De datarevolutie van FC Eindhoven

Het gaat FC Eindhoven voor de wind. Op dit moment staat de club – met een begroting van slechts 2,6 miljoen euro – op de tweede plaats in de Jupiler League. Met verzorgd, aanvallend voetbal houdt het op dit moment onder andere Roda JC en FC Volendam onder zich. En dat terwijl de club zo’n zeven jaar geleden nog aan de rand van een faillissement stond en de Eredivisie verder weg was dan ooit. Inmiddels is er een reële kans dat FC Eindhoven voor het eerst sinds 1977 weer in de Eredivisie uitkomt. De club probeert dat onder meer door het gebruik van data en wetenschappelijke analyses.

Schermafbeelding 2015-04-29 om 13.29.54

Na de redding van de club onder leiding van voorzitter Ed Creemers, ontwikkelde Eindhoven zich tot een voorbeeldclub. Het bestuur werd stevig verjongd – de Eindhovenaren werken nu met tien ‘young professionals’ – en de hele organisatie werd geprofessionaliseerd. Het nieuwe bestuur zette een aantal innovatieve projecten op, zonder financiële risico’s te nemen. Zo besloot het bestuur in februari vorig jaar om wetenschap in de organisatie te integreren.

Het gebruik van data in de sport heeft een vlucht genomen sinds het succesverhaal van Billy Beane, beschreven in het boek Moneyball door Michael Lewis. Ook in het voetbal lijken steeds meer clubs zich te interesseren in data. Zo kwam FC Midtjylland veelvuldig in het nieuws de afgelopen weken. Bij de Deense club staan wiskundige modellen aan de basis van het dagelijkse beleid en worden spelers op basis van statistieken gekocht, en niet op gevoel. Midtjylland is een van de eerste voetbalclubs waarvan bekend is dat data centraal staan in belangrijke processen binnen de club, geïnspireerd door clubs uit het Amerikaanse honkbal en ijshockey.

Wetenschappelijke modellen

Eindhoven investeerde de afgelopen tijd in diverse innovatieve projecten, waaronder zaalvoetbal (met name in de jeugd) en een wetenschappelijke benadering van voetbal. Zaalvoetbal biedt de club twee belangrijke voordelen. Ten eerste stelt het teams in staat in de kleine ruimte (vijf tegen vijf) wedstrijdssituaties na te bootsen. Iedere dag elf tegen elf is immers praktisch onmogelijk. Ten tweede is de techniek in de zaal compleet anders, waardoor spelers gedwongen worden om zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen. Dat wordt differentieel leren genoemd; spelers moeten zelf oplossingen bedenken voor onbekende situaties.

Bovendien haalde FC Eindhoven wetenschappelijke kennis binnen. Dankzij een samenwerking met de Tilburg University wordt veel kennis vergaard zonder dat er enorme salarissen worden betaald. Folkert Boer, die onderzoek doet aan de Tilburg University, is als sport scientist aan de club verbonden: ‘Wij proberen wetenschap naar voetbal te vertalen en andersom. In de wetenschap is er enorm veel kennis, gevat in theorieën en modellen, die nuttig kan zijn voor de analyse van voetbal.’ De kennisoverdracht gaat echter niet vanzelf. Boer gebruikt bijvoorbeeld wetenschappelijke modellen om pass-patronen, van zowel FC Eindhoven zelf als de tegenstander, in kaart te brengen. Om dergelijke gecompliceerde data begrijpelijk te maken voor de technische staf, is Boer gedwongen om de data op zeer toegankelijke wijze te visualiseren. Ook zijn niet alle modellen zomaar toepasbaar op voetbal: ‘Daarom ontwikkelen we eigen modellen die specifiek op voetbaldata kunnen worden toegepast.’

De jonge sportwetenschapper wil niet alles prijsgeven over zijn modellen, maar wat wel duidelijk wordt, is dat hij probeert om het functioneren van het team en spelers in een team te beoordelen. Deze beoordeling gaat per wedstrijd door het seizoen heen. De ontwikkeling hiervan is in volle gang en het uiteindelijke doel is de data gebruiken om te testen wat er gaat gebeuren met het teamfunctioneren als er andere spelers in het team komen. Een voorbeeld: stel dat Memphis Depay in de zomer naar Tottenham Hotspur vertrekt, dan zou Boer met de juiste data kunnen uitzoeken of Depay in het systeem van Spurs past. Zo kan een club bepalen of ze de speler moeten aantrekken, of dat de coach misschien de tactiek aan de speler moet aanpassen. In de toekomst is zoiets wellicht mogelijk, zegt Boer: ‘Spelers scouten en kopen op basis van statistieken zou ultiem zijn, maar op dit moment zijn we nog niet zo ver.’

Momenteel maakt Boer analyses gebaseerd op data die door een partnerorganisatie ingekocht wordt bij ORTEC Sports. De analyses neemt trainer Jean-Paul de Jong mee in zijn wedstrijdbesprekingen. ‘De trainersstaf en ik zitten wekelijks bij elkaar om mijn analyses door te nemen. Naast het bespreken van basisanalyses, worden concrete vragen beantwoord aan de hand van extra analyses. De staf weet heel goed met de data om te gaan. Jean-Paul is een zeer moderne trainer die specifieke informatie over spelersprestaties graag wil weten om dat vervolgens mee te nemen in zijn beslissingen of in zijn feedback naar de spelers.’ Ook op individueel niveau wordt er gebruik gemaakt van data. De spelers krijgen met behulp van data en aanvullende videoanalyse objectieve feedback over hun prestatie, wat hem in staat stelt om zichzelf verder te ontwikkelen.

Schermafbeelding 2015-04-29 om 13.35.40

Zo was er vorig seizoen een speler die uit een onmogelijke positie probeerde te scoren, terwijl een medespeler zich vrij voor het doel aanbood. ‘Ik heb ze laten zien hoe groot de kans was dat hij uit die positie zou scoren en hoe groot de kans was dat zijn medespeler zou scoren.’ Bovendien liet videomateriaal zien dat de weg naar de medespeler open lag. Het is belangrijk dat de data aangevuld wordt door video, vindt Boer. ‘De cijfers moet je altijd in perspectief zien.’

Data- en videoanalyse kunnen tevens gebruikt worden om een speler te stimuleren in zijn ontwikkeling. Op dit moment is er een student die zich richt op schot-analyse in de jeugd. Een speler krijgt een aantal markers opgeplakt en er wordt een camera op het doel gericht. Terwijl hij op het doel schiet, registreren de sensoren en de camera alles. Met behulp van de verzamelde data wordt de traptechniek van de speler geanalyseerd. Vervolgens krijgt de speler feedback – feedback gebaseerd op wetenschappelijke analyse, niet op intuïtie. De trainer kan natuurlijk nog steeds een rol spelen in dit proces. Met zijn kennis en ervaring kan hij verbeterpunten aanwijzen, die een wetenschapper nooit had kunnen verzinnen. De data- en videoanalyse heeft dus een ondersteunende rol in dit proces.

De weg naar succes?

Of het gebruik van data succes oplevert, staat of valt met de visie van de club. ‘Gelooft de club echt in het gebruik van statistieken? Als dat niet zo is, loop je steeds tegen muren op en heeft het geen enkele zin om ermee te beginnen.’ Bij FC Eindhoven staat iedereen er achter. De voorzitter, Michiel Pieters, heeft de club aan de wetenschap gekoppeld, technisch manager Hans Smulders vraagt soms statistieken van potentiële versterkingen op en de spelers willen op de hoogte blijven van hun eigen stats. ‘Natuurlijk is er ook weerstand, de gewenning gaat stapje voor stapje.’

De ontwikkelingen bij andere clubs, waaronder FC Midtjylland, worden goed in de gaten gehouden. Boer: ‘Ankersen laat in Denemarken zien hoe je data goed kan gebruiken. Een ander goed voorbeeld is de Duitse voetbalbond. Daar zijn ze al jaren bezig met stats en videoanalyse.’ Midtjylland koopt spelers op basis van algoritmen en voor wedstrijdanalyses worden statistische modellen gebruikt. De Duitse bond heeft al sinds 2005 een samenwerking met de sportuniversiteit van Köln. Via een app selecteren onderzoekers aan de universiteit beelden voor het Duitse voetbalteam. ‘Daar plukte het Duitse team afgelopen zomer de vruchten van en de Bundesliga-teams profiteren nu ook. Iedere Nederlandse club kan een puntje zuigen aan de manier van analyseren in de Bundesliga.’

FC Eindhoven is een van de vele clubs in Nederland die zegt data-analyse te omarmen, maar de club weigert desgevraagd een concreet voorbeeld te geven van een beslissing waarin data een doorslaggevende rol heeft gespeeld. Omdat clubs als Eindhoven niet in detail treden over de manier waarop data wordt gebruikt, in welke mate het een rol speelt in de dagelijkse praktijk en geen inzicht geven in hun methoden, is het lastig om in te schatten hoe ver clubs werkelijk zijn in hun ontwikkeling. Het is bemoedigend dat clubs als FC Eindhoven, FC Midtjylland en Brentford open staan voor het gebruik van data en andere nieuwe methoden, wat laat zien dat het ook in de conservatieve voetbalwereld mogelijk lijkt dit integraal onderdeel te maken van het beleid. Toch is bereidheid niet voldoende; het is onontbeerlijk dat de juiste kennis in huis wordt gehaald van bijvoorbeeld universiteiten om de data te analyseren. Onzorgvuldige analyse van data kan misschien wel meer schade berokkenen dan die paar procent concurrentievoordeel die een goede analyse oplevert. In de komende jaren zal blijken of data bij FC Eindhoven slechts een modegril was, of dat ze de juiste kennis in huis hebben gehaald en daarmee net die paar procent beter zijn geworden om ook de Eredivisie te bestormen. Met de bal aan de voet… en een laptop in de hand.

About Philip Schreurs

Philip (1999) is de jongste van de redactie, maar waarschijnlijk ook de meest getalenteerde. Hij specialiseert zich in de Eredivisie. Volg Philip op Twitter | Meer artikelen van Philip