De vroege ondergang van ‘Maradonny’

In de jaren ’90 zat er weer een groot talent aan te komen uit de Ajax-jeugd. De verhalen gingen al snel rond in De Meer, zoals dat destijds ging. Deze jongen, die de naam Donny Huysen droeg, werd zelfs al de nieuwe Johan Cruijff genoemd. Iets minder optimistische mensen zagen in hem op zijn minst de nieuwe Dennis Bergkamp. Het was in elk geval duidelijk dat deze jongen iets heel bijzonders in zich had en het sowieso ging halen als nieuwe spits bij Ajax. Helaas voor hem liep het iets anders en dook zijn naam in mei 2006 op in de drugshandel. Van toptalent tot crimineel, het kan soms raar lopen.

Zo’n 33 jaar voor zijn aanhouding in 2006 werd Donny Huysen in Amsterdam geboren als Donald C. Huysen. Zijn vader, Gerrie Huysen, was in die tijd de baas van een bedrijf dat gespecialiseerd was in het verkopen en plaatsen van huishoudelijke apparaten. In zijn vrije uurtjes was hij ondertussen een gevreesde middenvelder in het amateurvoetbal. Zo speelde hij onder meer voor het legendarische DWS, dat in 1964 zelfs landskampioen werd. “De vader van Donny was een fantastische voetballer, en ook een hele goede bokser”, vertelde jeugdcoördinator Bart Guntlisbergen ooit in gesprek met de Nieuwe Revu. “Ik heb wel boksevenementen meegemaakt, dat zijn tegenstanders paniekerig riepen: ‘Moet ik tegen Gerrie Huysen? Dan ga ik nu douchen!’”

De jonge Donny begon zijn carrière bij DWS, waar ook Rinus Israel, Jan Jongbloed, Rob Rensenbrink, Ruud Gullit en Frank Rijkaard in het begin van hun carrière actief waren. In tegenstelling tot zijn vader, die op het middenveld actief speelde, was Donny een lepe spits. Zo werd hij in 1984 en 1986 topscorer van het Amsterdamse straatvoetbaltoernooi. Volgens jeugdcoördinator Guntlisbergen ging het soms echter iets te makkelijk voor hem: : “Dan zag je hem een hele wedstrijd niet. Liep ie ongeïnteresseerd te grasduinen over het veld. Dan riep ik wel eens vanaf de zijlijn: ‘He, Donny! Het eerste kievitsei is al gevonden, hoor!’ Ach, als hij ook maar iets van het karakter, het doorzettingsvermogen van zijn vader had gehad, dan had hij een hele grote kunnen worden. Maar ja, dat had hij niet.”

Op zijn achttiende debuteerde hij al in het eerste van DWS. Daar deed hij waar hij het beste in was: scoren. Hij was in de hoofdklasse maar liefst twintig maal trefzeker en hielp zo DWS naar een vierde plaats. In de Nieuwe Revu werd Huysen zo’n vijf jaar geleden omschreven als een zondagskind. ‘Een leuke gozer met een guitige kop, altijd in voor een geintje. Een bijgoochem, zoals ze in Amsterdam zeggen.’ Toch was hij nooit een heilig boontje. Zo was hij al vroeg bezig met het stelen en doorverkopen van brommertjes.

Toch maakt hij in 1993 een transfer naar Ajax voor een vergoeding van zo’n tienduizend gulden. “We zagen het echt in hem zitten. Hij was niet supersnel, maar had een neusje voor de goal”, vertelt toenmalig financieel directeur Maarten Oldenhof. “Een leuke Amsterdamse lefgozer. Waarom hij het niet heeft gered? Tja, je moet ook een beetje geluk hebben.” Donny stroomde binnen in het tweede elftal, waar hij samenspeelde met jongens als Patrick Kluivert, Clarence Seedorf en Martijn Reuser. Hij zou uiteindelijk blijven steken op één duel in het eerste van Ajax, in de Supercup tegen Feyenoord.

Om meer speeltijd op te doen werd Huysen uiteindelijk verhuurd aan Go Ahead Eagles, waar hij de held werd door te scoren tegen Feyenoord. Een jaar later mocht hij het gaan proberen bij Haarlem, waar hij in 33 duels 22 keer wist te scoren. In die periode kreeg hij ook de bijnaam Maradonny. Toch werd hij daar al in het spelershome gesignaleerd met Willem Holleeder en Cor van Hout. Hij was met hen in contact gekomen via Mike Offenberg. Na drie bezoekjes aan het spelershome kreeg het duo het aan de stok met de vrouw van de voorzitter. Eén van hun bodyguards deelt een tik aan haar uit, waarna het duo nooit meer te zien was bij Haarlem. Ook de voorzitter besloot na dit incident uit het voetbal te stappen.

Zijn voetbalcarrière ging ondertussen nog steeds crescendo. Ajax verkocht zijn spits aan AZ voor een half miljoen gulden en Huysen leek het toch nog te gaan maken in de voetbalwereld. In Alkmaar kwam hij, naar verluidt omdat hij amper met voetbal bezig was en verkeerde vrienden had, nooit uit de verf. Na twee mislukte jaren, een uitleenbeurt bij MVV en een afgeketste transfer naar FC Utrecht besloot hij zijn voetbalcarrière op 24-jarige leeftijd te beëindigen. Het toptalent Maradonny was niet meer.

Na zijn carrière kwam Huysen definitief in het verkeerde milieu terecht. De topspits van weleer reed in snelle wagens, stikte bijna in de dure sieraden, werd veelvuldig gespot in het uitgaansleven en had altijd stapels ‘cash’ op zak. Op 31 mei 2006 werd hij tot een gevangenisstraf van vijf jaar veroordeeld wegens cocaïnesmokkel richting Engeland. In hoger beroep werd hij echter vrijgesproken. Hoe het hem sindsdien vergaat lijkt niemand te weten, maar duidelijk is dat het talent Huysen zijn torenhoge belofte nooit heeft weten waar te maken.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter