Nederland: Europees kampioen excuses

Ik ben nooit een fan geweest van Bert van Marwijk en dat zal ik ook nooit worden. Voorafgaand aan de oefenwedstrijd tegen Duitsland, liet ik me verleiden Van Marwijk een Duitser te noemen.Voor het geflopte EK volgde nog een column met een heldere conclusie: “Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus. Van Marwijk heeft deze zomer vast een goed excuus.”

Bert van Marwijk is openhartig over het falen op het EK

Mea culpa

Wat dat betreft moet ik een mea culpa maken. Nederland werd weliswaar kansloos uitgeschakeld op het EK, zoals verwacht, maar Bert van Marwijk zocht achteraf geen excuus. Vandaag gaf hij in Voetbal International voor het eerst echt een inkijkje in zijn belevingswereld en daarin wees hij twee beweringen stellig van de hand: de spelers waren net zo fit als in Zuid-Afrika en door de onderlinge ‘onrust’ vlogen we er ook niet uit.

Van Marwijk zoekt de oorzaak uitdrukkelijk niet in dit soort bijzaken. Zijn verhaal over dat Nederland wel degelijk goed speelde tegen Denemarken en in de eerste twintig minuten tegen Duitsland en Portugal is niet overtuigend, maar de rest van zijn verhaal snijdt wel degelijk hout. Op twee punten steekt hij de hand nadrukkelijk in eigen boezem: hij had vaker moeten testen met een aanvallende variant op de tactiek en het evenwicht tussen verdediging en middenveld was weg.

Kwaliteit

Tussen de regels door laat Van Marwijk echter vooral blijken dat het ook een kwestie was van kwaliteit. Zo geeft hij aan dat Nederland op het WK 2010 ook al niet de beste spelers had en dat de spelers die toen speelden in de twee jaar daarna niet beter waren geworden. De alternatieven die hij bekeek, werden veelal gewogen en te licht bevonden.

Johan Cruijff zei ooit dat hij het verschil tussen een goede en een slechte voetballer herkende bij een 1-0 achterstand met nog tien minuten te gaan. Een goede voetballer floreert onder die druk, neemt de ploeg op sleeptouw en is in staat de situatie om te draaien. Een slechte voetballer gaat echter fouten maken. Druk zetten zonder organisatie of juist achteruit lopen, terwijl de rest van het team naar voren beweegt. Dat verschil tussen goede en slechte voetballers is het EK van Nederland in een notendop. We hadden te weinig goede voetballers en dan is de minste tegenwind voldoende om het kaartenhuis, dat bestond uit een eendimensionale tactiek, te doen instorten.

WK 2010

Dat was op het WK overigens niet anders. Nederland kwam in dat toernooi tweemaal op een achterstand. Tegen Brazilië stortte het elftal na de achterstand in de eerste helft volledig in. Brazilië liep het elftal van Van Marwijk totaal onder de voet. Dat werd in de rust nog gekeerd, omdat Wesley Sneijder de ploeg bij de hand nam en Oranje twee gelukkige doelpunten wist te maken uit dode spelmomenten. Over het totale demasqué in de eerste helft sprak niemand meer, zorgvuldig uit het collectief geheugen gewist, maar het is wel gebeurd.

Of laten we even terug gaan naar het moment vlak nadat Spanje in de finale 1-0 maakte. Nederland trapt af en Sneijder probeert vanaf de middellijn de bal erin te schieten. Een kansloos schot, temeer omdat Iker Casillas gewoon tussen zijn palen stond. De rest van het toernooi waren de tegenstanders en het scoreverloop gunstig en dat kan veel maskeren.

Excuses

De rest van het land zoekt echter de oorzaken maniakaal in bijzaken: kleine brandjes in de spelersgroep en een gebrek aan fitheid werden ditmaal aangevoerd als excuus. Daar zijn we als Nederlands al jarenlang Europees kampioen in: excuses vinden waardoor we niet gewonnen hebben, terwijl we wel de beste waren.

Deze rijke traditie begon in 1974. Nederland was op dat toernooi voetballend inderdaad de beste ploeg, maar had niet gewonnen. Daarvoor moest een excuus komen en dat was snel gevonden: gedoe bij het zwembad en een scheidsrechter die in een Duitse fopduik trapt.

De scheidsrechter heeft ons volgens de overlevering overigens veel meer titels gekost: Thomas in 1976, Ivanov in 2006 en Webb in 2010.

In 1978 stond behalve de paal ook een scheidsrechter succes in de weg, door het verband van René van de Kerkhof af te keuren. Nederland weigerde vervolgens te spelen, waarna de scheidsrechter capituleerde, maar die gebeurtenis had onze jongens toch zo in de war gemaakt, dat ze vergaten te winnen. In 2008 was het overlijden van de dochter van Khalid Bouhlarouz debet geweest aan het doorbreken van het groepsproces. Bovendien zaten de rouwbanden veel te strak.

Ook onderlinge strubbelingen in de groep worden graag als excuus opgeworpen. Zo was er de affaire met de kabel in 1996 en de bloempot in 1990, als toonbeeld van een groep spelers die niet met elkaar overweg kon. Om over de wissel van Dick Advocaat in 2004 nog maar te zwijgen: dat kostte ons de titel. Dezelfde man die ervoor had gezorgd dat Ruud Gullit in 1994 niet meeging.

Overigens had in 1994 natuurlijk Johan Cruijff trainer moeten zijn, net als in 1992 en 1990. Was Cruijff trainer geweest, dan waren we natuurlijk kampioen geworden. Dat staat vast.

Strafschoppen

Daarnaast heb je natuurlijk altijd nog het nationale penaltytrauma om op terug te vallen. In 1992, 1996, 1998 en 2000 werden we via de strafschopstip uitgeschakeld. In Nederland doen we maar al te graag alsof strafschoppen een loterij zijn. Alsof het geen onderdeel is van het voetbal is.

De argumenten zijn daarvoor bekend: je kunt er niet op trainen, want onder druk van een stadion is het compleet anders. Oftewel: op het veld kunnen we de dienst uitmaken, want dat is trainbaar, maar eenmaal bij de strafschoppen aangekomen zijn we feilbaar. Daar kunnen we namelijk niet op trainen. Pure pech dat we altijd verliezen.

Dat op bepaalde plaatsen in het doel nog nooit een doelman een strafschop gepakt heeft, daar hoor je niemand over. Met stelselmatige training (dus niet alleen de training voor de wedstrijd) kun je de juiste techniek leren en wordt een strafschop een automatisme. Geen wedstrijdsituatie is zo goed te simuleren als een strafschop.

Daarvoor hoeven we alleen maar naar het hockey te kijken, waar trainen op strafcorners essentieel is. Om nog maar te zwijgen over de Olympische Spelen van 2000, waar strafballen tot tweemaal toe de beslissing brachten: “strafballen, daar zijn we goed in”, zei een speler van dat team onlangs in Andere Tijden Sport.

Cognitieve dissonantie

Het eeuwige zoeken naar excuses is terug te voeren op onze volksaard: wij hebben het idee dat wij de beste zijn. Het hele jaar bemoeit het land zich nauwelijks met sport, maar rondom een groot toernooi focussen we met zijn allen onze aandacht op het scherm om onze jongens de titels te zien ophalen. Zodat wij met zijn allen er in de polonaise achteraan kunnen lopen. Sport is een perfect excuus voor een feestje. Dat feestje zal er komen, want wij zijn nou eenmaal de beste: dat staat vast.

Als het echter misgaat, zoals eigenlijk altijd, dan ontstaat er paniek in ons hoofd, omdat er een discrepantie ontstaan is tussen het verwachtingspatroon en de daadwerkelijke prestaties. In vakjargon is voor die situatie zelfs een term: cognitieve dissonantie. Die cognitieve dissonantie lossen we op door excuses. Dan klopt het weer in ons hoofd: we waren wel (zoals verwacht) de beste, maar we wonnen niet (want: vul willekeurig excuus in). Dat laatste maakt niet uit, want we waren wel de beste, dus: reden voor een feestje.

Niet goed genoeg

Nu, maanden later, is echter de tijd wel rijp om de enige juiste conclusie te trekken: het Nederlands elftal was gewoon niet goed genoeg. Duitsland en Portugal waren een klasse beter. Onze trainer was niet goed genoeg en datzelfde geldt voor de meeste spelers. Het is een teken aan de wand dat alleen Robin van Persie nog een basisplaats heeft bij een Europese topclub.

Omdat Nederland tot nu toe alle kwalificatiewedstrijden heeft gewonnen onder leiding van Louis van Gaal, beginnen de verwachtingen richting het WK 2014 toch weer op te lopen. Mijn grote wens is dat we eens niet naar een toernooi gaan met het idee dat we wel even gaan winnen. Met de huidige spelersgroep mogen we blij zijn als we in de groepsfase een paar keer de kunsten van de Hollandse school kunnen etaleren. De kwartfinale halen met verzorgd voetbal zou een topprestatie zijn.

We zijn namelijk niet meer de beste (sorry, Louis), we behoren zelfs niet meer tot de top. Dit elftal is op wereldniveau slechts subtop en het wordt tijd dat we dat gaan inzien. Pas als je begrijpt dat je niet meer tot de top behoort, kun je namelijk weer aan de top komen. Het Nederlandse voetbal is momenteel vooral gebaat bij de pijnlijke kijk in de spiegel: het enige waar wij kampioen in zijn, is in het verzinnen van excuses.

 

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter