De Topklasse, go or no go?

Sinds het introduceren van de Topklasse is er in voetballend Nederland behoorlijk wat tumult ontstaan. De BVO’s die geregeld onderin de Jupiler League te vinden zijn, voelen ineens het koude water tot onder de oksels stijgen. Zij proberen al jaren te overleven in de doodbloedende klasse. Vaak is het niveau van deze clubs abominabel te noemen en vind je meer kwaliteit terug bij een degelijke hoofdklasser, dan deze BVO’s.

spakenburg-ijsselmeervogels2

De eerste divisie wordt er niet leuker op, vooral omdat het onmogelijk is te degraderen. Clubs die na tien speeldagen rond plek vijftien staan, kunnen enkel nog voor een periodetitel gaan, maar eigenlijk zijn ze al klaar met het seizoen omdat ze daar te zwak voor zijn. Kampioen gaan ze niet worden, degradatie kan ook niet dus het is wachten op een nieuw seizoen.

Dus kwam het idee van de Topklasse overwaaien uit Engeland, vanaf komend seizoen is het mogelijk om te degraderen/promoveren tussen de eerste divisie en de Topklasse. In Engeland was het al jaren mogelijk om je vanuit de onderste regionen op te werken richting de top. Zo kent de Engelse competitie vier profcompetities, drie semiprof competities en tientallen amateur competities. Vanuit deze amateur competities is het mogelijk om via een lang traject in de top van het mondiale voetbal te belanden.

In Nederland ontstaan er twee klassen, bestaande uit zestien teams, die samen zullen strijden om een plek in het betaalde voetbal. Dat klinkt rooskleurig, op het eerste gezicht. Nietszeggende Jupiler clubs zullen verdwijnen uit het profvoetbal en worden vervangen door vermogende hoofdklassers. Het is echter nog maar de vraag of deze vermogende clubs en nog belangrijker hun spelers, zin hebben in een terugkeer naar het betaalde voetbal. Vanuit de onderste regionen van de Jupiler League komen een hoop negatieve geluiden. Logisch. Betere ploegen vinden het wel prima, die zijn al lang blij dat ze op een koude vrijdagavond niet meer naar Fortuna Sittard of FC Omniworld hoeven.

De amateurclubs in de hoofdklasse zijn er klaar voor. Neem ploegen als de Ijsselmeervogels, Quick Boys, de Treffers enzovoorts. Ze worden gesponsord door rijke investeerders en halen jaarlijks de beste amateurs. Ze beschikken over complete businessclubs waar menig Jupiler League club alleen maar van kan dromen. Spelers worden voor veel geld weggelokt bij de BVO’s en het hogere amateur voetbal. Spelers krijgen naast een speelcontract vaak ook nog een kans op genoeg maatschappelijke voorzieningen. Auto’s, opleidingen, werk en zelfs huizen worden verzorgd door de clubs. Sommige spelers bij van amateurclubs verdienen twee keer zoveel als de profs uit de Jupiler League.

De clubs uit de Jupiler League lieten afgelopen zomer meer dan tweehonderd spelers gaan. Veel clubs hebben moeite om de verplichte zeventien contractspelers aan zich te binden. Het is dan ook nog maar even afwachten hoe dit zich allemaal zal ontvouwen. Jongens die net buiten de boot vallen in de Jupiler League en zich met een armzalig salaris als full prof moeten gedragen, zullen sneller kiezen voor het semiprofschap van de Topklasse. Hier zijn ze in staat om naast de voetbalcarrière te werken aan een maatschappelijke carriere, krijgen een auto van de club en zullen via premies waarschijnlijk dubbel zoveel kunnen verdienen.

Zo op het eerste gezicht lijkt de Topklasse de doodsteek voor noodlijdende clubs uit de Jupiler League. Deze zullen op de lange termijn vervangen worden door de vermogende amateurclubs. De vraag is echter of de carrousel dan niet opnieuw zijn intrede zal doen. Willen de semiprofs nou echt naar het profvoetbal of kiezen ze liever voor een ‘rijke’ maatschappelijke carriere in de Topklasse?

About Len