Nederland kan Brazilië niet aan

Het is mooi te dromen van een wereldtitel. Je móet dromen, anders wordt je geen wereldkampioen. Daarom is het goed dat de selectie van het Nederlandse Elftal droomt, en dat de bondscoach meedroomt. Ze dromen zeker zo goed als ze voetballen. Maar niet goed genoeg.

oranje-viert

De neutrale toeschouwer kan het zich veroorloven de feiten onder ogen te zien. Nederland komt tekort tegen Brazilië. Als deze fantastische lichting Nederlandse voetballers al zo’n moeite heeft met een stel stoere Slowaakse huisschilders, hoe moet dat dan tegen de goddelijke, goudgele atleten uit het land waar ze écht weten wat carnaval vieren is?

Die verschrikkelijke fouten in de Nederlandse verdediging. Tot drie keer toe zo’n kale Slowaak moederziel alleen voor Stekelenburg. Luis Fabiano, Robinho, Kaká, die weten wel raad met zulke kansen. Die hebben het niet nodig zich te laten vallen.

Nederland heeft op dit moment één aanvaller die op het niveau van Kameroen en Slowakije iets voorstelt, en dat is Robben. Robben kent precies één trucje: langs de lijn rennen, ter hoogte van het strafschopgebied linksaf slaan en dan hopen dat-ie met links op het doel kan schieten. Dat is het hele raffinement van de Nederlandse aanval, en het is merkwaardig dat ze er in de Bundesliga steeds weer intrappen. Brazilianen doen dat niet. Als Robben de trainingen tot vrijdag al overleeft.

Er is één uitweg, die Oranje in het verleden meer dan eens heeft gezocht als het niet goed genoeg speelde. Over de schreef gaan. Denk aan het EK van 1976 (halve finale tegen Tsjechoslowakije!), denk aan de ordinaire wedstrijd tegen Portugal vier jaar geleden. Daar hebben we Van Bommel voor, en De Jong, die kunnen dat. Dat is de wil om te winnen. Maar Brazilianen spreken ook Portugees en zijn niet bang voor de Nederlandse wil om te winnen.

Aan de andere kant, wie deze wedstrijd wint staat in de finale. Uruguay en Ghana kunnen we hebben. Dus laten we even meedromen. Tot vrijdagmiddag kan het nog.

About Herbert Blankesteijn