Nice – Évian, hoofdstuk uit mediterraan jongensboek

Dankzij de beelden op Eurogoals van in hekken springende ultra’s wilde Jean-Paul Rison altijd eens wedstrijd van OGC Nice bijwonen in het oude Stade du Ray. Maar omdat dit karakteristieke stadion binnenkort vervangen wordt door een zielloos, modern stadion, moest hij haast maken. Zijn verslag van de wedstrijd OGC Nice – Évian Thonon Gaillard.

Zaterdagmiddag in Nice. Maar Nederland is ook best leuk hoor.

 

De stad Nice is de parel aan de Franse Rivièra, op een zucht van Italië. Bakermat van het mondaine leven en het beter bedeelde Frankrijk, zowel qua portemonnee als qua zonlicht. Een stad met vele Italiaanse invloeden, waar het 12 maanden per jaar terrasweer is en de oceaan altijd azuurblauw is. Bekend om z’n Place Masséna, Salade Niçoise en Promenade des Anglais. Maar aan één van de grootste schoonheden van de stad wordt vaak voorbijgegaan. De lokale voetbalclub met de prachtige naam Olympique Gymnaste Club Nice Côte d’Azur.

Afgezien van enkele landstitels in de jaren ‘50 met ene Just Fontaine in de gelederen (van de legendarische 13 goals op het WK van 1958, wie kent hem niet) een anoniem clubje in de Franse Ligue1. Een ploeg waarvan mensen zich sinds de promotie in 2002 eigenlijk elk jaar hebben afgevraagd hoe Nice er toch weer in was geslaagd om zich te handhaven. Een club die met zijn volkse karakter eigenlijk haaks staat op de grandeur die zo tekenend is voor Nice, of Nissa, zoals de stad in het lokale accent heet. Met een stadion wat daar precies bij past, het Stade du Ray, in de noordelijke buitenwijken van de stad. Een stadion in de categorie ‘klassieke pisbak’. Een gigantische hoofdtribune met een groot dak en daartegenover op de andere lange zijde vier verschillende onoverdekte tribunes. Achter de beide goals onoverdekte staantribunes  waarachter de palmbomen, de Franse huizen en de flanken van de Zee-Alpen te zien zijn. Kortom een heerlijk stadion, waar bij elke van het moderne voetbal walgende voetballiefhebber zijn vingers aflikt.

Toch zijn het stadion en de club bij weinig mensen echt bekend, omdat OGC Nice altijd in de schaduw heeft gestaan van de naburige (en in Nice intens gehate) grootmachten Olympique de Marseille en AS Monaco. Ploegen waar het geld zit, in tegenstelling tot het bescheiden Nice. De club spreekt mij echter al jaren tot de verbeelding en als een ‘must visit’. Als trouwe kijker van Eurogoals in mijn jeugd herinner ik me het door veel vuurwerk begeleide gezang van de fans. Het naar beneden rennen en in de hekken vliegen van de ultra’s na een goal, en het ‘Buuuut’ van de stadionspeaker wat haast eeuwig leek door te gaan. Dingen die tekenend waren voor het Franse voetbal maar vandaag de dag vrijwel overal zijn verdwenen. In Nice heb je het nog, op Corsica ook. Pure cult en nostalgie. Ik was er al in de zomer van 2009, toen de competities stillagen en er dus eigenlijk niets te doen was. Door de terreinknecht (die er helemaal niets van snapte dat ik zo graag naar binnen wilde) werd ik binnengelaten en mocht ik al even van binnen zien hoe het eruitzag. Dat zorgde ervoor dat het verlangen naar een wedstrijd in het Stade du Ray groeide.

De hoofdtribune van de achterkant. De enige tribune met een dak.

 

De plannen kwamen dankzij ontwikkelingen in Frankrijk in een stroomversnelling terecht. Want spijtig genoeg loopt dit tijdperk in de clubhistorie ten einde. Nice is gezwicht voor het moderne voetbal. In 2016 zal het EK in Frankrijk gehouden worden en daar moet Nice als vijfde stad van Frankrijk bij zijn, vonden de hoge heren. En dus verrijst er op dit moment, op een vlakte ver buiten de stad “Allianz Rivièra”. De naam lijkt een wanhopige poging van de sponsor om nog enige regionale binding met dit verder zielloze stadion te creëren.  Met mooie stoeltjes, aan alle kanten overdekte tribunes en plaats biedend aan 35.000 toeschouwers. Totaal onnodig voor de club, want normaal trekt Nice amper 10.000 toeschouwers naar een 15.000 plaatsen tellend stadion. Afgelopen maand was het Stade du Ray wonderwel voor het eerst sinds mensenheugenis weer eens uitverkocht, toen het rijke (en eveneens gehate) Paris Saint-Germain op bezoek kwam. Komend seizoen 2013/2014 zal OGC Nice in het nieuwe stadion zijn thuiswedstrijden afwerken. Ik moest dit jaar dus absoluut nog richting het zuiden. Nice is zowel in de zomer als rond de kerstdagen een heerlijke stad en je kan er in december moeiteloos met je jas open lopen, dus mijn vriendin was ook wel te porren voor een reisje die kant uit. De vluchten en hotels bleken goedkoop, het speelschema van de Ligue 1 bleek gunstig en zo werden er meerdere vliegen in één klap geslagen. Op 15 december waren we getuige zijn van OGC Nice – Evian Thonon-Gaillard, in het oude Stade du Ray.

Dat het helemaal vol zat tegen Paris Saint-Germain was geen toeval, want na jaren van anoniem meedraaien net onder de middenmoot is dit seizoen alles anders. De zon schijnt nu ook voor de voetbalclub: ze doet namelijk volop mee in het linkerrijtje, is vanaf eind oktober al ongeslagen en leeft sindsdien op een roze wolk. Paris SG werd zelfs zonder punten terug naar Parijs gestuurd. Dit heeft ‘Le Gym’, zoals de ploeg in de volksmond wordt genoemd, niet in de laatste plaats te danken aan een spits die afgelopen zomer naar Nice kwam. Waar wij hem in Nederland vooral kennen als een spits die het bij Ajax in de grote wedstrijden altijd liet afweten heeft Dario Cvitanich zich in het zuiden van Frankrijk ontpopt als een veelscorende spits die uit niets een doelpunt kan creëren. Het Argentijnse goudhaantje wordt in de stad al liefkozend ‘Le Pippo Inzaghi de la L1′ genoemd. Tegen Evian kon de ploeg zelfs een beetje geschiedenis schrijven, want bij een overwinning zou Le Gym naar de 4e plek (achter Lyon, Marseille en Paris SG) op de ranglijst stijgen, iets wat al jaren niet meer was gebeurd.

En dus hadden we er zin in, op zaterdagochtend 15 december. We werden gewekt door een machinist die besloot dat luid getoeter de ideale begeleiding van zijn treintocht door het station van Nice zou zijn, iets wat door de meeste automobilisten in de stad werd opgevolgd. De voortekenen waren goed. Na de vorige avond in een drijfnat Nice te zijn geland, was het nu gestopt met regenen en deed de zon aan de strakblauwe hemel enorm z’n best om te doen geloven dat het geen december was. De vele kerstversieringen in de stad herinnerden je daar nog aan, maar anders zou je je direct in april wanen, op deze dag waarop het dragen van een zonnebril een absolute noodzaak zou zijn. Het zou een mooie dag worden voor Nice, maar zou dat ook voor de voetbalclub gelden? Voor de vorm deden we kerstinkopen (de liefde kan immers niet van maar één kant komen). De duisternis viel vroeg en de vele lichten gingen aan. Zo ook de lichtmasten van het Stade du Ray, waar om 20.00 uur afgetrapt zou worden.

Een uur voor de wedstrijd was het nog erg rustig in het nostalgische stadion.

 

De tram brengt je langs de vele flats en volle voetbalpleintjes omhoog richting de heuvels, en tot de stem in de tram “Prochain arrêt: Le Ray” zegt. Dan sta je op de lange en steile Boulevard Gorbella en ben je in een echte Zuid-Franse buitenwijk, en dan niet zo’n nare als die je altijd op het journaal ziet. Een levendige, volkse buurt, met veel palmbomen en tegen de heuvels opgebouwde flats. De flats gaven licht, van de lichtmasten die door het open stadion onbelemmerd de hele buurt deden oplichten. Le Ray, het mooie thuis van OGC Nice. Nog wel.

Een uur voor de wedstrijd wordt er al volop volop gedronken en gegeten achter de hoofdtribune van het Stade du Ray, in afwachting van de wedstrijd die de ster van Nissa enorm zou kunnen laten rijzen. Achter de staantribunes staken de ultra’s al wat vuurwerk af, wat door de lage tribunes een enorme rookwolk over het veld deed waaien. Mediterrane voetbalcultuur pur sang. Wij zaten op de hoofdtribune, of “Tribune Presidentielle”, zoals de Fransen zeggen. Klinkt toch net wat mooier. Onder de oude hoofdtribune ( die mij enorm deed denken aan de Galgenwaard van voor de laatste verbouwingen) werden kerstmutsen uitgedeeld die op elke tribune van het stadion enthousiast werden opgezet. Evian, de door de Groupe Danone gefinancierde laagvlieger in het afzichtelijke roze shirt, had ook kleine 30 uitfans meegenomen, die zich graag lieten horen. Maar de uitploeg was vooraf slechts een figurant. Er maar één vraag die iedereen zich stelde: kan Nice zich vanavond naar de vierde plaats voetballen?

Even voor achten, de spelers komen het veld op, het stadion zingt het lokale volkslied (wat nogal kerkelijk aandeed) “Nissa la bella” luid mee. Pas na de laatste woorden (Viva, viva, Nissa la bella) breekt er een orkaan van geluid uit in het Stade du Ray. Men klapt de handen stuk voor de helden, de ultra’s gooien met wc-rollen, zwaaien met vlaggen, steken een aantal vuurwerkbommen af en het Allez Nissa rolt van de tribunes. Achter de staantribunes kijken mensen vanuit woonkamers gratis mee. Dit kan niet misgaan, zou je zeggen.

Maar dan, de eerste de beste aanval van Evian, een verraste keeper, een intikker van dichtbij en de stand is 0-1. Amper 2 minuten onderweg. Nice schrikt wakker en valt ruw van de wolk waar ze tot dan toe op hadden geleefd. Er moet natuurlijk wel gewoon gewonnen worden. Er wordt direct begonnen aan een enorm offensief richting Evian-keeper Laquait. Het gevolg is dat er achterin veel ruimte ligt, en bij de eerste de beste counter weet Evian direct te profiteren. 0-2 en de 8000 toeschouwers kijken verbijsterd toe. Gaat hun club, nu het op de drempel van de Franse top staat, het dan af laten weten tegen een kleine ploeg als Evian? Toch wordt de ploeg onverminderd luid aangemoedigd vanaf de tribunes. En dan, in de 19e minuut, krijgt Dario Cvitanich de bal op de rand van het strafschopgebied. Hij draait, kijkt, en besluit de bal over de keeper te stiften. De bal valt 20 meter verder in de kruising en het Stade du Ray ontploft. De stadionspeaker loeit, de ultra’s rennen en hangen in de hekken en het stadion beeft als nooit tevoren. Precies waarvoor ik kwam, en waar ik al jaren naar had uitgekeken. Amper twintig minuten onderweg en al spektakel voor een hele wedstrijd gezien. 1-2 zou het blijven tot aan de rust, met een aandringend Nice.

Na de rust had nog niet iedereen zijn plek op de tribune weer ingenomen toen het alweer raak was. Via enorm geklungel achterin bij Evian en een mooie actie van Eric Bautheac kwam de bal op 3 meter van het doel bij wederom Dario Cvitanich, die de bal met gevaar voor eigen leven in het lege doel werkt. Zou het dan toch? Na de gelijkmaker werd de wedstrijd enorm saai. Nice kreeg geen kansen meer en het thuispubliek leek zich te berusten in een gelijkspel. Het had zo mooi kunnen zijn. Nice wist er nog een klein slotoffensiefje uit te persen, maar veel stelde het niet voor. Evian kroop tegen de eigen goal en werd op de counter nog wel gevaarlijk, maar kreeg de bal er ook niet in. Nice-trainer Claude Puel bracht uit een vlaag van opportunisme nog een laatste aanvaller in. Neal Maupay, met rugnummer 33, zo jong dat hij zelfs z’n naam niet eens, zoals de rest van zijn ploeggenoten, op zijn shirt had staan.

Maar dan. Een laatste corner voor Nice. Het thuispubliek gaat staan en schreeuwt Nissa nog maar eens naar voren. Slechte corner, bal afgeslagen. Weer voor de pot gegooid, maar de bal gaat wonder boven wonder langs alles en iedereen heen. Maar dan staat daar Neal Maupay, bij de 2e paal. Amper drie minuten in het veld, net 16 jaar en nu alleen voor de keeper, op drie meter afstand met het lot van heel Nice op z’n schouders. Hij frommelt de bal onder de keeper door en de bal verdwijnt in het lege doel. Het Stade du Ray ontploft voor de derde keer vanavond, maar heviger dan de twee voorgaande keren bij elkaar. De hekken hangen vol en zwiepen heen en weer, op punt van bezwijken onder het gewicht van de vele fans. Neal Maupay is na vanavond met 16 jaar en 3 maanden oud de op één na jongste doelpuntenmaker in de Ligue 1 aller tijden en schiet OGC Nice naar de vierde plaats. Euforie alom. Ook bij mij, want ik heb het Stade du Ray bezocht, en op wat voor manier.

Het stadion stroomt leeg, de straten stromen vol. Vanaf de balkons kijken de flatbewoners ogenschijnlijk tevreden naar de zingende mensenmassa. Lachende gezichten vinden de weg naar hun auto en meer bepaald naar hun claxon. Toetertijd in Nice. De lokale trots bloeit en iedereen mag het weten. Ook in de tram is de stemming opperbest. Door een erehaag van toeterende auto’s waar mensen met vlaggen en shirts uit de ramen hangen vindt de tram zijn weg weer naar het stadscentrum en zet ons een kwartier later af op de Place Masséna. Lopend naar een bar in de haven loopt er een jongen voor ons, met een sjaal van Nice om zijn nek. Een bekende passant vraagt hem: “En, hoe was de wedstrijd?”. Zijn antwoord: “Magnifique.” Hij is trots. En ik stiekem ook een beetje.

Nice speelt nog een halfjaar in het Stade du Ray.  Negen keer nog om precies te zijn, en dan is het voorbij. Avonden als deze zijn dan verleden tijd. In het nieuwe stadion zullen ook best mooie wedstrijden gespeeld worden, maar dan toch anders. Zonder volle hekken. Zonder lichtgevende buurt. Zonder toekijkende buurtbewoners en zonder wuivende palmbomen. Maar het kan dus nog even. Een halfjaartje, Lyon en rivaal Marseille komen nog op bezoek. Ik kan het iedereen aanbevelen. Dit is voetbal.

Op de maandag na de wedstrijd vlogen we weer terug. Neerkijkend op de stad Nice zagen we ook Allianz Riviera liggen. Daar ligt de toekomst van Nice, maar ik ben blij dat ik het oude Nice nog heb mee mogen maken. En dan wel op de mooist denkbare manier. We waren getuige geweest van een hoofdstuk uit een mediterraan jongensboek. Tot ver na de wedstrijd, tot in Nederland bleef het door mijn hoofd spoken.

“Viva, viva…

Nissa la bella”

About Jean-Paul Rison

Jean-Paul werd op de ochtend van Utrecht-Ajax geboren op steenworp afstand van de Galgenwaard en is sindsdien stadionautist, het type dat niet naar een stad gaat zonder het lokale stadion te bezoeken. Gaat graag naar buitenlandse voetbalwedstrijden, met merkwaardige voorliefde voor België en Frankrijk. Volg Jean-Paul op Twitter | Meer artikelen van Jean-Paul