Noord-Holland voetbalprovincie bij uitstek

Waar komen de beste voetballers van Nederland vandaan en waarom zijn zij juist daar geboren? Een simpele vraag die als basis diende voor een klein onderzoek. Alle geboorteprovincies van de internationals van het Nederlands elftal werden doorgepluisd en daaruit volgden opmerkelijke conclusies. Noord-Holland is de meest succesvolle provincie, met Amsterdam als voetbalhoofdstad. Flevoland en Drenthe blijven heel ver achter.

Het Nederlandse talent komt vooral uit Noord-Holland

Zuid-Holland recordleverancier

Kijkend naar alle internationals die Nederland heeft voortgebracht valt natuurlijk als eerste op dat Zuid-Holland de meest succesvolle provincie is. Zuid-Holland leverde in totaal 178 internationals. Logisch gezien het inwoneraantal van de provincie. Met 3,5 miljoen inwoners is Zuid-Holland namelijk de best bevolkte provincie. Met Feyenoord, Ado den Haag en Excelsior heeft de provincie drie clubs in de Eredivisie. In de Jupiler League zitten met Sparta en FC Dordrecht nog eens twee voetbalclubs uit Zuid-Holland. Dit enorme aantal voetbalclubs verklaart direct het succes van de provincie. Talent wordt in Zuid-Holland op de juiste manier gekweekt, vooral bij Feyenoord.


Als je het aantal internationals echter afzet tegen het aantal inwoners is Noord-Holland het meest succesvol. Dit is vooral te verklaren via de succesvolle jeugdopleiding van Ajax. De Amsterdammers scouten al jarenlang uitvoerig in hun eigen provincie, leidt deze spelers met harde hand op, geeft ze een kans in het eerste elftal en ziet ze vervolgens doorbreken in het Nederlands elftal. Deze voetbalschool is door de jaren heen zo succesvol gebleken dat ook de provincie daarop mee kan teren. Doordat de laatste jaren AZ ook de stap richting top verkleind heeft, komen er alleen nog maar meer talenten uit Noord-Holland door.

De andere provincie in de top drie laat zich raden. Van de traditionele top drie hebben Ajax en Feyenoord hun provincie succes gegeven en ook PSV laat haar provincie, Noord-Brabant, bloeien. Sowieso is Noord-Brabant al jaren de voetbalprovincie bij uitstek. Nog niet zo lang geleden zaten er met PSV, Willem II, RBC, FC den Bosch, RKC Waalwijk en NAC Breda zes clubs uit Brabant in de Eredivisie. Met Top Oss (nu FC Oss), Helmond Sport en FC Eindhoven waren er ook nog drie clubs in de Jupiler League actief. Dit straalde ook af op het Nederlands elftal.

De laatste jaren zakt de provincie Noord-Brabant echter wat weg. Clubs maakten de fout om het eerste elftal te bevolken met vreemde buitenlandse spelers in plaats van eigen jeugd. Supporters liepen daardoor weg op het moment dat succes uitbleef, waarna ook sponsoren zich terugtrokken en de voetbalindustrie met gillende banden tot stilstand kwam. Sinds 2004 volgden nog maar vier debutanten uit het Brabantse land. Laatste debutant uit Noord-Brabant is Roy Beerens. Hij komt echter voorlopig niet meer in aanmerking voor een oproep.

Ook voetbalprovincie Limburg zit in een neerwaartse spiraal. Naarmate de voetbalindustrie steeds groter werd, bleken drie voetbalclubs in het zuidelijke deel van Limburg teveel te zijn. Net zoals eerder gebleken was in Noord-Brabant. Een fusie tot FC Limburg kwam ook niet van de grond. Het heeft tot gevolg dat Limburg op voetbalgebied binnenkort voorbij gestreefd wordt door Utrecht. Het jeugdvoetbal is in Utrecht zeer goed georganiseerd en doordat er met FC Utrecht maar één profclub in de provincie zit, gebruiken vele clubs deze provincie als dankbare visvijver.

Zuid-Holland produceert de meeste talenten

Groningen, Zeeland, Friesland en Drenthe wachten al vele jaren op een nieuwe debutant in het Nederlands elftal. In Zeeland en Drenthe is het clubvoetbal nooit van de grond gekomen. Zeeland is door de verschillende eilanden teveel verdeeld geweest om tot een succesvolle club te komen, terwijl Drenthe als provincie te klein is. Landelijkheid is de grootste beperking voor Groningen en Friesland. Voetballers ontwikkelen zich als beste als ze veel op straat kunnen voetballen en daar al op jonge leeftijd veel tegenstand ondervinden. De jongens die wel talent hebben blijven vaak onontdekt lopen tussen hun minder talentvolle leeftijdsgenoten. Nog actiever scouten zou FC Groningen en SC Heerenveen kunnen helpen hun provincie op de kaart te zetten. De provincie Overijssel is de laatste jaren ook niet bepaald succesvol. In de afgelopen zeven jaar mocht slechts Wout Brama zijn debuut maken.

Flevoland kent op haar beurt pas sinds kort een international. De in Almere geboren Hedwiges Maduro mocht al op jonge leeftijd debuteren van Marco van Basten en werd daarmee de eerste international uit zijn jonge provincie, waarin het voetbal nog niet van de grond wil komen.

Provincie in opmars is Gelderland. Met de komst van AGOVV in het betaalde voetbal heeft Gelderland nu drie grote steden (Arnhem, Apeldoorn, Nijmegen) met een eigen voetbalclub als kloppend hart. Het zorgde ervoor dat sinds de entree van Marco van Basten in 2004 Gelderland na Zuid-Holland de meeste internationals leverde. De meesten vonden hun weg richting het Nederlands elftal opmerkelijk genoeg via FC Twente, dat al jarenlang actief scoutingswerk verricht in Gelderland. Hierdoor konden spelers als Peter Wisgerhof, Theo Janssen en Sander Boschker zich doorontwikkelen tot internationals.

Amsterdam voetbalhoofdstad

Amsterdam klopt Rotterdam eenvoudig

Zet je de internationals om richting de steden waarin ze geboren zijn, dan is Amsterdam verreweg het succesvolste. Dit is opnieuw te danken aan de succesvolle jeugdopleiding van Ajax. Tevens is Amsterdam de grootste stad van Nederland. Het inwonersaantal verklaart ook de hoge positioneringen van Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Opvallend in de lijst is de relatieve lage positie van Eindhoven, aangezien je zou verwachten dat PSV meer talent zou voortbrengen uit haar eigen stad. De hoge noteringen voor Haarlem, Breda en Paramaribo springen ook in het oog. De eerste en laatste stad zijn opnieuw te verklaren via de opleiding van Ajax, al brak de laatste international uit Paramaribo, Andwelé Slory, door bij het nietige Telstar. Het succes van Breda is minder eenvoudig te verklaren. Misschien is deze stad gewoon bovengetalenteerd en profiteert het bovendien van het netwerk aan professionele jeugdopleidingen om zich heen.

Succes kwam uit Noord-Holland, nu uit Zuid-Holland

Aardig is ook om eens dieper in te gaan op de succesvolle elftallen die Nederland in het verleden had. We namen de selecties van 1974, 1988 en 2011, aangezien we in dat jaar voor het eerst bovenaan de wereldranglijst kwamen, eens onder de loep. Vraag vooraf was natuurlijk of er door de jaren heen verschuivingen zichtbaar waren in de selecties, als je kijkt naar de plaats van geboorte.

Wanneer het aantal internationals afgezet wordt tegen het aantal inwoners is Noord-Holland de meest succesvolle voetbalprovincie

In 1974 werd de selectie nog gedomineerd door Noord-Holland. Niet opmerkelijk aangezien Rinus Michels de scepter zwaaide en hij voornamelijk spelers selecteerde die hij kende van Ajax en bekend waren met het systeem dat hij wilde spelen. Dit zorgde ervoor dat negen spelers afkomstig waren uit Noord-Holland. De andere topclubs uit die tijd, Feyenoord en PSV, zorgden voor de andere hoge producties van talent. Zuid-Holland leverde vijf spelers en Noord-Brabant vier. De overige internationals kwamen uit Utrecht, Groningen, Zeeland en Friesland.

In 1988 was opnieuw Rinus Michels de bondscoach en hij besloot voor dezelfde succesformule als destijds te kiezen. Een kern van spelers uit de Ajax-school omringd door spelers van Feyenoord en PSV. Noord-Holland was opnieuw hofleverancier met zeven spelers, ditmaal gevolgd door Utrecht en Zuid-Holland (beiden vier internationals). De opmars van Utrecht is te verklaren door de meer uitvoerige scouting van topclubs, waardoor spelers uit die provincie al sneller in de top terechtkwamen en hierdoor de kans hadden international te worden. Met Aron Winter (Suriname) en John van ’t Schip (Canada) kende de selectie twee ‘buitenlanders’. Beiden werden echter groot in Noord-Holland bij het vlaggenschip Ajax. Doordat PSV voornamelijk met spelers van buiten de provincie succes kende de selectie slechts één international uit Eindhoven. Ook Limburg en Overijssel leverden een speler af.

De verschuiving die al ingezet was door de verbeterde scouting in de top in 1988 zet zich de afgelopen jaren stevig door. Opleidingsinstituten als Feyenoord en Ajax zijn niet meer zo dominant als voorheen en de spelers die ze leveren komen zeker bij Ajax vaak niet meer uit het eigen achterland. Het heeft ertoe geleid dat Zuid-Holland met negen internationals de meest productieve provincie is. Opvallend is dat slechts twee van deze spelers de gehele jeugdopleiding van Feyenoord doorliepen. Dankzij de nivellering in de Eredivisie en knap jatwerk van Engelse clubs brak de rest elders door.

De selectie van het EK van 1988 ingedeeld naar provincie

Noord-Holland volgt op een tweede plaats met vier internationals. Voetbalprovincie Utrecht levert er drie af. De negatieve tendens in Brabant heeft zich doorgezet en net als in 1988 komt er nog maar één international uit Noord-Brabant. Joris Mathijsen is zelfs niet doorgebroken bij PSV, maar bij Willem II. De provincie is hierdoor voorbij gestreefd door Gelderland, dat met Erik Pieters en Klaas-Jan Huntelaar twee internationals biedt. Ook Luuk de Jong groeide op in Gelderland, maar doordat hij in Zwitserland geboren is, telt hij niet mee. Net zoals Edson Braafheid niet meetelt voor Utrecht, omdat hij in Paramaribo geboren is.

Met Mark van Bommel en Arjen Robben hebben ook Limburg en Groningen hun afgezand in het nationale elftal. Nieuw is dat ook Flevoland zijn trots heeft in de persoon van Hedwiges Maduro. Dankzij Heracles Almelo en FC Twente zit er uit Overijssel nog wel wat talent aan te komen, maar in Drenthe, Friesland en Zeeland is het qua talent droevig gesteld. SC Heerenveen is de vaandeldrager van het Friese voetbal, maar doet dat met andere Noordelingen, uit Scandinavië.

Toekomst

In de toekomst valt het te verwachten dat de ingezette tendensen zich voortzetten. Onder invloed van de jeugdopleidingen van Ajax, FC Utrecht en PSV ontwikkelt Utrecht zich tot de vierde voetbalprovincie van Nederland en streeft daarmee Limburg voorbij. Gelderland krijgt een boost dankzij scouting en opleiding van FC Twente. Ook Overijssel maakt met dank aan de goede jeugdopleidingen van FC Zwolle, Go Ahead Eagles, FC Twente en Heracles Almelo een sprong in voetballand.

De overheersing is er echter steeds meer voor de Randstad. In Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht wordt er nog veelvuldig op straat gevoetbald en toevalligerwijs zijn hier ook de beste jeugdopleidingen van Nederland gevestigd. Een garantie voor succes in de toekomst. De neergang van Noord-Brabant zal zich, als bepaalde clubs in deze provincie niet voor de jeugd kiezen, alleen maar doorzetten. De tijd dat zij de dominante provincie waren in voetballand is definitief voorbij. Nu is de Randstad aan het woord.

Dit artikel is geschreven met medewerking van Ilias.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter