Doping in het voetbal bestaat

Gisteren kwam na een ontketende sprint van Mark Cavendish de Tour van 2010 tot zijn einde. Het is voorlopig de eerste Tour in jaren zonder dopinggevallen. De wielersport lijkt eindelijk schoon te zijn geworden, al ging dat allemaal niet zo makkelijk. In het voetbal is doping echter vooral een taboe. De grootste spelers ter wereld worden nooit betrapt op het gebruik van doping en na een indrukwekkende prestatie komen er niet gelijk allerlei dopinggeruchten. Toch is het voetbal ook niet onbesmet wat doping betreft. Doping in het voetbal: het bestaat.

Adrian Mutu is één van de bekendste dopingzondaars

Adrian Mutu is één van de bekendste dopingzondaars

Het mooiste voorbeeld qua doping in het voetbal kwam afgelopen najaar voor in de Champions League, waar bij het Russische CSKA Moskou twee dopinggevallen gevonden werden na de wedstrijd tegen Manchester United. Aleksei Berezutsky en Sergei Ignashevich werden betrapt op het gebruik van Sudafed, een middel tegen verkoudheid. Het is een middel dat nog niet op de dopinglijst staat, maar bij gebruik wel gemeld moet worden. Dit werd echter vergeten door de leiding van CSKA. Wat volgde was een geldboete van 25.000 euro en een schorsing voor één wedstrijd. Vervolgens wist de Russische ploeg zelfs nog de kwartfinale van de Champions League te bereiken.

doping2Rens van Kleij, directeur van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo), merkte het in 2004 al op in een reportage van Sportweek over doping in het voetbal: “Goed, voetballers zijn geen heiligen, daarom zullen zich altijd dopinggevallen blijven voordoen. Ze zoeken altijd de grenzen op, dat is onderdeel van topsport. Zij lopen op het veld ook niet in een spijkerbroek. Voortdurend wordt gezocht naar verbeteringen. Of het nu gaat over creatine (in feite doping die niet als zodanig geregistreerd staat) of het gebruik van oordopjes tijdens wedstrijden. Maar als je daar nu beter van gaat presteren, is er toch niets mis mee?” Wat volgde was een pas echt opmerkelijke quote: “Als je nu nog positief test heb je of echt iets uitgespookt of ben je oliedom.”

In hetzelfde artikel gaat Douwe de Boer, die verantwoordelijk was voor de urinemonsters van spelers tijdens het EK van 2004 nog iets verder. “Het gebruik van en controleren op doping is een intelligentietest. Als je slim bent gebruik je iets dat niet valt te detecteren. Val je wel door de mand, dan is dat een stommiteit. Of een slordigheid, het is maar hoe je het noemen wilt.” Het voorbeeld dat hij vervolgens aanhaalt is typisch. Ook destijds was er een Rus tijdens een wedstrijd in Europa betrapt op verboden middelen: “Russen en ook andere Noord-Europese voetballers worden relatief weinig gecontroleerd. In de nationale competitie van Portugal word vier tot zes keer meer gecontroleerd dan in landen als Nederland en België. In Rusland ligt dat zelfs nog lager. Dus gaat het sneller fout zodra er internationale wedstrijden worden gespeeld. Typisch een voorbeeld van onervarenheid.”

Later in het artikel wordt nog iets verder ingegaan op het gebruik van doping in het voetbal. Zo scheen het een modeverschijnsel te zijn om verboden middelen toch de gebruiken door middel van een medisch attest. Een verklaring van een specialist komt binnen bij de dopingautoriteit en over het algemeen doen die niet veel meer dan een stempel zetten en het attest is goedgekeurd. Zo had vrijwel iedere Rus die meedeed aan de Olympische Spelen van 1984 op een schietonderdeel hartklachten, zodat ze een middel mochten gebruiken om hun hartslag te verlagen.

Even terug naar het voetbal, want als doping in dat wereldje schering en inslag is, dan zullen er bewijzen moeten zijn van dopinggebruik in het verleden. Zo gaf bijvoorbeeld Johan Derksen in het programma VI Oranje aan regelmatig doping te hebben gebruikt. “Ik heb wat teveel pijnstillertjes ingenomen”, meldde hij. “Wij waren nogal gek van dexedrine, dat waren pilletjes die ook bejaarden kregen om de laatste dagen een beetje vrolijk door te komen. Je werd er vrolijk van, het was een antidepressiva, maar ook je vermoeidheidgrens werd verlegd en wij hadden om half drie allemaal zulke ogen in de kop en schopten alles wat bewoog, maar Frans Derks hield van mannelijk voetbal hè.” De lachsalvo’s die vervolgens door de zaal gingen zeggen erg veel. Over doping en voetbal wordt nog steeds erg lacherig gedaan.

doping3Een andere speler die ook rond die tijd speelde was Carlo Petrini, ex-speler van Genua, AC Milan, Torino en AS Roma. Ook hij was onlangs erg duidelijk over het gebruik van verboden middelen in het voetbal destijds: “Ik heb geneesmiddelen genomen en ik kreeg dopingproducten toegediend”, aldus de 60-jarige Petrini. “We kregen enkele injecties en konden blijven lopen, springen, vallen en voor doel opduiken. We voelden krachten door ons lichaam gaan die we nog nooit hadden gevoeld.” De effecten op de korte termijn waren extreem: “Tijdens de wedstrijd kwam een groen slijm uit onze mond en erna bleef de energie nog uren stromen. Om 4 uur kregen we een klop en vielen als een blok in slaap.” Toch zet Petrini jaren later vraagtekens bij het dopinggebruik van toen: “We waren 20 jaar en waanden ons onsterfelijk. We stelden ons geen vragen en dachten dat ons niks kon overkomen. Elke dag waren er injecties. Sommige spelers deden het zelf, wellicht omdat ze geen vertrouwen hadden in de begeleiders van de ploeg.”

Naïevelingen zeggen dat dit hoorde bij het voetbal van weleer en dat zoiets tegenwoordig niet meer voor zou komen. Toch zijn er ook in het zeer recente verleden dopinggevallen bekend. Eén van hen is Adrian Mutu, die tot tweemaal toe aan de drugs raakte en tegen enorme schorsingen en boetes opliep. Ook de zaak tussen Jonathan Reis en PSV is een bekend voorbeeld van dopinggebruik in het voetbal. De afgelopen jaren kwamen er zelfs duidelijke verklaring omtrent het dopinggebruik in de jaren ’90 van Italiaanse ploegen. Zo zaten van het Juventus dat in 1996 in de Champions League van Ajax wist te winnen, vrijwel alle spelers aan de doping.

Helaas blijft het niet bij dit soort incidenten. Zo zond de Deense televisie in 2006 de documentaire ‘With death on the pitch’ uit. Hierin werd onderzoek gedaan naar ruim vijftig verschillende voetballers die de afgelopen jaren op de Europese velden in elkaar gezakt en gestorven zijn. Jorgen Thomsen, een gerenommeerde Noorse patholoog. komt in die documentaire tot de bevinding dat bij elk overlijden de spelers pijnstillers innamen van de NSAID-familie (Voltaren, Diclofenac, Ibuprofen) om toch te kunnen spelen bij een blessure. Hierdoor vernauwt de kransslagader, waardoor een tijdelijk gebrek aan zuurstof in combinatie met de inspanning een hartstilstand veroorzaakt.

Blatter onderneemt wel weinig actie tegen doping

Blatter onderneemt maar weinig actie tegen doping

Daarbij werd nog niet eens gekeken naar de amateurtak, waarin ook zeker onverantwoorde risico’s worden genomen met bepaalde sporters. De nonchalance waarmee de FIFA omgaat met dopinggebruik viel onlangs nog op tijdens de Operacion Puerto. Waar door de wielerbond UCI zelfs jaren na dato nog renners geschorst worden op basis van de lijst van Fuentes, heeft de voetbalbond niets gedaan met de voetballers en voetbalclubs die ook op de lijst stonden. Het is een naar en beangstigend contrast. Waar bij de wielerbonden sinds de dood van Tommy Simpson op de Mont Ventoux actie gevoerd wordt tegen dopinggebruik, wordt in het voetbal, ondanks het schrikbarende aantal van vijftig overleden spelers in de recente geschiedenis, vrijwel geen enkele stap ondernomen. Een gemiste kans.

Geïnteresseerd geraakt in doping in het voetbal? Lees ook: Het geheim van Fuentes

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter