Interview met Riemer van der Velde: “Heerenveen is toe aan grote inspectie”

“Heb je het hele stuk gefietst?”, vraagt een mijnheer als hij mij richting een huis aan de Weversstreek in Langweer ziet lopen. Ik herken hem meteen. Het is Riemer van der Velde. De oud-voorzitter van sc Heerenveen heet me welkom en vraagt me plaats te nemen in de woonkamer. Als hij druk bezig is met koffie zetten kijk ik naar buiten. Sloepen, skûtsjes en allerlei andere bootjes varen in het zonnetje over de Langwarder Wielen. Een prachtige plek voor een bijzonder echtpaar.

Riemer van der Velde poserend met zijn hond, uitkijkend op de Langwarder Wielen.

Riemer van der Velde poserend met zijn hond, uitkijkend op de Langwarder Wielen.

Als er twee grote mokken koffie op de tafel zijn gezet neemt de 70-jarige Van der Velde het woord. “Ik leef hier nu tien jaar met mijn vrouw Annie, daarvoor heb ik zestig jaar in mijn geboorteplaats Bakkeveen gewoond. Mijn ouders hadden een bakkerij en een kruidenierswinkeltje, later ook nog een ijsfabriek.” Samen met zijn oudere broer Wytze (72) en jongere zus Aaltje (65) hielpen ze hun ouders. “In onze vrije tijd voetbalden we op de binnenplaats. Ook deden we aan fietscrossen en vissen; eigenlijk van alles. Het enige wat we niet deden was huiswerk maken.”

Van der Velde volbracht de lagere school, waarna hij in Drachten op het HBS zat. “Maar daar deed ik bijna twee jaar over elk lesjaar dus leek het de leraar wel slim om iets anders te zoeken”. Hij maakte de Mulo in Marum af en ging vervolgens twee jaar naar een vakschool voor detailhandel. Daarna werd hij militair bij de aan- en afvoertroepen in Haarlem. “Nou ja, ik werd kok, dat leek me wel wat. Van dat marcheren moest ik niets hebben.”

In 1963 begon hij samen met zijn vader en later ook zijn broer een Horeca groothandel. De groothandel draaide 24 uur per dag, zeven dagen per week en groeide naar verloop van tijd uit tot een grote onderneming. “Toen mijn broer en ik het bedrijf in 1997 aan Sligro verkochten hadden we meer dan 200 man in dienst.”

Het gesprek wordt onderbroken door de telefoon. Jan Smit, voorzitter van Heracles, belt zijn ex-collega. De chairman van de Almelose voetbalvereniging heeft een speler op het oog en vraagt advies aan Van der Velde. Na lovende woorden wordt de voetbalactualiteit besproken. Vrouwlief Annie roept na een kwartiertje naar mij: “Het is zo’n lulhannes, die houdt nooit op. Pak die telefoon maar uit zijn handen hoor.”

Wie Riemer zegt, zegt Annie. Het duo is onlosmakelijk aan elkaar verbonden. “We leerden elkaar in 1964 in de dancing van Gorredijk kennen.” Annie roept weer vanuit de keuken: “Hij kon destijds goed dansen, nu valt dat tegen.” Na tien jaar verkering gaven ze elkaar in 1974 het jawoord.

Naast het voetbal is de motorsport ook een grote interessebron. Hij beoefende dit tot 1972. Daarna was Van der Velde nog actief als bestuurslid, voorzitter, sponsor en speaker bij motorclubs en wedstrijden, maar daar stopte hij in 1981 mee. “Ik vond dat er wat te makkelijk over de veiligheid werd gedacht. Toen verongelukte er ook nog een goede kennis van mij. Er was te weinig beveiliging voor de rijders. Nu is dat gelukkig verbeterd. Een keuze maken tussen voetbal en motorsport doe ik niet.”

Een jaar speelde Riemer van der Velde profvoetbal. Hij deed dit bij Be Quick uit Groningen. Dat liep echter niet zo goed af. De club ging het volgende jaar failliet. Zijn vrouw Annie roept lachend vanuit de keuken: “Dat is natuurlijk door hem gekomen.”

Weer telefoon. Een man binnen sc Heerenveen polst de mening van de oud-voorzitter over de huidige gang van zaken bij de club. De betrokkenheid en emotie klinkt door de stem van Van der Velde heen. Met een zucht hangt hij op, om zich vervolgens naar mij te richten. “Zeg Wout, jij hebt niks gehoord hé..”

BMW-dealer en goede vriend Klaas Oenema vertelde Van der Velde dat hij zijn naam had laten vallen bij het bestuur van sc Heerenveen om de nieuwe voorzitter te worden. “Daarna heb ik een gesprek gehad met manager Henk Scholten en trainer Henk van Brussel.” Zij vertelden hem dat het voorzitterschap hoogstens een maandagavond zou gaan kosten. “Een fabeltje, natuurlijk”, zegt Van der Velde met een glimlach.

Het eerste doel van Van der Velde was het wegwerken van de 1,6 miljoen gulden schuld. “En dat gaat niet makkelijk met een omzet van 900.000 gulden. We hebben toen de promotiegroep opgericht. Allemaal grote bedrijven uit de buurt hadden als kerntaak dat we geen verlies meer zouden lijden, mocht dit wel gaan gebeuren dan zou deze groep dit dekken.” Het eerste jaar werd er als gevolg van de historie nog verlies geleden, maar de 23 jaar die daarop volgden werd er steeds winst geboekt.”

Van der Velde wordt gezien als grote redder van sc Heerenveen. Zelf blijft hij hier bescheiden over. “Of de club nog had bestaan als ik er niet was geweest? Misschien had er dan wel een andere Riemer of Foppe het overgenomen. Het was wel een zeer ongezonde club waar de toenmalige bemanning geen brood meer in zag.”

Twijfels over het wel of niet instappen in de Friese voetbalclub had hij niet. “Ik was jong, dus ik dacht dat ik het wel kon. Daarnaast waren Annie en ik al seizoenskaarthouders van sc Heerenveen. En zij vond het ook prima dat ik deze stap nam. Spijt heb ik geen moment gehad.”

“Ik wist wel hoe ik een club moest besturen. Die ervaring had ik al opgedaan bij ons eigen bedrijf, in de motorsport en als voorzitter bij vv Bakkeveen. Je moet als directeur uit het bedrijfsleven de stap naar de voetbalwereld maken als je wat verstand van voetbal hebt. En ik durf best te zeggen dat ik dat heb.”

sc Heerenveen liep onder het tijdperk van Van der Velde nooit in de rode cijfers, terwijl andere clubs elk jaar worstelden om hun begroting rond te krijgen. “De meest essentiële pijler van een financieel gezonde voetbalclub is dat je niet meer geld uitgeeft dan er binnenkomt. Daarnaast moet je heel zorgvuldig omgaan met het bedrijfsleven; veel communiceren. Zij hebben zoveel ideeën waar je iets mee moet doen. Je moet zorgen voor goed verantwoord beleid. Sponsoren gooien geen geld in een bodemloze put.”

23 jaar lang stond hij aan het roer in het Abe Lenstra stadion. Een echt hoogtepunt noemen is moeilijk. “Maar als ik dan toch iets moet zeggen is het de Champions League. Met elf rechtsbenige voetballers haalden we het. Een ongelofelijke ervaring. We ontvingen bruto 16 miljoen euro, maar na premies en dergelijke hielden we netto tien miljoen over. Uitgeven deden we nauwelijks, zuinig aan natuurlijk.”

Van der Velde stond in zijn tijd als voorzitter voor rechtvaardigheid, eerlijkheid, zuinigheid, maar bovenal; fatsoenlijkheid. “Met gewone recettes red je het niet in de voetballerij, je moet sponsors hebben om het hoofd boven water te houden. Sponsoren komen alleen bij je als je een fatsoenlijke club bent. De supporters van Feyenoord, FC Utrecht en ADO Den Haag bijvoorbeeld hebben de club vanuit historie een minder goede naam meegegeven, dat werkt door tot in de sponsoring.”

Inmiddels gaat het een stuk minder met de club uit Friesland, ook op financieel vlak. sc Heerenveen heeft een flinke jas uitgedaan. “Er is een periode helaas wat verlies geleden. Het eigen vermogen is van €25 miljoen naar €15 miljoen gegaan. En het stille vermogen is met vele miljoen verminderd. Er is veel geld verdampt. Vervelend en bovenal natuurlijk erg pijnlijk.”

Ook over de kwestie Geert-Arend Roorda heeft de langstzittende voorzitter ooit uit het betaalde voetbal een mening; “Roorda heeft een Heerenveenhart. Ik betreur het dat Jans niet een goed, reinigend gesprek met Roorda heeft gehad. Er zijn wel degelijk veel pareltjes bij sc Heerenveen waar nog veel in zit.”

Aan het scoutingssysteem van Heerenveen is weinig veranderd, toch lijkt de kwaliteit van de aankopen terug te lopen. “Je moet voortijdig beginnen met scouten. Als de scouting een positief advies geeft, moet de directie kijken of het financieel haalbaar is. Mochten zij ook groen licht geven vraag je vervolgens ook de technische staf. En als tenslotte ook zij positief zijn over die aankoop, dan pas moet je overgaan tot actie. Die eensgezindheid moet er zijn zodat je na afloop anderen het niet op de schuld kan geven als een aankoop niet voldoet. Dat is erg belangrijk.”

De allergrootste fout die Van der Velde in zijn carrière heeft gemaakt is na zijn periode als voorzitter geweest, zo vindt hij zelf. Na zijn afscheid werd hem verweten dat hij sc Heerenveen niet los kon laten. “Ik was adviseur en ik zag dingen gebeuren waar ik niet blij van werd. Daar heb ik wat van gezegd. En ik vond ook dat ik dat mocht vanuit mijn adviseursrol. Maar dat werd me niet in dank afgenomen. Beter was geweest als ik na mijn afscheid samen met Annie een half jaar lang een cruise had gemaakt.”

Na 23 jaar het voorzitterschap te hebben gedragen was Van der Velde er wel klaar mee. “Ik vond dat we de club mooi hadden achtergelaten. Een mooi stadion, fatsoenlijk publiek, een financieel gezonde situatie, veel sponsors, een goed elftal en een prima jeugdopleiding.”

Contact met de huidige directie van sc Heerenveen is er wel, maar de deur wordt niet plat gelopen bij elkaar. “Met technisch manager Johan Hansma heb ik contact over spelers en de scouting. En soms geef ik advies aan directielid Jan van Erve over de commerciële afdeling.”

Ook praat Van der Velde met Robert Veenstra, de huidige voorzitter van sc Heerenveen. “Ik breng wel eens advies uit aan hem. Gemiddeld ongeveer eenmaal in de zes weken. En dan vaak op verzoek van mijzelf. Maar het belangrijkste is wát ze ermee doen. En daar ben ik nog niet echt van overtuigd. Het goede gevoel is er nog niet, maar dat kan nog komen. Veenstra zit er ook nog maar een jaar.”

Volgens Van der Velde is de club is toe aan een grote inspectie. “Dat is wel een klemmend advies van mij. Wat hebben we geleerd van de afgelopen jaren en kunnen we daar beter van worden? Richt een klankbordgroep op van mensen rondom de club, maar ook met externe mensen die hun visie geven.”

“Ron Jans vind ik een beminnelijk man. Of hij in de catacomben echt een dictator is zoals wordt beweerd kan ik niet zeggen; daarvoor sta ik te ver van de club af. Maar Jans heeft met het elftal niet het niveau gehaald wat zou moeten. Als tip zou ik hem willen meegeven; weet drie weken voor aanvang van het seizoen al wat je basisopstelling wordt. Elke week wisselen is niet goed voor een team. Het team heeft behoefte aan vastigheden.”

Glimlachen om een verloren wedstrijd van rivalen FC Groningen of Cambuur doet hij niet. “Ik heb met geen enkele club problemen. Maar die beide ploegen hebben wel twee harde kernen die de grens opzoeken. En die grens moet wel duidelijk zijn.”

Naast sc Heerenveen kijkt Van der Velde ook graag naar FC Barcelona. “Dat is echt een hoog niveau. Als ik de baas van Manchester United zou zijn had manager Sir Alex Ferguson het erg moeilijk gekregen. Niet erg slim om in de Champions League finale met twee statische spelers achterin te blijven voetballen tegen Barcelona wat zonder echte spits opereert.”

Superster Lionel Messi was tijdens het WK voor spelers onder de 20 jaar nog net niet goed genoeg voor Barcelona. Zijn zaakwaarnemer wilde hem graag verhuren en Nederland leek hem daar een geschikt land voor. “Dus wij ons meteen melden”, vertelt Van der Velde, die een tijdelijke transfer wel zag zitten. “En we hebben gesprekken met de zaakwaarnemer gevoerd. Maar uiteindelijk speelde hij zo’n goed WK dat Barcelona hem liever zelf hield.”

Ook Johan Cruijff is, toen hij net bij Ajax wegging, benaderd om trainer te worden. Er waren 20 bedrijven die elk 50.000 gulden wilden betalen om hem aan het roer te krijgen. “Zijn vrouw was gek van paarden en er stond in Oranjewoud een manege te koop die we dan voor haar zouden kopen, zodat ook zij haar ei kwijt kon. Maar een week later belde hij op met de mededeling dat hij had getekend voor Barcelona.”

Stilzitten kan hij naar eigen zeggen wel, maar als ik hem vraag naar wat hij nu doet buiten Heerenveen om somt hij moeiteloos vijftien dingen op. Zo is hij onder andere voorzitter van het Jopie Huisman museum, bezoekt hij samen met zijn vrouw muziek- en toneelvoorstellingen en is hij nog commissaris bij vier bedrijven waar hij ook nog aandelen in heeft. “Verder word ik nog veel uitgenodigd voor feestjes en geef ik lezingen en presentaties.”

“Tijdens die lezingen en presentaties vertel ik mensen mijn eigen historische ervaringen uit het bedrijfsleven en de gevolgtrekkingen. Ik geef ze advies, vertel ze anekdotes en er zit een stukje interactie in met het publiek. En als ik niet meer weet wat ik moet vertellen heb ik nog wel een paar kladblokken liggen met informatie van de afgelopen 5 jaar.”

Van der Velde is nog altijd druk met allerhande zaken, maar dat vindt hij prima. “Het gaat goed met me. Wakker liggen doe ik niet meer. ‘s Ochtends en ‘s avonds neem ik een pil. In de avond ook nog een whisky en dan red ik het allemaal wel”, besluit hij met een glimlach. Een gulle glimlach.

About Wout