Dijkhuizen biedt Nederlands voetbal waardevolle les

Excelsior was in augustus vorig jaar samen met FC Dordrecht de gedoodverfde degradatiekandidaat. Negen maanden later handhaafde de ploeg zich rechtstreeks in de Eredivisie en trainer Marinus Dijkhuizen, in januari 2014 nog weggehaald bij de amateurs van VV Meern, gaat aan de slag bij het innovatieve Brentford. Hij koos het afgelopen seizoen voor een defensief strijdplan, waarmee hij een hoog rendement uit zijn spelersgroep haalde. In het op aanvallend voetbal gestoelde Nederland zou dat wel eens een waardevolle les kunnen zijn.

Cambuur-trainer Henk de Jong uitte, nadat zijn ploeg tegen Excelsior op een gelijkspel was blijven steken, stevige kritiek op de speelwijze van de tegenstander: ‘Ze hebben alleen maar op de middenlijn gestaan. Voor de toeschouwers en tv-kijkers was er niets aan.’ Daarmee verwoordde De Jong een opvatting over voetbal die in Nederland breed wordt gedragen.

Marinus Dijkhuizen had er lak aan. Handhaving stond voorop en de manier waarop dat diende te gebeuren was van ondergeschikt belang. Dijkhuizen toonde zich een pragmatische coach; door een defensieve speelwijze te hanteren, probeerde hij de kans op een tweede opeenvolgende seizoen in de Eredivisie te maximaliseren. (Dat maakt hem overigens nog geen defensieve coach – vorig seizoen promoveerde Excelsior met verzorgd en aanvallend voetbal.)

Zijn goede werk bij Excelsior (en in het amateurvoetbal bij VV De Meern en VV Montfoort) werd beloond met een transfer naar Brentford. ‘We wilden een open-minded coach, die heeft aangetoond resultaten te kunnen behalen door anders te denken’, vertelde Brentfords vooruitstrevende technisch directeur Rasmus Ankersen bij het aanstellen van Dijkhuizen.

Defensieve organisatie

Schermafbeelding 2015-06-17 om 14.43.14

Afbeelding 1: Excelsior kantelt massaal naar de balkant.

 

De sleutel tot het Kralingse succes lag met name in het spel zonder bal. Als de tegenstander in balbezit was, trok Excelsior zich meestal terug op eigen helft. De ruimtes werden dan klein gehouden en door relatief dicht bij het eigen doel te verdedigen, kwam het fysiek sterke maar trage centrale duo Sander Fischer en Jurgen Mattheij in hun kracht te spelen. Door dat verdedigende strijdplan kregen tegenstanders veel tijd aan de bal, maar wel hoofdzakelijk op hun eigen helft. Excelsior had daardoor nog geen 40 procent balbezit, het laagste percentage van de grote Europese competities.

Als een centrumverdediger van de tegenstander in balbezit was, knepen de buitenspelers Daryl van Mieghem en Jordan Botaka naar binnen en nummer tien Jeff Stans, die veel verdedigende arbeid verrichtte, ging schuin in de rug van Tom van Weert spelen. Zo ontstond er een 4-4-2-systeem met een kom op het middenveld. Excelsior verdedigde in alle linies in de zone en hield de onderlinge afstanden tussen de spelers klein, waardoor er voor de tegenstander weinig ruimte lag om tussen de linies te voetballen.

Daardoor was een pass naar de back vaak een logische optie. Voor Excelsior was dat aanleiding om massaal naar de balkant te kantelen en zowel achterin als op het middenveld een overtal te creëren (zie afbeelding 1). Dat tactische plan voerde Excelsior doorgaans ook technisch goed uit: gefocust, laag door de knieën en balancerend op de voorvoeten.

Schermafbeelding 2015-06-17 om 14.42.50

Grafiek 1: Gemiddeld passpercentage van tegenstander per Eredivisieclub (seizoen 2014/15). Data via Opta Sports.

 

Teams als Feyenoord, Vitesse en Cambuur zetten hun tegenstanders het afgelopen seizoen consequent hoog op het veld onder druk. Dat resulteerde in een laag percentage succesvolle passes van tegenstanders (zie grafiek 1). Excelsior vormde het afgelopen seizoen het andere uiterste: de teams die tegen Excelsior aantraden, kwamen gemiddeld tot een erg hoge passzuiverheid (ruim 82 procent). Dat kwam voornamelijk omdat Excelsior veelal op de eigen speelhelft gepositioneerd stond en daar compact verdedigde, met als gevolg dat tegenstanders op hun eigen helft relatief veel risicoloze passes verstuurden.

Exemplarisch voor het compacte, gedisciplineerde spel zonder bal was het onderstaande moment uit de uitwedstrijd tegen Ajax (zie afbeelding 2). Liefst negen van de tien veldspelers verdedigden mee tot in de eigen zestien. Ook de vleugelspelers Van Mieghem en Botaka en aanvallende middenvelder Stans waren niet te beroerd om hun teamgenoten tot in het eigen zestienmetergebied te ondersteunen bij het voorkomen van een tegendoelpunt. Dat is ook de kracht van zoneverdediging: spelers zijn niet verantwoordelijk voor een bepaalde man, maar houden de onderlinge afstanden klein en kunnen elkaar op die manier gemakkelijker assisteren.

Schermafbeelding 2015-06-17 om 14.56.49

Afbeelding 2: In het duel met Ajax verdedigt Excelsior met liefst negen veldspelers een voorzet.

 

Dat Excelsior zonder bal een erg afwijkende speelwijze hanteerde, blijkt ook uit de geavanceerde verdedigende statistieken die Sander IJtsma (@11tegen11) verzamelde (zie grafiek 2). Op de verticale as staat de Average Defensive Distance (ADD): de gemiddelde afstand vanaf de achterlijn waar een defensieve actie van een ploeg plaatsvond. Op de horizontale as staat Passes Allowed Per Defensive Action (PPDA): het aantal passes dat een team toestond voor het, gemiddeld genomen, ingreep. (Een uitgebreide uitleg is hier te vinden.)

De plaats in de grafiek zegt dus iets over de plek van druk zetten (waar op het veld gebeurde dat, dus hoe hoog) en de intensiteit van de pressie die er werd uitgeoefend. Excelsior sprong er ook in deze metric uit: geen ploeg zette de verdedigende acties zo dicht bij het eigen doel in en stond zo veel passes toe aan de tegenstander alvorens in te grijpen.

Schermafbeelding 2015-06-17 om 14.49.57

Grafiek 2: Advanced Defensive Metrics Eredivisie 2014/15 van Sander IJtsma (11tegen11). Data via Opta Sports.

 

Een groot voordeel daarvan: tegenstanders werden als het ware in de val gelokt. Door op eigen helft te verdedigen, creëerde Excelsior ruimte voor zichzelf in de omschakeling. De tegenstander stond vaak hoog op het veld en dat maakte een snelle tegenaanval, zeker met de explosieve buitenspelers Van Mieghem en Botaka, extra gevaarlijk. Na balverovering zochten zij razendsnel de diepte zonder bal en uiteindelijk fungeerde Van Weert vaak als afmaker.

De onderstaande beeldfragmenten laten een voorbeeld zien van de zoneverdediging (in dit geval iets over de middenlijn, het veroveren van de bal en de snelle omschakeling. Ajax is in balbezit en Excelsior verdedigt in een compacte 4-4-2, met een kom op het middenveld. Door in de zone te verdedigen, blijven de onderlinge afstanden klein. Na balverovering van Adil Auassar wordt razendsnel de diepte gezocht en enkele seconden later kan Van Mieghem met de bal aan de voet het zestienmetergebied van Ajax indribbelen.

Schermafbeelding 2015-06-17 om 14.44.56

Afbeelding 3: de razendsnelle omschakeling van Excelsior in beeld. (klik om te vergroten)

 

Pragmatisme

De Engelse voetbalschrijver Jonathan Wilson schreef in Inverting the Pyramid: ‘Succes laat zich niet uitsluitend afmeten aan punten en bekers; een beetje ruimte voor romantiek moet er ook zijn. Die spanning tussen schoonheid en cynisme, tussen wat de Brazilianen futbol d’arte en futbol de resultados noemen, leeft altijd voort.’ Dat offensieve gedachtegoed zit verweven in de Nederlandse voetbalcultuur en dat is iets om trots op te zijn.

Het gevaar is alleen dat we erin doorslaan. Dijkhuizen heeft met Excelsior laten zien dat niet alleen voetbal met veel druk naar voren tot succes kan leiden. In veel andere voetbalculturen, met name in Oost-Europa, is de zoneverdediging op eigen helft een veelgebruikt middel en ook voor Excelsior werkte dit uitstekend. De tactische flexibiliteit die Dijkhuizen heeft laten zien, door gerichte aanpassingen in de speelwijze door te voeren na promotie naar de Eredivisie, is bewonderenswaardig.

Waar bijvoorbeeld FC Dordrecht afgelopen seizoen ten onder ging aan de idealistische speelstijl, loonde de pragmatische aanpak van Dijkhuizen. Aanvallend voetbal is een manier, maar niet dé manier. Excelsior speelde het afgelopen seizoen volwassen en gedisciplineerd en beloonde zich met een nieuw seizoen Eredivisie-voetbal. Daarmee zou het wel eens een blauwdruk kunnen vormen voor teams die zich in de toekomst met bescheiden middelen willen handhaven op het hoogste niveau in Nederland.

Dit artikel is geschreven door Marco van der Heide en Philip Schreurs. De data zijn verzameld door Opta Sports.

About Marco van der Heide

Marco van der Heide voetbalde in de Jupiler League voor SC Cambuur, maar moest stoppen vanwege een hoofdblessure. Nu richt hij zich op de sportjournalistiek, is hij voetbaltrainer, startte hij de onderneming VoetbalTaal en werkt hij aan een boek over talentontwikkeling.