Blind en Van Oostveen kunnen deze crisis niet oplossen

‘Danny Blind mag blijven, omdat we op dit moment aan het bouwen zijn.’ Met deze woorden opende KNVB-directeur Bert van Oostveen na de smadelijke nederlaag tegen Tsjechië (2-3) zijn interview met de NOS. Het is crisis in het Nederlandse voetbal. Volgend jaar is Oranje namelijk niet van de partij op het EK, voor het eerst sinds 1984.

Oostveen2

‘Vanavond hebben we allemaal kunnen zien wat er mis is’, benadrukte Van Oostveen. Wie recente interviews met Van Oostveen en bondscoach Blind terugkijkt, komt echter tot een totaal andere conclusie. Het duo geeft tien verklaringen voor de problematiek, maar komt daarbij niet verder dan klinkklare kolder en kroegpraat. Hoe kan iemand een crisis bezweren, als hij niet eens weet wat de oorzaak van de crisis is?

  1. Wilhelmus

In aanloop naar de wedstrijd tegen Tsjechië besprak Van Oostveen met Metro waar in zijn ogen de pijnpunten van Oranje liggen:

‘Ik zing mee met het Wilhelmus omdat ik trots ben dat ik Nederland mag representeren en ik vind dat alle spelers dat ook zouden moeten doen. Dat wordt bij de internationals ook onder de aandacht gebracht. Ik weet bijvoorbeeld dat de bondscoach er op hamert’, aldus de KNVB-directeur, die grappend toevoegde: ‘Misschien moeten we invoeren dat ze pas computerspelletjes mogen spelen als ze het volkslied meezingen.’

Dit citaat leest alsof het rechtstreeks van De Speld komt, maar Van Oostveen leek bloedserieus. Gaat het uit volle borst meezingen van het Wilhelmus het Nederlandse voetbal redden? Passie als substituut voor klasse? Natuurlijk ziet iedereen liever een luid meezingend elftal, maar de kwalificatiereeks heeft duidelijk gemaakt dat het Nederlandse voetbal grotere problemen heeft. Het meezingen als eerste oorzaak noemen, kan twee dingen betekenen: een enorme intellectuele armoede of een hopeloze afleidingsmanoeuvre.

  1. Winnaarsmentaliteit

In datzelfde interview haalde Van Oostveen zijn stokpaardje maar weer eens aan: winnaarsmentaliteit. Dat begrip was de hoofdmoot op het KNVB-symposium en de directeur heeft er nog steeds zijn mond over vol: ‘Neem alleen al Chili. Als ik die spelers het veld op zie komen, denk ik gelijk: zo, die zou ik niet tegen willen komen. Zij stralen een echte winnaarsmentaliteit uit. Nederlandse sporters hebben dat nu eenmaal minder. Vroeger hadden we Jan Wouters, Mark van Bommel en Nigel de Jong, nu hebben we een gat in de selectie.’

Hiervoor geldt hetzelfde als voor het eerste punt. Als de gemiddelde Oranje-supporter of de trainer van FC Bal op ’t Dak 4 dit aanhaalt na een verloren wedstrijd, dan is daar niets op tegen. Maar dit is de man die eindverantwoordelijk is voor de staat van het Nederlandse voetbal.

Hij heeft bovendien een heel selectief geheugen. Op het WK in Brazilië won Nederland nog met 2-0 van de “winnaars” van Chili. Dat deed Oranje door de bus te parkeren en toe te slaan via een standaardsituatie en een counter. De Oranje-selectie die toen blijkbaar nog over het winnaarsmentaliteit-gen beschikte, is dat in iets meer dan een jaar op wonderlijke wijze kwijtgeraakt.

Wat winnaarsmentaliteit precies is en waar deze dagkoers door beïnvloed wordt, maakt Van Oostveen geen moment duidelijk. Dus zijn we op zoek naar iets waarvan niemand binnen de KNVB werkelijk weet wat het is. Moeten we onze winnaarsmentaliteit gaan terugvinden via een speciale uitzending van Opsporing Verzocht? Of zou het heel misschien kunnen dat er iets anders aan de hand is?

  1. Realistische speelwijze

Later in het interview met Metro gaat Bert van Oostveen wat dieper in op wat hij onder mentaliteit verstaat: ‘Met welke mentaliteit we wedstrijden willen in gaan: sterven we in schoonheid of gaan we realistischer spelen en winnen?’

Van Oostveen zegt hier echter niets over mentaliteit; hij verwart dit begrip namelijk met speelwijze. Ook belangrijk om te bespreken natuurlijk – maar voor de helderheid is het misschien handig als Van Oostveen dit niet onder de noemer mentaliteit schaart.

De uitspraak illustreert een repeterend probleem bij de KNVB, dat ook op het symposium naar voren kwam. Er wordt door de voetbalbond voortdurend gebruik gemaakt van containerbegrippen, waar iedereen zijn eigen definitie aan kan geven. Het resultaat is een Babylonische spraakverwarring, waardoor het gesprek niet verder komt dan het uitwisselen van vaagheden. Heel handig als je kritische journalisten af moet schudden, niet zo handig als je de crisis bij Oranje moet oplossen.

Daarnaast valt af te vragen in hoeverre de woorden van de KNVB-directeur over de speelwijze te rijmen zijn met de door hem bewierookte bondscoach. Blind zei immers in aanloop naar het duel met Turkije (3-0 verlies) dat Nederland niet op resultaat kán spelen: ‘Dat is ons spel niet.’ Ook richting de wedstrijden tegen Kazachstan en Tsjechië liet Blind blijken te zweren bij 4-3-3.

Veel mensen lijken vergeten dat Blinds voorganger Guus Hiddink de EK-kwalificatiereeks begon in het 5-3-2-systeem, dat de bronzen plak in Brazilië had opgeleverd. Net als op het WK bleek tegen Tsjechië  echter dat deze formatie zeker geen garantie voor succes is tegen teams die op papier gelijkwaardig of minder zijn. Tegen Australië en Mexico moest ook de toenmalig bondscoach Louis van Gaal al terugschakelen op 4-3-3 om een achterstand goed te maken. Tegen Costa Rica begon hij zelfs al in 3-4-3. Hiddink kwam in Tsjechië snel tot de conclusie dat een extra verdediger eerder een last dan een lust is tegen mindere opponenten en schakelde nog voor rust terug naar 4-3-3.

In zowel 5-3-2 als 4-3-3 kwam hetzelfde probleem naar voren: Oranje heeft moeite met het maken van het spel. Zoals Michiel de Hoog schreef: het Nederlands elftal heeft veel balbezit op ongevaarlijke plaatsen. Het valt slechts te hopen dat Van Oostveen met een meer realistische speelwijze bedoelt dat daar verandering in moet komen.

  1. Geldwolven

Een vierde zwaktebod dat Van Oostveen aanvoert in het Metro-interview, is dat de huidige lichting voetballers bestaat uit geldwolven: ‘Veel jonge voetballers vinden geld belangrijker dan sportief succes’, stelt Van Oostveen. ‘Daarom vertrekken ze veel te vroeg naar het buitenland, waar ze vaak op de bank of in de subtop belanden.’

Opnieuw appelleert de KNVB-directeur aan een gevoel dat in veel Nederlandse huiskamers leeft, maar het is kolder om te beweren dat geldzucht ten grondslag ligt aan de slechte prestaties van Oranje. Voor voetballers van elk land waar we in de kwalificatie van verloren hebben, geldt dat ze óók vertrekken zodra er een topclub met een zak geld voor de deur staat. Het is ook maar de vraag of hier geen sportieve motivatie aan ten grondslag ligt; zo vreemd is de gedachte toch niet dat je bij een topclub met topbegeleiding en topspelers meer leert dan in de Eredivisie?

Misschien heeft Van Oostveen niet door dat de bestbetaalde voetballers ter wereld doorgaans ook de meeste prijzen pakken. Geld – en een beetje geldzucht – stelt mensen in staat zich te specialiseren en uiteindelijk te excelleren.

