Het trauma van Oranje

Een jaar geleden stond ons Nederlands elftal in de finale van het wereldkampioenschap voetbal. Op het grootste sporttoneel ter wereld moest geschiedenis geschreven worden. Onze jongens hadden hele goede papieren. Met een perfect ingespeeld elftal behaalden ‘we’ op mentaliteit de finale. Het vertrouwen van de natie was op een nog niet eerder vertoond hoogtepunt. Meer dan ooit deed Nederland een gooi naar de titel. Helaas mocht dat niet zo zijn.

Een nationaal trauma is het geworden. Het kon gewoon niet zo zijn dat Nederland die finale ging verliezen. Overal in het land stonden de pleinen en straten vol met in het oranje uitgedoste mensen. De een had een bos wortelen op zijn hoofd, de ander een oranjegekleurde Duitse helm en weer een ander had een Bavaria-jurkje aangetrokken. Dit was ons toernooi.

Uitzinnige vreugde was er na de kwartfinale tegen Brazilië, waarin Nederland doormazzelde. Na die goals van Sneijder en de rode kaart van Felipe Melo voelde je dat er iets bijzonders ging gebeuren. Mark van Bommel en de plotselinge basisklant André Ooijer zogen, treiterden en provoceerden ons daarna naar een overwinning.

Uruguay was de grote onbekende in de halve finale. We zouden er wel even van winnen, zo was de algemene opvatting. Uiteindelijk was er een werelddoelpunt van Giovanni van Bronckhorst voor nodig om ons überhaupt op voorsprong te brengen. Die 1-0 werd echter snel teniet gedaan door een andere prachtgoal van Diego Forlán. Vervolgens was het in de tweede helft peentjes zweten. Beide teams maakten er een prachtige open wedstrijd van. Uiteindelijk trokken onze jongens aan het langste eind, maar wat was het spannend in die laatste minuten. Opvallend ook dat alle Nederlandse treffers via de binnenkant van de paal in het doel belandden.

En dan de finale. Die vermaledijde finale. De misselijke capriolen van de Spanjaarden, die na elke overtreding met vier man om een kaart kwamen vragen, zijn door de wereldmedia vergeten. Wat rest is de herinnering aan het ‘sloopvoetbal’ dat Nederland tentoonspreidde. De karatetrap van Nigel de Jong en de harde charges van Mark van Bommel. Niemand denkt meer aan de twee grootste kansen van de eerste 90 minuten, die beiden voor Arjen Robben waren. Vergeten is het natrappen van Iniesta en het haken van Puyol op diezelfde Robben. Weg zijn de herinneringen aan de onterechte gele kaart van Johnny Heitinga, waardoor Nederland uiteindelijk met tien man kwam te staan. Vergeten is ook het feit dat Nederland een corner zou moeten krijgen in de 115e minuut. In plaats daarvan kende de slecht leidende Howard Webb een doeltrap toe aan Spanje, een doeltrap die uiteindelijk tot de beslissende goal leidde. Een goal die voorafgegaan werd door een situatie waarbij doelpuntenmaker Iniesta zich in buitenspelpositie bevond. Scheidsrechter Webb floot echter niet, en zo werd Spanje de onverdiende wereldkampioen.

Onverdiend, want dit was ons toernooi.

Het is het derde nationale sporttrauma, na 1974 en 1978. Als de geschiedenis een voorteken is van wat er komen gaat, dan zien we in 2014 opnieuw Nederland in de finale. Mijn hoop is dat we dan de historie voorgoed zullen veranderen. Deze generatie voetballers verdient het. Wij supporters verdienen het. Nederland verdient het.

Tot die tijd hebben we dit trauma.

About Gino van Montfort

Gino is hoofdredacteur en mede-oprichter van Catenaccio. Hij is al van kinds af aan voor Feyenoord, maar laat in zijn artikelen vooral een merkwaardige interesse zien in clubs, spelers en verhalen uit Zuid-Amerika. Oh, en nu Feyenoord het wat minder doet, hoor je hem vooral over zijn andere grote liefde: Real Madrid. Volg Gino op Twitter | Meer artikelen van Gino