Beleid PSV is zo gek nog niet

Veel mensen reageren verontwaardigd op de nieuwe aankopen van PSV. Ze wijzen op de discrepantie tussen de behoefte aan een gemeentelijke kapitaalinjectie en de recente koopwoede van de Eindhovenaren. Bedrijven met liquiditeitsproblemen zouden immers moeten bezuinigen en de investeringen enigszins moeten beperken, nietwaar? Een analyse van de feiten levert een iets genuanceerder beeld op.

Wijnaldum geniet bij PSV dankzij kapitaalinjectie gemeente

Wijnaldum geniet bij PSV dankzij kapitaalinjectie gemeente?

Gemeentelijke kapitaalinjectie

Laten we beginnen bij het begin. Toen PSV in het seizoen 2009-2010 kwalificatie voor de Champions League (die de club volgens het jaarverslag het seizoen daarvoor zo’n 25 miljoen euro opbracht), besloot de clubleiding dat dit niet nog een jaar kon gebeuren. PSV kon de inkomens van de Champions League simpelweg niet missen. Dus werd er fors geïnvesteerd in spelers. Dit leverde over het seizoen 2010-2011 een negatief resultaat van 17,5 miljoen euro op.

In april meldde directeur Sanders in een interview met het Algemeen Dagblad nog dat PSV komende zomer geen geld zou hebben voor aankopen: “Op dit moment hebben we er geen geld voor. Dat gaat naar de aflossing van onze leningen, we zitten in een strak betalingsschema.” Tevens onderstreepte hij de noodzaak van bezuinigingen: “Wij hebben een huishouding die past bij een club in de Champions League, maar voetballen al twee jaar niet op dat niveau.” Het moge duidelijk zijn dat de zaken er inmiddels anders voor staan.

Eind mei kwam het nieuws naar buiten dat de gemeente Eindhoven de grond onder het station en het trainingscomplex kocht van PSV. Deze noodoplossing blijkt minder rooskleurig dan gedacht. Omdat vanwege de slechte positie geen enkele bank het aandurfde om PSV geld te lenen (het risico op faillissement werd te groot geacht), leent de gemeente geld bij een bank. Dit geld gebruikt de gemeente nu om de grond onder het station en het trainingscomplex van PSV te kopen. PSV betaalt 2,4 miljoen euro per jaar voor het gebruik van deze grond. De wethouder poogde de communis opinio te overtuigen dat deze constructie de gemeente per saldo geen geld kost. Zoals eerder al werd geconstateerd, blijkt niets minder waar.

Een citaat uit een artikel op catenaccio.nl: “Een simpele rekensom rekent dat het verschil tussen de rentelast (2,1 miljoen) [De gemeente betaalt de rente over de lening] en het bedrag dat PSV de gemeente betaalt (2,4 miljoen) slechts drie ton bedraagt. Als je dit uitsmeert over de periode van veertig jaar levert het de gemeente slechts twaalf miljoen op en maakt men dus zesendertig miljoen euro verlies met deze transactie. Ondertussen levert het onderhoud van het complex de gemeente ook nog eens extra kosten op.” De gemeente betaalt (48 miljoen aan PSV + 2,1 miljoen per jaar aan de bank, in totaal 132 miljoen) met andere woorden meer dan dat het van PSV ontvangt (40 jaar lang 2,4 miljoen per jaar, in totaal 96 miljoen).

PSV betaalt zoals hierboven vermeld in totaal 96 miljoen aan de gemeente. De club ontvangt slechts 48 miljoen. Op de korte termijn levert het de club dus winst op. De 48 miljoen inkomsten krijgt de vereniging immers per direct, terwijl de uitgaven een relatief klein bedrag per maand bedragen. Op de lange termijn, over de hele lening, daarentegen, is ook PSV niet gebaat bij deze constructie. Aan het eind van de looptijd heeft PSV namelijk 96 miljoen euro aan de gemeente betaald. Dat is dus een verlies van 48 miljoen euro.

Ook voetbalclubs moeten opletten: geld lenen kost geld.

Koopwoede

PSV lijkt door deze kortzichtige deal financiële problemen slechts voor zich uit te schuiven. Deze 48 miljoen zal de club voor enige tijd in leven houden, maar als deze 48 miljoen uitgegeven is, gaan de maandelijkse lasten gewoon door. Het onmiddellijke karakter van deze deal doet vermoeden dat het om een acute laatste redmiddel gaat. Zeker omdat de deal op lange termijn alleen de bank iets oplevert en (op lange termijn) financieel nadelig is voor zowel de gemeente als de sportvereniging.

Om deze laatste strohalm te grijpen, zal PSV de 48 miljoen euro moeten omzetten in een structurele inkomstenstroom die leidt tot een veelvoud van dit bedrag. Dan komen de gedane aankopen in een heel ander licht te staan. Je kan betwisten of de gekochte spelers positioneel goed in het huidige PSV passen, dat ze zeer waarschijnlijk met winst doorverkocht kunnen worden, lijkt zeker. Al moet bij dit soort inschattingen altijd een slag om de arm worden gehouden (zie de zaak Afellay). De gedane aankopen zijn dus investeringen waarop verdiend kan worden, in tegenstelling tot de oudere en ook minder capabele Bouma, Manolev en Isaksson. Verder moeten de nieuwe spelers in staat worden geacht om PSV weer een paar jaar Champions League deelname te kunnen bezorgen. Dat is bittere noodzaak, de 48 miljoen moet immers geïnvesteerd en vermenigvuldigd worden, als de club er van wil profiteren.

Het lijkt erop, zoals ook Thijs Slegers concludeerde, dat er weer eens een visie achter de aankopen van PSV schuilgaat.

About Maarten