De oplossing voor het Nederlandse voetbal ligt op straat

De Nederlandse voetbalwereld was de afgelopen maanden in de ban van de vraag hoe goed onze opleidingen nog zijn. Lange tijd was het Nederlandse jeugdsysteem de benchmark in de voetbalwereld, maar die periode lijkt lang achter ons te liggen. In december kwamen vrijwel alle grote namen die Oranje op de kaart hadden gezet bijeen om te praten over een oplossing. De uitkomst was teleurstellend. Woensdag kwam er bij het BeNeVoetbal-congres opnieuw een grote groep voetballers bijeen om te praten over jeugdvoetbal. Dit keer was de uitkomst wél bemoedigend. De oplossing voor het Nederlandse voetbal ligt namelijk op straat.

Winnaarsmentaliteit

‘We moeten meer winnaarsmentaliteit kweken’, luidde de conclusie van het KNVB-symposium een maand eerder. Een filosofie die bij PSV in de onderbouw tien jaar lang werd toegepast. Jeugdspelertjes werden keihard aangepakt, het gaat immers om winnen. Volgens de wetten van Darwin komen de sterksten dan vanzelf bovendrijven. Survival of the fittest in optima forma.

De praktijk bleek een stuk weerbarstiger, vertelt PSV-jeugdtrainer Bastiaan Riemersma op het Utrechtse jeugdcomplex Zoudenbalch. Hoewel, net als bij de meeste Nederlandse clubs, bij PSV de meeste spelers die een contract verdienen al in de onderbouw opgenomen werden in de opleiding, was de uitstroom gigantisch. ‘De voetballers die we haalden als aanvulling, redden het niet. Dit zijn vaak jongens uit januari of februari, die gescout zijn op hun fysiek. Zij lijken beter, maar dat is vaak niet zo. En spelers verlieten De Herdgang met buikpijn. Ik weet zelfs dat een jongentje dat bij ons is weggestuurd nu bij een psycholoog loopt.’

Afgelopen zomer trok PSV de conclusie dat dit niet de juiste weg was. ‘Een nieuw tijdperk is ingeluid’, aldus Riemersma. De Eindhovenaren begonnen Het Fundament, waar Riemersma coördinator van is. ‘In feite een basisschool voor voetballers, als wij een speler aannemen dan kan hij tot de middenbouw (onder 13) niet afvallen.’ Het Fundament bestaat momenteel uit vijf clubs (VVV-Venlo, Helmond Sport, Willem II, Lommel en PSV) die de beste jeugdspelers uit de regio opvangen. Volgend jaar sluiten daar met NAC Breda, Antwerpen en een club uit Gelderland nog drie verenigingen bij aan.

Vanaf dat moment spelen de grootste talenten ook niet meer bij PSV, maar bij de dichtstbijzijnde club. Grote talenten uit Tilburg worden niet langer direct naar Eindhoven gehaald, pas als spelers doorstromen naar de middenbouw kiest PSV de beste uit. Riemersma: ‘Tot onder dertien willen we de grootste talenten uit de regio aan ons binden, tot onder zestien de beste uit Nederland en tot onder negentien de beste van Europa.’ Een ambitie die onlangs kracht werd bijgezet door het aantrekken van het Italiaanse talent Gianluca Scamacca.

Pedagogiek

De nadruk bij Het Fundament ligt op pedagogiek. ‘Spelers in de onderbouw hebben een goed voorbeeld nodig’, legt Riemersma uit. ‘Hoe kan ik iemand leren met links te passen als ik dat niet kan demonstreren? Ex-voetballers zijn ideaal voor die rol, maar zij zijn vaak extreem prestatiegericht, alleen bezig met winnen. Er is een essentieel verschil tussen in het voetbal willen werken en met jeugd willen werken.’

Bastiaan Riedersma coördineert het nieuwe jeugdproject van PSV, Het Fundament. (Foto door: Rik van Spanje)

Bastiaan Riedersma coördineert het nieuwe jeugdproject van PSV, Het Fundament. (Foto door: Rik van Spanje)

Dus koppelt PSV bij Het Fundament jeugdtrainers, die allemaal minimaal een HBO-opleiding gedaan moeten hebben, aan de beste pedagogen. Het bracht een cultuurverandering teweeg. De twee grote talenten in een elftal worden niet langer als kleine prinsjes behandeld. Beoordelingsgesprekken worden bij de jongste jeugd enkel nog met de ouders gevoerd, om de creativiteit niet te belemmeren. Bovendien spelen alle elftallen van Het Fundament met effen shirts, om de druk zoveel mogelijk weg te nemen.

Straatmentaliteit

Ook bij Ajax is er de afgelopen jaren een andere wind gaan waaien. De jeugdopleiding van de Amsterdammers was berucht om zijn hardheid. Autoritaire trainers voerden bij vlagen een waar schrikbewind. Treffend was een anekdote die Jarchinio Antonia onlangs in VI vertelde over Robin Pronk. Die schoot een bal bewust in het gezicht van Ben Rienstra schoot, nadat de huidige middenvelder van PEC Zwolle twee keer op rij een foute pass had gegeven. Het gevolg: spelers die doorbraken in het eerste elftal waren gedienstige teamspelers, terwijl eigengereide straatschoffies werden weggestuurd en elders doorbraken.

‘We willen de cultuur van de straat terugbrengen in de opleiding’
Johan Cruijff

De huidige opleiders bij Ajax proberen jeugdspelers, geheel in de lijn van Plan Cruijff, juist een straatmentaliteit bij te brengen. De Amsterdammers moeten weer zelfredzame individuen opleiden, die wanneer nodig op het veld het heft in eigen hand te nemen. Om dit te bewerkstelligen schrapte Ajax in de onderbouw veldtrainingen. In plaats daarvan spelen ze iedere maandag op de straat, bij het parkeerterrein van Borchland, dat pal naast jeugdcomplex De Toekomst ligt.

‘We geven ze een bal en hesjes, verder moeten ze het zelf uitzoeken’, legt Michel Hordijk, die sinds de fluwelen revolutie technisch coördinator bij de onderbouw van Ajax is, uit. De eerste keer dat dit gebeurde, liepen de spelers direct naar Hordijk om te vragen wat te doen. ‘Ja, kijk zelf maar’, reageerde hij laconiek. ‘We willen niet alles meer voorkauwen. Spelers moeten zelf dingen kunnen oplossen en leiderschap ontwikkelen.’

Kleine ruimtes

Het voornaamste belang van straatvoetbal is het ontwikkelen van techniek, tachtig procent van de trainingen in de onderbouw van Ajax richt zich daarop. Daarnaast doen de Amsterdammers aan movement, om de gebrekkige gymlessen te compenseren. Sinds de fluwelen revolutie worden aan drie zaken extra aandacht besteed bij de jongste jeugd: het spelen op verschillende ondergronden, voetballen in kleine ruimtes en het variëren in aantallen.

‘De bal stuitert op straat en is dus moeilijker te controleren’, verklaart Hordijk. ‘Datzelfde geldt voor zaalvoetbal, het is geen toeval dat veel van de huidige topspelers – denk bijvoorbeeld aan Andrés Iniesta en Neymar – in de zaal zijn begonnen.’ Dit seizoen geeft Ajax daar invulling aan en wordt er ook in de zaal getraind. Een flinke trendbreuk met het verleden, toen hoofd opleidingen Jan Olde Riekerink spelers verbood om in de zaal te spelen.

Een andere innovatie zijn de zogenoemde Twin Games. Bij deze speelvorm worden kleine wedstrijdjes op minder dan de helft (exacte grootte varieert per leeftijd) van een normaal speelveld. Uitslagen als 74-48 zijn bij de Twin Games eerder regel dan uitzondering, de spelvorm zorgt ervoor dat spelers continu keuzes moeten maken in hele kleine ruimtes. Daarnaast worden er licht aangepaste regels gehanteerd, om het tempo van de wedstrijd te verhogen. Zo mogen keepers de bal niet oppakken bij een terugspeelbal en mogen spelers indribbelen in plaats van ingooien.

Ajax hanteert bovendien het volleybalsysteem: spelers hebben geen vaste positie in het veld, maar wisselen continu door. De Amsterdammers begonnen de Twin Games in januari 2014 als wilde competitie, los van de KNVB, die het initiatief dit seizoen omarmde met een pilot voor de onder negen, tien en elf. Ajax hoopt dit volgend jaar door te trekken naar de onder twaalf. ‘We krijgen nu pas faciliteiten, maar gelukkig zie ik beweging bij de bond’, toont Hordijk zich optimistisch.

Michel Hordijk aan het woord. (Foto door Rik van Spanje)

Michel Hordijk aan het woord. (Foto door Rik van Spanje)

De gedachte achter de filosofie van Ajax is eenvoudig. De Amsterdammers willen jonge spelers uitdagen om creativiteit en techniek te ontwikkelen, sneller leren handelen onder druk. Hoe kleiner de ruimtes zijn, hoe meer beslissingen een voetballer moet nemen en hoe minder fysieke spelers in het voordeel zijn. Bovendien neemt het aantal balcontacten en omschakelmomenten toe.

Ajax is in Nederland op dit terrein weliswaar trendsetter, maar Hordijk ziet dat andere landen deze stappen al eerder hebben gezet. ‘Belgische ploegen zijn hier al langer mee bezig, dat kun je ook duidelijk zien. België is ons op sommige stukken al voorbij. In Nederland spelen we bijvoorbeeld met de E-jeugd al op een groot veld, dat is in heel weinig landen zo. Wij zijn daarin onderscheidend, maar op de verkeerde manier. In België spelen ze tot de onder dertien acht tegen acht op een kleiner veld, dat willen wij hier ook tot de onder twaalf.’

Individu

Ook bij de jongste jeugd ligt bij Ajax de focus al volledig op de ontwikkeling van het individu. ‘Dat is ook de reden dat we zijn gaan rouleren met trainers’, doelt Hordijk op het systeem waarbij trainer geen vast elftal meer hebben, zo werd de A1 dit seizoen al geleid door Gery Vink, Frank Peereboom en Wim Jonk. ‘Iedere jeugdtrainer is als mentor verantwoordelijk voor de individuele ontwikkeling van een groep spelers van verschillende leeftijden binnen dezelfde bouw. Het gaat bij Ajax niet over teams maar over spelers.’

‘Dat je trainer bent van de D2 is een hele andere insteek dan dat je de ontwikkeling van een groep spelers begeleidt’, vervolgt Hordijk. ‘Je hebt verschillende manieren om je eigen spelers te volgen, bijvoorbeeld met beelden, door communicatie tussen de trainers onderling en het rouleren is een extra mogelijkheid om de ontwikkeling van talenten in wedstrijden in de gaten te houden. Dit system dwingt trainers om anders naar spelers te kijken en andere prioriteiten te leggen. De keeperstrainers zeiden toen we dit doorvoerden: nou gefeliciteerd, dit doen wij al jaren.’

Het mentorsysteem brengt ook de mogelijkheid met zich mee om op een andere manier te trainen. Spelers in de opleiding bij Ajax trainen nog steeds tachtig procent van de tijd met spelers uit hun eigen leeftijdscategorie. Daarnaast oefenen talenten ook één keer per week met clubgenoten van andere leeftijden uit dezelfde bouw. De jongste spelers leren daarvan, omdat ze zich moeten meten met oudere tegenstanders, terwijl die op hun beurt juist leiding leren geven.

Playing forms

Congres-organisator Guido Seerden sloot de dag af door de ervaringen uit de praktijk te koppelen aan de bevindingen van de wetenschap. De jeugdtrainer van Al Ahli Saudi FC, die studeerde aan de John Moores University in Liverpool, benadrukt het belang van spelen in kleine ruimtes. ‘Small-sided games for the win, spelen gaat voor trainen.’

Seerden maakt een onderscheid tussen training forms en playing forms. ‘Bij training forms is er geen tegenstander, denk aan individuele techniektrainingen of fittnessoefeningen. Dus hoeft een speler geen beslissingen te nemen. Die tegenstander is er wel altijd bij playing forms, zoals alle positie- en partijspelen. Bij een training form verbeter je alleen je techniek, bij een playing form gaat je techniek ook vooruit en ontwikkel je bovendien cognitieve vaardigheden. Spelers leren betere beslissingen te nemen.’

‘Daarom is het vooral in de onderbouw van belang je te concentreren op playing forms, pas later moet je overschakelen van spelen naar trainen’, onderstreept Seerden. Uit onderzoekt blijkt dat in opleidingen van Engelse topclubs zeventig procent van de tijd besteed wordt aan training forms, ten opzichte van een schamele dertig aan playing forms. Seerden: ‘Volgens mij is dat een belangrijke factor in het gegeven dat Engelse spelers niet doorbreken.’ Dat in Duitsland in de onderbouw meer dan de helft van de tijd besteed wordt aan playing forms, onderstreept dat punt.

Als ook vanuit de wetenschap steeds meer het belang van kleine partijspelen voor de jongste jeugd doorklinkt, dan lijkt er nog maar één conclusie mogelijk: de oplossing voor het Nederlandse voetbal ligt – letterlijk en figuurlijk – op straat.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter