Het geheim van Mourinho: tactische periodisering

Dick Advocaat (Zuid-Korea), Marco van Basten (Nederland), Leo Beenhakker (Trinidad & Tobago) en Guus Hiddink (Australië) glommen in december 2005 van oor tot oor bij de groepsloting voor het WK 2006. Met vier bondscoaches op het hoogste podium bevestigde Nederland zijn dominante positie in het internationale trainersgilde. Een decennium later is die positie overgenomen door Portugal, dat al twee seizoenen op rij de meeste oefenmeesters voor de Champions League levert. Een van de voornaamste oorzaken van het succes van de Portugese coaches is een stroming die luistert naar de naam tactische periodisering.

In het boek What is Tactical Periodization? heeft Xavier Tamarit geprobeerd uit te leggen wat dit inhoudt. Heel erg goed leesbaar is dit werk echter niet en dus vroegen wij aan Guido Seerden om op een toegankelijke manier te vertellen wat Nederlandse trainers kunnen leren van tactische periodisering.

Seerden is bij uitstek geschikt om hier meer over te vertellen, aangezien hij een wetenschappelijke achtergrond (gespecialiseerd in bewegingswetenschappen bij de Fontys Hogescholen, de Vrije Universiteit en de John Moores University in Liverpool) koppelt aan relevante werkervaring in binnen- en buitenland (onder meer bij Roda JC Kerkrade, Tranmere Rovers FC, Al Ahli en Al Shabab Al Arabi). Daarnaast organiseert hij met Benevoetbal trainerscongressen voor coaches in Nederland en België. Op 16 maart is daarvan de derde editie.

Seerden geeft in dit artikel antwoord op zes vragen over tactische periodisering:

–          Wat is tactische periodisering?

Tactische periodisering is een methodologie waarin de tactiek leidend is en deze is gebaseerd op een ‘game model’: een speelplan. ‘Periodisering’ refereert naar het plannen en uitvoeren van het trainingsproces. Hier is sprake van een proces, aangezien er tijd nodig is om het gewenste  gedrag te trainen en te vertalen naar de wedstrijd. Niet alleen het tactische aspect, maar ook de technische, fysieke en psychologische dimensies zijn afgesteld op dit speelplan. Deze vier componenten van het voetbal worden nooit geïsoleerd getraind, maar altijd gezamenlijk. Daarbij wordt telkens de tactiek als leidraad genomen: vandaar de naam ‘tactische periodisering’ (TP). TP is niet hetzelfde als de zogenoemde geïntegreerde training. Daarin wordt de bal vooral toegevoegd om de motivatie van de spelers te verhogen en worden dus ook alle voetbalcomponenten gecombineerd, maar ontbreekt (meestal) een specifiek speelplan als basis.

Een ‘game model’ kan vrij vertaald worden als speelplan, maar ik denk dat voetbalidentiteit een betere verwoording is. Deze identiteit is gebaseerd op het spelidee van de coach en een bijbehorende speelstijl waarin men uitgaat van bepaalde spelprincipes. Deze zijn onder te verdelen in hoofdprincipes (1), sub-principes (2) en sub-sub-principes (3). Dat zijn gecompliceerde benamingen voor:

  1.    teamafspraken / collectief gedrag: non-verbale communicatie als team;
  2.    afspraken tussen linies / groepsgedrag: non-verbale communicatie tussen twee linies (bijvoorbeeld aanvallers en middenvelders);
  3.    onderlinge afspraken binnen één groep / individueel gedrag: non-verbale communicatie binnen één linie.

Naast het spelidee en de speelstijl zijn er nog een aantal andere factoren die invloed hebben op de identiteit van een voetbalteam, zoals weergegeven in onderstaande afbeelding.

De invloedrijkste factoren op een voetbalidentiteit (aangepast op basis van Oliveira, 2007; en Tamarit, 2013).

De invloedrijkste factoren op een voetbalidentiteit (aangepast op basis van Oliveira, 2007; en Tamarit, 2013).

 

–          Hoe en waar is tactische periodisering ontstaan?

Tactische periodisering is een stroming die zo’n dertig jaar geleden is ontstaan in Portugal. Professor Vitor Frade begon vragen te stellen over de gebruikte trainingsmethodologieën en concludeerde dat voetbal niet zonder context getraind kan worden. Vanuit die gedachte worden trainers in Portugal op een andere manier opgeleid, geheel binnen de filosofie van TP. Frade is verbonden aan de Sportafdeling van de Universiteit van Porto en deze werkt nauw samen met FC Porto. Na de nationale en Europese successen van deze club met trainers als José Mourinho, André Villas-Boas en Vitor Pereira, heeft TP buiten Zuid-Europa meer bekendheid gekregen.

Voor de Portugese successen was deze stroming al bekend in Spanje, waar Xavier Tamarit, Juan Luis Delgado-Bordonau en Alberto Mendez-Villanueva verder borduurden op de gedachtegang van Frade. De meeste literatuur over TP is ook te vinden in het Portugees of Spaans. Vandaar dat het niet vreemd is dat het een tijd heeft geduurd voordat andere landen er oren naar kregen. Sinds kort zijn er een aantal artikelen en boeken vertaald naar het Engels, maar daar moet ik bij vermelden dat niet altijd de juiste vertaling is gebruikt. Delgado-Bordonau is nu ook bezig met een Engelstalig boek. Dat komt waarschijnlijk dit jaar nog uit en is hopelijk beter leesbaar dan het werk van Tamarit.

–          Waarom zou je tactische periodisering toe moeten passen?

‘You can have the best pitches in the world; you can have the medical centers and the sports science. But if you don’t have a philosophy and a way in which to work and an identity, then it doesn’t matter.’ (Brendan Rodgers, 2013)

Voetbal is een activiteit waarbij de perceptuele (zintuigen), cognitieve (hersenen) en motorische (lichaamsdelen) skills met elkaar samenwerken. Het is een ‘open skill’ sport. Voetbal vindt namelijk plaats in een onvoorspelbare omgeving en de beweging/handeling staat van de voren niet vast en is dus geen ‘gesloten skill’.

Een gesloten skill speelt zich af in een voorspelbare omgeving en de sporter weet van te voren wat hij gaat doen. Turnen is een sport waarvoor dat opgaat. Epke Zonderland weet van te voren hoe hoog de rekstok is en kan zijn oefeningen tot in perfectie instuderen. In welke turnzaal Zonderland staat en wie zijn tegenstanders zijn, maakt in principe weinig uit voor de essentie van zijn vak: het perfect uitvoeren van een specifieke beweging. In het voetbal komen gesloten skills slechts in beperkte mate voor: bij dode spelmomenten, zoals het trappen van een strafschop of een vrije trap. De keeper en muur staan in die gevallen op een van te voren bepaalde afstand en dus is dit gemakkelijk om geïsoleerd te trainen.

In essentie is voetbal echter een ‘open skill’ sport. In het open spel kunnen tegenstanders uit alle hoeken en gaten opduiken. De omgeving is dus zeer onvoorspelbaar. Daar moet een voetballer voortdurend zijn bewegingen op aanpassen. Het is niet zo lastig om een speler een pass te laten geven in een oefening zonder opponenten, maar het is verdomde moeilijk om in een wedstijdsituatie op het juiste moment de juiste teamgenoot aan te spelen op zijn goede been en met de juiste snelheid.

De trainingsvormen van tactische periodisering houden rekening met deze theorieën over motorisch leren. Ze creëren namelijk wedstrijdechte trainingsvormen, oefeningen met actieve tegenstanders. Dit is beter voor het leren van nieuwe bewegingen/handelingen, want deze trainingsvormen vereisen wisselende toepassingen van de skills, net zoals in de wedstrijd.

De bovenstaande quote van Brendan Rodgers geeft bijna een volledig antwoord op de vraag wat de toegevoegde waarde is van tactische periodisering. Het toepassen van TP zorgt voor een identieke voetbalidentiteit die verschilt van het eenheidsworstvoetbal en daardoor een uniek DNA ontwikkelt voor jouw elftal/club. Dit leidt hopelijk tot een beter resultaat (op de lange termijn). Deze exclusieve voetbalidentiteit kan gebaseerd worden op een aantal factoren, zoals hierboven vermeld. De methodologie is zo opgezet dat het leidt tot het sneller inslijpen van spelprincipes waarbij gedrag uiteindelijk een gewoonte wordt. Dit moet uiteindelijk leiden tot herkenbaar voetbal, zoals bijvoorbeeld de succesvolle counters waar teams van José Mourinho om bekend staan.

–          Hoe pas je het concreet toe in de praktijk?

Voordat je tactische periodisering gaat toepassen in de praktijk, moet je eerst jouw gewenste voetbalidentiteit op papier zetten. Daarbij moet je rekening houden met de factoren die een voetbalidentiteit beïnvloeden. Dus eerst ga je kijken naar het ‘wat’ en daarna naar het ‘hoe’ van tactische periodisering.

Spelidee van de coach

Het startpunt is altijd de visie van de coach. Dat draait om de simpele vraag: ‘wat wil ik mijn team zien doen op het veld?’. Dit is gebaseerd op de vijf spelmomenten (balbezit, balverlies, beide omschakelmomenten en standaardsituaties), je eigen voetbalgeschiedenis, de laatste trends in het voetbal (bijvoorbeeld counterpressing of het gebruik van de halfspaces), het voetbal dat je hebt gezien (en waar je van houdt). Dit is volledig afhankelijk van de context en kan niet zomaar geknipt en geplakt worden van de ene naar de andere situatie.

Persoonlijk houd ik van een snelle omschakeling en wil ik dat mijn spelers zo snel mogelijk een doelpunt maken of voorkomen na het veroveren of verliezen van de bal. Dat betekent dat ik enorm veel waarde hecht aan omschakelmomenten en deze altijd toepas binnen mijn oefenvormen. Of we nu op aanvallen of verdedigen trainen.

Als het doel van de training bijvoorbeeld is om de spelers beter te maken in het frontaal passeren van de tegenstander (aanvallen), dan kiezen we voor twee 1v1. Die starten tegelijk en de speler met bal kan scoren op twee kleine doeltjes (dus er zijn vier kleine doeltjes in totaal). Nadat er een doelpunt is gevallen of de bal op een andere manier buiten de lijnen gaat, wordt omgeschakeld naar een 2v2 en gaan de spelers hun teammaatje helpen.

Hieronder kun je zien hoe dat in een training wordt toegepast en daarna in een snelle omschakeling terugkomt in een wedstrijd (8v8). Dit principe werd dus binnen alle trainingen toegepast en omschakelmomenten worden nooit geïsoleerd getraind.

1v1 frontaal met omschakeling naar 2v2

 

Ontwikkelen spelprincipes

“To me, the most important aspect in my teams is to have a defined game model, a set of principles that provides organization.” – (José Mourinho in Gaiteiro, 2006).

Na het uitwerken van je ideeën kun je verder gaan met het definiëren van je spelprincipes. Dit is een gedetailleerde versie van jouw spelidee. Het kan gezien worden als het bouwen van je eigen DNA en dit staat niet gelijk aan een formatie, zoals 1-4-3-3. De principes zijn er om het gedrag van spelers richting te geven. Het moet de spelers echter niet beperken om vrij en creatief te zijn. Dit betekent dat de principes afhankelijk zijn van de wedstrijdsituatie en meer gezien kunnen worden als ‘open regels’. Handvaten die spelers kunnen gebruiken bij het oplossen van een voetbalprobleem of bij het creëren van een voetbalprobleem voor de tegenstander.

Hoofdprincipes

Het collectieve gedrag en de non-verbale communicatie van het team vallen onder de hoofdprincipes. Hierbij gaat het om de vraag: ‘Wat wil ik zien van mijn team en wanneer wil ik dat zien?’

Twee concrete voorbeelden van hoofdprincipes zijn:

  1.    Superieur zijn in balbezit om tot scoringskansen te komen.
  2.    Afwisseling in type balbezit en positiespel om de verdediging van de tegenstander te ontwrichten.

Dit is trainbaar in grote partijvormen met drie linies.

Sub-principes

De sub-principes zijn de concrete toepassingen van de hoofdprincipes. Dit is gedetailleerder teamgedrag en non-verbale communicatie tussen twee linies.

Twee concrete voorbeelden van sub-principes, die aansluiten bij het tweede genoemde hoofdprincipe, zijn:

  1.    Het afwisselen van type balbezit om de verdediging van de tegenstander te doorbreken.
  2.    Het afwisselen van de positie van spelers en de bal om ruimte te creëren.

Dit zijn meer specifieke spelprincipes en die kun je trainen in middelgrote partijvormen met twee linies waarbij je let op het uitvoeren van de afspraken tussen linies.

Sub-sub-principes

De sub-sub-principes geven een beschrijving weer op welke wijze de sub-principes uitgevoerd moeten worden: gedrag op individueel niveau en non-verbale communicatie binnen één linie.

Als je dan het eerste sub-principe ontleedt, kun je komen tot:

  1.    Het uitspelen van een 1v1.
  2.    Dribbel in de ruimte als er geen druk is.
  3.    Speel de bal naar een teamgenoot als hij in een betere (aanvallende) positie is.
  4.    Speel de bal naar een teamgenoot indien hij naar een betere (aanvallende) positie toe beweegt.

Dit is trainbaar in kleine partijvormen of linietraining waarbij gelet wordt op de individuele uitvoering van de handelingen gekoppeld aan het spelprincipe: bijvoorbeeld aanvallers versus verdedigers.

Je kunt het als trainer zo ingewikkeld mogelijk maken en enorm veel principes bedenken, maar het is juist belangrijk om het simpel en toepasbaar te houden, dit is handig voor zowel de spelers als de (assistent) trainers.

Formatie

Na het ontwikkelen van je spelprincipes is het tijd om na te denken over de formaties die je daaraan wilt koppelen. Daarbij moet er onderscheid gemaakt worden tussen een structurele en een functionele formatie. Een structurele formatie is duidelijk herkenbaar in balbezit (1-4-3-3) en balverlies (1-4-5-1). De functionele formatie aan de andere kant, is gebaseerd op je spelprincipes en is daardoor een stuk dynamischer en minder gefixeerd dan de structurele formatie. Een mooi voorbeeld daarvan is het Bayern Munchen van Guardiola.

Filosofie van de club en van de coach

“Iedere manager heeft zijn eigen persoonlijkheid, zijn eigen identiteit en ook zijn eigen filosofie.” – Louis van Gaal

Waarom doe je de dingen zoals je ze nu doet? Dat antwoord zou volledig gebaseerd moeten zijn op je filosofie. Een coachingfilosofie bestaat uit een reeks van overtuigingen en principes die het gedrag van de coach en de club dirigeren. Het is een hulpmiddel om als houvast te gebruiken. Zo kun je trouw blijven aan je normen en waarden.

Hieronder is een voorbeeld terug te vinden van de principes waar Arsenal-manager Arsène Wenger aan toegewijd is. Deze principes zijn terug te zien in zijn dagelijkse handelingen:

  •         internationalisme;
  •         jeugd;
  •         eerlijkheid;
  •         kwaliteitsvolle voeding;
  •         duurzame transfers en loonbeleid;
  •         aanvallend en aantrekkelijk voetbal;
  •         de puurheid van het spel (in The Manager, 2013, p.63).

De coachingfilosofie heeft een invloed op de zaken die hiervoor zijn besproken en dus op de toepassing van tactische periodisering. Het is een onderbouwing van het waarom achter bepaalde beslissingen. De filosofie aan het begin van je trainerscarrière zal overigens niet dezelfde zijn als die aan het einde van je loopbaan. Wetenschappers hebben namelijk onderzocht dat het ongeveer tien jaar duurt voordat coaches een filosofie ontwikkelen waarmee ze tevreden zijn en deze wordt beïnvloed door onder andere overtuigingen, ervaring, kennis en opleiding, filosofie van de jeugdopleiding/club, niveau/kwalificaties van de coach, zelfkennis, en de cultuur van de club en omgeving.

(Voetbal-)cultuur van de club en omgeving

De invulling en uitvoering van je voetbalidentiteit – en dus je tactische periodisering – wordt zwaar beïnvloed door de (voetbal)-cultuur van de club en omgeving. Voordat hiernaar gekeken wordt, is het goed om in te gaan op het verschil tussen filosofie en cultuur. De cultuur refereert naar meer dan de dagelijkse activiteiten en processen. Het is soms moeilijk om een cultuur duidelijk te identificeren, maar deze heeft hoe dan ook een duidelijke impact op de werkomgeving. Factoren die hieronder vallen zijn: tradities (onder andere gebaseerd op clubgeschiedenis) en ongeschreven regels. Een cultuur is meer een gevoel dan iets tastbaars. Een filosofie aan de andere kant, is juist wel tastbaar en kan duidelijk op papier worden gezet.

De cultuur is onder te verdelen in drie categorieën: (voetbal)cultuur van het land, de cultuur van de regio en de cultuur van de club. Deze zijn geplaatst in hiërarchische volgorde, dat wil zeggen dat de cultuur van het land invloed heeft op de cultuur van de regio en deze is dan weer van invloed op de uiteindelijke voetbalcultuur van de club.

Als we de Nederlandse voetbalcultuur als voorbeeld nemen, dan kunnen we waarnemen dat balbezit heilig is en dat Nederlanders het (over het algemeen) minder erg vinden om te verliezen, als er goed gespeeld is (lees: de ploeg heeft meer balbezit gehad). In de regio Amsterdam wordt uitgegaan van positieve arrogantie en dat willen de hoofdstedelingen graag terugzien in het spel van Ajax. In tegenstelling tot de regio Zuid-Limburg, Kerkrade (de oude mijnstreek). Daar willen ze namelijk graag de Koempel-mentaliteit (mouwen opstropen en hard werken) in het DNA terugzien in de clubcultuur van Roda JC Kerkrade. Dat er verschillen zijn per regio in het land is niet alleen in Nederland het geval en het blijkt dat de cultuur van de regio een grotere invloed heeft op de clubcultuur dan de algehele (voetbal)cultuur van het land.

Karakteristieken van de spelers en mogelijkheden

Bij het opzetten van een voetbalidentiteit moet er ook gekeken worden naar de karakteristieken van de spelersgroep en de daar bijbehorende mogelijkheden. Een mooi voorbeeld is het Nederlands elftal van bondscoach Louis van Gaal op het WK in Brazilië in 2014. Van Gaal herkende de defensieve kwetsbaarheid en stelde zijn formatie (1-5-3-2) af op de zwakte (defensie) en kracht (Arjen Robben) van zijn spelersmateriaal. Of neem de selectie van Internazionale in 2010. Met trage en kopsterke verdedigers (Lucio, Walter Samuel), een spelmaker (Wesley Sneijder) en een snelle spits (Samuel Eto’o) had trainer José Mourinho een elftal dat bij uitstek geschikt was voor countervoetbal. De Portugees leidde zijn team zo naar de treble en verdiende zelf een transfer naar Real Madrid. Zijn opvolger Rafael Benítez probeerde in het volgende seizoen met hetzelfde materiaal dominanter voetbal te spelen en faalde hopeloos.

Karakteristieken van de coaches en mogelijkheden

De karakteristiek van de trainer/coach is vaak terug te vinden in het spel van een elftal. Vandaar dat deze factor ook is meegenomen bij het creëren van je voetbalidentiteit. Mooie voorbeelden zijn hier de passie van Jurgen Klopp en het fanatisme van Diego Simeone. Klopp heeft bij Liverpool direct zijn kenmerkende pressingstijl geïntroduceerd. Vanwege het overvolle speelschema in de Premier League leidt dat tot wisselvallige resultaten, maar op de lange termijn moet Liverpool de vruchten gaan plukken van de voetbalidentiteit van Klopp. De Duitse manager had er ook voor kunnen kiezen om in zijn eerste maanden pragmatisch op het resultaat te spelen, maar dat past niet bij zijn stijl als coach. Dat betekent overigens niet dat Klopp gaat proberen om van Liverpool een kopie van Borussia Dortmund te maken, maar wél dat hij het hoofdprincipe van counterpressing gaat proberen toe te voegen aan het wapenarsenaal van The Reds.

Methodologische principes

De daadwerkelijke toepassing van TP in de praktijk (het ‘hoe’ van TP) is gebaseerd op een aantal methodologische principes. Tamarit gaat hierbij uit van drie methodologische principes, naast het hoofdprincipe van specificiteit (1): stelselmatige herhaling (2), complexe progressie (3) en horizontale afwisseling van specificiteit (4). Delgado-Bordonau en Mendez-Villanueva plakken daar nog de volgende principes aan vast: hiërarchische organisatie (5), performance stabilisatie (6), de principes trainbaar maken (7), tactische vermoeidheid en concentratie (8).

Methodologische principes van tactische periodisering (aangepast op basis van Delgado-Bordonau & Mendez-Villanueva, 2012; en Tamarit, 2013, 2015).

Methodologische principes van tactische periodisering (aangepast op basis van Delgado-Bordonau & Mendez-Villanueva, 2012; en Tamarit, 2013, 2015).

 

  1.    Specificiteit: is de moeder van alle principes. Het gaat hierbij om het nabootsen van spelprincipes in een wedstrijdechte situatie, met verminderde of volledige weerstand.
  2.    Stelselmatige herhaling: leren = herhalen. Herhalen zonder herhaling zal daarbij het motto moeten zijn, want geen enkele beweging in het voetbal is exact dezelfde. Er moeten in je training wel voldoende opties zijn om tot veel ‘herhalingen’ van het bepaalde spelprincipes te komen. Stelselmatige herhaling is nodig om tot de uitvoering van een herkenbare voetbalidentiteit te komen. Advies is daarbij om in willekeurige blokken van spelprincipes te trainen in plaats van in blokken met steeds hetzelfde spelprincipes (random practice gaat boven blocked practice), want dat is beter voor het leren van spelprincipes op de lange termijn.
  3.    Complexe progressie: dat wil zeggen van gemakkelijk naar moeilijk werken. Dit is simpel gezegd een methodologische trainingsopbouw van je spelprincipes. Hieronder zie je een voorbeeld van hoe je binnen een 1v1 frontaal passeren de complexiteit progressief kunt opbouwen.Slide008

Slide057

 

  1.    Horizontale afwisseling van specificiteit: gedurende de trainingsweek moet er afwisseling zijn in de spelprincipes: team-, groeps- en linietraining moeten allemaal een keer aan bod komen. Net als de andere prestatiebepalende indicatoren zoals kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen, coördinatie en snelheid. Dit sluit aan bij het principe van ‘random practice’. Er wordt dus gevarieerd in spelprincipes en hoewel de tactiek leidend is, is het de fysieke component die bepaalt wat er op elke dag mogelijk is. Het uitgangspunt is om elke dag met intensiteit te trainen, maar die intensiteit zal altijd relatief zijn, afhankelijk van wat er die dag mogelijk is op basis van de laatst gespeelde en eerstvolgende wedstrijd.

BgQ3VkSCYAArgPH.jpg-large

Voorbeeld van een weekplanning gebaseerd op tactische periodisering.

  1.    Hiërarchische organisatie: binnen je voetbalidentiteit zijn er altijd bepaalde spelprincipes belangrijker dan ander. Oftewel, ze staan hoger in de hiërarchie. Dit komt tot uiting in het vaker trainen van deze principes. Een simpel voorbeeld is uitgaan van meer in balbezit zijn dan je tegenstanders. Dit kan er toe leiden dat je gedurende het seizoen bijvoorbeeld zestig procent van je tijd op aanvallen traint en veertig procent op verdedigen. Daarnaast is er ook binnen aanvallen natuurlijk een hiërarchie op te stellen. Neem bijvoorbeeld de eerder genoemde spelprincipes waarbij ik persoonlijk bij het ‘superieur zijn in balbezit’ minder nadruk heb gelegd op het ‘genadeloze afwerken’, want de weg er naartoe: ‘een meester zijn in 1v1’ en ‘positionele overbelasting / overtalsituaties creëren’ vond ik in eerste instantie vele malen belangrijker.
  2.    Performance stabilisatie: hiermee wordt bedoeld dat er binnen Tactische Periodisering gestreefd wordt naar zo weinig mogelijk fluctuaties in de prestaties (performance): zoveel en zo consistent mogelijk wedstrijden winnen. Binnen TP wordt daarom ook eerst uitgegaan van de defensieve principes, vooraleer er op aanvallen wordt getraind. Na een goed resultaat heb je meestal de groep mee en zijn de spelers beter vatbaar voor het aanleren van nieuwe principes. Uitgangspunt bij dit principe is vaak ook dat periodiseren tijdens het seizoen het plannen van wedstrijd tot wedstrijd is. Mourinho kijkt bijvoorbeeld goed naar de zwakke punten van de aankomende tegenstander en zal daar zijn trainingsvormen in de week voorafgaand aan dat duel op aanpassen.
  3.    De principes trainbaar maken. Hiervoor zijn er al een aantal voorbeelden genoemd hoe je dit in de praktijk kunt toepassen. Namelijk bij de uitleg van de spelidee van de coach en de ontwikkeling van je spelprincipes. Het gaat hierbij dus om het bedenken van oefenvormen op basis van de gecreëerde spelprincipes en de daarop aansluitende voetbalidentiteit.
  4.    Tactische vermoeidheid en concentratie: dit is de koppeling naar het mentale vermogen van de spelers om de spelprincipes op te nemen. Je kunt je voorstellen dat de eerste of tweede dag na een wedstrijd het vermogen om nieuwe tactiek op te nemen niet hetzelfde is als de dag voor de wedstrijd. Ook hierin zal je gedurende week in moeten periodiseren (gelinkt aan de horizontale afwisseling van specificiteit). Deze factor wordt ook beïnvloed door de cultuur. De tactische concentratie (lees: discipline) in het Midden-Oosten ligt bijvoorbeeld lager dan in Duitsland. Dit is duidelijk zichtbaar in de wedstrijden en trainingen.

–          Is tactische periodisering ook toepasbaar in de opleiding van voetbalclubs?

Over het algemeen is TP een stroming die is ontstaan vanuit het seniorenvoetbal en voornamelijk wordt toegepast op eerste elftal-niveau, maar dat wil niet zeggen dat het op jeugdniveau niet toepasbaar is.  Het gevaar daarbij is wel dat de coach te veel uitgaat van het teamparadigma en voorbij gaat aan het spelerparadigma, maar het zou de kwaliteit van de jeugdtrainer moeten zijn om daar per leeftijdscategorie de juiste balans in te vinden. Bij de jongste leeftijdsgroepen moeten coaches namelijk uitgaan van de kwaliteiten en mogelijkheden van het kind: het kind staat centraal.

Een bezoek aan de jeugdopleiding van Real Madrid heeft mij geleerd dat er uitgegaan kan worden van de spelprincipes van het eerste elftal en er daarna vereenvoudigd (lees: kleinere aantallen) gewerkt kan worden aan de voetbalidentiteit van een club.  Daardoor zullen de bovengenoemde methodologische principes anders ingevuld moeten worden. Neem bijvoorbeeld de hiërarchische organisatie. Bij de Onder-11 kan het leren van het uitspelen van een 1v1 situatie van groter belang zijn (lees: vaker getraind worden) dan bij de Onder-19 en daarom hoger in de hiërarchie staan dan bij het vlaggenschip van de jeugdopleiding. Michel Hordijk heeft eerder het belang van techniek aangegeven en terwijl je bezig bent met het (onbewust) trainen van de (tactische) spelprincipes (Teaching Games for Understanding), zal de coaching bij de jongste jeugd zich moeten richten op de technische uitvoering (op een impliciete manier uiteraard). Daardoor zal je meer op individueel niveau trainen (sub-sub-principes) en naarmate de spelers ouder worden, kunnen de weerstanden worden (trainen op sub-principes en hoofdprincipes) verhoogd (complexe progressie). Hetzelfde geldt voor de tactische vermoeidheid en concentratie: bij jeugdspelers zal eerder een afname van concentratie en toename van tactische vermoeidheid plaatsvinden dan bij spelers van het eerste elftal. Binnen de jeugdopleiding zit daar ook al een duidelijk verschil in. De spanningsboog bij spelers van tien jaar is niet dezelfde als die van vijftienjarige voetballers.

Het enige methodologische principe dat binnen het jeugdvoetbal niet toepasbaar is, is performance stabilisatie, want talentontwikkeling is non-lineair. Dat wil niet zeggen dat er op seniorenniveau geen individuele fluctuaties mogelijk zijn, maar deze wil je als coach zoveel mogelijk beperken. Resultaat is namelijk belangrijk. Dat sluit dan ook weer aan op de verschuiving van de hiërarchische organisatie, want volgens TP zou je als coach altijd moeten beginnen met het trainen van verdedigen. Zodat de kans op succes verhoogd wordt. Dit kan bij de jeugd anders zijn, maar dat is afhankelijk van de situatie. De ene club zal van een coach in de opleiding teamresultaat verlangen, terwijl de filosofie bij een andere club juist weer gericht kan zijn op het optimaal ontwikkelen van individuele spelers.

–          Wat kan er nog verbeterd worden aan tactische periodisering?

Tactische periodisering is een mooi (trainings-)model, maar persoonlijk vind ik het model niet helemaal compleet/af. Naar mijn mening ontbreken er een aantal principes die gericht zijn op de daadwerkelijke coaching en het beïnvloeden van de spelers, bijvoorbeeld over het toepassen van zelfregulatie of over het geven van feedback.

Een ander nadeel is dat het model kan leiden tot overtraining, zoals duidelijk waar te nemen bij Bayern München. Pep Guardiola gebruikt microciclos estructurados, wat in veel opzichten lijkt op tactische periodisering, als trainingsmodel. Hij is excessief bezig met creëren van een duidelijke voetbalidentiteit (das Chamäleon) en is medeplichtig aan een lange lijst van (non-contact) blessures.

Heb je genoten van dit artikel? Overweeg dan eens om het te kopen via onze button in Blendle. Gewoon als bedankje aan de schrijver! 

About Guido Seerden

Guido Seerden is Lead Academy Fitness Coach bij Al Shabab Al Arabi. Daarnaast is hij mede-oprichter van BeNeVoetbal.