Het conservatisme dat Van Marwijk opbrak

Bert van Marwijk heeft vier jaar lang krampachtig vastgehouden aan dezelfde formatie en dezelfde spelers. Zijn onvermogen om omzettingen te doen als de wedstrijd of tegenstander dat van hem verlangde maakte Nederland tot een voorspelbare, conservatieve ploeg die makkelijk te verslaan was.

In elke wedstrijd onder de leiding van Van Marwijk speelde Nederland 4-2-3-1, vier jaar lang. Er is veel te zeggen voor dit systeem – het is voor een veelvoud aan landen- en clubteams van topniveau de standaardformatie – maar er is geen enkele reden om dit systeem heilig te verklaren. Er is geen enkele maal geëxperimenteerd met een ander systeem. Het zou uiteraard kunnen dat een 4-2-3-1 inderdaad het juiste systeem is voor deze spelersgroep, maar misschien zou een 4-3-3 beter zijn? Een 4-4-2 met een ruit op het middenveld wellicht? Misschien wel een 3-4-1-2? We weten het simpelweg niet, omdat Van Marwijk nooit iets anders heeft uitgeprobeerd in zijn tijd als bondscoach. En dat valt hem zwaar aan te rekenen.

Je hoeft als bondscoach echt niet zo krampachtig aan een formatie vast te houden. Zelfs bij landenteams is het mogelijk om per wedstrijd, afhankelijk van de tegenstander, te wisselen van formatie. Óscar Washington Tábarez leidde Uruguay naar de halve finale van het WK 2010 en won in 2011 met dat land hun eerste Copa América sinds 1995. Hij deed dit zonder dat Uruguay een vast systeem had. Tijdens zijn zegetocht in de Copa speelde Uruguay afwisselend 4-4-1-1, 3-4-3, 3-5-2, en 4-3-3. Deze tactische flexibiliteit was een zeer belangrijke factor in de eerste Uruguayaanse toernooiwinst in zestien jaar.

Het gebrek aan dit soort tactische flexibiliteit speelt Nederland parten. Jürgen Buschmann, werkzaam aan de Sporthochschule te Keulen, analyseerde met zijn studenten de tegenstanders van Duitsland in de groepsfase. Hij kwam na de wedstrijd tot enkele zeer pijnlijke conclusies. Al zijn analyses van Oranje werden tijdens de wedstrijd bevestigd. Nederland had voor hem geen verrassing in petto. Refererend aan de 3-0 nederlaag die Oranje vorig jaar tegen Duitsland leed zei Büschmann dat Oranje nu op dezelfde manier geklopt was. “Ze hebben hun huiswerk niet gedaan”, was de veelzeggende conclusie. Het geeft een beeld van een staf die zich blind staart op bepaalde ideeën, zelfs als deze onjuist blijken te zijn.

Het concept van de basiself

Van Marwijk houdt, naast dezelfde formatie, ook vast aan dezelfde spelers. Het maakt niet tegen welke tegenstander het Nederlands elftal onder zijn leiding speeldt, de opstelling is bekend. Dit is op minst curieus te noemen. Laten we de rechtsbuiten-positie nader bekijken. Voor deze positie komen in aanmerking: Robben, Kuyt, Afellay en Narsingh. Dit zijn spelers met sterk uiteenlopende kwaliteiten en zwaktes. Het idee dat één van de vier voor letterlijk voor elke mogelijke tegenstander de beste optie is, is absurd. Robben is een fenomenale dribbelaar en heeft een goed schot. Echter, hij snijdt vrijwel altijd naar binnen en loopt niet met opkomende backs mee. Deze zwakke punten waren tegen respectievelijk Duitsland en Denemarken een probleem. Phillip Lahm, een rechtsbenige linksback, had zoals verwacht geen enkele moeite met Robbens acties binnendoor. De Deense linksback, Simon Poulsen, had met deze acties beduidend meer moeite, maar profiteerde wel optimaal van Robbens onwilligheid mee te verdedigen. De Deense goal viel dan ook na een voorzet van Poulsen vanaf de achterlijn. Robben was, zoals vrijwel altijd bij opkomende backs, nergens te bekennen. Van Marwijk anticipeerde hier niet op omdat hij niet kijkt naar de specifieke kwaliteiten van zijn spelers en die van de tegenstander bij het maken van zijn opstelling. Daarvoor betaalde hij de prijs: verlies.

