat de Franse ploeg nog net zo ver is als na het WK van 2006. Zonder leider is het gezelschap stuurloos. Zonder bindmiddel, hecht de selectie zich niet aan elkaar.

Voorheen kon Frankrijk buigen op de exceptionele leiderschapskwaliteiten van Zinedine Zidane. Hij was buiten (latere) aanvoerder en sterspeler ook de lijm in de selectie, de brug tussen de autochtone en allochtone jongens. Met zijn Algerijnse roots en jeugd in de achterstandswijken van Marseille werd hij getolereerd door zijn gekleurde medespelers. Zijn welbespraaktheid en bescheiden voorkomen zorgden ervoor dat ook de blanke spelers met hem wegliepen. Daardoor behaalde Frankrijk resultaten.

Voorafgaand aan het WK van 1998, was de situatie bij het Franse team eigenlijk hetzelfde als nu. Er waren veel topspelers, maar ook veel ego’s. Eric Cantona en David Ginola bijvoorbeeld, die vroegtijdig afzwaaiden als international. En er was nog altijd die tegenstelling tussen blanken en zwarten. Voetbal was toen, ook in de ogen van de Fransen, een voornamelijk blanke sport. Het team was bij elkaar geraapt in de ogen van het Franse volk. De verwachtingen waren heel erg laag.

Juist dat zooitje ongeregeld werd wereldkampioen. Ze groeiden naarmate het toernooi vorderde naar elkaar toe. De natie groeide met hen mee. Het is alom bekend dat de sociaal-culturele waarde van die WK-winst in 1998 erg belangrijk is geweest voor de acceptatie van Fransen uit voormalige kolonies. Voor het eerst was Frankrijk op voetbalgebied echt één.

Sinds het afzwaaien van Zidane mist de Franse ploeg zo’n lijmspeler. Wat de bondscoach ook probeert, toch blijven er groepjes in de selectie zitten, die maar moeilijk met elkaar op kunnen schieten. Als het dan misgaat, dan staat iedereen binnen de selectie te wijzen naar elkaar. Het lijkt wel alsof niemand de verantwoordelijkheid van leider op zich wil nemen. Niemand, behalve Franck Ribéry.

Ribéry heeft de rol van absolute leider altijd naast zich neergelegd. Bij Galatasaray, maar ook bij Marseille en Bayern München. Anderen bekommeren zich om het team. De Franse vleugelspits moet alleen zorgen dat hij zijn eigen spel speelt. En soms gaat dat zelfs mis. Door blessures, en ruzietjes. Arjen Robben weet ervan. In het Franse elftal is het niet anders. De natie hoopt al jaren op een Ribéry die zijn team bij de hand neemt, als zijnde Messi, Cristiano Ronaldo of Wesley Sneijder. Dat is er nog niet van gekomen. In 2008 was zijn rol beperkt, in de schaduw van vedette Henry. In 2010 was hij één van de probleemgevallen die het gezag van de bondscoach ondermijnde.

In 2012, onder bondscoach Blanc, is dat allemaal anders. Ribéry kijkt op tegen de oud-prof. Omdat hij een WK won, en omdat Ribéry dat ooit nog hoopt te bereiken. Dus luistert hij naar zijn trainer, en probeert hij de mannen in het gareel te krijgen. Dat moet ook, want hij is de lijmspeler waar de Fransen al tijdenlang naarstig naar op zoek zijn.

Net als een groot deel van de selectie heeft Ribéry in zijn jeugd armoede gekend. Net als hen, is hij ook een soort van ‘outcast’ geweest. Hij weet wat er bij hen omgaat. Aan de andere kant heeft hij ook het respect van de autochtone Fransen,  doordat hij de grootste speler in de selectie is.

Nu neemt hij eindelijk ook het initiatief. Op het veld is Ribéry dit toernooi een voorbeeldige prof. Hij werkt, hij passt, hij valt aan, maar verdedigt ook mee tot zijn eigen zestien meter. Hij is veruit de gevaarlijkste Fransman.

En hij coacht ook nog eens zijn teamgenoten. Binnen, maar ook buiten het veld. Na de wedstrijd tegen de Zweden baalde de steraanvaller van de instelling van een groot deel van zijn ploeggenoten. Hij wil dat men altijd honderd procent geeft. Het is aan de ploeg om dat waar te maken. Te beginnen met de aartsmoeilijke kwartfinale tegen Spanje. Ribéry werpt zich op als spreekbuis, als aanvoerder en als vedette.

Eindelijk is daar de langverwachte leider. Het bindmiddel van een kampioensteam. De maizena voor de Franse bouillabaisse.

Of het op tijd is, is een tweede.

About Gino van Montfort

Gino is hoofdredacteur en mede-oprichter van Catenaccio. Hij is al van kinds af aan voor Feyenoord, maar laat in zijn artikelen vooral een merkwaardige interesse zien in clubs, spelers en verhalen uit Zuid-Amerika. Oh, en nu Feyenoord het wat minder doet, hoor je hem vooral over zijn andere grote liefde: Real Madrid. Volg Gino op Twitter | Meer artikelen van Gino