Ineenstorting Barcelona kwestie van tijd

Het Barcelona van Josep Guardiola was zonder twijfel één van de beste ploegen aller tijden. De combinatie van een uitzonderlijk getalenteerde groep spelers en een exceptioneel vaardige trainer zorgde voor een karrenvracht aan prijzen. Sinds de voorzittersverkiezingen van 2010 is het achter de schermen langzaamaan bergafwaarts gegaan bij de Blaugrana. Sandro Rosell, Andoni Zubizarreta en later Tito Vilanova hebben ervoor gezorgd dat de toekomst van Barcelona op het spel staat.

pep

Het aantreden van Pep

Barcelona won in 2006 onder leiding van Frank Rijkaard de Champions League. Dit was echter het hoogtepunt van Rijkaards periode als coach, maar daarna ging het al snel bergafwaarts. Het seizoen 2007-2008 was een absoluut dieptepunt. FC Barcelona eindigde in de competitie als derde: tien punten achter Villarreal en achttien punten achter Real Madrid. De ster van 2006, Ronaldinho, had zichtbaar overgewicht en het team viel als los zand uit elkaar. In de zomer van 2008 kwam echter de omslag. Frank Rijkaard verdween van het toneel en werd vervangen door Josep Guardiola. Op diens voorspraak werden Ronaldinho en Deco de deur uitgedaan en het bestuur, onder leiding van voorzitter Joan Laporta en technisch directeur Txiki Begiristain, kocht een aantal uitstekende spelers. Dani Alves en Gerard Piqué werden vrijwel direct sterkhouders. Dit gold ook voor Sergio Busquets, die door Guardiola naar het eerste elftal werd overgeheveld. Het jaar daarvoor had Pep nog met hem gewerkt bij het B-elftal van Barcelona.

Het bestuur maakte echter bepaald niet altijd de goede beslissing. In deze periode was Barcelona’s transferactiviteit vaak matig. Aankopen als Zlatan Ibrahimovic, Dmytro Chygrynskiy en Aleksander Hleb kostten de club bakken met geld en droegen bijzonder weinig bij aan de successen van de Catalaanse club. Transfermissers konden echter voor een groot gedeelte worden opgevangen door de instroom van jonge spelers. Talenten als Bojan en Jeffrén konden rekenen op veel speeltijd, zelfs in de halve finale van de Champions League. Zelfs piepjonge spelers als Thiago, Jonathan dos Santos en Marc Bartra mochten incidenteel ruiken aan het eerste elftal om zo hun ontwikkeling te stimuleren.

Exit Laporta

In 2010 begon het bouwwerk Barcelona voor het eerst scheurtjes te vertonen. Het verloor de halve finale van de Champions League van Inter Milan en José Mourinho werd trainer van Real Madrid, maar het slechtste dat ze jaar overkwam waren de voorzittersverkiezingen Joan Laporta verloor deze van zakenman Sandro Rosell. Laporta liet de club financiëel in slechte staat achter, maar organisatorisch zat de club tot zijn vertrek uitstekend in elkaar. Txiki Begiristain besloot zijn lot aan dat van Laporta te verbinden en stapte ook op. Hij werd vervangen door oud-doelman Andoni Zubizarreta. Deze verkiezingen zouden verstrekkende gevolgen hebben, al zou dat pas het jaar daarop duidelijk worden.

Een van de grootste problemen die een club kan hebben, is een gebrek aan langetermijnvisie. Dat Barcelona hiermee kampte, werd evident door de aankoop van David Villa. El Guaje werd op 28-jarige leeftijd voor veertig miljoen euro gehaald van Valencia. De beste soort transfers zijn die waarbij een club weinig betaald voor een langetermijnoplossing. Als dat niet mogelijk is kun je óf weinig betalen voor een oude speler óf veel voor een jonge speler. De hoofdprijs betalen voor een oude speler is bij uitstek een slechte optie en toch was dat wat Barcelona deed. Villa was in de zomer van 2010 zoals gezegd 28 en dus op zijn fysieke top. Dat betekent dus dat hij vanaf dat moment alleen nog maar minder werd. In zijn eerste seizoen was Villa uitstekend, zoals mag worden verwacht van iemand die op de ideale leeftijd is. Eind 2011 brak echter Villa zijn been, waar hij nooit echt van herstelde. Ook zonder die zware blessure was Villa zonder twijfel een mindere speler geworden. Drie jaar na zijn komst, werd hij aan Atlético Madrid verkocht voor drie tot vijf miljoen euro. Dit betekent dat Barcelona in drie jaar tijd circa 35 miljoen verdampt heeft aan één speler.

Al met al kwam Barcelona de zomer van 2010 verder zonder kleerscheuren door. Javier Mascherano werd gehaald als vervanging van de vertrokken Yaya Touré en bleek in de loop van het seizoen zodanig tactisch vaardig dat hij ook als centrale verdediger prima uit de voeten kon. Voor David Villa werd veel te veel betaald, maar hij was wel een directe versterking. Zlatan Ibrahimovic werd voor te weinig verhuurd (en later verkocht) aan AC Milan, maar de sfeer in de kleedkamer werd er absoluut beter op. Gedurende het seizoen werd Ibrahim Afellay ook nog opgehaald voor een zeer klein bedrag en als klap op de vuurpijl won Barcelona dat jaar ook nog de Champions League. De culés – fans van Barcelona – leken dus genoeg redenen te hebben om de toekomst zonnig in te zien. Dit blijkt met de kennis van nu een misrekening geweest te zijn.

Jong talent Bojan speelde onder Rijkaard en Guardiola 163 wedstrijden.

Jong talent Bojan speelde onder Rijkaard en Guardiola 163 wedstrijden.

2011: Het verval treedt in

Het fundament van Barcelona was in 2010-11 al aan het rotten, maar Camp Nou begon pas de zomer erna te wankelen. Elk team krijgt te maken met tegenslagen waar ze niets aan kunnen doen. In het geval van Barcelona was dit het feit dat Eric Abidal in maart 2011 leverkanker kreeg. Dit, gekoppeld aan het feit dat aanvoerder Carles Puyol aardig op leeftijd begon te raken, betekende dat Barcelona twee verdedigers had die steeds minder of helemaal niet inzetbaar waren. Kortom, er was met spoed een centrale verdediger nodig. Guardiola drong aan op de komst van Thiago Silva. De Braziliaan was op dat moment 26 en de beste verdediger ter wereld. Hij werd echter als te duur beschouwd en bleef derhalve bij AC Milan.

Barcelona haalde die zomer wel twee andere spelers. Verloren zoon Cesc Fàbregas keerde voor 34 miljoen euro terug vanuit Londen. Twee jaar later en het is nog steeds de vraag waar je Fàbregas nu eigenlijk precies moet neerzetten om hem optimaal te laten renderen in het systeem van Barcelona. Dat Barça misschien wel beter speelt als Cesc niet meedoet – en zijn beste positie dus eigenlijk op de bank is – suggereert dat zijn transfersom beter anders besteed had kunnen worden.

De Chileen Alexis Sánchez kwam diezelfde zomer voor 26 miljoen euro over van Udinese. Bij de Italiaanse club en de nationale ploeg van Chili blonk hij als schaduwspits regelmatig uit. Zijn explosieve dribbels waren bijna niet te verdedigen en hij leverde met regelmaat assists af voor de spitsen van zijn teams: Antonio di Natale en Humberto Suazo. Alexis is dus een spelmaker. Hij is niet degene die de kansen afmaakt, hij creëert ze. Het probleem is hiermee meteen duidelijk. Barcelona had geen echte spits. Voor iemand die gespecialiseerd is in het voorbereiden van goals voor echte afmakers, viel er in Camp Nou dus weinig eer te behalen. Lionel Messi laat zich continu uitzakken naar het middenveld, exact op de plek waar Alexis zich bij Udinese het liefst ophield. De Chileen en Argentijn zijn niet complementair en dat had Barcelona kunnen weten toen hij werd aangetrokken. Alexis werd bovendien regelmatig als spits gebruikt, een rol die hem niet ligt.

Aan Alexis en Cesc heeft Barcelona in totaal zestig miljoen euro uitgegeven. Al met al een behoorlijk bedrag voor twee spelers, die binnen het systeem nog steeds geen plaats hebben gevonden waar ze een meerwaarde hebben voor het elftal.

Barça B in verkeerde handen

Ook buiten het veld werden er mensen aangetrokken waarvan het nut dubieus was. Voor een club als Barcelona die zichzelf terecht op de borst klopt vanwege hun jeugdopleiding is het logischerwijs van wereldbelang dat het B-team in goede handen is. Dit is immers de laatste voorbereiding voor het eerste elftal. Guardiola had Barça B eigenhandig hervormd om de doorstroming te optimaliseren. Luis Enrique nam het stokje van Pep over en zette het werk uitstekend voort. De bekroning hiervan kwam door middel van promotie naar de tweede divisie. Wanneer het toegestaan was, had Barcelona B zelfs kunnen promoveren naar de Primera Division.

In 2011 besloot Luis Enrique zijn geluk te beproeven als hoofdtrainer bij AS Roma. Bij Barça B werd hij vervangen door Eusebio Sacristán. Eusebio maakte deel uit van het Dream Team, het Barcelona van Johan Cruijff dat begin jaren negentig grote successen vierde. Eusebio bleek echter bij lange na niet het niveau van Guardiola en Luis Enrique te hebben. Het B-team werd onder zijn leiding een middelmatige ploeg in de tweede divisie. De speelwijze werd aangepast en in het seizoen 2012-13 kreeg Barça B zelfs de meeste tegendoelpunten van alle ploegen in die divisie. De doorstroming naar het eerste elftal werd hiermee verstoord. Na twee jaar aangemodderd te hebben, verwachtte iedereen dat Eusebio deze zomer uit zijn functie zou worden ontheven. Het tegendeel bleek waar. Zijn contract werd met een jaar verlengd.

Ook de prestaties van het eerste elftal werden minder. Voor het eerst tijdens de termijn van Guardiola werd niet Barcelona maar Real Madrid kampioen. De Koninklijke bleek ook in onderlinge duels de sterkere te zijn. Bovendien zou Pep in april van dat seizoen zijn vertrek uit Camp Nou aankondigen. Ook in zijn laatste jaar, bleef Guardiola regelmatig jonge spelers in zijn elftal inpassen. Isaac Cuenca was een basisspeler in de halve finale van de Champions League, Cristian Tello viel in dezelfde wedstrijd in en Thiago begon dat seizoen regelmatig in de basis. De doorstroom uit eigen jeugd zou met Peps vertrek echter ten einde komen.

Tito Vilanova aan het roer

In dezelfde persconferentie waarin Guardiola zijn afscheid aankondigde, vertelde Zubizarreta dat Tito Vilanova, Peps rechterhand, zijn opvolger zou worden. In de loop van het seizoen zou duidelijk worden dat Villanova de langetermijnvisie van zijn voorganger mist en dat dit betekende dat niemand op een belangrijke positie bij Barcelona die kwaliteit nu nog had.

De transferzomer verliep wederom niet naar wens voor de Catalanen. Jordi Alba werd gehaald van Valencia om de linksbackpositie te versterken. Dit was een uitstekende aankoop, omdat hij een directe versterking was voor het eerste elftal en relatief weinig kostte. Probleem was echter wel dat Barcelona met Dani Alves en Jordi Alba nu twee ultra-offensieve backs had en dat de centrale verdediging dus regelmatig onder druk kwam te staan. Puyol was weer een jaar ouder en kon inmiddels zo goed als afgeschreven worden. Voor de tweede zomer op rij was er sprake van een transfer van Thiago Silva, maar hij werd wederom te duur bevonden en ging naar Parijs.

Sandro Rosell, de huidige voorzitter van FC Barcelona

Sandro Rosell, de huidige voorzitter van FC Barcelona

Een tweede optie was Javi Martínez van Athletic Bilbao. Ook zijn prijskaartje werd te gortig bevonden en hij nam de wijk naar Bayern München, waar hij in de halve finale van de Champions League het complete middenveld van Barcelona in de tang had. Uiteindelijk werd Alex Song voor negentien miljoen gehaald van Arsenal. De Kameroener is geen centrale verdediger en eveneens geen verdedigende middenvelder zoals Barcelona die graag heeft. In 2011-12 leverde Song bij Arsenal elf assists af, een gigantisch aantal voor een defensieve speler. Hij kon regelmatig opkomen en zijn positie werd dan overgenomen door Mikel Arteta. Dit kon bij Barcelona logischerwijs niet, omdat Xavi verdedigend niet goed genoeg is. Kortom, Barcelona had wederom een uitstekende speler gekocht die zijn kwaliteiten absoluut niet tot uiting kon laten komen in het systeem dat Barça speelt.

De eerste paar maanden van het seizoen verliepen qua prestaties grotendeels voorspoedig. De tweekamp om de Spaanse Supercup werd van Real Madrid verloren, maar in La Liga zetten de Catalanen een fenomenale serie neer. De eerste nederlaag kwam pas op 13 januari tegen Real Sociedad. Alle wedstrijden daarvoor werden – op een gelijkspel tegen Real Madrid na – gewonnen. La Liga is echter een erg zwakke competitie geworden. Tijdens deze serie had Barcelona te kampen met een blessuregolf. Vrijwel alle verdedigers waren geblesseerd. Op een gegeven moment speelde Barça met een centraal duo dat bestond uit Adriano en Alex Song. Als al je verdedigers geblesseerd zijn en je wint alsnog alle wedstrijden, geeft dat te denken over de kwaliteit van de tegenstand. Real Madrid had bijvoorbeeld een absoluut horrorseizoen, maar haalde alsnog de bekerfinale en eindigde de competitie met 86 punten.

In de Champions League ging het Barça bepaald niet voor de wind. Celtic was in de groepsfase tweemaal de betere ploeg en dit leverde de Schotten eenmaal een overwinning op. In de knock-outfase had Barcelona tot tweemaal toe het geluk van een makkelijke loting. Desondanks wist Barcelona slechts één wedstrijd te overtuigen. De terugwedstrijd tegen AC Milan werd met 4-0 gewonnen. Het bleek met afstand de beste wedstrijd van het seizoen. Ook tegen Paris Saint-Germain was Barcelona vaak de onderliggende partij, maar de Catalanen gingen toch door.

Ook de uitshirts zijn er niet op vooruit gegaan

Ook de uitshirts zijn er niet op vooruit gegaan

 

De halve finale tegen Bayern München bleek een absoluut dieptepunt voor de club. Zowel tijdens als na de wedstrijd kwamen alle problemen die de club had naar boven. De verdedigende zwaktes werden keer op keer duidelijk. De te grote afhankelijkheid van Lionel Messi bleek een probleem, toen de Argentijn niet fit was en bovenal werd duidelijk dat het selectiebeleid van Tito Vilanova aan alle kanten rammelt.

Villanova stelde bijvoorbeeld vrijwel elke week Xavi op. De Spanjaard is een van de beste middenvelders aller tijden, maar is inmiddels 33. Logischerwijs kan zijn lichaam het niet aan om week in week uit twee wedstrijden te spelen. Hij kampt dan ook al tijden met een overbelasting van zijn achillespees. Het zou dus verstandig zijn om Xavi zoveel mogelijk te laten rusten, zodat hij kan excelleren in grote wedstrijden. Gelukkig heeft Barcelona de natuurlijke opvolger van Xavi al in huis met Thiago. Hij is pas 22 jaar oud en heeft er dus absoluut baat bij om veel te spelen. Als Xavi dan met pensioen gaat, heeft Thiago voldoende ervaring om zijn plaats geruisloos in te nemen. Vilanova bleef echter wedstrijd na wedstrijd een niet-fitte Xavi opstellen. Aan het einde van het seizoen bleek  dat Thiago een clausule in zijn contract heeft, die stelt dat de jongeling voor een gelimiteerde transfersom van achttien miljoen euro weg kon als hij niet een bepaald aantal minuten speelde. Aan deze hoeveelheid minuten werd niet voldaan en dus kan Thiago nu de deur uit voor een veel te laag bedrag.

Doorstroming van de jeugd volledig gestokt

Barcelona heeft in dat geval dus geen opvolger meer voor Xavi in huis en dat terwijl het einde van Xavi’s carrière met rasse schreden nadert. Thiago zelf gelooft al niet meer in zijn kansen bij Barcelona en tekent hoogstwaarschijnlijk bij Bayern München, waar hij wel op een basisplaats kan rekenen.

Ook andere jonge spelers zijn erg benadeeld door Tito Vilanova. Marc Bartra is bijvoorbeeld de beste jonge verdediger die Barcelona nu heeft. Gezien het feit dat Barcelona te weinig verdedigers heeft, zou het logisch zijn dat hij regelmatig speelt om ervaring op te doen voor het geval je hem echt nodig hebt. Dit heeft Vilanova niet gedaan. Prompt was Bartra nodig toen het erom ging – in de halve finale van de Champions League – en bleek hij er niet klaar voor te zijn.

Gerard Deulofeu is het grootste talent uit de opleiding. Hij is bij uitstek iemand die minuten moet maken in het eerste elftal om zijn ontwikkeling te stimuleren. Ondanks het feit dat Barcelona in december al zo goed als zeker kampioen was, duurde het tot april dat Deulofeu eenmalig kon delen in de feestvreugde. Hij mocht 25 minuten meedoen tegen Real Mallorca. Omdat hij ook komend seizoen niet kan rekenen op speelminuten, wordt hij verhuurd aan Everton. Rafinha, het andere toptalent van Barcelona B en de jongere broer van Thiago, is inmiddels ook verhuurd aan Celta de Vigo waar hij zich onder leiding van hoofdcoach Luis Enrique mag gaan ontwikkelen. Dit is een teken dat de doorstroming naar het eerste elftal volledig is gestokt. Een gigantisch brevet van onvermogen van het hele bestuur.

Conclusie

De vraag hangt boven de markt hoe het nu verder moet in Camp Nou. De tekenen op de transfermarkt zijn zowaar enigszins gunstig. Neymar is gehaald en dat zal de afhankelijkheid van Messi aanzienlijk minder maken. Aan de andere kant, Puyol en Xavi naderen hun pensioen en er is voor beiden geen vervanger in huis. Thiago gaat weg en er is geen andere opvolger van Xavi. Voor de derde zomer op rij is Thiago Silva in beeld om de verdediging te versterken. Hij is inmiddels echter al bijna 29 en moet veertig miljoen euro kosten. De lessen uit het recente verleden zijn niet geleerd.

Elk team met spelers als Neymar, Lionel Messi en Andrès Iniesta maakt kans om de Champions League te winnen en Barcelona is nog steeds een goede ploeg. Op de langere termijn zijn de vooruitzichten van Barça echter aanzienlijk minder goed. Lionel Messi komt binnen afzienbare tijd ook op het punt dat hij niet meer elke wedstrijd negentig minuten kan spelen. Het feit dat hij in de zomer geen rust neemt, maar liefdadigheidswedstrijden speelt, draagt hier niet aan bij. De basis van het recente succes in Camp Nou bestond uit een uitzonderlijke jeugdopleiding, een briljante coach en een intelligent bestuur. Op het werk dat door deze groep mensen is gedaan kan nog een tijd worden geteerd. Deze drie elementen zijn nu echter alle drie afwezig. Het fundament van het Catalaanse succes is weggevaagd en het is een kwestie van tijd dat het bouwwerk erboven ineenstort.

 

About Nikos Overheul

Nikos is werkzaam als voetbalconsultant. Ex-Brentford / Midtjylland.. Volg Nikos op Twitter