  1. Doordekken

Misschien mogen we van directeur Van Oostveen ook geen panklare voetbalinhoudelijke verklaring verwachten. Daar heeft hij namelijk met Danny Blind een bondscoach voor aangesteld, maar ook die kon weinig zinnigs ter berde brengen in gesprek met de NOS.

‘Ik denk dat we goed begonnen’, analyseerde de keuzeheer na het duel met Tsjechië. ‘Dan komen we in een fase terecht waarin we niet meer goed doordekken op Tomás Necid. Zo ontstaat ook de eerste goal.’

Quizvraag: Hoeveel balcontacten had Necid in de negen minuten voordat de Tsjechische openingstreffer viel?

  1. Te veel. Daardoor verloor Oranje in die fase de grip op de wedstrijd.
  2. Nul.

Het tweede antwoord is correct. De bewering van Blind dat Oranje minder goed ging spelen doordat er minder goed werd doorgedekt op Necid, is dus op zijn minst twijfelachtig. Weliswaar heeft de bondscoach gelijk dat de Tsjechische spits een aantal keer eenvoudig kon worden aangespeeld – in 46 minuten tijd bereikte hij zestien keer een ploeggenoot – maar dat centrumverdedigers niet doordekken is daar niet de primaire oorzaak van.

Dat Tsjechië de beste kansen kreeg in de eerste helft kwam niet door het slechte doordekken, maar door de tactische keuzes van Blind om mandekking te hanteren en niet compact te spelen. Over compactheid kunnen we kort zijn: als de ruimtes te groot worden, is het lastiger om ploeggenoten te helpen en wordt het voor de tegenstander makkelijker om te voetballen. Dit probleem kwam zelfs in de laatste dertig minuten tegen het nietige Kazachstan aan de oppervlakte. Als tegenstanders de aanval zoeken, loopt de defensie van Oranje achteruit en ontbreekt de afstemming.

Dat hangt samen met de beslissing van Blind om mandekking te hanteren. Hierdoor is het Nederlands elftal namelijk altijd aan het reageren in plaats van aan het ageren (wie mandekking hanteert, loopt plat gezegd steeds achter zijn man aan). Daarnaast zullen individuele fouten sneller fataal worden. De eerste Tsjechische goal is daarvoor illustratief. Doordat Oranje niet het eigen doel, maar tegenstanders verdedigt, ligt het hele centrum open als Virgil van Dijk doordekt. Vervolgens kan de linksback Memphis Depay niet ondersteunen als zijn man opkomt tot in het strafschopgebied, want Jairo Riedewald is druk met het dekken van zijn eigen opponent.

De mandekking van Oranje in beeld voor de eerste goal van Tsjechië. Memphis Depay is de opgekomen Pavel Kaderabek (witte cirkel) kwijt en niemand kan dat meer corrigeren.

De mandekking van Oranje in beeld voor de eerste goal van Tsjechië. Memphis Depay is de opgekomen Pavel Kaderabek (witte cirkel) kwijt en niemand kan dat meer corrigeren.

 

Bij het tweede doelpunt breekt dat Oranje ook op. Bruma voelde zich daar namelijk geroepen om spits Necid tot de cornervlag te volgen bij een inworp. Gevolg was dat het centrum opnieuw open lag en de bezoekers profiteerden optimaal.

  1. Back niet aanspeelbaar

Voor rust slaagde Oranje er tegen Tsjechië nauwelijks in om iets te creëeren. Blind verklaart:

‘We konden niet de oplossing vinden in de opbouw. Jairo Riedewald liet zich niet zien. Hij liep op, maar was niet aanspeelbaar. Dan moet je spelen met de ruimte en wat verder uitzakken. Zo verloren we grip op de wedstrijd’, meldde Blind.

De bondscoach neemt het Riedewald dus kwalijk dat hij te ver naar voren speelde en derhalve niet de opbouw kon verzorgen. Het is echter zeer de vraag of het wel wenselijk is dat een vleugelverdediger in de eerste fase veel aan de bal komt. Een back is namelijk in zijn bewegingsvrijheid beperkt door de zijlijn en de achterlijn. Bovendien kan hij slechts een beperkt deel van het speelveld bereiken met een pass, waardoor het relatief eenvoudig is voor de tegenstander om alle afspeelmogelijkheden af te schermen. Het opbouwen via de backs is dus eerder een probleem dan een oplossing.

Blind had beter de nadruk kunnen leggen op het feit dat Georginio Wijnaldum na tien minuten veel te diep ging spelen en daardoor in de opbouw onbereikbaar (sinds dat moment verzond hij tot de rust slechts zes passes) werd. Ook Wesley Sneijder stond in die fase vaak naast spits Klaas-Jan Huntelaar. Gevolg was dat Nederland in de praktijk een man tekortkwam op het middenveld en daardoor ook in de omschakeling extra kwetsbaar werd.

  1. Gogme

Toen Nederland op een 2-0 achterstand kwam, besloot Blind het nog voor rust over een andere boeg te gooien. Met Robin van Persie achter Huntelaar – en in de tweede helft met Bas Dost als extra stormram – koos de Zeeuw voor meer opportunisme.

Blind: ‘Het lijkt simpel: de lange bal hanteren, op goed geluk, maar daar zitten veel tactische elementen in. Bijvoorbeeld dat je bij balverlies direct druk moet zetten, anders moet je zeventig meter terug. Of dat je niet vanuit de as de bal moet inbrengen, maar meer vanaf de zijkant. Dan zie je dat het echte vertrouwen en gogme om het goed uit te voeren ontbreekt.’

Blind2
Hier wijst de bondscoach met de beschuldigende vinger naar zijn selectie. Blind verwijt zijn spelers een gebrek aan gogme, waardoor zelfs een ogenschijnlijk simpele speelwijze verkeerd uitgevoerd wordt. Maar wat is hierin de verantwoordelijkheid van Blind zelf? Als het niet zijn taak is om deze tactische elementen over te brengen, wat doet hij dan op de bank?

Hoe kan het dat nagenoeg dezelfde spelersgroep op het WK in de slotfase tegen Mexico wél het gogme had om opportunistisch te spelen? Opsporing Verzocht krijgt het druk de komende tijd. Na de winnaarsmentaliteit is ook het gogme op wonderbaarlijke wijze zoek geraakt.

  1. Momenten

Gezien de opmerkingen van Blind over tactische elementen was het niet vreemd dat de NOS hem vroeg of hij zichzelf iets verweet: ‘Nee, ik verwijt mezelf niets. Ik heb de overtuiging dat ik de dingen heb gedaan zoals ik ze moest doen’, was zijn duidelijke antwoord. Maar hoe kan het dat Oranje dan toch drie van de vier duels verloor onder Blinds leiding? ‘Dat begon bij de wedstrijd tegen IJsland. We hadden toen een goede focus, een goede groep. Het elftal zat goed in elkaar. Dan gebeuren er dingen en vraag je jezelf af: hoe is het in godsnaam mogelijk dat het zich allemaal opstapelt? Als die momenten je overkomen en je hebt niet het resultaat door die momenten, dan kom je op een positie te staan in de groep die aan je gaat knagen.’

Het gebrek aan zelfreflectie dat Blind met deze uitspraak toont, is schrijnend. Als hij daadwerkelijk vindt dat hij in de laatste vier interlands niets beter had moeten doen, dan legt hij de lat behoorlijk laag voor zichzelf. Hij doet alsof hij geen aandeel heeft in het geheel, door in de slachtofferrol te kruipen. Alsof hij een toeschouwer is die niets anders kan doen dan accepteren wat hem overkomt. Hij is de bondscoach, niet de toiletjuffrouw.

Misschien kan zijn assistent Marco van Basten hem een spiegel voorhouden. Van Basten is een onafhankelijk denker, die niet te beroerd is geweest om ook over zijn eigen functioneren als trainer snoeihard te oordelen. Als iemand Blind kan aanspreken op zijn aandeel in het falen van Oranje, dan is het Van Basten wel.

  1. Blessures

Een ander aspect dat Blind aanhaalde om de dramatische prestaties van het Nederlands elftal te verklaren, is de blessuregolf die zijn elftal trof.: ‘Je mist twaalf à vijftien mensen bij elkaar. Dan kun je ook niet verwachten dat wij een land zijn wat dat makkelijk opvangt. Dan is het én, én, én.’

Hier heeft Blind een punt. Het is logisch dat het ontbreken van bijvoorbeeld Robben gevolgen heeft voor de kwaliteit van het spel, maar aan de andere kant heeft het Nederlands elftal ook zonder Robben een betere selectie dan elk andere land in de poule. Bovendien liep Robben zijn spierblessure op in een duel met Oranje – wat misschien wel het gevolg is van verkeerd trainen of hem te snel brengen na zijn eerdere blessure. Ook op dit punt had Blind de hand in eigen boezem kunnen steken.

Daarnaast is het de vraag hoe de keuzeheer aan vijftien namen komt. Behalve Robben ontbraken er met Jetro Willems, Jasper Cillessen, Davy Klaassen en Stefan de Vrij maximaal vier mogelijke basiskrachten. Bij Robben is het duidelijk dat zijn afwezigheid Oranje zwakker maakt, maar die stelling valt voor de andere geblesseerden moeilijk hard te maken.

Waren de prestaties met Daryl Janmaat en Paul Verhaegh beter geweest? Had het geholpen als Luuk de Jong was ingevallen in plaats van Bas Dost? Had Quincy Promes op de vleugels het verschil gemaakt? Was het middenveld ineens wereldtop geweest met Jordy Clasie erbij en had Tim Krul Oranje met een serie reflexen op de been gehouden tegen Tsjechië? Het zijn vragen die moeilijk hardop met ‘ja’ beantwoord kunnen worden.

Naar de al langer afwezige Kevin Strootman en Ron Vlaar verwijzen, is al helemaal een zwaktebod. Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus. Voor Van Gaal was de blessure van Strootman aanleiding om zijn speelwijze te wijzigen, zoals hij dat ook steeds deed als Robben afwezig was. Blind slaagt er niet in van de nood een deugd te maken en huilt vervolgens dikke krokodillentranen.

  1. Instapmoment

Behalve het falen van de spelers en het aantal blessures, voerde Blind nog een derde reden aan voor zijn slechte prestaties: ‘Ik ben niet op het beste moment ingestapt.’ Dat is een waarheid als een koe, maar onder leiding van Blind is Oranje van de wal in de sloot beland. Toen Hiddink afscheid nam, stond het Nederlands elftal in ieder geval nog op de derde plaats in de groep. Bovendien was Blind als assistent medeverantwoordelijk voor de slechte prestaties in de eerste helft van de kwalificatiereeks. Hiddink impliciet een schop na geven via een verwijzing naar het instapmoment, is niet bepaald chique.

Proces

Van Oostveen en Blind werpen zichzelf op als redders van de voetbalnatie, maar dit uit zich vooral in het wijzen naar anderen en het aanvoeren van hoogst dubieuze verklaringen voor slecht gedefinieerde problemen. Als je de problemen niet kan benoemen, dan kun je ze zeker niet oplossen.

Van Oostveen heeft het zichzelf ook niet makkelijk gemaakt door bij de aanstelling van Hiddink direct Blind tot opvolger te benoemen. Met die constructie bouwde hij een web waar hij zelf in verstrikt is geraakt. Terwijl er door het mislopen van het EK alle reden is voor een nieuwe evaluatie, roepen Van Oostveen en Blind in koor dat zij in elk geval blijven zitten.

‘We zijn een proces ingegaan waarbij alles is misgegaan wat er mis kan gaan’, moest Van Oostveen desondanks bij de NOS toegeven. ‘Vanaf de eerste tot de laatste wedstrijd.’ Wanneer dat het resultaat is van het proces, is het misschien verstandig om van koers te wijzigen in plaats van te roepen dat je verder wilt bouwen. Of zoals Albert Einstein het zegt: ‘Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results.’

Heb je genoten van dit artikel? Overweeg dan eens om het te kopen via onze Blende-knop hieronder. Gewoon als bedankje! 

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter