Echt Engels voetbal

Zaterdagmiddag bood de Premier League, alom beschouwd als de moeder aller voetbalcompetities, een indrukwekkend programma. Hoewel er geen een topploeg in actie kwam, heb ik genoten die middag. Van de halve rugbyploeg van Wolverhampton, van het arbeiderselftal van Norwich en van de complete wanorde bij Blackburn Rovers. Het echte Engels voetbal is terug van weggeweest.

In het echte Engelse voetbal gaat het niet hoofdzakelijk om mooie acties of technisch onderlegde kunstjes. Dat is bijzaak. Geval, geklaag en gesteun is voor mietjes. Als je technische hoogstandjes wil zien, moet je naar de Royal Albert Hall. Rushes, raketvoorzetten en spelers die zich het zweet in de bilnaad lopen, dat is Engels voetbal.

Engels voetbal is het Victoriaanse voetbal van mannen als kleerkasten die tussen het loodgieten en metselen door met de gietijzeren broodtrommel onder de arm tegen een opgepoetste, opgeblazen varkensmaag aan trappen, zoals David Winner in zijn boek ‘Those Feet’ beschrijft.

Engels voetbal is het mengsel van zweet en gras als je het veel te oude betonnen vak uit loopt waar je net twee keer drie kwartier op een stuk plastic van voor de Tweede Wereldoorlog hebt gezeten. Waar je jezelf op hebt zitten vreten tussen drie oude mannen die stinken naar aspirine en weeïg bier. Waar de bollocks en fuck offs van de tribune vliegen, omdat de arbeiders na een week vol troosteloos werken in een hete conservenfabriek met hun bouwvakkerdecolleté even mogen afreageren.

Elke balbehandeling van de eigen ploeg wordt met ongebreideld enthousiasme toegejuicht. Voor hun part staan beide teams nog drie uur langer te spelen voordat er een doelpunt valt. De wil om bij iedere bal alles te geven, dat zie je terug in het echte Engelse voetbal.

Stoke City is de exponent van dit echte voetbal. Met elf soldaten die precies weten waar ze heel goed in zijn, spelen ze het soort loopgravenvoetbal waar menig Italiaans team jaloers op is. Ze zijn op hun best bij vies, koud en regenachtig weer. Dan gooien ze alles op die lange kapstok voorin, en de rest glibbert er dan wat bij. En als ze dan nog niet kunnen scoren, hebben ze altijd nog een menselijke katapult voor het betere ingooiwerk. Het tart met alle esthetische schoonheden waar het spel beroemd door is geworden. Het voetbal van Stoke is mooi in al zijn lelijkheid.

Wolverhampton, de tegenstander van zaterdag, zette in het begin alles op alles om ze de weg te versperren. De aanvallers vonden echter moeilijk een weg voorbij het cordon van Stoke-spelers. Kwamen ze een keer bij de zestien meter, dan stond daar de menselijke muur van Robert Huth. Één meter eenennegentig aan puur beton, inclusief snor. De Duitser lijkt zo uit een Rambo-film gelopen. Huth heeft zijn sokken alleen maar opgetrokken om zijn kaplaarzen te verbergen.

Nadien mogen de supporters in hun afgetrapte BMW 3-serie die ze nog iets van eigenwaarde geeft, omdat dat ondanks dat-ie veel te oud en te klein is, geen wijvenauto is, terug naar hun ellendige rijtjeshuizen met tuintjes zo klein als de postzegel van een voetbalveld, waar men over de postbussen struikelt omdat alles zo dicht op elkaar is gebouwd. En huilen.

Huilen, niet om hun bestaan, maar om de staat van het Engelse voetbal. Want als de mensen op de banken gaan staan voor teams als Stoke en Norwich, weet je dat het erg gesteld is. In een tijd waarin de posterboys van het Engelse voetbal keer op keer forse blunders maken, grijpen liefhebbers terug naar daar waar het allemaal mee begon.

Met Stoke en Wolves, op een druilerige zaterdagmiddag. In een stadion waar de geur van pis dwars door de muren heen gaat. Echt Engels voetbal.

Genieten.

About Gino van Montfort

Gino is hoofdredacteur en mede-oprichter van Catenaccio. Hij is al van kinds af aan voor Feyenoord, maar laat in zijn artikelen vooral een merkwaardige interesse zien in clubs, spelers en verhalen uit Zuid-Amerika. Oh, en nu Feyenoord het wat minder doet, hoor je hem vooral over zijn andere grote liefde: Real Madrid. Volg Gino op Twitter | Meer artikelen van Gino