De bubbel die Qatar heet?

Het rijke oliestaatje Qatar heeft het tegenwoordig goed voor elkaar. Met geld als water is niks ze te dol. Zo zijn er prachtige gebouwen verrezen in de dorre woestijn en baden de welvarende sjeiks in het land in overvloedige weelde van edelmetalen en dure auto’s. Tegenwoordig doet het land ook aan haar eigen ‘citymarketing’, door zich te mengen in diverse takken van sport. Daarbij is het voetbal de belangrijkste pijler, iets dat onderstreept wordt door het binnenhalen van het WK in 2022. Maar, hoe lang heeft deze strategie effect? Beter gezegd, is het wel allemaal goud wat er blinkt?

qatar-fans

Foto van attackingsoccer.com


Sport als uithangbord
Qatari zijn niet alleen dol op olie, ook sport geniet een vooraanstaande positie in de woestijnstaat. Dit wordt onderstreept door de inmenging in de motorsport, feitelijk de eerste stap richting de constante stroom van Qatarese invloed in “Europese” sporten. In 2004 werd de Grand Prix van Qatar namelijk voor het eerst opgenomen op de MotoGP-kalender, de koningsklasse van het motorrijden.

Dat was de opmaat voor een vloedgolf aan investeringsgroepen, die weldra het voetbal zouden overspoelen. Het meest in het oog springende voorbeeld is de overname van het noodlijdende Manchester City, een Engelse volksclub pur sang, door een investeringsgroep uit Abu Dhabi, een vergelijkbare oliestaat als Qatar. Door die overname werd City ineens een titelkandidaat, en staat het dit seizoen in haar eerste finale sinds 1981. Met miljoenen aan oliedollars is veel mogelijk.

Ook elders in het voetballandschap is de invloed van de Qatari zichtbaar. Zo zijn het Spaanse Getafe en Malaga recentelijk overgenomen door een consortium, heeft het Franse Paris Saint-Germain al Qatarese aandeelhouders en sloot grootmacht FC Barcelona een veelbesproken sponsordeal met een binnenlands fonds uit Qatar. Tenslotte is er de organisatie van het WK in 2022, dat door het kleine oliestaatje (1,4 miljoen inwoners) zal gebeuren. Futuristische stadions en indrukwekkende infrastructuren zullen slechts tijdelijk dienst doen, om daarna verscheept te worden naar uithoeken van Afrika. Overdaad schaadt, zeggen ze wel eens, maar daar trekken de Qatari, net als hun doelwitten, zich niets van aan. En waarom zouden ze? Eindelijk is er de kans op succes, op vereeuwiging.

Het lijkt niet op te kunnen voor de Qatarese investeringsgroeperingen en de daarbij betrokken partijen. Voetbalclubs en –bonden rekenen zich rijk door de vele oliedollars die ze in het vooruitzicht gesteld worden. Tot nu toe hebben de Qatari immers bewezen dat ze zich aan hun woord kunnen houden, en bereid zijn grove investeringen te doen. Daarnaast hebben de geldschieters reeds aangetoond dat ze niet voornemens zijn om de interne clubcultuur drastisch te veranderen. Wat kan er dan fout gaan?

Valkuilen
Het gevaar van een enkele investeerder of investeringsgroep is dat er bij het wegvallen van een dergelijke partij een direct probleem ontstaat. Er is verder niemand die garant kan staan voor continuïteit, wat voetbalverenigingen acuut aan de rand van de afgrond brengt. In zee gaan met een investeerder, zoals ook Chelsea heeft gedaan, brengt dus een groot risico met zich mee.

De geschiedenis leert dat het niet altijd goud is wat er blinkt. Zo had Manchester City eerder een buitenlandse geldschieter (Thaksin Shinawatra), die door corrupte praktijken de gevangenis in moest en daardoor de club niet meer van financiering kon voorzien. Wat als de Qatarese investeerders opeens ook een zwarte bladzijde in hun boekje blijken te hebben?

Zo is er ook het voorbeeld van de hypermoderne metropool Dubai. Opgezet als nieuwe wereldstad, schoten daar de gebouwen als paddenstoelen uit de grond. Geen idee was te gek daar, met als gevolg een wolkenkrabber van meer dan 700 meter, die nog niet half bewoond is. Verder zijn er veel leegstaande gebouwen, en is de hype van de eerste vijf jaar overgewaaid naar andere steden en landen. Dubai begint op een spookstad te lijken. Wanneer de commercie hier langer uitblijft, kan dit desastreuze gevolgen hebben voor de welvaart in de stad. Investeringen zullen in rook opgaan, grote vermogens zullen verdampen. Het is een scenario dat in Qatar ook op de loer ligt, en waar de voetbalclubs enorm veel last van zullen ondervinden. Laat staan het WK dat pas over tien jaar georganiseerd wordt.

Ravage?
Is er dan een totale ravage te verwachten, nu de inmenging van de Qatarese geldschieters zo groot is geworden? In eerste instantie niet. Maar er zijn wel degelijk valkuilen te benoemen, die het overwegen waard zijn voor een potentieel investeringsobject, in dit geval een voetbalclub.

Tot nu toe zijn er echter nog geen zorgen. Voorlopig is het nog goud wat er blinkt.

Laat het echter geen bladgoud worden.

About Gino van Montfort

Gino is hoofdredacteur en mede-oprichter van Catenaccio. Hij is al van kinds af aan voor Feyenoord, maar laat in zijn artikelen vooral een merkwaardige interesse zien in clubs, spelers en verhalen uit Zuid-Amerika. Oh, en nu Feyenoord het wat minder doet, hoor je hem vooral over zijn andere grote liefde: Real Madrid. Volg Gino op Twitter | Meer artikelen van Gino