Guardiola: opgeleid door het leven

Vanavond staat het nalatenschap van Pep Guardiola tegenover de toekomst van Pep Guardiola, één van ’s wereld beste coaches. Maar toen Pep Guardiola in 2008 werd aangesteld als hoofdcoach van Barcelona waren er nog veel twijfels over zijn kwaliteiten. Mijn eerste reactie op zijn aanstelling was dat een goed paard nog geen goed ruiter maakt. Mijn scepsis werd gevoed door de waslijst met mislukte ruiters, zoals Ruud Gullit,  Diego Maradona, enzovoorts. Afgezien van een kortstondig trainerschap van Barça’s reserve-elftal was Guardiola hopeloos onervaren en was er dus geen enkele reden om aan te nemen dat hij geschikt zou zijn voor deze baan.

Het koste Guardiola echter niet veel tijd om mijn ongelijk te bewijzen en z’n prijzenkast spreekt inmiddels ook boekdelen. Toch heb ik mij altijd afgevraagd hoe het mogelijk was dat iemand uit het niets een paar jaar later de meest gewilde en misschien zelfs de beste trainer ter wereld is. Het ging tegen alle wetten van de voetbalwereld in. Het was een sprookje.

Ik zocht verklaringen voor mijn ongelijk. Het meest aannemelijke vond ik dat je er niet veel voor hoefde te doen om een team met spelers zoals Xavi, Messi en Eto’o te laten presteren. Guardiola had gewoon geluk dat hij coach mocht zijn van het beste team ooit en liftte mee op dit succes. Opnieuw zat ik er naast. In de biografie van Pep Guardiola, geschreven door Guillem Balague, vond ik aanknopingspunten om dit mysterie te ontrafelen.

Toen Frank Rijkaard werd ontslagen als coach in 2008 had hij achter de schermen een enorme chaos laten ontstaan. Sinds het vertrek van Henk ten Cate naar Ajax, die toezag op discipline en orde, had Rijkaard de grip over de kleedkamer verloren. Ronaldinho was ongemotiveerd, ongedisciplineerd en ondermijnde het gezag van de trainer. Hij trainde tot diep in de nacht in nachtclubs en sliep overdag bij op de massagetafel. Het ging zelfs zo ver dat de club op een gegeven moment medische rapporten ging produceren om zijn dubieuze afwezigheid op trainingen te verklaren. Ronaldinho was de niet de enige. Rijkaard liet het gebeuren. Hij was te lief en de balans was zoek en het elftal won niks meer.

Het team, dat in 2006 nog de Champions League had gewonnen, was een zooitje. Met topsport had het weinig meer te maken. Het bestuur had iemand nodig om orde op zaken te stellen. Het was dan ook geen toeval dat ze bijna José Mourinho hadden gecontracteerd. Die zou wel raad weten met zo’n situatie. Na veel wikken en wegen kreeg uiteindelijk toch Guardiola de voorkeur. Voor de jonge trainer (toen 37) was de wanorde in de organisatie en selectie niet bepaald het ideale uitgangspunt. Hij was nog maar nauwelijks gewend was aan het corrigeren van jeugdspelers, laat staan zelfingenomen Champions League-winnaars en wereldvoetballers van het jaar. Eric Abidal was bijvoorbeeld totaal niet gediend van de belerende toon die Guardiola aansloeg – hij was immers al 30 en had kinderen. Wat denkt die Guardiola wel niet? Hij stuurde aan op een vertrek, maar bleef, en zou uiteindelijk de nieuwe verhoudingen accepteren.

Hoe was het toch mogelijk dat een onervaren jongeman 16 titels kon winnen in vier jaar? De belangrijkste verklaring daarvoor is dat hij niet, zoals ik eerder suggereerde, uit het niets kwam. Guardiola was een leven lang getraind, gepokt, en gemazeld. Zijn leven was de perfecte leerschool geweest, de perfecte voorbereiding op zijn latere baan als hoofdcoach. Dat begon al toen hij nog jeugdspeler was. Nooit was hij de sterkste of de snelste. Het dwong hem om de slimste te zijn, want anders zou hij het niet winnen. Tactisch en technisch moest hij superieur zijn en daarmee werd de kiem gelegd van zijn succes als speler. In zijn biografie wordt aangehaald hoe hij steeds bij andere teams, zoals het tweede, ging kijken en probeerde daarvan te leren. Zo kopieerde hij als knulletje een variant op een vrije trap die hij bij het tweede elftal had gezien – het leverde zijn team een doelpunt op. Later zou ook Johan Cruijff de kwaliteiten van Pep zien – Cruijff was zelf net zo geweest – en haalde hem naar het eerste elftal.

Guardiola was een sleutelspeler in het systeem van Cruijff als “nummer 4”, een positie die de Nederlander voor Guardiola had gecreëerd, gesneden naar zijn kwaliteiten. Vanuit deze rol, vlak voor de verdediging, dirigeerde Pep het spel. Op z’n 26e werd hij door Louis van Gaal aanvoerder gemaakt van een ploeg vol met spelers die het op basis van hun ervaring en status meer verdienden dan hij. Van Gaal noemde hem een “geboren aanvoerder aan wie je snel kon zien dat hij een toptrainer in de dop was”. Guardiola bewees het gelijk van Van Gaal door snel het respect van de oudere spelers te winnen. De keus voor hem als aanvoerder was onbewust de volgende stap in zijn voorbereiding op een hoofdtrainerschap. Hij leerde leiding nemen, belangen af te wegen, en met ego’s om te gaan.

Tegen de tijd dat Guardiola 30 was en op het punt stond zijn geliefde club te verlaten, had hij besloten dat hij na zijn loopbaan actief wilde blijven in de voetballerij. Vanaf dat moment begon hij zich bewust voor te bereiden op een baan als hoofdcoach. Hij tekende niet bij één van de topclubs die voor hem in de rij stonden, maar ging naar Brescia om de kunst van verdedigen te leren. De filosofie van Barcelona, die draaide om balbezit, kende hij door en door, maar Italiaans verdedigen zou daar een prachtige andere kijk op geven. Door zijn eigenwijsheid groeide zijn invloed in de kleedkamer. Hij zette notabene als speler de speelwijze van het elftal naar zijn hand en nam het initiatief om video-opnames van tegenstanders te analyseren om goed voorbereid te zijn op de komende wedstrijden. Hij liet niets aan het toeval over, zoals hij dat ook niet zou doen als hoofdcoach van Barcelona.

Hier tekenen zich reeds de contouren af van wat later Guardiola’s hoofdtrainerschap zou typeren. Tactisch breed geschoold, oog voor detail, gedegen voorbereiding, geïnformeerd gebruikmaken van de zwaktes van de tegenstander. Hij was gewend om leiding te geven, dingen uit te leggen, mensen op hun plaats te zetten en wedstrijden te lezen. En hij had de beste leermeesters gehad die hij zich maar kon wensen, waaronder Louis van Gaal en Johan Cruijff. Ooit ging hij op bezoek bij Marco Bielsa met wie hij 11 uur lang ononderbroken over voetbal filosofeerde. En uit bewondering voor Fabio Capello besloot hij, tegen het einde van zijn loopbaan, voor AS Roma te gaan spelen om “de verdedigende hardheid van Capello mee te maken en zijn geheimen omtrent het druk zetten op een tegenstander te ontdekken”. In tegenstelling tot andere spelers luisterde hij niet passief naar de instructies van zijn coach. Hij probeerde te doorgronden waarom zijn coach bepaalde ideeën had, wat de achterliggende filosofie was. Het waren belangrijke lessen.

Toen hij eenmaal gestopt was al speler was de volgende stap het reserve-elftal van Barcelona. Daar probeerde hij alles uit dat hij in z’n loopbaan had geleerd. Het was een experiment, maar wel een buitengewoon succesvolle. Barça B was een chaos, net zoals een jaar later het eerste team. Het reserveteam was speelde inmiddels zelfs in de Tercera División, de vierde laag van het Spaanse voetbal. Hij kreeg te maken met ego’s en disciplineproblemen en moest het team het geloof in zichzelf teruggeven. Hij besloot om eerst grondig te saneren. Van de vijftig spelers die beschikbaar waren voor twee elftallen ging hij terug naar één elftal dat om de titel moest strijden. De helft van de jongens, inclusief twee over het paard getilde talenten, moesten vertrekken. Het net gedegradeerde team werd onder zijn leiding meteen kampioen en promoveerde.

Zoals hij het de reserves op de schop nam, zou hij een jaar later ook het eerste team renoveren. Hij liet zijn grootste ster, Ronaldinho, en Deco gaan en focuste zich op de jongens uit eigen jeugd. De rest is geschiedenis. Barcelona werd niet alleen het beste elftal allertijden omdat de spelers zo goed zijn, maar ook om dat ze de juiste coach hadden om hen de weg te wijzen. Een coach die niet toevallig zo goed was in wat hij deed, maar zijn hele leven als voorbereiding had op deze baan.

Een groot deel van de inzichten uit dit artikel is afkomstig van Pep Guardiola, biografie door Guillem Balague (2013).

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas