Is Eden Hazard de sleutel voor België?

Nog geen jaar geleden leidde Eden Hazard Chelsea naar een kampioenschap. Hazard betoverde de Premier League met zijn passes, dribbels en doelpunten. Afgelopen seizoen verkeerde de kleine Belg echter in een vormcrisis. Hij scoorde maar vier keer in dertig duels, zette zelden spelers meer vrij voor de keeper en passeerde de vijandige verdedigers maar moeilijk. Op het EK lijkt hij zijn vorm te hebben hervonden. Onder andere in zijn passing begint hij erg beslissend te worden voor België. Maar wanneer is een speler nou eigenlijk een goede passer?

Alleen om te bepalen wie een goede passer is, moeten we natuurlijk eerst definiëren wanneer je een goede passer bent. Zo zou je de spelers die de bal altijd naar de juiste kleur spelen als de beste passers kunnen beschouwen. Dat zou echter betekenen dat spelers die de bal steeds veilig breed spelen betere passers zijn dan voetballers die veel risico in hun spel leggen. De beste passer van de Eredivisie zou volgens deze statistiek Nicolas Isimat-Mirin zijn. Hakim Ziyech, alom beschouwd als een goede spelverdeler, zou met een dergelijke definitie een slechte passer zijn – slechts 71,5% van zijn passes komt immers aan.

Goede passers spelen de bal niet steeds risicoloos breed, maar verplaatsen de ballen naar voren, dichterbij het doel. Een speler die steeds spelers vrij voor het doel zet en de bal vanuit eigen helft naar het strafschopgebied van de tegenstander kan brengen, dát is een goede passer.

De kans dat een schot een doelpunt wordt per locatie. Afbeelding via Michael Caley.

De kans dat een schot een doelpunt wordt per locatie. Afbeelding via Michael Caley.

Gelukkig is er een manier om die spelers te ontdekken. Van elke positie op het veld kunnen we bepalen hoe gevaarlijk die is, door te kijken hoe vaak er in het verleden van die locatie gescoord is (deze methode noemen we Expected Goals). Als een speler de bal van een gevaarlijke locatie (bijvoorbeeld in het strafschopgebied) naar een minder gevaarlijke locatie (in de middencirkel) speelt krijgt zijn pass een negatieve waarde – de aanval moet immers geheel opnieuw opgebouwd worden en al het gevaar is verdwenen. Van een slechte locatie (het eigen strafschopgebied) naar een relatief betere locatie (de helft van de tegenstander) levert uiteraard een positieve score op. Een verdediger die de bal vanuit de verdediging steeds naar een van de aanvallers speelt zal als een goede passer uit het model komen. Een verdedigende middenvelder die elke bal die hij krijgt breed of terug speelt komt behaalt over het algemeen een minder goede score. Deze score noemen we de Passing Skill Index.

Natuurlijk zijn alleen passes die daadwerkelijk aankomen waardevol. Je kunt wel steeds diepe passes naar voren versturen, maar als je opponent de bal steeds opvangt heeft die pass geen enkele toegevoegde waarde. Een verkeerde pass heeft derhalve een negatief effect op de score van een bepaalde speler. Een goede passer geeft dus niet alleen ballen naar gevaarlijke posities, maar zorgt er ook nog voor dat ze aankomen.

Daarnaast is niet iedere pass hetzelfde. Een steekpass elimineert over het algemeen verdedigers uit het spel, waardoor de aanval gevaarlijker wordt. Een lange bal vanuit achteruit is daarentegen een stuk minder gevaarlijk, aangezien de verdedigende partij alle tijd heeft om goed in positie te komen. Om de score van de pass te berekenen, wordt daarom ook het type pass meegenomen.

Een voorbeeld van een pass met een hoge score is deze bal van Elseid Hysaj. Deze pass heeft een score van 0,352, wat wil zeggen dat Hysaj met deze pass de kans dat Albanië uit deze aanval scoort met 35 procentpunt verhoogt. De pass gaat van de middellijn naar het strafschopgebied, een behoorlijke afstand. Bovendien heeft Opta Sports de pass als steekpass aangemerkt en dat beïnvloedt de score positief.

De methode heeft nog zijn zwakke punten. Zo komen spitsen erg slecht uit de verf. Als de bal bij een spits komt is deze meestal al in een zeer gevaarlijke positie. Het is voor de spits dan erg moeilijk de bal naar een nog betere positie te passen. Vaak zal een pass volgen die verder van het goal afgaat, wat nadelig is voor de Passing Skill Index van de aanvaller, terwijl dat natuurlijk lang niet altijd een slechte keus was. Een tweede nadeel is dat dribbels nog niet meegenomen kunnen worden (waardoor we ons nu beperken tot passes). Als een speler het halve veld over dribbelt om vervolgens de bal voor de keeper af te leggen op een teamgenoot, dan krijgt hij slechts credits voor de laatste simpele breedtepass. Zijn dribbel heeft voor het model dus nog geen waarde. Tot slot is een EK-eindronde een erg korte periode. Een speler kan dan beter voor de dag komen dan dat je normaal gesproken zou verwachten, bijvoorbeeld doordat hij geluk heeft in zijn passing of omdat hij tegen zwakke tegenstanders heeft gespeeld. Daarnaast kan één hele goede pass een grote invloed hebben op de score van een speler, ook als hij de rest van het toernooi ondermaats heeft gepresteerd.

Opbouwen

Een belangrijk voordeel van dit model is dat het ook prestaties van verdedigers in kaart brengt. Verdedigers kun je immers niet beoordelen op doelpunten en assists wat betreft hun acties aan de bal. Met deze methode kunnen we een belangrijk onderdeel van hun spel meten: de opbouw.

Neem Jérôme Boateng, centrumverdediger van Bayern München en Duitsland. Hij heeft zich onder Pep Guardiola ontwikkeld tot een voetballende verdediger die risico in zijn passing durft te leggen. Op het EK valt hij op omdat hij vanuit de achterhoede linies doorbreekt en zijn teamgenoten voorin aanspeelt. Ook in de methode die we ontwikkeld hebben komt dat naar voren.

JeromeBoatengPassingPlot2

In de bovenstaande afbeelding zijn de 25 gevaarlijkste passes van Jérôme Boateng dit toernooi weergegeven. Met de kleur wordt het type pass weergegeven en daarnaast zijn de gevaarlijkste passes het minst doorzichtig gemaakt. Deze map maakt goed inzichtelijk hoe goed Boateng op kan bouwen.

Hij bouwt het beste op via diagonale lange passes naar de linkerflank, waarmee hij de bal in één keer een stuk dichter bij het doel brengt. Ook over de grond komt hij tot gevaarlijke passes. Die passes zijn over het algemeen minder lang onderweg en dus minder makkelijk te verdedigen. Bovendien zijn ze eenvoudiger te controleren voor medespelers. Opvallend is dat Boateng als centrumverdediger zelfs een steekpass gaf – hij zette er Özil mee voor de keeper.

Spelverdelers

Naast het beoordelen van opbouwers als Boateng, biedt het model interessante mogelijkheden voor het beoordelen van spelverdelers, omdat het een indicatie geeft van welke spelers met hun passes het meeste gevaar brengen voor hun team. Om de Passing Skill Index te berekenen, worden de scores van alle passes bij elkaar opgeteld en gecorrigeerd op speeltijd. Wat je dan overhoudt is het gevaar dat een speler gemiddeld in een wedstrijd toevoegt met zijn passing. De top tien tot nu toe staat hieronder weergeven:

EKxGwon2

Eden Hazard staat bovenaan, met Silva en Özil op gepaste achterstand. Verrassender zijn de namen Shaqiri, Dier en Hysaj (die we al eerder in dit artikel bespraken). Los van het feit dat ze wellicht minder bekend zijn dan de andere spelers in deze top 10, zijn ze daarnaast ook de jongste. Het zou dus zomaar kunnen dat we een of meer van deze namen in de toekomst nog wel vaker in dit soort lijstjes tegen zullen komen.

Ook voor Silva en Iniesta zit het toernooi erop, na de teleurstellende nederlaag tegen Italië. Het is opvallend dat de alom geprezen Iniesta zo ver achter Silva eindigt – al is Iniesta’s voornaamste kwaliteit misschien niet eens zijn passing, maar zijn vermogen om zich uit lastige situaties te draaien en te dribbelen. Waar Iniesta nog erg op stoom was in de wedstrijden tegen Tsjechië en Turkije, was hij compleet onzichtbaar toen het ertoe deed tegen Kroatië en Italië. Tegen Italië voltooide hij 60 passes, veel minder dan in de groepsfase. Silva opereert weliswaar in de schaduw van Iniesta, maar passte dit EK beter volgens ons model.

DavidSilvaGbG

Met name tijdens de groepsfase was hij enorm belangrijk met zijn passing met als beste voorbeeld zijn geniale steekpass op Fabregas die de 1-0 tegen Kroatië inleidde. Silva heeft nog veel meer knappe passes verstuurd, die wellicht minder opvielen. Dat kan komen doordat de uitkomst van de pass minder succesvol was. Wat daarnaast duidelijk te zien is in de bovenstaande plot, is dat over een korte periode als het EK de score van een speler enorm beïnvloed kan worden door één geweldige wedstrijd. In dit geval was Silva tegen Tsjechië briljant, en behaalde hij de beste score in 1 wedstrijd van alle spelers op het EK tot nu toe. Ook tegen Kroatië speelde hij uistekend, al was hij tegen Turkije en Italië minder belangrijk. Zijn passing plot laat in ieder geval zien dat hij regelmatig zijn teamgenoten in vergevorderde posities weet te bereiken.

DavidSilvaPassingPlot

De beste speler volgens de Passing Skill Index tot zover is Eden Hazard. Een groot deel van het toernooi zag het daar echter niet naar uit. Dat wordt duidelijk als de prestaties van Hazard per wedstrijd worden bekeken.

EdenHazardGbG

In de openingswedstrijd tegen Italië had Hazard het erg moeilijk. Zo moeilijk zelfs dat hij een negatieve score behaalde. Tegen Ierland en Zweden ging het al iets beter, met een keurige score van rond de 0.1. Het duurde echter tot de knock-outfase voordat Hazard echt uit zijn schulp kroop. In de wedstrijd tegen Hongarije speelde Hazard een geweldige wedstrijd en behaalde hij de op een na hoogste score van het EK tot nu toe. Naast een goal en een assist was hij dus ook qua passing buitengewoon indrukwekkend. Zijn passes tegen Hongarije zijn weergeven in de onderstaande plot.

EdenHazardPassingPlotvsHungary

Hazard specialiseert zich met name in korte passes over de grond. Voorzetten lijkt hij over het algemeen te vermijden. Tijdens dit toernooi, maar ook bij Chelsea, geeft hij gemiddeld slechts 0,3 voorzetten per wedstrijd, een buitengewoon laag aantal voor een buitenspeler. Zijn passes zijn weliswaar vaak over korte afstanden, maar ook in diepe posities en bovendien richting het doel. Vaak staat de tegenstander in zo’n geval met veel man teruggetrokken in de eigen 16, waardoor er erg weinig ruimte is om deze passes te geven. Dat Hazard alsnog deze ruimtes weet te vinden is daardoor erg knap.

De opleving van Hazard betekent goed nieuws voor de Belgen, in een EK waarin één enkel moment het verschil tussen succes of mislukking kan betekenen. Daarnaast heeft iedereen twee seizoenen geleden kunnen zien waar Hazard toe in staat is als hij in een goede vorm verkeerd. De komende dagen zal duidelijk worden in hoeverre het België zal helpen, om te beginnen aankomende vrijdag tegen Wales.

Dit artikel is geschreven door Nils Mackay en Philip Schreurs.

Vond je dit artikel de moeite waard? Bedank de auteur dan door het te kopen via onderstaande knop:

About Nils Mackay