Het maakt niet uit wie bij Ajax in de spits staat

Lichte paniek in Amsterdam vorige week. Kolbeinn Sigthórsson en gelegenheidsspits Siem de Jong raakten tijdens de interlandweek geblesseerd en zijn voorlopig uit de roulatie. Omdat Bojan Krkic nog niet volledig is hersteld, staan de schijnwerpers gericht op de nog enige overgebleven nummer negen: Danny Hoesen. De spits mocht het tegen Heracles laten zien en scoorde razendsnel, maar wist de harten van de Ajax-staf nog niet te veroveren. Tegen Barcelona toonde hij wél zijn waarde door middel van een doelpunt en een slim overstapje bij de 1-0. Ondertussen wordt in de media volop gespeculeerd over de mogelijke komst van Luuk de Jong.  Marc Overmars bevestigde tegenover Voetbal International voor dit seizoen geïnformeerd te hebben naar de beschikbaarheid van de nummer negen. Een dergelijke spits is echter het laatste wat Ajax nodig heeft. Wie dan wel in de spits moet staan bij de Amsterdammers? Dat maakt niet veel uit, zolang het maar een sterk aanspeelpunt is. Een analyse.

Schermafbeelding 2013-11-28 om 14.43.48

 

Kolbeinn Sigthórsson

Kolbeinn Sigthórsson is in theorie Ajax-spits nummer één. De IJslander, in de zomer van 2011 voor circa 4,5 miljoen overgenomen van AZ, kan zijn draai nog steeds niet vinden in Amsterdam. Mede gedupeerd door zwaar blessureleed heeft hij nog maar 42 competitiewedstrijden kunnen spelen voor Ajax in nog geen 2,5 seizoen. Sigthórsson is een diepe spits, maar hij krijgt wel wekelijks de taak om als aanspeelpunt te fungeren. Echter, als je zijn kwaliteiten maximaal wil benutten, heb je twee klassieke buitenspelers nodig die de achterlijn kunnen bereiken en vakkundig zijn in het afleveren van voorzetten. Zo’n voetballer is bij Ajax in geen velden of wegen te bekennen. Met Viktor Fischer en Lasse Schöne op de flanken hoeft de 23-jarige spits niet te rekenen op pareltjes van voorzetten. Naar binnen trekken op zoek naar de combinatie is hun credo, waardoor de verantwoordelijkheid voor de voorzetten op het bordje komt van de backs. De wisselvallige Ricardo van Rhijn, die dus samen met Nicolai Boilesen voor voorzetten moet zorgen, laat het schrijnend vaak afweten als het aankomt op dat vlak. De rechtsback van Ajax mocht tegen Barcelona pas zijn eerste assist dit seizoen afschrijven. Bij Boilesen staat de teller pas op twee.

Het gevolg is dat Sigthórsson er in de voorhoede vaak wat passief bij staat, wachtend op die ene goede voorzet in de wedstrijd. Om het alleen op het gebrek aan voorzetten te gooien is echter te makkelijk. Sigthórsson kan niet brengen wat van hem wordt verwacht in het spel van Ajax, wat ook niet gek is. Als je je als diepe spits in het levendige positiespel van Ajax moet profileren als aanspeelpunt, dan is het vragen om problemen. Hij is doorgaans niet aanspeelbaar. Te vaak toont de statische IJslander zijn gebreken aan op dat punt, maar daar liggen zijn kwaliteiten dan ook niet.

 

Sigthórsson staat hier in de thuiswedstrijd tegen RKC Waalwijk (0-0) te diep in het strafschopgebied en is niet aanspeelbaar.

Sigthórsson staat hier in de thuiswedstrijd tegen RKC Waalwijk (0-0) te diep in het strafschopgebied en is niet aanspeelbaar.

 

  De statistieken van Kolbeinn Sigthórsson in competitieverband

Schermafbeelding 2013-11-21 om 14.38.31

 

De statistieken van de spits zijn niet desastreus, maar zijn ook niet om over naar huis te schrijven. Met twintig goals uit 42 competitiewedstrijden loopt de in Reykjavik geboren aanvaller bijna één op twee. In de seizoenen 2011/2012 en 2012/2013 speelde Sigthórsson 29 duels in competitieverband. Als hij dan in de basis startte of tijdens de wedstrijd inviel, verloor Ajax niet. Alleen in de uitwedstrijd tegen FC Groningen op 2 oktober 2011, met Sigthórsson in de basis, gingen de Amsterdammers ten onder. In die wedstrijd viel hij al na een kwartier uit. Van die statistiek is dit seizoen niks meer van over. Hij speelde tot nu toe bijna alle wedstrijden (dertien van de veertien), waarvan elf basisplekken. Toch gingen al drie wedstrijden verloren.

Dat hij tot zo weinig wedstrijden is gekomen, is vooral te verklaren door zijn zware blessuregevoeligheid. In zijn eerste seizoen (2011/2012) bij Ajax speelde Sigthórsson veertien competitiewedstrijden, waarvan hij er slechts acht in de basis begon. Toen kwam hij van 3 oktober tot 1 april niet in actie door een zware enkelblessure. Een seizoen later (2012/2013) raakt de IJslander weer zwaar geblesseerd, nu aan zijn schouder. Hierdoor kwam hij na de eerste competitiewedstrijd tegen AZ op 12 augustus niet meer in actie tot de bekerwedstrijd tegen Vitesse op 31 januari. Frank de Boer en consorten beleefden vorige week ongetwijfeld een déjà vu moment, toen de medische staf concludeerde dat Sigthórsson weer een zware blessure onder de leden heeft. Het blijft een terugkerend verhaal.

Echter, als Sigthórsson wél fit is, voegt hij ook te weinig toe aan het spel van Ajax. Hoewel hij hard zijn best doet en nog vaak het volste vertrouwen geniet van zijn trainer, kan de spits juist niet brengen wat van hem wordt verwacht. Ajax heeft op ‘nummer negen’ iemand nodig die dynamisch is en een sterke impuls kan geven aan het positiespel door zich continu aan te bieden. De IJslander, zoals net gezegd, staat in een wedstrijd juist vaak te ver voorin. Zo zorgt hij er voor dat hij continu niet aanspeelbaar is, terwijl hij een belangrijk aanspeelpunt moet zijn.

 

Opnieuw tegen RKC. Sigthórsson blijft achter zijn directe tegenstander staan, in plaats van dat hij voor zijn man komt. Hij is op deze manier niet aanspeelbaar. Voor de RKC-verdediger een koud kunstje om de toegespeelde bal te onderscheppen. Blind zal de IJslander vlak hierna een uitbrander geven.

Opnieuw tegen RKC. Sigthórsson blijft achter zijn directe tegenstander staan, in plaats van dat hij voor zijn man komt. Hij is op deze manier niet aanspeelbaar. Voor de RKC-verdediger een koud kunstje om de toegespeelde bal te onderscheppen. Daley Blind zal de IJslander vlak hierna een uitbrander geven.

 

De kwaliteiten van de aanvaller worden niet benut en dus gaat hij ten onder aan zijn eigen tekortkomingen. Je zou je ook af kunnen vragen wat Ajax met een spits als Sigthórsson moet, in combinatie met de speelwijze van De Boer.

Danny Hoesen

Naast Sigthórsson heb je nog Danny Hoesen als ‘echte’ spits. De Limburger maakte aan het begin van zijn voetbalcarrière een opmerkelijke stap door van Fortuna Sittard naar Fulham te verkassen. Eenmaal in Engeland kon hij echter niet overtuigen. Sterker nog, hij kwam zelfs nooit in actie voor het eerste. Tussendoor sleet Fulham de 22-jarige spits op huurbasis aan HJK Helsinki en zijn oude club Fortuna Sittard. Kortom, Hoesen heeft zich nog nooit op een serieus niveau bewezen. Ajax is voor hem dan ook een opvallend goede stap in zijn nog rommelige carrière. Eenmaal in Amsterdam aangekomen, gold slechts één prioriteit voor de Nederlander: fysiek sterker worden. Toch kwam hij, mede door personele problemen, in zijn eerste seizoen al achttien keer in competitieverband in actie.

 

Statistieken Danny Hoesen in competitieverband


Schermafbeelding 2013-11-28 om 14.47.16

Van die achttien wedstrijden startte Hoesen slechts drie keer in de basis, maar Ajax won die wedstrijden wel. Zowel PSV, FC Groningen als Willem II dolven het onderspit. Dit seizoen kwam hij negen keer in actie en behoorde hij tegen PEC Zwolle en Heracles tot de elf namen die vanaf het begin mochten starten. Op basis van zijn minuten kun je overigens weinig conclusies trekken. Hij stond tot dusver amper in de basis en moest het vaak doen met korte invalbeurten, soms zelfs van slechts enkele minuten.

Afgelopen weekend kreeg Hoesen weer de kans zich te bewijzen door de blessures van zijn concurrenten. Afgezien van zijn snelle goal speelde de Limburger geen sterke wedstrijd tegen Heracles. Op collega-spits Uth na, had Hoesen volgens de statistieken van WhoScored de minste balcontacten op het veld. Wat toch opmerkelijk is voor een aanspeelpunt. Over zijn zorgvuldigheid zijn ook vraagtekens te zetten. Slechts 69% van zijn passes kwamen aan bij een medespeler, vrij ver onder het gemiddelde van Ajax die wedstrijd.

Danny Hoesen laat zich normaal wel als een sterk aanspeelpunt gelden, zeker in vergelijking met Sigthórsson. Op kracht is hij iets minder dan zijn IJslandse concurrent, maar toch weet hij de bal makkelijker vast te houden. Met de rug naar de goal is Hoesen op z’n best, vaak de bal afhoudend. Het is dan ook een ander type spits dan Sigthórsson. Hoesen is niet in eerste instantie op zoek naar goals, maar loopt zich wel continu vrij om als goed aanspeelpunt te functioneren. Hij moet de mensen om zich heen beter laten voetballen.

 

Hoesen in de positie waar hij op zijn best is, in de slotfase tegen FC Groningen (1-1). Met de rug naar de goal, de bal afschermend van zijn direct tegenstander. Even later zal hij de bal naar Poulsen hakken, die naast schiet.

Hoesen in de positie waar hij op zijn best is, in de slotfase tegen FC Groningen (1-1). Met de rug naar de goal, de bal afschermend van zijn directe tegenstander. Even later zal hij de bal naar Poulsen hakken, die naast schiet.

 

Doordat Hoesen naar de bal toe komt om als aanspeelpunt te dienen, lokt hij zijn directe tegenstander mee. Daardoor ontstaat ruimte waar de naar binnen getrokken buitenspelers of aanvallende middenvelders in moeten lopen. Net zagen we Sigthórsson statisch achter zijn man blijven hangen in de wedstrijd tegen RKC; vaak te diep opgesteld en daardoor niet aan te spelen. Hoesen viel twintig minuten voor tijd in voor zijn concurrent en liet zien hoe het wel moet.

 

Schermafbeelding 2013-11-25 om 13.34.06

Hoesen kruipt voor zijn man en zorgt dat hij ingespeeld kan worden door Daley Blind. Sigthórsson bleef eerder in de wedstrijd achter zijn man staan. Doordat Hoesen zichzelf vrij speelt, kan hij voor verder gevaar zorgen door de inlopende Serero of Fischer te bedienen.

 

Siem de Jong

Tot slot heb je nog Siem de Jong. De geboren Achterhoeker, van origine een aanvallende middenvelder, is ondertussen niet meer weg te denken als nummer negen. Sinds de komst van Frank de Boer is hij ‘gelegenheidsspits’, maar in de praktijk is hij meer dan dat. In de eerste competitiewedstrijd onder De Boer mocht De Jong in de spits spelen, waarmee hij symbool stond voor de wederopstanding van de Amsterdammers. De oefenmeester probeerde daarna onder anderen Mounir El Hamdaoui, Miralem Sulejmani, Nicolas Lodeiro, Dmitri Boelykin, Christian Eriksen, Kolbeinn Sigthórsson en Danny Hoesen uit in de punt van de aanval, maar kon altijd weer terugvallen op De Jong. Een aanspeelpunt die doorgaans ook koelbloedig is in het afronden.

 

Siem de Jong duikt de ruimte in om aanspeelbaar te zijn voor Daley Blind, in de kampioenswedstrijd tegen FC Twente (3-1). Via een één-twee met Christian Eriksen gooit hij de wedstrijd in het slot.

Siem de Jong duikt de ruimte in om aanspeelbaar te zijn voor Daley Blind, in de kampioenswedstrijd tegen FC Twente (3-1). Via een één-twee met Christian Eriksen gooit hij de wedstrijd in het slot.

 

Dit seizoen zit het nog niet mee voor De Jong. De aanvoerder die na zijn rentree op het veld stond, was geen schim van de relatief jonge routinier die hij voorheen uitstraalde. Sterker nog, hij was één van de mindere spelers bij Ajax de afgelopen weken.

 

Statistieken van Siem de Jong als spits

Schermafbeelding 2013-11-25 om 10.34.41

 

Gezien de statistieken van De Jong valt één ding vooral op: als de middenvelder in de spits staat, start hij vrijwel altijd in de basis. De Jong kwam tot nu toe 31 keer in actie als spits en startte 30 keer in de basis. Dat kunnen Sigthórsson en zeker Hoesen hem niet na zeggen. Alleen in de thuiswedstrijd tegen NEC in december 2010, de laatste wedstrijd onder Martin Jol, kwam hij het veld om Mido af te lossen als spits.

 

Siem de Jong loopt zich in de uitwedstrijd tegen NEC dit jaar (0-3) vrij om de bal te ontvangen van de opgekomen Boilesen. De Jong speelt de bal gelijk door naar Klaassen, die de ruimte in kan lopen.

Siem de Jong loopt zich in de uitwedstrijd tegen NEC dit jaar (0-3) vrij om de bal te ontvangen van de opgekomen Boilesen. De Jong speelt de bal gelijk door naar Klaassen, die de ruimte in kan lopen.

 

Verder is het duidelijk dat ook De Jong weinig tot geen invloed heeft gehad op het resultaat van Ajax. In 2011 wonnen de Amsterdammers zeven van de negen wedstrijden met De Jong in de spits, maar in de twee seizoenen daarop raakte die statistiek in de vergetelheid. Met als dieptepunt 2012/2013, waarin Ajax de helft van de wedstrijden met De Jong in de spits niet won.

 

Conclusie

Natuurlijk vallen slechte resultaten van een team niet alleen een spits aan te rekenen. Wat je wel uit de bovenstaande cijfers van Sigthórsson, Hoesen en De Jong kan concluderen, is dat Ajax helemaal geen veelscorende spits (meer) nodig heeft. Iets dat eigenlijk al is vastgesteld, want drie keer op rij kampioen worden zonder een veelscorende spits is geen toeval. Bovendien heeft de nummer negen van Ajax weinig invloed op de uiteindelijke uitslag van de wedstrijd. Ajax gaat niet plotseling beter presteren met de ene spits, dan met die ander. De tijd van Huntelaar en Suarez, die Ajax veel doelpunten maar nog nooit een kampioenschap brachten, is voorbij.

Omdat die positie al jaren ondergeschikt is aan het teambelang, maakt het minder uit wie in de spits staat. Eigenlijk zijn er maar twee vereisten: de spits moet een dynamisch aanspeelpunt zijn en een goede techniek hebben. Dat laatste mag je überhaupt wel van een Ajax-speler verwachten. Het is dan ook niet gek dat De Boer ook Lasse Schöne en Davy Klaassen tipt als opties voor de nummer negen positie. Wellicht zijn ze zelfs geschikter dan Sigthórsson: de IJslander is een diepe spits en staat in een wedstrijd juist vaak ver voorin, wachtend op die ene kans die voor hem een goal op kan leveren. Ajax heeft juist een spits nodig die dynamisch is en een sterke impuls kan geven aan het positiespel door zich continu aan te bieden.

Dat De Boer voor de spitspositie nu veroordeeld lijkt tot Danny Hoesen is dan ook geen probleem. De Limburger draaide al een individueel programma om sterker en wendbaarder te worden, maar moet voorin nog doeltreffender worden. Hij bezit verder wel de kwaliteiten om te voldoen aan de eisen van de huidige Ajax-spits. Op dit moment is de Limburger dan ook de meest logische optie. Het feit dat De Jong en Sigthórsson nog even in de lappenmand zitten, biedt voor hem mogelijkheden. Hij zal het nu wel moeten laten zien en zo snel mogelijk de harten van de Ajax-staf veroveren, want ook hij weet dat De Boer altijd nog kan terugvallen op zijn rots in de branding: Siem de Jong. Of op een speler die wél in vorm is, want er lopen meer spelers rond met de geringe eisen die gevraagd worden om Ajax-spits te zijn. Het draait in eerste instantie om het positiespel. Wie er dan op ‘negen’ staat? Dat is slechts een bijzaak.

 

De statistieken zijn allemaal gebaseerd op competitiewedstrijden.

Enkele statistieken via @WhoScored

 

 

 

About Jasper van Vliet

Jasper is freelance journalist voor o.a. NUsport en het AD Utrechts Nieuwsblad. Daarnaast studeert hij Journalistiek aan de Hogeschool in Utrecht.