Chronisch ziek Inter staat voor hels karwei

Inter wankelt. De meest succesvolle Italiaanse ploeg van de afgelopen jaren is de laatste tijd geen schim van zichzelf. Ze waren na het gelijke spel tegen Catania  negen wedstrijden op rij zonder overwinning. Op het veld staat een geraamte van het team dat in 2010 de Champions League won. Nu zijn ze ook nog eens uitgeschakeld in de Champions League, door stom toeval. Brandão kreeg de bal op zijn rug. Pardoes. Zo krijgt het seizoen van Inter een wel hele zure nasmaak. Ze zijn ziek, heel ziek. Er zijn voor de ploeg van de voetbalverliefde voorzitter Massimo Moratti niet veel manieren om er weer bovenop te komen. Een sportieve en financiële opruiming is nodig. Een hels karwei.

 

Sportief probleem

Internazionale beleeft een miserabel seizoen. De Italiaanse topclub is in de huidige voetbaljaargang flink van zijn sokkel gevallen. De verouderde selectie is uit vorm, aankopen renderen niet en verschillende trainers hebben moeite om de groep te motiveren. Velen beweren dat dit een resultaat is van het ‘Mourinho-effect’; de leegte die ontstaat wanneer de Portugese succescoach de door hem getrainde club verlaat. Het is geen toeval dat de door Mourinho bewierrookte en geholpen trainer Leonardo de laatste was die dit Inter aan het voetballen kreeg.

De trainerscarrousel in Milaan heeft niet geholpen om stabiliteit en langetermijnvisie te bewerkstelligen. In twee jaar tijd versleet men vijf trainers, en de verwachting is dat de zesde niet lang meer op zich laat wachten. De huidige manager, Claudio Raineri, is een tussenpaus, en dat weet hij zelf ook.

In de zoektocht naar een nieuwe coach heeft Moratti wederom alle registers opengetrokken. Een keur aan oefenmeesters is ondervraagd naar vermeende interesse voor de positie bij Inter, maar geen enkele hapte toe. Fabio Capello, Guus Hiddink, Marcelo Bielsa en José Mourinho zijn slechts een paar namen uit dit rijtje, en toch zijn deze vier trainers allemaal verschillend. Het onderstreept het ontbreken van enige sportieve visie bij de Nerazzurri.

Inter-supporters zijn snel met het aanstippen van het probleem. Voorzitter Moratti heeft geen kaas gegeten van sportieve beslissingen. Hij laat zijn oren hangen naar bevriende managers, scouts en zaakwaarnemers. Er werden de laatste jaren teveel aankopen gedaan voor posities die al bezet waren. Tegelijkertijd werden steunpilaren als Eto’o en Ibrahimovic, essentieel in de successen van de Milanese club, verkocht, zij het voor fikse bedragen. Echter, Ricky Alvarez en Diego Forlán zijn in deze fase van hun carrière geen wereldtop. Ook het Nederlandse goudhaantje Wesley Sneijder deelt in de malaise. Hij is al tijden hopeloos uit vorm, geïllustreerd door zijn lage conversiepercentage (meer dan 50 schoten, één doelpunt). Als laatste is er de sterk verouderde defensie van de Milanezen. Lucio, Samuel, Cordoba en Chivu vormden in 2010 een ijzeren gordijn dat moeilijk te doorgronden was. Twee jaar later is daar bijna niets meer van over. De spelers zijn in de winter van hun carrière aanbeland. Handelingen duren net een fractie langer, een sprintduel komt net iets langzamer op gang, en er wordt net iets minder hoog gesprongen dan voorheen. De goal van Brandão illustreerde dat fenomeen, zoals dat al zo vaak aan het licht kwam dit seizoen. Het zijn slechts enkele redenen waardoor Inter sportief ver terug is gezakt.

Financieel probleem

Daarnaast zijn er de financiën. De clubkas van Inter is meerdere seizoenen geplunderd voor dure aankopen en hoge salarissen. De schulden die de club met zich meedraagt zijn enorm, veroorzaakt door de constante rode cijfers die in het afgelopen decennium zijn geschreven. De Italiaanse financiële krant ‘Il Sole 24 Ore’ schat het totale verlies van Inter tijdens de periode van voorzitter Moratti op 1,3 miljard euro, waarvan meer dan 750 miljoen euro door Moratti zelf betaald is.  Het is dat Inter-voorzitter Massimo Moratti een ontzettende weldoener met blinde clubliefde is, anders zou de situatie nog zorgelijker zijn. Maar, blijft Moratti wel geld bijleggen?

