De herrezen rouw van Togo

Voor even dwalen de gedachten af naar de hel van twintig minuten. Het was in de Angolese bossen, drie jaar geleden, waar de spelersbus van Togo in de hinderlaag van rebellengeweren reed. De kogelregen eiste drie doden, voetbalhelden veranderden in reddingswerkers. Emmanuel Adebayor sleepte bloedende ploeggenoten op zijn rug het ziekenhuis binnen, even later keerde hij zijn interlandcarrière ontredderd de rug toe. De Afrika Cup, waarnaar de bus op weg was, verbleekte bij het leed van de aanslag – zelfs voetbal genas even geen rouw.

Nu, drie jaar nadien, geeft de Afrika Cup de Togolezen een onmogelijke rentree op het toneel van het Afrikaanse voetbal. Het Ivoorkust van Drogba, Gervinho en de broers Touré wekt ontzag op, maar optimisme laten de meegereisde Togolese supporters zich niet ontnemen. “Ik kan de schietpartij pas vergeten na een overwinning”, hoopt Rodrigo, een Togolees met vanillekleurige ogen. “En dat zal gebeuren, want het land heeft het nodig.” Drie punten om de oude wonden te bedekken.

Op de vrij desolate tribune in Rustenburg, een mijnwerkersstad in het noorden van Zuid-Afrika, kan niemand Rodrigo en de zijnen negeren. De openingstreffer van Yaya Touré had elke toeschouwer tot stilzwijgen gemaand, maar geen Togolees staat dat toe, niet in dit duel. De groep van tientallen vormt een oneindig deinende massa, voor wie slechts drie kleuren bestaan; het rood, geel en groen van de vlag, die om ieders schouder gedrapeerd hangt. Gezichten vervagen, alleen de driekleur blijft overeind.

Drie jaar geleden lag Jonathan Ayité onder zijn stoel, biddend om het einde van de kogels, om het stoppen van de angst. Die doorzeefde bus met zijn bebloede gangpad is op het netvlies van de spelers vervangen door een glimmende, bordeauxrode variant, die trouw de wacht houdt voor de catacomben van het Rustenburgse stadion. Wellicht heeft Ayité in de rust van de wedstrijd gedankt voor zijn gelijkmaker, aangeboden op een paar meter van het doel. Rodrigo’s hoop op het vergeten van de schietpartij veert op. Intussen blijven de heupen van de supporters onvermoeibaar wiegen, blijven de kelen onophoudelijk liederen uitstoten.

Agassa Kossi, de doelman van Togo, weerhoudt de Ivorianen van een nieuwe voorsprong. Roland, een toeschouwer wiens zilvergrijze haartjes schitteren op zijn donkere huid, kan bij het aanzicht van Kossi alleen aan de vroegere doelverdediger denken. De artsen sleepten Kodjovi Obilalé weg bij de poorten van hel, maar lopen kan hij nog altijd nauwelijks. Het stemt Roland droevig, “ik beeld me in dat hij daar staat.” De beschieting legt nog altijd een schaduw over de selectie heen, meent hij. “Het beïnvloedt de ploeg, de spelers zijn angstig, voelen zich niet vrij – Johannesburg is geen veilige haven.”

Eerst op de foto met de blanke, winterse huid, dan pas praten. “Voor onze herinneringen.” Emmanuel – “zoals Adebayor”, grijns hij – bestudeert de vijf polaroidfoto’s secondenlang met een bloedserieuze blik, waarna hij ze goedkeurend van hand tot hand over de tribune laat gaan. “Oké, goed, wat wil je weten?” De wedstrijd ziet hij als een herdenking van de slachting bij de Angolese grens, die hij niet kan maar wel wil vergeten. “Maar het is geschiedenis”, mompelt hij, “ooit moeten we het afsluiten. Hopelijk vandaag.”

Dan breekt de achtentachtigste minuut aan. De Ivoriaanse voet van Gervinho schiet Rodrigo naar nieuwe rouw, een bal als een kogel – het verlies in onontkoombaar. De Togolese lichamen blijven dansen, maar de ogen verstarren. Meteen na het fluitsignaal verstomt de kakofonie van trompetten en vuvuzela’s, de groep zijgt neer op de stoeltjes en boze blikken en ruzietjes volgen. Een gespierde Togolees met vier gouden tanden heeft naast een hekel aan nederlagen ook moeite met de naweeën van de schietpartij. “Alles is al gezegd”, dreigt hij. “Begrijp je me goed?” Zaterdag, wanneer Togo tegen Algerije om revanche speelt, krijgen zijn tanden weer een kans om hun woede van zich af te schudden.

Edward Geelhoed reist met het Beyond (Y)our World-programma mee naar Zuid-Afrika om verslag te doen van de Afrika Cup. Edward is een meester van de pen en heeft al stukken geschreven voor onder meer NRC Handelsblad, al is het een raadsel waarom hij nog geen vaste aanstelling heeft. Het afgelopen halfjaar woonde Edward in Lissabon. In tegenstelling tot Louis van Gaal was hij daar niet onder de indruk van Khalid Bouhlarouz en Ricky van Wolfswinkel.

 

About Edward Geelhoed