Men hoeft slechts naar de prestaties van Engeland op dit EK om de voordelen te zien van dit soort tactische overwegingen te zien. Roy Hodgson is sinds jaar en dag fanatiek aanhanger van de 4-4-2 (4-4-1-1 is ook toegestaan, maar daar blijft het bij) en houdt net zo stug vast aan dit systeem als van Marwijk aan zijn 4-2-3-1. Echter, zelfs deze aartsconservatieve coach snapt hoe belangrijk het is om je aan te passen aan de tegenstander. De centrale verdedigers van Frankrijk, Philippe Mexès en Adil Rami, zijn overduidelijk kwetsbaar tegen spitsen die de diepte in duiken. Roy Hodgson koos dus logischerwijs voor Danny Welbeck, de spits die het best in staat is die specifieke Franse zwakte te exploiteren. De Zweedse verdedigers zijn daarentegen erg kwetsbaar in de lucht, dus stelde Hodgson tegen hen de kopsterke Andy Carroll op. Carroll scoorde de openingstreffer.

Niet bereid tot moeilijke beslissingen
Het grootste punt van kritiek dat van Marwijk kreeg te verwerken tijdens het WK 2010 was het feit dat Robin van Persie zijn basisplaats het hele toernooi behield. Van Persie was tijdens dit WK echter niet de enige speler die in de basis bleef staan, ondanks zeer tegenvallende prestaties. Ook Rafael van der Vaart had hier baat bij. In de voorbereiding op dat WK speelde Afellay goed op de linksbuitenpositie. Van der Vaart stond echter in de basis tijdens de eerste wedstrijd. In die wedstrijd werd hij vervangen door Eljero Elia, die uitgroeide tot de meest gevaarlijke speler van Oranje. Van der Vaart startte ook tegen Japan en Kameroen zonder ook maar één minuut goed te spelen. Van der Vaart raakte zijn basisplaats pas kwijt toen Arjen Robben terugkeerde van zijn blessure.

Bert van Marwijk wordt geroemd om het vertrouwen dat hij zijn spelers geeft. Dit is absoluut te prijzen. Er komt echter een punt dat dit geen sterk punt meer is, maar een zwakte. Vertrouwen geven aan falende spelers is in een toernooi van zes of zeven wedstrijden een onverantwoord risico. Dit gaat uiteraard helemaal op als er voldoende alternatieven voorhanden zijn.

Inconsequent selectiebeleid
Een ander voorbeeld dat het conservatisme van Van Marwijk onderstreept is de casus Urby Emanuelson. Tuurlijk had Urby Nederland geen Europees kampioen gemaakt. Hij had misschien zelfs geen seconde gespeeld op dit EK. Maar dat hij niet bij de selectie zit is desondanks pertinent belachelijk.Van Marwijk zag Emanuelson niet als kandidaat voor de linksbackpositie, omdat hij bij zijn club niet op die positie speelt. Nu is dit sowieso een ietwat vreemd argument voor een coach die Dirk Kuyt, spits en rechtshalf van beroep, voornamelijk opstelt als linksbuiten, maar het is bovendien simpelweg niet waar. Emanuelson heeft bij AC Milan immers geen vaste positie. Hij is geen basisspeler, maar wordt geposteerd op de plek waar Massimiliano Allegri hem nodig heeft. Emanuelson heeft dit seizoen achter de spits, linkshalf, rechtshalf, verdedigende middenvelder én linksback gespeeld. Bovendien heeft Emanuelson een verleden als linksback waar hij bij Ajax regelmatig speelde. Als stand-in voor Jetro Willems koos Van Marwijk uiteindelijk voor Stijn Schaars, die in zijn hele loopbaan op het moment van selectie welgeteld 30 minuten linksback had gestaan en dat onder van Marwijk zelf. Schaars heeft logischerwijs grote problemen met een positie die hem totaal onbekend is.

Van Marwijk had Emanuelson prima kunnen gebruiken als hij bereid was geweest om zijn team aan te passen aan de krachten en zwakten van de tegenstanders, in plaats van klampachtig vasthouden aan een vaste eerste elf of vaste opstelling. Het gebrek aan tactische flexibiliteit en bewustzijn maken Van Marwijk tot een voorspelbare, conservatieve coach.

About Nikos Overheul

Nikos is werkzaam als voetbalconsultant. Ex-Brentford / Midtjylland.. Volg Nikos op Twitter