Om een indicatie te geven van het verlies dat de onderneming Internazionale maakt, kijken we naar de cijfers van de twee voorgaande jaren, 2008 en 2009, waarin Inter kampioen werd. Hierin maakte men gemiddeld 150 miljoen euro verlies. Er was zelfs geen afname van het verlies, omdat het negatieve saldo in deze twee jaren met 6,1 % steeg. Een simpele schatting leert dat men dit, ondanks een inkomstenstijging in de Champions League van 20 miljoen euro, nooit ineens wegpoetst. Ook niet door transferklappers, zoals die van Ibrahimovic en Eto’o in het recente verleden. Voor iedere dikke verkoop staat namelijk een vrijwel even dure inkoop, zoals dit seizoen Diego Forlán. De Uruguayaan, op een zijspoor beland in Madrid, werd voor een aanzienlijk bedrag losgeweekt, maar scoorde pas twee keer dit seizoen. Dat maakt hem met stip de duurste spits aller tijden, als het transferbedrag gedeeld wordt door het aantal gemaakte doelpunten. Hiermee stoot hij Mateja Kezman in zijn tijd bij Chelsea van de troon.

Wil Inter kunnen overleven en aan de verscherpte regels van de UEFA kunnen voldoen, dan zal er veel moeten veranderen in Milaan. De Financial Fair Play staat voor de deur, een systeem dat clubs straft die boven hun stand leven. Inter is op dit moment zo’n club.

Effectief betekent dit dat Inter haar uitgaven zal moeten beperken, in het bijzonder uitgaven aan transfersommen en salarissen. Het betekent voor Moratti dat hij minder geld uit eigen zak bij zal moeten leggen.

Transfers

Gelukkig is Inter dat transformeringsproces enkele seizoenen geleden, onder Mourinho, al gestart. In de twaalf jaar voorafgaand aan 2009 gaf men netto 473 miljoen euro (bruto: 831 miljoen) aan spelers uit. De laatste drie seizoenen vanaf 2009 laten echter positieve cijfers zien; Inter ontving in deze jaren netto 24 miljoen euro aan transfers. Zelfs op het moment dat Wesley Sneijder en Diego Milito aangetrokken werden, konden nog groene cijfers worden geschreven, vanwege de enorme opbrengst die de verkoop van Zlatan Ibrahimovic aan Barcelona met zich meebracht.

Het is een teken dat de goede weg op het gebied van financieel beleid is ingeslagen. Nu is het zaak deze te vervolgen.

De nieuwe weg bracht jongelingen als Ricky Alvarez, Yuto Nagatomo en Philippe Coutinho naar het Giuseppe Meazza, spelers met talenten waar de club nog jaren mee vooruit kan. Het is een sterk contrast met de filosofie van eerdere jaren, waarin gevestigde toppers gekocht werden voor bedragen boven de twintig miljoen euro.

Dat is terug te zien in de transferinkomsten van de laatste drie jaar, die al eerder genoemd zijn. Inter staat door de prima balans in de laatste drie jaar op de tweede plek in de Serie A, achter grootverdiener Udinese. De verschillen met de achtervolgende clubs bedragen over het algemeen minder dan veertig miljoen, een signaal dat meerdere clubs hun uitgaven op de transfermarkt proberen te beperken. Twee clubs die dat absoluut niet doen, zijn Napoli (ruim 100 miljoen euro transferverlies) en Juventus (ruim 130 miljoen euro). Inter lijkt gezien die ontwikkelingen financieel een voorsprong te hebben op deze concurrenten.

De keerzijde van de medaille is echter dat Inter op de korte termijn minder competitief wordt. Jonge spelers presteren niet meteen zo constant als de gevestigde sterren die men voorheen aantrok, iets dat geïllustreerd wordt door het gebrek aan goals dat Inter dit seizoen scoort.

Het financiële gevolg voor de jaarresultaten is dat Inter de verliezen terug heeft weten te brengen van een gruwelijke 207 miljoen euro verlies in 2006/07 naar een ‘bescheiden’ 87 miljoen in het seizoen 2010/11. Echter, Inter staat hierin niet alleen in Italië. Slechts zes clubs wisten over de afgelopen drie jaar zwarte cijfers te schrijven. Wat wel zorgen oproept, is het feit dat de totale verliezen van Inter in die periode meer zijn dan de gecombineerde verliezen van alle andere negentien clubs samen. Dat verlies zou nog eens 150 miljoen euro meer zijn, mochten de inkomsten uit transfers niet meegerekend worden. Er is dus een structurele scheefgroei in de relatie tussen inkomsten en uitgaven, die nader onderzocht dient te worden. De inkomsten, hoewel dus schromelijk minder dan de uitgaven, vallen zeker niet tegen.

Omzet

Inter staat op plek negen in de Football Money League van onderzoeksbureau Deloitte, met een omzet van 225 miljoen euro. Dat lijkt een mooi resultaat voor de ploeg. Waar de schoen echter wringt is de vergelijking met clubs van hetzelfde statuur. Liverpool, Bayern München, Manchester United, Chelsea, AC Milan en Arsenal staan allen flink boven de Italianen in de ranking. Dat is bij Inter vooral te wijten aan de grote afhankelijkheid aan inkomsten uit tv-rechten, die 65 % van de totale omzet genereren. Op basis van wedstrijdinkomsten en commerciële activiteiten wordt de Italiaanse club te kijk gezet door de Engelsen en Duitsers.

Wedstrijddagen

De inkomsten op wedstrijddagen zijn voor een club van het statuur van Inter erg minimaal. Ondanks een gemiddeld toeschouwersaantal van 58.000 in het seizoen 2010/11 wordt er minimaal verdiend aan het stadion, zo’n 33 miljoen euro in het afgelopen seizoen. De oorzaak hiervan is dat de club het stadion niet bezit, en dus ook geen inkomsten ontvangt van stadionconcerten en andere evenementen. Bovendien moet het een huursom van 4,3 miljoen euro ophoesten aan de gemeente, en kent het San Siro geen skyboxen of dure zitjes, zoals andere Europese topclubs wel hebben.

Vandaar dat algemeen directeur Ernesto Paolillo druk bezig is om plannen te ontwikkelen voor een eigen stadion, dat tegen 2014 klaar moet zijn. Dat eigen stadion vergt een grote investering, en hoeft niet perse het financiële wonder te zijn, maar dat het de stadioninkomsten ten goede komt staat buiten kijf. Vergelijk bijvoorbeeld de inkomsten op wedstrijddagen van Arsenal (meer dan 100 miljoen euro) en Inter met elkaar, en het verschil is schrijnend te noemen.

De organisatie van een globaal eindtoernooi zoals het EK of WK zou wonderen doen voor een stadionupgrade, zoals ook in Italië gebeurde in 1990. Tot nu toe is Juventus de enige Italiaanse club die het eigen stadion in bezit heeft, iets wat ertoe leidt dat zij hun inkomsten op wedstrijddagen waarschijnlijk kunnen verdubbelen. Inter moet deze optie in de toekomst tot uitvoering brengen om ook hier een groei te kunnen maken.

Commerciële activiteiten

Dan is er de zwaar onderontwikkelde marketing bij Inter. Deze activiteiten omvatten merchandising, maar ook sponsorcontracten. Daar, bij de sponsorcontracten, mist Inter de boot wat betreft inkomsten. Natuurlijk, er zijn langdurige overeenkomsten met kledingsponsor Nike en shirtsponsor Pirelli waardoor men invloed heeft op design en kleurgebruik, maar dit komt de bankrekening niet ten goede. Pirelli is al sponsor sinds 1995, en bezit een minderheid van de aandelen in de club. Zij schrijven jaarlijks 9,3 miljoen euro over. Sportmerk Nike betaalt de kampioenen 18,1 miljoen euro per jaar.

Deze twee bedragen zijn beduidend minder dan elders in de voetbalwereld. Zelfs Ajax haalt met shirtsponsor Aegon (12 miljoen euro) meer geld per jaar binnen dan de Italiaanse grootmacht. Een club als Liverpool krijgt zelfs 24 miljoen euro van de nieuwbakken hoofdsponsor, Standard Chartered, en Juventus krijgt van BetClic 8 miljoen euro per jaar, terwijl zij enkel op het Europese thuisshirt komen te staan. Voor kledingsponsoring geldt hetzelfde. Nike, dat Inter sponsort met 18,1 miljoen euro, maakt aan merkgenoot Barcelona 30 miljoen euro over.

Salarissen

Het meest in het oog springende financiële feit is echter de salarispost van Inter. Die zit inmiddels op een ontzagwekkende 190 miljoen euro per jaar, een verschrikkelijk hoog bedrag, en zorgt voor een salaris/omzetratio van 89 %. Ter vergelijking; een waarde van 50 tot 65 % wordt als acceptabel beschouwd in de voetbalwereld. In het afgelopen jaar zijn de salarissen bij Inter niet gedaald, iets wat vraagtekens oproept voor de toekomst, en wellicht te maken heeft met het feit dat veel oudere spelers die men trachtte te verkopen nog altijd grove salarissen krijgen bij de Italiaanse club. Inter zit met hun salarispost slechts tien miljoen euro achter de immense 200 miljoen die Manchester City jaarlijks afdraagt aan hun (wellicht overbetaalde) sterren.

Gevolgen

Al deze eerder genoemde verliezen hebben niet direct gevolgen voor de toekomst van de club, omdat deze verliezen niet meegerekend worden bij de invoering van de Financial Fair Play, het systeem om de concurrentie in de voetbalwereld te verhogen en het speelveld te nivelleren.

Maar dan nog begeeft Inter zich in een gevaarlijke situatie. Het verlies van 87 miljoen euro van een seizoen geleden zal in de komende tijd drastisch naar beneden moeten om te overleven, zo is de opvatting van voorzitter Moratti: “Ik weet niet hoe Italiaanse clubs in de toekomst nog in de Champions League actief kunnen zijn, als de UEFA-regels doorgang vinden.”  Zijn pessimisme is begrijpelijk, maar het gaat voorbij aan de kleine lettertjes in de regels van Financial Fair Play.  Clubs worden namelijk geen sancties opgelegd als ze: (1) een positieve trend in de jaarcijfers laten zien en (b) als het verlies te wijten is aan het verlies in het seizoen 2011/12, wat dan weer een direct gevolg is van verlengde spelerscontracten voor 1 juni 2010. In het geval van Inter zou dit 66 miljoen euro schelen, omdat verschillende oudere spelers (Milito, Zanetti, Sneijder en Lucio) voor 2010 een contractverlenging kregen. Dat zou het verlies van Inter over deze periode slechts naar een bedrag van 6 miljoen euro over drie seizoenen tillen, waardoor de UEFA ongetwijfeld een oogje toe zal knijpen.

Desalniettemin zal de Milanese club hard moeten werken om de salarispost op orde te krijgen, door oudere spelers van de loonstrook af te halen, en door die te vervangen met jongere talenten die nog een hele carrière voor zich hebben. Daar zijn ze nu mee bezig, niet alleen door jong in te kopen, maar ook door de eigen jeugdopleiding aan te spreken. Zelfs al breken spelers niet door in het eerste team, dan kunnen deze nog met winst verkocht worden, of als pasmunt gebruikt worden om grotere transfers mogelijk te maken.

Toekomst

In de nabije toekomst zal Inter veel werk moeten verzetten. Ze zitten in een lastige situatie, waarbij financieel gezien snel kosten moeten worden gesaneerd, waarbij er ook verjongd moet worden, maar waarbij tegelijkertijd de ploeg competitief moet blijven om zich te kunnen verzekeren van de miljoenen die de Champions League opbrengt. Daarnaast zal de potentie van commerciële activiteiten en wedstrijdinkomsten gemaximaliseerd moeten worden, en dat alles met zo min mogelijk bureaucratische inmenging. Sportief gezien is het voor de clubleiding wellicht tijd om het fundament van de selectie op te blazen en opnieuw te beginnen.

Voorzitter Moratti liet zich na de Champions League-nederlaag tegen Marseille daarover uit: “Er is behoefte aan nieuwe, jongere spelers, die meer kunnen belopen. Daar zullen we naar op zoek gaan. Maar ervaring blijft nodig, en een aantal oudere spelers blijft ongetwijfeld bij de club.” Het geeft de spagaat aan waarin Inter zich bevindt.  In de traditionele Italiaanse voetbalwereld, die doordrenkt is van sentimenten, wordt het nog een hels karwei om de zieke club te genezen.

 

About Gino van Montfort

Gino is hoofdredacteur en mede-oprichter van Catenaccio. Hij is al van kinds af aan voor Feyenoord, maar laat in zijn artikelen vooral een merkwaardige interesse zien in clubs, spelers en verhalen uit Zuid-Amerika. Oh, en nu Feyenoord het wat minder doet, hoor je hem vooral over zijn andere grote liefde: Real Madrid. Volg Gino op Twitter | Meer artikelen van Gino