KNVB-plan biedt hoop op betere voetbaltoekomst (maar ruikt ook naar beleidsalchemie)

orange2

Deze week wordt het rapport ‘Winnaars van Morgen’ gepresenteerd, het grote plan van de KNVB om Nederland weer terug te laten keren aan de voetbaltop, zowel in clubverband als met het nationale team. De afgelopen maanden is op Catenaccio veel gepubliceerd over deze plannen. Zelden was dat positief. De woorden van de KNVB leken vaak neer te komen op kretologie en om kernvragen werd keer op keer heengedraaid. Waar staat het Nederlandse voetbal op dit moment? Waar willen we met ons voetbal naartoe? En: hoe gaan we dat bereiken?

Een antwoord op deze kernvragen bleef in de communicatie van de KNVB keer op keer uit. Tot het daadwerkelijke rapport, waarin bijna vijftig pagina’s zijn ingeruimd om dieper in te gaan op de volgende kwesties:

  • Waar staat het Nederlandse voetbal nu?
  • Waar willen we naartoe met het Nederlandse voetbal?
  • Wat is uniek aan de nieuwe generatie topsporters?
  • Wat is de Nederlandse voetbalidentiteit/de Hollandse School?
  • Hoe maken we de Nederlandse voetbalidentiteit toekomstbestendig?
  • Hoe ziet het voetbal van de toekomst eruit?

In het rapport worden de antwoorden op deze kernvragen uitgebreid behandeld, met brede ondersteuning van cijfers en wetenschappelijk onderzoek. Daarmee is het rapport een positieve verrassing. De onderlinge samenhang en onderbouwing die in media-optredens van KNVB-functionarissen over de toekomst van ons voetbal vaak heeft ontbroken, is dit keer wél terug te vinden. Ook de probleemanalyse in het rapport is uitgebreid. Met cijfers wordt glashelder onderbouwd dat het Nederlandse voetbal een vrije val naar beneden aan het maken is. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de financiële context – Nederlandse clubs hebben minder geld te besteden dan Europese topclubs. De KNVB blijkt niet bang om ook fysieke, mentale, tactische en technische problemen bloot te leggen. De volgende problemen worden geconstateerd:

  • Internationale teams spelen compacter dan Nederlandse teams
  • Zonedekking is de norm in de Europese top, mandekking in de Eredivisie
  • Agressieve pressing is een tactische trend in het buitenland
  • De omschakeling wordt in het internationale voetbal steeds belangrijker
  • Altijd vasthouden aan een bepaalde formatie is ouderwets
  • Rondom de bal worden overtalsituaties gecreëerd
  • De opbouw wordt gedaan via de as en niet door de backs
  • Het tempo gaat omhoog, waardoor fysiek meer van spelers gevraagd wordt
  • Ook technisch moeten Nederlandse spelers een inhaalslag maken
  • Het geboortemaandeffect is een serieus probleem
  • Intrinsieke motivatie en het nemen van eigen verantwoordelijkheid zijn belangrijker dan ‘winnaarsmentaliteit

In de uitwerking valt met name de grondige hervorming van de jeugdcompetities te prijzen. Het voorstel is om in de onderbouw in kleine ruimtes te gaan spelen. Dit is misschien wel de belangrijkste verandering die het rapport voorstelt, maar er worden slechts een paar regels aan besteed (op pagina 147). De wedstrijdvormen voor de jongste jeugd worden aangepast, om zo het spelplezier te bevorderen. Onderzoek wijst uit dat dit gaat leiden tot meer balcontacten in kleinere ruimtes, wat zou kunnen resulteren in betere technische vaardigheden. Landen als België, Duitsland en Spanje doen het al jaren op deze manier. In Nederland was het niet de voetbalbond, maar Ajax – geïnspireerd door het Belgische jeugdvoetbal – dat voorop liep in deze wijzigingen. De Amsterdammers begonnen als onderdeel van Plan Cruijff een wilde competitie om te experimenteren met nieuwe wedstrijdvormen. Andere clubs en de KNVB werden betrokken bij dat initiatief. Dat leidde tot de zogenoemde Twin Games, een opzet die in het rapport ‘Winnaars van Morgen’ vrijwel letterlijk gekopieerd wordt.

Kleineruimtes

Uit KNVB-rapport ‘Winnaars van Morgen’: De nieuwe wedstrijdvormen voor Onder-6 tot Onder-12.

 

Waarom deze bewezen succesvolle wijziging wordt weggestopt in de krochten van het rapport, mag een raadsel heten. In België en Duitsland wordt het moment dat de jeugd in kleinere ruimtes ging spelen gezien als belangrijk keerpunt. Aangezien ook een aantal clubs tegen deze alternatieve wedstrijdvormen was, verdient de KNVB een pluim voor het invulling geven aan deze ideeën via pilots en het vervolgtraject. De aanpassingen voor de jongste jeugdteams bieden namelijk hoop op technischere spelers, die vaardiger zijn in kleinere ruimtes.

Beleidsalchemie

Hoewel er in het rapport dus goede punten gemaakt worden, valt er ook het nodige op aan te merken. Het lijkt er sterk op dat de schrijvers van het plan in hun maag gezeten hebben met de geformuleerde speerpunten op het voetbalcongres. Veel van die aandachtspunten zijn slechts gebaseerd op een onderbuikgevoel en bij nader onderzoek blijkt soms het tegenovergestelde waar te zijn. Dat lijkt de KNVB ook ontdekt te hebben, maar die conclusie is niet op papier gezet.

De oplossing die gevonden is voor dit probleem, valt het best te betitelen als beleidsalchemie. De KNVB heeft de speerpunten gehandhaafd door een totaal andere betekenis aan de gehanteerde begrippen te geven. Dat valt het best te illustreren met winnaarsmentaliteit. KNVB-directeur Bert van Oostveen heeft dat begrip in interviews als volgt toegelicht:

‘Neem alleen al Chili. Als ik die spelers het veld op zie komen, denk ik gelijk: zo, die zou ik niet tegen willen komen. Zij stralen een echte winnaarsmentaliteit uit. Nederlandse sporters hebben dat nu eenmaal minder. Vroeger hadden we Jan Wouters, Mark van Bommel en Nigel de Jong, nu hebben we een gat in de selectie.’

Metro – 15 oktober 2015

Hoewel dit geen eenduidige definitie is, lijkt de richting in elk geval helder. In de internationale top gaat het niet alleen om mooi voetbal, maar moeten soms ook de grenzen opgezocht worden. Nederland moet dus in opleidingen meer gaan focussen op winnen, zodat dit soort types naar de oppervlakte komen.

Van de invulling van winnaarsmentaliteit door Van Oostveen blijft in het uiteindelijke rapport niets over. Opeens is het begrip vertaald in het Engels en wordt er gesproken over een ‘winning mindset’. Dit blijkt een afgeleide te zijn van de groeimindset (een begrip waarbij de focus op leren en ontwikkeling ligt). Een groeimindset is in wezen het tegenovergestelde van de oorspronkelijke betekenis van winnaarsmentaliteit: het stellen van prestatiedoelen en het willen bewijzen van talent. De prestatie op korte termijn centraal stellen is een kenmerk van de statische mindset waar de aanhangers van de groeimindset zich tegen afzetten. De betekenis van winnaarsmentaliteit is dus plots honderdtachtig graden gedraaid.

Deze beleidsalchemie leidt ook tot krankzinnige passages. Zo wordt betoogd dat een winnaarsmentaliteit gekweekt kan worden door de inzet te prijzen in plaats van het resultaat. Dat staat haaks op de meningen van ex-voetballers als Mark van Bommel, die winnaarsmentaliteit op de agenda hebben gezet. ‘We voetballen leuk, maar winnen te weinig. In het buitenland is dat heel anders. Daar gaat het alleen maar om de drie punten. Dat moet er bij ons vanaf de jeugd veel meer worden in gehamerd’, aldus Van Bommel na het veelbesproken congres. Door te spreken over een ‘winning mindset’ lijkt de KNVB te zeggen dat het bij de jeugd al meer wil kijken naar het resultaat, terwijl het tegenovergestelde bedoeld wordt. Zo creëert de voetbalbond een Babylonische spraakverwarring. Niet handig voor al die mensen die de aanbevelingen van de KNVB in de praktijk moeten zien te brengen.

Bij het begrip verdedigen gaat het weinig anders. De definitie van een goede verdediger hangt volledig af van de speelstijl die door een team gehanteerd wordt. Neem Daley Blind. Hij is niet sterk, niet snel en staat niet bekend om zijn harde tackles. In een team als Manchester United, dat veel de bal heeft, is hij desondanks uitgegroeid tot een steunpilaar in de achterhoede. Zijn sterke punten – opbouwend krachtig, fantastisch positioneel inzicht – komen in de speelwijze van Louis van Gaal namelijk naar voren. Het is goed mogelijk dat onder José Mourinho de zwakke punten van Blind weer uitgelicht worden. Toch is hij dezelfde verdediger als onder Van Gaal. Voordat de vraag beantwoord kan worden hoe goed de Nederlandse defensies zijn, moet dus eerst bepaald worden wat de gewenste speelstijl is en welke karakteristieken binnen dit voetbalidee bij een verdediger passen. Maar dat ontbreekt in het rapport. De opmerking dat er te weinig aandacht wordt besteed aan verdedigen, is daarom niet meer dan een losse flodder.

Oppervlakkig

De manier waarop wordt omgegaan met begrippen als winnaarsmentaliteit en verdedigen werpt een schaduw over het rapport. Er wordt in het plan namelijk vooral gesproken over het wat, maar zelden over het hoe en waarom. Deels zal dat het gevolg zijn van het politieke karakter van het advies. Om alle namen die hebben meegewerkt te noemen, heeft de KNVB twee pagina’s nodig. Het is onmogelijk dat zo’n grote groep het unaniem eens wordt over het hoe en waarom. Om onenigheid te voorkomen, is het dan verstandig om ver bij deze vragen weg te blijven. Alleen is het gevolg dat alle ideeën slechts oppervlakkig zijn en er van daadwerkelijke inhoud nauwelijks sprake is.

Winnaars_morgen

 

Alleen bij de probleemanalyse worden de hoe-vragen gesteld. Dan worden harde conclusies getrokken over hoe het Nederlandse voetbal verschilt van het internationale voetbal, maar in de uitwerking wordt daar niet meer op teruggekomen. Sterker nog: dan wordt steeds benadrukt hoe wij tactisch nog steeds voorlopers zijn, terwijl een paar hoofdstukken eerder het tegenovergestelde aangetoond is.

De oppervlakkigheid van het plan kan nog het beste zichtbaar gemaakt worden door naar de KNVB-definitie van de Hollandse school te kijken: ‘Toch weet iedere voetballiefhebber gevoelsmatig heus wel wat er wordt bedoeld. De Nederlandse voetbalcultuur, dat is: aanvallend en creatief voetbal, gebaseerd op inzicht, technische vaardigheid en tactische intelligentie, bij voorkeur gespeeld in een herkenbaar 1-4-3-3-systeem, waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van de ruimtes op het veld.’

Catenaccio heeft een tijd geleden de vraag uitgezet wat er wordt verstaan onder de Hollandse school, en daaruit bleek vooral dat iedereen iets anders verstaat onder dit begrip. Er werden wel honderd verschillende antwoorden gegeven op de vraag. Dat iedere voetballiefhebber gevoelsmatig heus wel weet wat ermee bedoeld wordt, valt dan ook zeer te betwisten. Iedereen bedoelt iets anders en daarom is het cruciaal om over dit begrip helderheid te scheppen, in plaats van te veronderstellen dat iedereen wel begrijpt wat ermee wordt bedoeld.

Het rapport gaat verder: ‘Benadrukt werd dat de ‘Nederlandse School’ niet staat of valt met een prototypische uitvoering (i.c. 1-4-3-3), maar dat de kern van de cultuur wordt gevormd door de (aanvallende) uitgangspunten en spelintenties. Die nuchterheid correspondeert met het jongste feitenonderzoek over hoe Oranje, PSV, Feyenoord en Ajax in het recente verleden hun successen hebben behaald. Wat blijkt? De meeste successen zijn juist niet met 1-4-3-3 behaald. Nederland heeft de naam puristisch te zijn, maar legt in de praktijk qua spelsysteem meer flexibiliteit aan de dag dan vaak wordt toegegeven. Maar aan de traditioneel Nederlandse stijl van spelen – dominant, aanvallend en creatief voetbal – worden zelden concessies gedaan.’

De tegenstrijdigheden en vaagheden in bovenstaande tekst zijn talrijk. Waar in de inleiding de Nederlandse voetbalcultuur nog gedefinieerd wordt als een bepaalde formatie, wordt in de conclusie het tegenovergestelde beweerd. Hoewel er pagina’s worden besteed om de Hollandse school te definiëren, is het resultaat teleurstellend. De Nederlandse stijl van spelen wordt door de KNVB gedefinieerd als dominant, aanvallend en creatief. Daarmee wordt één vaag begrip vervangen door drie vage begrippen. De concrete invulling van dominant, aanvallend en creatief voetbal blijft namelijk uit.

 

Strategisch

Bron afbeelding: De Bouwerij

 

Wat dat betreft is het KNVB-plan een gemiste kans. Samengevat bespreekt de KNVB in het rapport te vaak 1) problemen die wel worden gesignaleerd, maar waarop geen aanbevelingen (oplossingen) volgen, 2) aanbevelingen voor problemen die niet worden omschreven en 3) aanbevelingen die geen bestaand probleem oplossen. De nationale voetbalbond blijft vooral hangen op het operationele en tactische niveau, zoals afgebeeld in de grafiek van De Bouwerij. Zo worden de wedstrijdvormen van de jongste jeugd aangepast en getoetst (operationeel en tactisch), maar wordt een inhoudelijke reden om dit te doen niet gegeven. De top van de piramide – strategie – wordt zelden aangeroerd, terwijl daar de meeste winst geboekt kan worden. In onze buurlanden België en Duitsland was dat strategische element juist de kern van de door de bond ingezette voetbalrevolutie.

Hoewel de KNVB bij vlagen de goede richting op denkt, heeft de bond het niet aangedurfd om een duidelijke strategie uit te stippelen. Dat is politiek buitengewoon verstandig, want niemand wordt met dit plan tegen de haren gestreken. Maar het Nederlandse voetbal heeft ook niet de richting gekregen die zo hard nodig is. En dat is eeuwig zonde.

Vond je dit artikel de moeite waard? Bedank de auteur dan door het te kopen via onderstaande knop:

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter