Kalou: Rotterdam blijft mijn lievelingsstad

Enkele dagen voordat Nigeria het Ivoorkust van Salomon Kalou uitschakelde in de kwartfinale van de Afrika Cup, sprak de oud-Feyenoorder in een Zuid-Afrikaans hotel over zijn liefde voor Rotterdam. ‘Een terugkeer?’ glimlacht hij. ‘Ja, natuurlijk.’

RUSTENBURG – Wachten op Salomon Kalou is een oefening in vergevingsgezindheid. Wanneer de tijdloze glimlach van de Ivoriaan over het vijfsterrenpad van het Rustenburgse hotel snelt, aan weerszijden toegewuifd door jonge boompjes, vervliegen de eerdere vijftig minuten vol doelloos staren. Kalou glipt langs de gastvrouw, die het gezicht, postuur en de haardracht van Didier Drogba heeft overgenomen, en nestelt zich op een bureaustoel. Even daarvoor klopte de rijzige persvoorlichter van de Ivoriaanse ploeg nog nodeloos op Kalou’s kamerdeur, net zoals hij naar een telefoon belde die zich niet liet opnemen. ‘Een massage’, verklaart Kalou zonder zijn glimlach te verslappen.

Rotterdam. Zodra de Maasstad ter sprake komt, veert Kalou overeind. ‘Daar liggen fantastische herinneringen,’ memoreert hij, ‘de beste plek waar ik ooit ben geweest, waar het allemaal begon. Rotterdam blijft altijd mijn lievelingsstad.’ Hij reist een aantal keer per jaar terug, ‘zo vaak als ik kan’. Daar wonen veel vrienden, daar bekijkt hij hoe de stad verandert. ‘Vooral het zomercarnaval is schitterend, dan dans ik in de straten.’

Zijn Ivoorkust herbergt de beste voetballers van Afrika, met namen als Drogba, Gervinho, de boers Touré, maar slaagt er keer op keer niet in de Afrika Cup te veroveren. Afgelopen zondag zwenkte de camera in de tweeënnegentigste minuut naar Kalou’s gezicht. Zijn lach was opgedroogd, toen hij naar de Nigeriaanse voorsprong staarde. Didier Drogba zal nooit de Afrika Cup op zijn palmares bijschrijven, en dat doet ook Kalou pijn. Enkele dagen eerder, in het hotel: ‘Hij is als mijn grote broer’, zegt hij. ‘Hij doorziet altijd wat ik denk, of wat me beangstigt.’ Drogba en Kolo Touré zullen de Afrika Cup over twee jaar, in Marokko, aan zich voorbij laten gaan. Kalou hoopte op een waardig afscheid. ‘We spelen al zo lang samen,’ zegt hij in Rustenburg, ‘dat we de prijs moeten winnen, om de wereld onze kracht te tonen.’ En toen sloeg Nigeria toe.

Het succesvolle Rotterdamse duo K2 bestond nog tot afgelopen zomer, via de telefoon. ‘Sinds Kuyt naar Fenerbahçe verhuisde is het contact vervaagd’, vertelt de voormalige wederhelft Kalou. ‘Samen waren we fantastisch. Dirk is een ontzettend onzelfzuchtige speler, werkte hard, rende de hele wedstrijd door – en ik mocht ervan profiteren. Van Dirks voorbeeld heb ik veel geleerd, dat ik niet altijd aan mezelf moet denken.’

Intussen woont en speelt Kalou in Lille. In Noord-Frankrijk werd hij afgelopen zomer begroet als een ster, die na zes jaren bij Chelsea de Franse harten zou stelen. Nu lijkt hij even in ongenade gevallen; zijn doelpunten blijven uit, en ondanks dat de trainer zijn vertrouwen uitspreekt, gonsde het afgelopen weken van de geruchten – de club zou hem alweer willen verkopen, Engelse subtoppers toonden interesse. Maar hij blijft, zegt zich te nestelen in Lille, om ooit de Fransen voor zich te winnen.

Verdonk

Zesenhalf jaar geleden trad Kalou nog bijna in dat andere oranje shirt aan, dat van Nederland. Bondscoach Marco van Basten lonkte naar hem, beloofde hem een vaste plek in zijn ploeg – maar de strenge hand van minister Verdonk wierp zich ervoor. ‘Ik koester geen wrok richting haar’, zegt hij nu, serieus, ‘ze deed gewoon haar werk. Ik baal achteraf ook niet van die beslissing, spelen voor mijn Ivoorkust biedt veel voldoening.’

Dan, na zeven minuten, mengt een Franse journalist zich in de strijd om Kalou’s zinnen. ‘S’il vous plaît, monsieur’, smeekt hij. Een vrouw van de voetbalbond drong al om de minuut het kamertje binnen, op haar horloge wijzend. Twee minuten na de interruptie van de Fransman gebiedt de kenau Kalou te vertrekken. Bewust van haar indringende stem, spring hij meteen op. Hij pakt uitgestoken handen vast, passeert een derde, woordeloze journalist en rent het hotel uit, negen minuten na zijn intocht. Op weg naar de uitgestrekte landschappen.

Op één van die velden, ingebed tussen verre, glooiende heuvels, staan twee doelen. Terwijl de lage luchten met oker worden geverfd, neemt Kalou er één onder vuur. Daar, hangend aan schouders van ploeggenoten, is zijn glimlach het breedst. Wellicht denkt hij opnieuw aan de Rotterdamse straten, zoals die terugkerend zijn gedachten vullen. Een paar minuten eerder knikte hij de naam Feyenoord nog vriendelijk toe – een terugkeer sloot hij in zijn hart. ‘Ja, zeker’, glimlachte hij. ‘Ja, natuurlijk. Ja.’

About Edward Geelhoed