KNVB-symposium staat symbool voor het Nederlandse voetbal

Maandag kwamen vele prominenten uit de voetbalwereld bijeen om te spreken over de toekomst van het Nederlands voetbal. Op voorhand mocht natuurlijk niet verwacht worden dat op deze dag alle problemen opgelost gingen worden, maar de uitkomst van het congres toonde vooral aan dat de problematiek diepgeworteld is. De kern werd namelijk angstvallig ontweken. Er werd niet geanalyseerd waar het Nederlandse voetbal op dit moment staat, niet uitgesproken waar het Nederlandse voetbal naartoe moet, laat staan dat werd besproken wat er voor nodig is om dat te bereiken en hoe dat concreet ingevuld moet worden. Dus kwam de crème de la crème van ons voetbal niet verder dan losse flodders en speerpunten bestaande uit holle containerbegrippen.

Guus Hiddink weigerde na afloop de hand in eigen boezem te steken.

Guus Hiddink was ook aanwezig.

 

Innovatief

Toekomstig bondscoach Danny Blind vatte tegenover de Telegraaf de conclusies van het congres kernachtig samen. ‘Wij zijn binnen het voetbal de uitvinders en de ontdekkers. Dat moet ook zo blijven. We mogen onze identiteit niet verliezen, maar wat meer de wil om te winnen er in brengen, kan geen kwaad.’ Zijn lezing werd door de meeste aanwezigen beaamd: Nederland staat er tactisch en technisch sterk op, op het gebied van verdedigen, mentaliteit en fysiek valt nog winst te behalen.

Slechts Wiel Coerver-adept Ricardo Moniz plaatste grote vraagtekens bij dit idee. ‘De Hollandse school is dood’, meldde hij aan de NOS. Om daar bij NU Sport aan toe te voegen. ‘Het Nederlandse voetbal heeft de afgelopen jaren zitten slapen. Zonder de acties van Robben waren we nergens op het WK. We moeten Messi’s creëren, die maken het verschil.’

Bij de stelling dat het Nederlandse voetbal innovatief is, kunnen op zijn minst grote vraagtekens gezet worden. In de jaren zeventig was dit onmiskenbaar het geval. Nederland introduceerde fanatieke pressing, de buitenspelval en een 4-3-3 formatie met veel positiewisselingen. Later voegden Johan Cruijff en Louis van Gaal in de jaren tachtig en negentig daar een extra innovatie aan toe, door een verdediger door te schuiven naar het middenveld.

Maar dat was twintig jaar geleden. De grootste innovatie waar de huidige baas van de KNVB, Bert van Oostveen, mee op de proppen kwam, was ‘het toevoegen van een winnaarsmentaliteit.’ Dat is een vrij magere oogst voor een land dat zichzelf prijst als ontdekkers en vernieuwers.

Sinds de jaren negentig is de Hollandse school wél doorontwikkeld, maar dat gebeurde niet meer binnen de landsgrenzen. De Argentijn Ricardo La Volpe introduceerde in Mexico een driemansdefensie, bestaande uit twee centrumverdedigers en een libero. Zijn landgenoot Marcelo Bielsa perfectioneerde het pressingvoetbal en maakte daarmee indruk bij Chili en Athletic de Bilbao. Momenteel staat hij bovenaan in Frankrijk met Olympique de Marseille. Zijn leerling Jorge Sampaoli was nog flexibeler met formaties en toonde bij Chili aan dat pressingvoetbal gespeeld kan worden zonder vleugelaanvallers. Spanjaard Pep Guardiola combineerde de invloeden van La Volpe, Bielsa, Van Gaal en Cruijff tot een eigen filosofie en verenigde zo sportief succes met oogstrelend voetbal.

Ondertussen lijkt het alsof in de Eredivisie de tijd veertig jaar heeft stilgestaan. Vrijwel alle teams in Nederland combineren het spelen van 4-3-3 met strikte mandekking. Wanneer een trainer het waagt om met een rechtsbenige vleugelspeler op links te spelen, wordt deze verketterd. Laat staan wanneer iemand een andere formatie probeert zonder dat dit direct succes oplevert. Ronald Koeman en Louis van Gaal toonden vorig jaar aan dat je ook op een andere manier kunt winnen, maar toen Voetbal International een enquête hield onder trainers in de Eredivisie en de vraag stelde of zij overwogen een voorbeeld te nemen aan Oranje, werd dat idee vrijwel unaniem resoluut naar de prullenmand verwezen.

Meerdere clubs bleken zelfs zwart op wit vast te hebben liggen dat er 4-3-3 gespeeld dient te worden. Hadden Rinus Michels en Ernst Happel in het huidige tijdperk de ruimte gekregen om hun tactische innovaties door te voeren of waren zij geslachtofferd vanwege het zondigen aan de statuten? Is een land waarvan de filosofie een vaststaand, statisch concept is geworden innovatief? Of begint het meer op een dogma te lijken? En is het toeval dat de Nederlandse trainer als exportproduct steeds minder aantrekkelijk lijkt te worden?

“Would you tell me, please, in which way I ought to go from here?”
“That depends a good deal on where you want to go”, said the cat.

Alice in Wonderland

Startpunt

Maar zelfs als we de stelling dat het Nederlands voetbal nog steeds staat voor innovatie accepteren, was het startpunt van de KNVB totaal verkeerd. Immers, om te bepalen welke route je moet nemen, zal je eerst moeten weten waar je heen wil. Het lijkt er sterk op dat de KNVB de klassiek Nederlandse speelstijl wil blijven promoten. Dan hadden de volgende twee vragen centraal moeten staan op het congres: ‘Wat zijn kwaliteiten die je nodig hebt om de Hollandse school te handhaven in de 21ste eeuw? En: ‘Hoe ontwikkel je die kwaliteiten?’

Nu bleven deze kernvragen onaangeroerd en dat is catastrofaal voor iedere discussie. Dat is alsof je aan een huis begint te bouwen, terwijl je niet weet hoe dat eruit komt te zien. Het is evident dat voor een villa andere bouwstenen nodig zijn dan voor een rijtjeshuis. Zo maakt het ook nogal een verschil of je catenaccio, kick and rush of tiki-taka wil spelen. Voor het eerste spelsysteem moet je selecteren op ijzersterke verdedigers, bij het tweede op fysiek en bij het derde juist op techniek.

Bovendien ontbrak ook nog eens een systematische analyse van de omgeving en de veranderende eisen in het hedendaagse voetbal. Team Sky had als lichtend voorbeeld kunnen dienen. Daar bracht manager Dave Brailsford tot in detail in kaart wat er nodig was om de Tour de France te winnen en pas daarna werd de vraag gesteld hoe dit het beste te bereiken was. De Engelse wielerploeg won uiteindelijk twee jaar op rij de Tour, met twee verschillende renners.

Pep Guardiola, de grote innovator van de laatste paar jaar.

Pep Guardiola, de grote innovator van de Hollandse School de laatste paar jaar.

Verdedigen

Om te illustreren wat er gebeurt als een discussie wordt gevoerd zonder overkoepelend paradigma, kunnen we het beste enkele van de elf speerpunten van de KNVB ontleden. Laten we beginnen bij het vijfde punt: ‘Hogere eisen stellen aan verdedigers en hun opleiding.’ Bij de NOS stelde Wim Jonk daarover de kernvraag: ‘Hoe wil je verdedigen? Ver van je eigen goal af of juist dichtbij je eigen doel?’

Het hoofd opleidingen van Ajax legde daarmee feilloos de vinger op de zere plek. Het afgelopen WK sprongen er bijvoorbeeld in de poule van Nederland twee verdedigers positief uit: Ron Vlaar bij Oranje en Gary Medel bij Chili. Vlaar paste met zijn duelkracht perfect in het door Louis van Gaal uitgedachte systeem. Op zijn eigen zestien kon ‘Big Ron’ naar hartenlust ballen wegwerken. De kleine Medel, die eigenlijk een middenvelder is, bleek juist uitermate geschikt voor het spelen met veel ruimte in zijn rug. Zijn goede gevoel voor positie, vermogen om ballen te veroveren en opbouwende kwaliteiten kwamen optimaal tot uiting. In het systeem van Oranje was het gebrek aan lengte van Medel echter een groot probleem geweest, terwijl Vlaar, met zijn gebrekkige wendbaarheid en matige inspeelpass, in het Chileense elftal een dissonant was gebleken.

Een zelfde beeld komt naar voren als we kijken naar de centrale verdedigers van de laatste drie Nederlandse coaches die de Europa Cup I/Champions League wonnen. Cruijff (Koeman/Guardiola), Van Gaal (Blind/Rijkaard) en Rijkaard (Márquez/Puyol) deden dat voornamelijk met spelers die van origine middenvelders zijn. Zoals ook het geval was bij het enige succes van het Nederlands elftal (Koeman/Rijkaard in 1988). We kunnen wel besluiten ons te richten op het opleiden van echte verdedigers als John Terry, maar André Villas-Boas kan uitleggen wat er gebeurt als je daarmee verzorgd gaat voetballen, ver van je eigen doel. Dat is een garantie voor mislukkingen.

Het is evident dat voor het opleiden van een Koeman of een Mascherano andere ingrediënten nodig zijn dan voor het opleiden van een Vlaar of een Stam. Dus moet je voordat je hogere eisen gaat stellen aan verdedigers bepalen over welke kwaliteiten een defensieve speler moet beschikken. En voordat je die vraag kunt beantwoorden, moet glashelder zijn hoe je wilt gaan spelen.

(Voor de duidelijkheid: het gaat hier niet om een formatie, maar om een achterliggend concept. Bayern München speelt onder Guardiola vrijwel iedere week in een andere formatie, maar het spelidee is altijd hetzelfde. En binnen die filosofie is er achterin geen plaats voor verdedigers als Terry, maar wél voor Javí Martinez en David Alaba. Dat heeft vervolgens weer implicaties voor de manier van scouten en opleiden.)

Bij het symposium is deze volgorde omgedraaid en dus kan er gesteld worden dat er hogere eisen gesteld moeten worden aan verdedigers, zonder dat eerst duidelijk is wat die spelers moeten kunnen. Dan is een dergelijk speerpunt niets meer of minder dan een losse flodder, die bij verkeerde interpretaties zelfs contraproductief kan werken.

Dat probleem speelt bij vrijwel ieder speerpunt een rol en daardoor leveren ze meer vragen dan antwoorden op. Hoe kunnen we de kwaliteit van jeugd centraler stellen, zonder dat we weten om wat voor kwaliteiten het gaat? Hoe kunnen we kijken naar het niveau van cursussen, terwijl onduidelijk blijft waartoe die moeten leiden? Hoe kunnen we meer aandacht besteden aan fysieke ontwikkeling, als we niet weten welke fysiologische aspecten belangrijk zijn? Moeten onze spelers krachtiger worden of juist sneller en wendbaarder? Hoe kunnen we nog meer focussen op de individuele route van talenten, zonder dat we weten waar die route toe moet leiden? Hoe ga je scouts beter opleiden, terwijl je niet duidelijk hebt gemaakt naar welke kwaliteiten deze scouts moeten kijken?

Het zijn allemaal vragen die slechts beantwoord kunnen worden als eerst een antwoord is gekomen op de twee kernvragen: ‘Wat zijn kwaliteiten die je nodig hebt om de Hollandse school te handhaven in de 21ste eeuw? En: ‘Hoe ontwikkel je die kwaliteiten?’

Willen we verdedigers als John Terry opleiden?

Willen we verdedigers als John Terry opleiden?

Containerbegrippen

Daarnaast blinkt de lijst met speerpunten uit in vaagheid, wat waarschijnlijk mede het resultaat is van het gegeven dat niet eerst de richting is bepaald. Dat leidt tot het veelvuldige gebruik van containerbegrippen, iets wat technisch manager Jelle Goes zelf aangaf in het Algemeen Dagblad. Hij voegt daar nog aan toe dat deze containerbegrippen in kleinere werkgroepen een concretere invulling gaan krijgen, maar het blijft onduidelijk waarom dergelijke vaagheden überhaupt tot speerpunten benoemd worden.

Opnieuw roepen de plannen van de KNVB meer vragen op dan antwoorden. Wat wordt bedoeld met ‘het opleidingstraject langer doortrekken’? Waar doelt de KNVB op met ‘fysieke ontwikkeling’? Onder dit begrip vallen talloze zaken, moet aan alle aspecten van ‘fysieke ontwikkeling’ meer aandacht geschonken worden? Wat is ‘de Nederlandse voetbalcultuur’? Wat is ‘verantwoordelijkheid geven aan spelers voor hun ontwikkeling binnen en buiten het veld’?

Het zijn vragen waar iedereen een eigen antwoord op kan geven, zolang er niet eerst een gezamenlijk referentiekader gecreëerd is en definities glashelder zijn vastgesteld. Je moet exact weten waar je over praat voordat je gepaste oplossingen kan vinden in de praktijk.

Prioriteiten

Daarnaast worden in de speerpunten van de KNVB nieuwe prioriteiten gesteld, zonder dat duidelijk wordt ten koste van wat dit gaat. Als je de kwaliteit van jeugd nog centraler stelt, dan komt iets anders minder centraal te staan. Als je meer nadruk gaat leggen op verdedigen, dan komt ergens anders minder nadruk op. Als er meer aandacht komt voor fysieke ontwikkeling, dan komt er minder aandacht voor andere aspecten. Als er meer gefocust wordt op winnaarsmentaliteit, wordt er minder gefocust op iets anders. Als je extra gaat kijken naar individuele ontwikkeling, dan ga je minder kijken naar het collectief. Als jouw scouts meer op fysieke potentie gaan letten, is er minder oog voor kwaliteiten op andere gebieden. Als spelers meer verantwoordelijkheden krijgen, dan gaat dat ten koste van iemand die nu die verantwoordelijkheid draagt.

Er wordt echter telkens maar gekeken naar één kant van de medaille en dat leidt ertoe dat sommige speerpunten ronduit tegenstrijdig zijn. Extra letten op winnaarsmentaliteit en focus op het individu staan bijvoorbeeld op gespannen voet met elkaar. Om wedstrijden te winnen, moet je ervoor zorgen dat je de beste spelers opstelt die je op dat moment tot je beschikking hebt, terwijl het voor het individu mogelijk beter is om vroegtijdig doorgeschoven te worden naar een hoger elftal.

Het congres was een perfect moment geweest om te spreken over dit soort prangende vraagstukken, maar er werden juist geen duidelijke keuzes gemaakt. Op het symposium lijkt de KNVB bij ieder dilemma gekozen te hebben voor antwoord C: ‘alle bovenstaande antwoorden.’ Op het kruispunt gaat het Nederlandse voetbal linksaf, rechtsaf, maar ook rechtdoor. We gaan verdedigers opleiden voor catenaccio, fysieke allrounders voor kick and rush én middenvelders voor tiki-taka voetbal. Van een rode draad of enige vorm van synergie lijkt op geen moment sprake.

Symbool

Nederland zette zichzelf op voetbalgebied op de kaart met de Hollandse school, wat bovenal een denkkader was. We wilden ageren in plaats van reageren, behalve winnen ook het publiek vermaken en zochten daarom continu naar vormen om het spel van de tegenstander te ontregelen, zowel in als uit balbezit. Vanuit dat denkkader werden steeds nieuwe manieren gevonden om opponenten te verrassen en daar kon vervolgens de begeleiding op worden aangepast.

Inmiddels lijkt de Hollandse school verworden tot een reeks losse ideeën zonder overkoepelend concept. Er moet 4-3-3 worden gespeeld met echte buitenspelers, positiespel en balbezit zijn verworden van middel tot doel. Op het symposium werden daar elf losse ideeën aan toegevoegd, waarvan ‘winnaarsmentaliteit’ de voornaamste was.

Wat ontbrak was enige vorm van structuur. Een systematische analyse over de plaats waar het Nederlandse voetbal nu staat, ontbrak, net als een vergelijkbare analyse over de veranderende eisen in de het hedendaagse voetbal. Het startpunt was onduidelijk omdat een kritische blik in de spiegel uitbleef, over het eindpunt werd überhaupt niet gesproken. Hoe die bestemming bereikt diende te worden en wat daar voor nodig was (niet alleen qua voetbalinhoud, maar ook qua middelen) bleef logischerwijs eveneens achterwege.

Het congres van afgelopen maandag was bedoeld om het nationale voetbal van nieuwe impulsen te voorzien, maar leverde vooral een incoherente verzameling aan losse flodders op. In plaats van dat het symposium een aanzet gaf tot het oplossen van de problemen, stond het uiteindelijk juist symbool voor het gebrek aan visie en innovatie dat het Nederlandse voetbal zo kenmerkt. Dat kan niet de bedoeling van de KNVB zijn geweest.

Dit is een artikel van Pieter Zwart en Nikos Overheul.

Heb je genoten van dit artikel? Overweeg dan eens om het te kopen via onze Blende-knop hieronder. Gewoon als bedankje aan de auteurs! 

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter