Mailbag #1: Voorzetten, inworpen, PSV & Feyenoord

Beter goed gejat dan slecht bedacht. We gaan een Catenaccio mailbag doen. Dat is een simpel concept. Jullie stellen vragen over allerlei zaken die met voetbal te maken hebben. Onze redactie probeert vervolgens met een coherent antwoord te komen.

We kregen veel vragen binnen en hebben dus een selectie moeten maken.

In deze eerste editie geven we het woord aan Nikos Overheul en Pieter Zwart. Antwoorden van Nikos zijn te herkennen aan de initialen NO. Die van Pieter aan de lettercombinatie PZ. Buitengewoon ingewikkeld, maar we rekenen erop dat jullie deze puzzel kunnen oplossen.

Een kampioenschap voor trainer Phillip Cocu is nog alles behalve een uitgemaakte zaak.

Onze lezers vragen zich af waarom PSV zo moeilijk scoort.

 

PZ: Vooropgesteld: Uitstekend dat deze discussie nu gevoerd wordt in mainstream media. Wij denken dat het genuanceerder ligt. Aan dit debat hangen twee vragen vast.

  1. Wat weten we eigenlijk over (de effectiviteit) van voorzetten?
  2. Hoe kunnen we de kennis over voorzetten gebruiken in ons voordeel?

Goed, wat weten we eigenlijk over (de effectiviteit) van voorzetten?

  1. Uit voorzetten wordt niet vaak direct gescoord

    Wanneer de definitie van voorzetten als ‘an attempted/accurate pass from a wide position to a central attacking area’ wordt aangehouden, kan geconcludeerd worden dat er niet vaak direct uit een voorzet gescoord wordt. Competities verschillen onderling enigszins op dit gebied, maar grofweg geldt dat één op de tachtig voorzetten uit open spel een doelpunt oplevert. Eén op de vijf voorzetten bereikt een medespeler. De helft van deze aangekomen voorzetten leidt tot een doelpoging. Een Tsjechische onderzoeker voegt daar op basis van statistische analyse aan toe: teams die veel voorzetten, scoren minder vaak. Uiteraard kan de vraag gesteld worden of deze correlatie ook betekent dat het één de oorzaak is van het ander.
  1. Soms gaan voorzetten via de rebound alsnog raak, maar niet vaak

    Waar de cijfers die onder het eerste punt genoemd zijn geen rekening mee houden, zijn voorzetten die indirect een doelpunt opleveren. Denk aan een voorzet die tegen de onderkant van de lat wordt gekopt en in de rebound alsnog wordt ingeschoten. Daar kan voor gecorrigeerd worden door te kijken hoeveel aanvallen een doelpunt opleveren binnen vijf seconden na het geven van een voorzet. Door middel van deze definitie kan de conclusie getrokken worden dat één op de 55 voorzetten een doelpunt oplevert. Deze aangepaste cijfers hebben geen invloed op de uitkomsten van het genoemde wetenschappelijke onderzoek uit Tsjechië.
  2. Niet alle voorzetten zijn gelijk

    Er zijn drie factoren die aantoonbaar het succes uit voorzetten vergroten. De belangrijkste hiervan is de locatie van de pass. Uit het werk van Marek Kwiatkowski, die twintig verschillende seizoenen uit Europese topcompetities in ogenschouw nam, blijkt dat een voorzet van binnen het strafschopgebied de grootste kans van slagen heeft. Ballen die vanuit die plek voorgegeven worden, hebben vijf procent kans om een doelpunt op te leveren.

    Dat is nog steeds geen hoog succespercentage, maar het is al stukken beter dan een bal die vanaf de zijlijn voorgegeven wordt. In dat geval moet er namelijk een klein wonder gebeuren, wil een doelpunt het gevolg zijn.

    Daarnaast kunnen spelers met specifieke individuele kwaliteiten voor een iets hoger rendement uit voorzetten zorgen. In het seizoen 2014/15 was PSV bijvoorbeeld het enige team in de Eredivisie dat meer dan twintig goals (21) maakte uit voorzetten. Het verschil met de vorige jaargang – toen twaalf keer werd gescoord uit een voorzet – was de komst van Luuk de Jong, die tien kopgoals maakte. Zoals Michael Higdon en Graziano Pellè NEC (21) en Feyenoord (25) aan meer dan twintig doelpunten uit voorzetten hielpen in het seizoen 2013/14.

    Een derde factor die van belang is, is de snelheid van de aanval. Hoe langer het na balwinst duurt voor een voorzet gegeven wordt, hoe kleiner de kans is dat dit een doelpunt oplevert. De tegenstander heeft dan immers de mogelijkheid om de defensie te organiseren.
  1. Hoe kunnen we de kennis over voorzetten gebruiken in ons voordeel?

Dit is in feite de hamvraag, waarbij de gegevens onder punt één gebruikt kunnen worden om onderliggende aannames te testen. Een klein schot voor de boeg. Voorstellen om geen voorzetten meer te geven is net zo dom als voorstellen om alleen maar voorzetten te geven. Variatie in het aanvalsspel is noodzakelijk om goed georganiseerde defensies te ontregelen. En voorzetten kunnen daar een goed middel voor zijn. Om een beroemde overheidscampagne te parafraseren: ‘Geniet, maar geef voorzetten met mate’.

PZ: Op dit soort vragen is het makkelijk om een antwoord te formuleren dat plausibel klinkt. Daadwerkelijk iets zinnigs hierover zeggen, is een stuk lastiger. Vrij naar Marcelo Bielsa en Pep Guardiola zijn er zes redenen voor succes in een voetbalwedstrijd.

  1. Technische competentie
  2. Fysieke competentie
  3. Psychologische competentie
  4. Tactische competentie
  5. Succesvolle neutralisatie van competenties tegenstander door middel van voorbereiding en aanpassing
  6. Dom geluk

Ieder van die zes factoren zal bijgedragen hebben aan het huidige succes van Feyenoord. Na deze disclaimer kan ik de vloer geven aan Philip Schreurs, die in gesprek met FC Afkicken het verschil tussen Jörgensen en Kramer duidt.

NO: Inworpen leveren door de bank genomen niets op. Dit is echter voornamelijk omdat teams er niets mee doen. Er wordt nauwelijks op inworptechniek getraind en een bewuste strategie is helemaal een zeldzaamheid. Dit is zelfs het geval bij teams die in algemene zin wel goed zijn in standaardsituaties (Atlético Madrid, bijvoorbeeld).

Er zijn gelukkig wel een paar teams die hier wel het nodige rendement uithalen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk Stoke City ten tijde van Tony Pulis waar Rory Delap regelmatig assists verzorgde direct uit verre inworpen.

delap trow

FC Midtjylland was vorig en is dit seizoen ook vaak succesvol uit dit soort situaties (bijvoorbeeld de eerste goal hier).

In Nederland zijn er geen teams die dit serieus aanpakken. Jetro Willems bijvoorbeeld heeft een uitstekende worp, maar veel gevaar levert dit niet op voor PSV. Misschien (MISSCHIEN) is het de moeite waard om dit eens te proberen als je moeite hebt met scoren.

 

NO: Scouting/transfers. Tegenstanderanalyse, coaching en, bijvoorbeeld, standaardsituaties kunnen allemaal bijdragen aan resultaat, maar het belangrijkste is uiteraard de kwaliteit van je spelersgroep. Als het op dat vlak niet goed zit, is al het andere gemodder in de marge.

Transferkosten en vooral spelerssalarissen zijn bovendien de grootste kostenposten van een club en een analist kan zijn eigen salaris op die manier dan dus het makkelijkst terugverdienen. Dit hoeft niet eens te betekenen dat de analist in kwestie betere spelers aandraagt. Simpelweg een club behoeden voor slechte deals is al winst.

PZ: Leuke vraag! Hier hebben we ooit een stappenplan voor geformuleerd in een presentatie die Thomas Boeschoten hield voor amateurtrainers. Dat zag er als volgt uit:

  1. Stippel een strategie uit
  2. Bepaal het doel en het middel
  3. Bedenk hoe je dat kunt meten
  4. Maak data zo specifiek mogelijk
  5. Maak data zo rijk mogelijk
  6. Zorg voor vergelijkingsmateriaal
  7. Vergeet je boerenverstand niet

Via deze link is de hele presentatie te bekijken: http://bit.do/voetbaldatapresentatie


NO: Data-analyse binnen het voetbal gaat eigenlijk niet om het verkrijgen van kennis. Het gaat om het nemen van betere beslissingen.  

Data zijn nummers, daar kun je vervolgens informatie uit genereren. Maar daar heb je nog niks aan zolang die nieuwe informatie niet wordt geïntegreerd in een bepaald proces. Simpel voorbeeld, als jij tegenstanderanalyse doet, maar dit leidt niet tot veranderingen op het veld is de analyse waardeloos, hoe goed deze ook was.

Data -> informatie -> beleid

Dit lijkt logisch, maar veel clubs gaan hier grandioos de mist mee in.

Veel data-analisten hebben geen kennis van hoe, bijvoorbeeld, een scoutingsproces in elkaar steekt en hebben dus moeite om relevante informatie aan te bieden. Aan de andere kant hebben de technische mensen binnen een club meestal geen verstand van data-analyse en zij kunnen de data-mensen dan dus logischerwijs niet aansturen. Miscommunicatie is dan dus de enige uitkomst.

(Aan de andere kant, ik krijg betaald om exact dit probleem bij clubs op te lossen, dus ga vooral zo door.)

NO: Urby! De theorie die vaak wordt geopperd bij Emanuelson is dat zijn veelzijdigheid juist zijn grote manco is en dat lijkt me terecht. Hij haalt overal een 6, maar nergens een 8. Een min of meer goed team heeft op de posities waar hij kan spelen vaak betere opties. Het eindresultaat is dan dat je hem graag bij je selectie hebt, maar dat hij nooit speelt. De linkerflank bij Sheffield Wednesday is bijvoorbeeld bezet door Daniel Pudil (Tsjechisch international) en Barry Bannan, die zijn op hun posities nu eenmaal beter dan Emanuelson.

Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat Emanuelson een prima carrière heeft gehad. Het weinig florissante einde ervan doet daar weinig aan af.

PZ: Toevallig heb ik het hier met Liverpool-assistent Pepijn Lijnders over gehad toen ik hem sprak voor een verhaal over de Hollandse School. Hij legde uit dat het heel lastig is om in het moderne voetbal de gehele breedte van het veld te verdedigen met slechts drie verdedigers. Hierdoor ontstaan namelijk of ruimtes in het centrum, of ruimtes aan de zijkant. Teams die tegenwoordig met drie man achterin spelen, maken daarom vaak gebruik van spelers aan de zijkanten die de gehele flank bestrijken (en verdedigend de facto opereren als  back). Denk bijvoorbeeld aan het Chelsea van Antonio Conte.

Dat deze uitgangsformatie in defensief opzicht niet meer gebruikt wordt, betekent trouwens niet dat deze veldbezetting nooit meer voorkomt. Teams komen nog regelmatig in een 3-4-3-ruit terecht, denk bijvoorbeeld aan Bayern München in de return van de halve finale van de Champions League tegen Atlético Madrid. Verdedigende middenvelder Xabi Alonso zakt uit tussen zijn centrale verdedigers, de backs schuiven wat op naar voren en Arturo Vidal neemt de plek van Alonso over. En voila, de 4-2-3-1 is veranderd in een 3-4-3-ruit.


PZ: De speelwijze van Bayern München is na het vertrek van Pep Guardiola licht gewijzigd. Kort door de bocht is er wat minder focus op positiespel en wat meer op individuele expressie. Dit betekent dat Bayern misschien wat afhankelijker is geworden van de klasse van Arjen Robben en Franck Ribéry. Helaas voor Carlo Ancelotti zijn die vaak geblesseerd en dan kan het gebeuren dat Bayern punten laat liggen. Nog geen reden voor grote paniek, want Bayern ligt prima op koers om gewoon weer mee te doen om alle hoofdprijzen.

PZ: *Kiest na het weinig succesvol inzetten van de fifty-fifty voor het bellen van een vriend*

[18:43, 21-11-2016] Philip Scheurs: Gewoon standaard video-editor voor Mac of Windows                        

[18:43, 21-11-2016] Philip Scheurs: En Paint                        

[18:43, 21-11-2016] Philip Scheurs: Niet zo spannend dus                        

[18:43, 21-11-2016] Philip Scheurs: Makkelijk te krijgen voor amateurtrainers, als je er handigheid in krijgt heb je het snel gefixt

[18:47, 21-11-2016] Philip Scheurs: Zet erbij dat als iemand een beter idee heeft ik graag hoor welke                        

[18:47, 21-11-2016] Philip Scheurs: Want dat is nog een zoektocht

PZ: Er gaan sterke geruchten dat Feyenoord gebruik maakt van zonedekking bij het verdedigen van standaardsituaties. Overigens is dat niet per definitie beter. De kwaliteiten (en gebreken) van een bepaalde spelersgroep in combinatie met de uitvoer van de strategie zijn altijd de belangrijkste factoren van succes met zonedekking of mandekking.

NO: Feyenoord was vorig seizoen ook al goed qua verdediging van standaardsituaties (zes tegengoals in totaal, derde plek na Ajax, PSV), dus we kunnen redelijkerwijs aannemen dat dit een kwestie van kwaliteit is. Stadsgenoot Sparta Rotterdam is overigens ook een aanhanger van zonedekking en al twee seizoenen goed in het verdedigen van standaardsituaties.

In een competitie waar de absolute meerderheid van teams mandekking doen, kan het een relatief voordeel zijn om een andere manier van verdedigen te hebben, omdat de tegenstanders daar dan logischerwijs niet op zijn ingespeeld.

PZ: Voor de liefhebbers twee onderzoeken naar mandekking versus zonedekking (of combi) bij corners:
Klik
Klik

PZ: Ik ben dolblij dat ik op de valreep toch nog mijn eigen werk kan promoten. Lees hier mijn analyse op de site van VI.

About Nikos Overheul

Nikos is werkzaam als voetbalconsultant. Ex-Brentford / Midtjylland.. Volg Nikos op Twitter